Het zweet staat me op mijn voorhoofd telkens als ik bij iemand anders moet eten. Wat als ze me weer moeilijk vinden, of beledigd zijn dat ik niet alles wil eten wat ze me voorschotelen? Soms voel ik me vreselijk moeilijk als mensen speciaal voor mij andere boodschappen moeten doen.
Terwijl dat voor mij helemaal niet hoeft. Vleesvervangers zijn lekker, maar ik ben ook tevreden met een bord aardappelen en sla. Mijn huisarts hamert er regelmatig op dat ik als vegetariër misschien voedingsstoffen tekort kom. Maar iedere keer dat ik bloed moet laten prikken, lijkt mijn voeding goed te hebben uitgepakt.
Toen ik met school in Duitsland was, nam mijn gastgezin me mee uit eten. Op het moment dat de menukaarten werden uitgedeeld keek mijn uitwisselingspartner me nerveus aan, en vroeg of ik er moeite mee had dat zij wel vlees at waar ik bij zat. "Natuurlijk vind ik dat geen probleem", geschrokken dat ze bijna geen kip durfde te bestellen.
Een sterk vooroordeel dat bestaat over vegetariërs is dat we onze prioriteiten verkeerd stellen, geitenwollen sokken dragen en allemaal stemmen op de Partij van de Dieren. Toch geloof ik zelf heel stellig dat mensen vóór dieren komen. Toen ik klein was, dacht ik daar anders over. Ik geloofde als 7-jarige niet in biologisch vlees.
"Het is toch veel minder zielig om dieren in krappe hokjes te eten? Inmiddels heb ik die mening natuurlijk bijgesteld, en hoop ik dat hokjesdieren uiteindelijk niet meer nodig zijn.
Vroeger at hij tijdens le repas du dimanche met zijn familie een hele kip. Bij boucherie Duvauchelle in het Noord-Franse dorp Marquion kochten zijn ouders du rôti de bœuf en des escalopes de veau. Uit het kippenhok haalde hij iedere ochtend de eieren en in de weekenden liep hij met een glazen pot en een franc naar de buurman, die de pot onder een koe zette en vulde met melk. Dieren opeten is deel van zijn identiteit.
Door de jaren heen verdwenen de boucheries uit de streek. Intermarchés, Leclercs en Carrefours kwamen ervoor in de plaats. Zelf zou mijn vader het liefst teruggaan naar de tijd van kleinschalige slacht, maar de wereldbevolking groeit en de bio-industrie is daarom noodzakelijk. Op de heenweg naar het grootste slachthuis van Nederland vertelt hij dat dieren bedoeld zijn voor voedsel: c’est leur destin - het is hun lot.
Ik groeide op in het dorpse Uithoorn, tussen steen en asfalt, ver van het uitgestrekte platteland. Af en toe nam mijn vader me mee naar de kinderboerderij in het Amsterdamse Bos en in het weekend aten we samen roquefort en saucisson bij de open haard, kijkend naar Louis de Funès-films. Toen ik op mezelf ging wonen verdiepte ik me in ethiek, en besloot ik geen dierlijke producten meer te eten.
Eens in de twee maanden organiseert Animal Save NL hier, met toestemming van VION, de Boxtel Pig Save. Deelnemers van de actie staan dan oog in oog met varkens vlak voor de slacht. Het is le couloir de la mort, merkt mijn vader op. Nog voor het einde van deze dag worden de varkens die nu in de wagens staan vergast, in stukken gesneden, de wereld rondgevlogen.
Naast het terrein van VION wacht Bart uit Nijmegen. Dit is de vierde keer dat hij aan deze actie meedoet. Zijn opa was boer en werkte daarna als vrachtwagenchauffeur om varkens naar deze plek te vervoeren voor de slacht. Opa leeft niet meer, het slachthuis is inmiddels een stuk groter en Bart staat hier vandaag om zich te verzetten tegen de machtige bio-industrie.
Als vader van een kind van twee vertelt hij hoe het voorlezen van dierenverhaaltjes unheimisch voelt. ‘Neem Peppa Pig: van kleins af aan worden kinderen opgevoed met het idee dat varkens hartstikke blij zijn, dat het leven mooi is op de boerderij en dat ze lekker buiten komen.
Mijn vader en ik zijn hier allebei voor het eerst. Hij is nieuwsgierig, ik zenuwachtig. Zou hij zich in een varken kunnen verplaatsen?, vraag ik. Hij geeft niet meteen antwoord. Later zegt hij dat hij zich kan voorstellen dat varkens stress voelen, zeker als ze ineens in een vrachtwagen worden gezet.
Twee werknemers van VION zitten aan een tafeltje, geven ons een keycord en schrijven namen op na het zien van een identiteitsbewijs. Lea Goodett van Animal Save NL begroet de VION-werknemers met een glimlach en kletst even met ze. ‘Ze zijn heel open naar ons toe, daar hebben we ook jaren aan gewerkt. Ik denk dat ze er een beetje hetzelfde in staan als wij: dat je toch met elkaar moet blijven praten, ook al denk je over sommige zaken heel anders’.
Soms staan dierenrechtenactivisten met megafoons en borden bij de poorten van slachthuizen. Animal Save NL is met VION op zoek gegaan naar een compromis. In de miezerregen start Goodett haar introductiepraatje. ‘We zijn te gast op het terrein van VION. Dat betekent dat we met respect omgaan met de mensen die hier werken en de vrachtwagenchauffeurs. Mocht je op een gegeven moment een bepaalde boosheid voelen, hou het in’.
Mijn vader wil een slok nemen uit het flesje water, maar ik tik hem aan: dat is voor de varkens! Goodett waarschuwt de deelnemers. ‘Mocht je heel erg emotioneel worden, doe dan een stapje terug. Ik moet zeggen, ik huil altijd wel een beetje, na al die jaren vind ik het nog steeds verschrikkelijk.
Met de handen in de zakken van zijn lange, marineblauwe jas staat mijn vader als enige vleeseter tussen de groep van ongeveer twintig vegetariërs. Zonder gêne benoemt hij dat hij graag vlees eet. Zo is hij opgegroeid en hij vindt het ook lekker. ‘Wat goed dat u hier bent’, krijgt hij als antwoord.
Cor van Hillo uit Vught gaat met mijn vader in gesprek, ook hij is hier voor het eerst. Van Hillo eet al lang geen vlees meer, en vertelt over de bizarre CO2- en stikstofuitstoot van de bio-industrie, de omslachtige import en export en de enorme stukken grond die de industrie inneemt. Dat terwijl het rendement voor ons land veel lager is dan vaak gedacht.
Mijn vader luistert en knikt, maar zegt dat er veel banen in de vleessector zijn en dat vlees eten diep in de Nederlandse cultuur geworteld zit. Een enorme rechthoek op wielen met drie verdiepingen van ieder een meter hoog komt binnenrijden. Gesprekken vallen stil. Door de horizontale tralies is een deel van de varkens zichtbaar. Heldere blauwe en diepe bruine irissen met grote pupillen kijken naar buiten.
Er klinkt geknor en gebonk. Een varken met de oren gespitst en een paar bruine vlekjes op zijn snuit schudt zijn hoofd en slaakt een schreeuw. Sommige bezoekers houden hun telefoons in de handen geklemd om foto’s en filmpjes te maken: het maken van beelden is een belangrijk doel van de actie, om ze daarna zoveel mogelijk te delen op sociale media. Anderen aanschouwen in stilte.
De varkens krijgen een dag voorafgaand aan de slacht geen eten en drinken meer. Een jonge vrouw maakt een flesje water open en reikt het naar een varken, dat het binnen een paar seconden leegdrinkt. In de waterbak die door VION is neergezet vult ze het flesje bij, loopt dan terug naar hetzelfde varken.
Sommige varkens liggen op de grond, andere staan klem en proberen zich naar de handen met flesjes water toe te drukken. Vandaag zien deze varkens voor het eerst daglicht, vertelt Goodett. Zonnestralen die hun huid opwarmen, wroeten, door de modder rollen, dat hebben deze varkens nooit gekend.
Mijn vader en ik staan naast elkaar op het stoepje en kijken naar binnen. ‘Regarde ! Tu vois sa tête ? Il nous regarde’, zeg ik. Een hoofd met de oren gespitst, zijn poten op de rug van een ander varken, kijkt recht voor zich uit, in onze ogen. ‘Ze zijn groot’, zegt mijn vader.
Na een paar minuten loopt hij weg van de wagen om een sms te beantwoorden. Hij vindt het zielig voor de dieren, voelt verdriet. Maar dat water geven, dat creëert spanning. Over de wangen van Anita uit Antwerpen rollen tranen. ‘Verschrikkelijk wat de dieren moeten meemaken. Ze hebben al zo'n ellendig leven en dan staan ze hier te wachten.’ Ze legt beide handen op haar borst.
Twee vrienden uit Duitsland, een schilder en een verpleger, beelden een gebroken hart uit en zeggen in half Engels, half Duits: ‘Onrechtvaardig. Het is ziek. De dieren zijn onschuldig. Als de bio-industrie niet had bestaan, zouden deze varkens nooit geleefd hebben, zegt mijn vader.
Beter geen leven, dan zo’n leven, antwoord ik. Maar kan een mens beslissen wat geluk voor een varken is? vraagt mijn vader zich af. Varkens moeten wroeten, dat zit in hun instinct, vertelt Goodett. Het zijn van nature nieuwsgierige en onderzoekende dieren.
In de megastallen kunnen ze daar niet aan toegeven en vertonen ze regelmatig neurotisch gedrag: dan vallen ze elkaar aan, schudden hun kop steeds heen en weer, of bijten alsmaar in dezelfde ijzeren stang. Een relaxed varken doet dat niet. ‘Stel je voor dat we zouden doen met honden en katten, wat we doen met varkens en koeien en kippen. De wereld zou gek worden’, zegt Antwerpse dierenactivist Veronique van Buynder tegen mijn vader.
Hij is dol op honden. Dat er geen wagens vol honden maar varkens VION binnenrijden, hangt samen met het ‘speciësisme’, een term die bekend werd door het boek Animal Liberation (1975) van filosoof Peter Singer. Binnen het speciësisme bepaalt niet het vermogen om pijn te voelen, maar het ‘soort’ wat de morele status van een dier is.
Hoe schattiger, knuffelbaarder, intelligenter of socialer een bepaalde diersoort in onze ogen is, hoe groter de kans op een hogere plek in de hiërarchie. Dat varkens echter opvallend veel op honden lijken, wordt duidelijk in de documentaire M’n Beessie en Ik (Johan Kramer, 2023). Varken Francis Bacon, ook wel Frans, woont samen met zijn baasje Kim in een rijtjeshuis.
De kijker ziet hoe het reusachtige dier op dunne pootjes door de woonkamer waggelt en onder de eettafel gaat liggen. Tijdens een boswandeling loopt hij met een kwispelend staartje achter haar aan en in de vakantiebungalow mag hij bij haar in bed slapen, het is immers vakantie, en ze tilt zijn achterpoten het bed in.
Mensen zijn ook dieren. Maar wel dieren van een bijzonder soort, omdat ze kunnen nadenken en redeneren, in tegenstelling tot alle andere soorten die handelen vanuit instinct. Dat maakt ze ondergeschikt aan de mens, vindt mijn vader. ‘Regarde leurs petits nez’, zeg ik en wijs naar twee varkens die met hun hoofden rusten op de ijzeren rand van de wagen.
Mijn vader reageert glimlachend: ‘Groin. C’est un groin. Oui, c’est un nez, mais c’est un groin’. Een varken heeft geen neus, maar een snuit. Taal creëert afstand tussen mens en dier, en tussen het varken en de hamlap die later verpakt in plastic in de supermarkt ligt.
Een medewerker van VION die de actie in de gaten houdt, van ongeveer dezelfde leeftijd als mijn vader, raakt met hem aan de praat. VION is efficiënter dan veel slachthuizen in het buitenland en heeft verschillende keurmerken, vertelt hij mijn vader. Voor Animal Save NL heeft de medewerker respect.
Ook hij ondertekent petities tegen extreem geweld in slachthuizen, zoals het doodknuppelen van dieren. Maar bij VION worden de varkens rustig gemaakt na het transport en bovendien zorgt de gaskamer voor een snelle verdoving. Zolang de slacht efficiënt gebeurt, is er niet zoveel aan de hand. Mijn vader knikt en zegt dat hij zich kan vinden in dat verhaal.
Zolang er geen onnodig leed is tijdens de slacht, is het oké. Of hij foie gras zou laten staan, vraagt de medewerker grijnzend. Het verhaal van de VION-medewerker verschilt met dat van Animal Save NL. Mijn vader pendelt tijdens de actie een beetje heen en weer, hij luistert naar de verhalen van de deelnemers, maar voelt zich comfortabel bij het verhaal van de VION- medewerker.
‘Mij lijkt het interessant om naar binnen te gaan’, zegt mijn vader. ‘Het slachthuis in. Nu ben ik me ervan bewust dat er vrachtwagens aanrijden en er varkens in zitten, met straks het einde. Binnen zou ik meer emoties hebben. Nu zie ik vooral stress bij de dieren door ons’.
Ik deel het verlangen om de horror van dichterbij te zien, maar helaas moeten we buiten blijven. De medewerker vertelt dat er af en toe rondleidingen in het slachthuis plaatsvinden, dat gebeurt op aanvraag. Walging en verlangen liggen dicht bij elkaar.
De moord op de varkens is zo dichtbij, tegelijkertijd net buiten handbereik. Aanwezig zijn bij het slachthuis belooft een ervaring te zijn die niet te meten valt vergeleken met het zien van een foto van de slacht. Susan Sontag beschrijft in Regarding the Pain of Others (2003) dat het echter nog steeds mogelijk is afstand te voelen tot de horror door er echt bij te zijn.
De ander zien lijden, vanaf een afstandje toekijken vanuit een veilige positie, voelt ergens fijn en sensationeel en legt het voyeurisme in de mens bloot. Voor sommige mensen is het in de ogen kijken van de geëxploiteerde varkens genoeg om direct veganist te worden. Voor mijn vader niet.
Op de heenweg had hij het liedje Mon Vieux van Daniel Guichard opgezet, waarin een zoon zingt over zijn oude vader die hij nooit echt heeft leren kennen. Onze meningen en principes liggen ver uit elkaar. Maar ik begrijp waar hij vandaan komt en hij begrijpt mij ook wel. Dat is niet altijd zo geweest.
De meeste deelnemers aten vroeger ook vlees, zagen er misschien het kwaad niet van in. Van Buynder stopte een paar jaar geleden met het zijn van de ‘boze veganist’. Die aanvallende en agressieve toon werkt niet. Het werkt. De ouders van Van Buynder, die in de zeventig zijn, consumeren al vier jaar lang geen enkel dierlijk product, en de vader van Goodett, een vinoloog, is ook veganist.
Ze hebben geluisterd naar hun dochters, naar de feiten, de cijfers en naar hun gevoel. ‘Wat vind jij ervan dat jouw dochter veganist is?’ vraagt Van Buynder aan mijn vader. Hij heeft een zachte grijns op zijn gezicht. ‘Ik respecteer het. Ik heb haar op een andere manier opgevoed.
labels: #Kip




