Op de basisschool komt je kind niet alleen in aanraking met woorden en zinnen, maar ook met hoofdletters en leestekens. Het trema en koppelteken zijn voorbeelden van leestekens die aan bod komen tijdens de spellinglessen. Als je kind vergeet een trema of koppelteken te schrijven, kan dit ten koste gaan van de leesbaarheid en/of uitspraak. Reden genoeg om je kind de regels over het trema en koppelteken bij te brengen.

Het Trema: Wanneer Gebruik Je Het?

Een trema is de naam voor de twee puntjes die je kind op een klinker (a, e, o, i en u) kan zetten. Dit leesteken wordt gebruikt als twee klinkers die naast elkaar staan één klank kunnen vormen, maar niet bedoeld zijn als één klank. Door een trema op een klinker te plaatsen, geeft je kind aan dat de klank van het woord verandert. In het enkelvoud komt je kind niet snel een trema tegen op een woord, maar in het meervoud is dit wel het geval. Spreek de onderstaande woorden maar eens uit.

Klinkercombinaties en een Trema

Je kind plaatst een trema op een klinker als er sprake is van een klinkercombinatie. Dit is het geval als een woord twee of meer klinkers achter elkaar staan, zoals bij aa, ee, oo, uu, ui, eu en ei. Er wordt overigens niet altijd een trema gebruikt als er twee klinkers achter elkaar staan. Dit gebeurt alleen als de klinkers samen één klank kunnen vormen, maar niet bedoeld zijn als één klank. In woorden als ‘keek’ en ‘ruik’ is sprake van een klinkercombinatie, maar komt geen trema. De klinkers vormen samen namelijk één klank.

Twee Puntjes Boven de E

In het Nederlands krijgen veel woorden in het meervoud twee puntjes boven de e. Het meervoud van ‘zee’ is bijvoorbeeld ‘zeeën’ en het meervoud van ‘idee’ is ideeën. Er wordt een trema toegevoegd omdat een woord verkeerd uitgesproken kan worden als dit leesteken ontbreekt. Als je kind ‘zeeën’ zonder trema schrijft, wordt dit woord mogelijk uitgesproken als ‘zeen’ in plaats van ‘zeejen’.

Trema bij Meerdere Klinkers

Wanneer er twee of meer klinkers achter elkaar staan in een woord, kan dit tot een verkeerde uitspraak leiden. Daarom gebruikt je kind vaak een trema bij meerdere klinkers. Het trema komt op de letter waar de andere klank begint: ‘reünie’ (re-unie) en ‘bacteriën’ (bacterie-en).

Gebruik van Trema bij Samengestelde Woorden

Tussen delen van samenstellingen wordt nooit een trema gebruikt, maar een koppelteken. Samengestelde telwoorden zijn een uitzondering op deze regel.

Het Koppelteken: De Regels

Naast een trema kan je kind ook een koppelteken gebruiken om de leesbaarheid van een woord te vergroten. Een koppelteken is een liggend streepje (-) waarmee je een woord met een ander woord, letter of een getal verbindt. Bijvoorbeeld 87-jarige. Ondanks dat dit leesteken hetzelfde oogt als het afbreekstreepje, heeft het koppelteken geen directe link met de afbreekregels. Een afbreekstreepje wordt alleen aan het einde van een regel gebruikt, terwijl het koppelteken ook middenin een zin voor kan komen. Zoals je hierboven kunt zien, beïnvloedt het koppelteken de uitspraak van een woord. Zonder koppelteken spreek je ‘mee-eten’ namelijk uit als ‘meeten’.

Wil je samen met je kind oefenen met het koppelteken? Hieronder staan een aantal situaties waarin je kind dit leesteken gebruikt:

  • Samenstellingen met letters, cijfers en afkortingen: Wordt een samenstelling met letters, cijfers en afkortingen verkeerd uitgesproken wanneer je kind de delen direct achter elkaar plakt? tbc-patiënt en geen tbcpatiënt.
  • Leesbaarheid: Veel samenstellingen worden volgens de officiële schrijfwijze aan elkaar geschreven. Toch is het niet per definitie fout als je kind er een koppelteken tussen plaatst. latenachtdienst - late-nachtdienst
  • Klinkerbotsing: Soms is het gebruik van een koppelteken echt nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een klinkerbotsing. Als er twee klinkers achter elkaar staan, kunnen deze ten onrechte op een verkeerde manier uitgesproken worden. skiinstructeur - ski-instructeur
  • Aardrijkskundige namen: Bij het vak aardrijkskunde leert je kind dat aardrijkskundige namen uit twee delen kunnen bestaan. Oost-Nederland
  • Bij een titel: Een titel of rang kan uit twee delen bestaan. Tussen de delen van een titel of rang plaatst je kind een koppelteken. secretaris-generaal
  • Samenkoppeling: Het kan zijn dat twee of meer woorden samen één woord vormen. Dit wordt ook wel een samenkoppeling genoemd. kant-en-klaarmaaltijd
  • Gelijkwaardige woorden: Als twee of meer woorden met elkaar verwisseld kunnen worden, gaat het om gelijkwaardige woorden. rechts-extremistisch
  • Initiaalwoorden: Samenstellingen kunnen beginnen of eindigen met een afkorting. pc-problemen
  • Met vaste voorvoegsels: Sommige woorden hebben een vast voorvoegsel. ‘Ex’, ‘adjunct’, ‘oud’, ‘interim’, ‘chef’, ‘kandidaat’ en ‘assistent’ zijn hier voorbeelden van. assistent-trainer

Apostrof en het Koppelteken

In de Nederlandse taal kan een afkorting een achtervoegsel als -er, -en of -tje krijgen. Leer je kind dat hij tussen een afkorting en het achtervoegsel nooit een koppelteken schrijft. Als een afkorting opgevolgd wordt door een achtervoegsel als -er, -en of -tje, schrijft je kind altijd een apostrof tussen de afkorting en het achtervoegsel en geen koppelteken.

Oefenen met Trema en het Koppelteken

Wanneer schrijf je een trema en wanneer een koppelteken? Een trema is een leesteken dat uit twee puntjes bestaat. Dit leesteken schrijft je kind alleen boven een klinker. Er komen twee puntjes boven de e als een woord anders niet op de juiste manier wordt uitgesproken. Een koppelteken (-) is een leesteken dat gebruikt wordt om delen van woorden met elkaar te verbinden. Er zijn verschillende situaties waarin je kind een koppelteken schrijft.

labels:

Zie ook: