Komkommers en augurken zijn nauw verwant, waarbij komkommers door veredeling rechter, langer en zachter van smaak zijn geworden. Augurken zijn verbeterd om buiten te groeien en een grote opbrengst te geven van kleine, knapperige vruchtjes.

De komkommerplant is eenjarig en heeft een sterke groeikracht. Het is aan te raden om minstens twee planten te zaaien, zodat je niet zonder komt te zitten als er een plant uitvalt. De grote, behaarde bladeren kunnen soms irritatie veroorzaken. Niet alleen bovengronds wordt de komkommerplant groot, het wortelgestel kan onder de grond wel anderhalve meter breeduit groeien.

Zaaien en Kiemen

De ideale kiemtemperatuur van een komkommer is 20 tot 22 graden. Daarom is het aan te raden om komkommers binnenshuis te zaaien. Gebruik een mengsel van potgrond met brekerzand en eventueel perliet of vermiculiet om de waterdoorlaatbaarheid te verbeteren.

Bij de kieming houden komkommers niet van teveel vocht, de zaden kunnen in te natte grond rotten. Door de potgrond te mengen met wat grof zand en eventueel nog wat vermiculiet/perliet verbeter je de waterdoorlaatbaarheid. Vul de potjes tot de rand met het mengsel en duw de zaden dan ongeveer 1 centimeter diep de grond in, je hoeft de grond dan verder niet meer te bedekken met zand of grond of vermiculiet.

Het is belangrijk om niet te vroeg te zaaien, omdat de planten anders te lang binnen moeten blijven staan, wat de kans op ziekten en plagen vergroot.

Teelt onder Glas of in de Volle Grond

De beste teelt van komkommers is onder glas, klimmend in een kas of liggend in een platte bak. De teelt in de buitenlucht kan ook, maar de opbrengst is lager en de kans op problemen groter. Als je geen kas of platte bak hebt, kun je een eenvoudige constructie maken met bijvoorbeeld perspexplaat of plastic tunnels om de planten te beschermen tegen regen en wind. Voor de teelt in de volle grond is wel een mooie zomer nodig, en natuurlijk een redelijk zonnig en warm plekje.

Voor de teelt in de volle grond is wel een mooie zomer nodig, en natuurlijk een redelijk zonnig en warm plekje. Dek de grond waar de komkommer komt een week of 3 van tevoren af met plastic zodat de grond alvast wat kan opwarmen. Heel handig is ook “broeimest”: graaf een flink gat, stort dat vol met stalmest met stro, doe de grond daar weer bovenop. Het voordeel hiervan is dat de stalmest met stro gaat composteren en dat geeft veel bodemwarmte.

Ook komkommers voor kasteelt zaai je wat eerder: begin tot half april binnenshuis (of bij goed weer in de kas maar let dan goed op nachtvorst!!). Plant ze begin mei uit in de kas op ongeveer 60 centimeter van elkaar. Zelf bouwen we een hekwerk van ongeveer 1.80 meter hoog en ook 1.80 breed per kommer.

Water geven en Bemesting

Zaailingen en jonge planten geef je matig water om wortelgroei te stimuleren. Vanaf het moment dat de planten een flinke groeispurt maken, geef je meer water. Volwassen komkommerplanten zijn dorstig en hebben in de zomer ongeveer elke 3 dagen een gieter water per plant nodig. Komkommers vragen een warme, luchtige grond die goed bemest is.

Naast de basisverzorging van het onderspitten van oude stalmest en/of compost geven we hier een week of 3 voor het planten een organische, samengestelde meststof (zoals groene Culterra). Een komkommerplant heeft veel water nodig, zeker wanneer ze al een grote plant is en komkommers geeft. Een bekend tuingezegde is “Een komkommer giet je groot, een meloen giet je dood” (hetgeen uiteraard betekent dat een komkommerplant veel water nodig heeft en een meloenplant juist veel minder).

Bestuiving

Komkommers zijn parthenocarp, wat betekent dat de vrucht uitgroeit zonder bestuiving. Bij bestuiving kunnen er zaden in de komkommer ontstaan, wat de smaak negatief beïnvloedt. Nieuwere komkommerrassen maken vaak alleen vrouwelijke bloemen. Oudere rassen maken ook mannelijke bloemen, wat kan leiden tot bevruchte komkommers.

Maar als een komkommerbloem door insecten wordt bestoven krijg je komkommers die dus ook echte zaden bevatten: deze komkommers worden heel groot, dik en zwaar, vaak lichter groen en gevuld met dikke volle zaden. Het maakt de komkommer oneetbaar (nou ja, dat nou weer niet maar wel droog en bitter van smaak).

Als de bloem open gaat, neem je het gaas weg en wrijf je de meeldraden van een mannelijke bloem over de stamper van de vrouwelijke bloem (met bijvoorbeeld een kwastje of wattenstaafje). Doe dit met meerdere bloemen tot je merkt dat 2 of 3 vruchten zich beginnen te ontwikkelen. Bij de teelt in de kas is er minder kas op kruisbestuiving (tenzij er verschillende rassen komkommers op korte afstand van elkaar buiten of in andere kassen staan).

Snoeien

Er wordt vaak een systeem aangeraden om te snoeien zoals: ’top de plantjes na het vierde blad, houd vier hoofdranken aan aan en snoei de rest weg’. Verder verwijder je eventuele mannelijke bloemen, geef je regelmatig voldoende water. Je zorgt voor lucht door de ramen op een kier te zetten, en controleer regelmatig op vruchten.

Onze ervaring is dat als je een komkommerplant niet snoeit volgens het boekje, je altijd nog wel een stuk of 40 tot 50 komkommers (afhankelijk van het ras) per jaar kunt plukken. Snoeien we dan niet? Jawel hoor: eens per 2 weken halen we scheuten weg die buiten het gemaakte rek willen gaan groeien.

Rassenkeuze

Voor de glasteelt zijn er voornamelijk hybride-rassen te koop en daarnaast kun je ook nog geënte komkommerplanten kopen; goede komkommerrassen (meestal F1-hybriderassen) zijn vaak bestand tegen de schimmelziekte Fusarium, mozaiëkvirus, en hebben een hoge tolerantie tegen meeldauw, etc.

Zelf vinden we voor kasteelt F1 hybriden geschikt. We zijn eigenlijk niet zo’n voorstander van F1-hybriden, gebruiken ze liever niet, maar in geval van komkommers (en koolgewassen) maken we er zeker een uitzondering voor omdat de opbrengst en vooral ziektebestendigheid beter is (in onze ervaring dan).

Afhankelijk van het ras, en buitenteelt of glasteelt worden de komkomertjes zo’n 10 tot 15 centimeter groot. Handig omdat één komkommer vaak precies goed is om mee te nemen naar werk of school, ter garnering, etc. Zelf hebben we de laatste jaren nog steeds 2 komkommerplanten in de kas staan. Maar nu vaak 1 ‘gewone’ komkommer en 1 snackkomkommer.

Tot slot nog even: mocht je de teelt van komkommerplanten in de buitenteelt meerdere keren hebben geprobeerd maar lukt het gewoon niet; overweeg dan eens te kiezen voor Melothria scabra (ook wel Cucamelon, Mexican Sour Gherkin of Muismeloen genoemd). Dit zijn klimmende planten die het prima in de buitenteelt doen, en heel erg veel heel kleine vruchtjes (2 centimeter) geven die smaken naar knapperige komkommer met een vleugje citroen.

Oogsten en Bewaren

Om veel te kunnen oogsten, moet je regelmatig plukken. Plukken bevordert de aanmaak van nieuwe vrouwelijke bloemen en dus vruchten. Bewaar zelfgeteelde komkommers niet in de koelkast, dat is te koud voor ze. Zelf schil ik ze ook wel, zaad eruit en het vruchtvlees snijd ik dan in blokjes van 1 x 1 centimeter en vries die in een zakje in.

Ziekten en Plagen

Komkommers zijn gevoelig voor meeldauw, spint en luis. Verwijder zieke delen van de planten om de oogst te verlengen. Knip alle lelijke/zieke bladeren weg, stukken van aangetaste stengels, etc.. Zo lang de plant nog steeds nieuwe bloempjes en komkommers maakt is ze ‘nog niet klaar’. Door die aangetaste plantdelen te verwijderen kun je soms nog wel 5 tot 10 komkommers in de herfst oogsten.

En ik wil wel graag nog een keer extra benadrukken hoe belangrijk het is om zieke delen van de planten te verwijderen. Komkommers zijn nu eenmaal niet zo sterk, ze zijn gevoelig voor meeldauw, spint, luis, noem maar op. Je kunt op de foto zien hoe lelijk het blad begin oktober is. Toch hebben we (in de kas) de oogst nog een week of 3 kunnen rekken.

Kruisbestuiving en Giftigheid

Komkommers kruisen gemakkelijk met andere rassen en met augurken. Gekruiste komkommerplanten kunnen bittere en licht giftige vruchten bevatten door de cucurbitacinen. Deze komkommers zijn oneetbaar door de bittere smaak.

Daarnaast is er nog iets veel belangrijkers: gekruiste komkommerplanten kunnen bittere en licht giftige vruchten bevatten. Dat giftige (en bittere) komt omdat bij gekruiste planten de vruchten giftige cucurbitacinen bevat. Je hoeft niet bang te zijn dat je per ongeluk zo’n giftige komkommer eet want ze is dan zo bitter dat ze letterlijk oneetbaar is.

Algemene Tips

  • Zaai komkommers van half april tot half mei.
  • Komkommers kunnen geen vorst verdragen.
  • Gebruik potgrond die je luchtiger maakt door er een kwart deel grof zand door te mengen.
  • Geef de zaaisels zoveel water dat de grond vochtig is, maar de grond mag zeker niet te nat blijven.
  • Komkommers houden van veel warmte en kunnen slecht tegen regen en kou, daarom worden ze in Nederland vaak in een kas of platte bak geteeld.
  • Gebruik voor de teelt in een pot een diameter van minimaal 40 centimeter want komkommers zijn grote (slinger)planten.
  • In een pot met potgrond zit voldoende voeding voor 8 weken, daarna zul je bij moeten gaan voeden zodat de planten kunnen blijven groeien en bloeien en komkommers maken.
  • In de volle grond geef je 2 weken voor het uitplanten van de zaailingen voeding.
  • Laten klimmen is handig in een kas of in een kleine tuin want ze neemt dan weinig ruimte in en de planten kunnen makkelijker opdrogen na een regenbui.
  • Laten kruipen is heel handig als je haar in een platte bak teelt of een afdakje voor haar maakt om haar tegen de regen te beschermen.
  • Als je meerdere komkommerplanten wilt planten, plant ze dan voor de kruipende teelt op 150 centimeter van elkaar en voor de klimmende teelt op ongeveer 60 centimeter van elkaar.
  • Pluk niet te laat want dan wordt de komkommer dik en groeien de zaden in de komkommer. De komkommer wordt dan minder sappig en een beetje bitter.
  • Eet geoogste komkommers van eigen tuin dezelfde dag of bewaar ze maximaal nog 2 of 3 dagen op een koele en donkere plaats.

Meloenen Kweken

Meloenen houden van warmte. Ik vind de teelt van meloenen zelf zeker niet altijd even gemakkelijk, het ene jaar gaat het beter dan het andere, onder invloed van het ras, het weer, etc. Ze maakt heel veel blad en stengels, is gevoelig voor meeldauw, kan slecht tegen teveel vocht (en daar hebben we hier aan de kust op vette klei nog wel eens last van). En de opbrengst is niet altijd zo groot als we zouden hopen.

Zaai meloenen bij voorkeur tussen eind maart en eind april voor, bij kamertemperatuur. Ik zaai het liefst gelijk 1 zaadje in 1 potje van 9 centimeter zodat ik niet hoef te verspenen, en de zaailing kan in haar potje na het kiemen gelijk uitgroeien tot een mooie gezonde en forse zaailing. Ik gebruik er potgrond voor die ik wat luchtiger (en water doorlaatbaar) maak door en wat brekerzand en/of vermiculiet door te mengen. Geef de gezaaide meloenenzaadjes voorzichtig water, de grond moet uiteraard vochtig zijn, maar zeker niet kletsnat (de zaden rotten gemakkelijk in te natte grond).

Plant de zaailingen niet te vroeg uit; te kleine wortels, te koude grond of te nat en koel weer zorgen voor iele stilstaande planten die lastig weer verder groeien. Onze ervaring in de kas is ook dat pissebedden jonge meloenzaailingen wel erg lekker vinden.

Als de zaailingen groot genoeg zijn (als er worteltjes onderuit de afwateringsgaten groeien en de zaailingen naast de eerste kiemblaadjes minimaal 3 nieuwe blaadjes heeft) planten we ze uit. In de kas of platte bak kan dat (goed naar de weerberichten kijkend) vanaf eind april/begin mei. In een platte bak hou je een afstand van 1 plant per raam aan, in de kas is het handig om de meloen te laten klimmen zodat ze minder ruimte inneemt. Buiten zoek je het warmste en meest beschutte plekje dat je kunt vinden. Je kunt ook op ‘broeimest’ telen: graaf wat grond uit, vul dat met stalmest waar wat stro in zit tot je een heuveltje hebt en dek dat dan weer af met grond. Plant de zaailingen op het heuveltje in grond (niet in de mest).

Ik heb ook wel eens gezien dat mensen een week of 3 voor het planten van meloenen een stuk zwart plastic spannen over de grond; zo warmt de grond ook wat meer op voor je gaat planten.

Er zijn meloenen in heel veel maten en kleuren. Soms is het verwarrend want meloenen worden wel ingedeeld in soorten en kleuren (zowel de kleur van de schil als de kleur van het vruchtvlees). Denk daarbij aan termen als canteloup, ananasmeloen, suikermeloen, netmeloen, ogenmeloen, etc.. Sommige meloenen zijn gladschillig, soms iets geribd, soms met vlekken. Het gewicht is belangrijk: grote meloenen hebben bijna altijd meer warmte en tijd nodig om te rijpen dan kleine meloentjes. En let dus ook in de beschrijving op informatie over de opbrengst en oogsttijd (en dus geschiktheid voor kas of buiten).

Een bekend gezegde onder moestuinders is: “een komkommer giet je groot, een meloen giet je dood”. Zelf geven we geen buitensporige bemesting; bij teveel stikstof maakt de plant veel blad en stengels maar dat gaat ten koste van de vruchtvorming (en het zorgt ook voor een grotere kans op meeldauw). Wij geven zelf een kleine hoeveelheid Culterra (maar elke samengestelde organische moestuinvoeding is prima).

Vermijd een te vochtige plaats want meeldauw houdt van een hoge luchtvochtigheid. En dat is lastig in de kas maar plant haar dan in ieder geval in de buurt van een raam of vrij dichtbij de deur. In een platte bak kun je het raam op een kier zetten.

In de platte bak plant je 1 zaailing onder 1 ruit, ongeveer in het midden. Top de plant na 4 of 5 bladeren. Dit bevordert de vorming van zijscheuten. Houd 4 zijscheuten aan en leid die naar de 4 hoeken in de bak (je krijgt dan de plant in het midden met een soort kruis naar de hoeken). De overige zijscheuten haal je weg zodat er echt maar 4 hoofdscheuten zijn. Aan die 4 hoofdranken (top ze als ze aan het eind van de bak zijn gekomen) komen dan ook weer zijscheuten. Mocht je het goed willen doen dan top je die zijscheuten allemaal op 2 bladeren na een vrouwelijke bloem (te herkennen aan het minivruchtje achter de bloem).

In de kas neemt een meloen behoorlijk veel ruimte in als ze ligt. We planten 1 zaailing op ongeveer 50 centimeter uit. Meloenen klimmen uit zichzelf niet heel erg goed, het is handig haar af en toe te helpen door hoofdscheuten met een touwtje aan de stokken vast te binden, zeker ook in de buurt waar een meloen hangt. Het snoeien is nu nog lastiger omdat je geen kruis kunt maken. Probeer echter wel om ook hier 4 hoofdscheuten per plant aan te houden en die alle 4 recht omhoog te laten groeien (tot een hoogte van zo’n 150 centimeter. Dan top je haar en gaat ze zijscheuten met bloemen maken. Als ze vruchten gaat vormen kun je ook hier weer na de vorming van een vrucht de stengel op 2 bladeren toppen. Ook hier houd je maximaal zo’n 5 tot 7 meloenen per plant aan, verdere stengels haal je weg.

Een meloen heeft, zoals eerder aangegeven, niet veel water nodig, maar voor een goede groei is er wel voldoende vocht nodig: geef water bij droogte maar zorg dat de grond niet kletsnat blijft, en giet water op de grond bij de wortels, en niet op het blad. Als de grond nog koud is kan het handig zijn om het water eerst iets te op te laten warmen (uiteraard niet warm!).

Meloenplanten, en zeker als ze jong zijn, kunnen slecht tegen de brandende zon; buiten is dat geen probleem maar in de kas of platte bak is het belangrijk om te luchten (mede om schimmelziekten te voorkomen). Daarnaast kun je, afhankelijk van de standplaats onder glas, de ruiten wit kalken (of met behulp van vitrage of iets dergelijks zorgen voor bescherming tegen al te felle zon. De ramen open zetten in kas en platte bak is noodzakelijk om bestuiving door insecten mogelijk te maken.

En ik bestuif de planten zelf ook. Ik doe dat met een kwastje; elke dag dat ik in de kas kom wrijf ik met het kwastje eerst over zoveel mogelijk mannelijke bloemen en vervolgens over de vrouwelijke stampers. Ik probeer dat 2 keer per dag te doen (als ik er ben). Het is niet ideaal, niets of niemand kan zo goed bestuiven als een insect (zoals gieters water ook nooit op wegen tegen een goede bui regen), maar alle beetjes helpen. En laat dus ook vooral zo vaak mogelijk overdag en in de avond de deur van de kas een stukje open staan zodat insecten naar binnen kunnen vliegen.

Bijna alle meloenen verkleuren min of meer bij het rijpen (soms van grijs naar grijsgroen, soms echt opvallend - van een bonte kleur naar helderoranje). Daarnaast herken je een rijpe meloen aan de scheurtjes rond de vruchtsteel. En natuurlijk de geur van het meloenaroma, soms zo sterk dat het bij het openen van de kas de geur je al tegemoet komt.

Oogst meloenen als ze rijp zijn, of halfrijp: dan kunnen de meloenen nog narijpen op de fruitschaal. Onrijpe meloenen plukken heeft weinig zin; die rijpen meestal niet meer, en als ze wel alsnog rijpen zijn ze niet erg lekker (minder zoet en sappig ). Snijd de meloen met een mesje met een stukje steel van de plant (heel rijpe meloenen laten vaak vanzelf van de plant los als je ze oppakt).

Meloenen zijn kruisbestuivers en kruisen heel gemakkelijk met andere rassen (en ook over grotere afstanden). Als je het toch eens wilt proberen, is het raadzaam om in ieder geval met de hand te bestuiven. Laat de uitgekozen meloen helemaal aan de plant rijpen. Haal dan de zaden uit de meloen, was de zaden en laat ze een aantal dagen goed drogen.

Watermeloen

Al jaren kweken wij onze eigen watermeloenen. Makkelijk is het niet. De watermeloenen zijn natuurlijk altijd kleiner dan in landen van oorsprong. Toch is het echt de moeite waard als je een geschikte plek hebt. Watermeloen planten zijn eigenlijk klimmers, maar kan je beter laten kruipen. Vooral een geschikte plek is erg belangrijk.

Watermeloen planten in een kweekkas is heel sterk aan te raden. Op z'n vroegst kan je watermeloen oogsten in de late zomer, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Voor ze goed rijp zijn is de herfst vaak al begonnen. De teelt van watermeloenen is óók deels afhankelijk van een klein beetje geluk. De watermeloen ziet er iets anders uit dan de gewone meloen. Toch is het net als de meloen ook hele naaste familie van de komkommer. De planten uit de komkommerfamilie zijn goed te herkennen aan de groeiwijze met hun kleine, lange hechtrankjes die zich ergens omheen draaien. De watermeloen heeft dit ook en is dus eigenlijk ook een klimplant.

Er zijn veel verschillende soorten watermeloenen. Het ene soort produceert grote vruchten, het andere kleinere. Sommige cilindervormig en de andere mooi rond of ovaal. De meeste soorten maken rood vruchtvlees. Toch zijn er ook nog watermeloensoorten die juist geel vruchtvlees hebben. Wanneer kan je watermeloen zaaien? Watermeloen zaaien of voorzaaien/voorkiemen kan onder glas van maart tot april.

Houd de zaaigrond licht vochtig en zet de potjes op een warm en zonnig plekje. Het makkelijkste is om watermeloen altijd voor te zaaien in afzonderlijke kweekpotjes. Om je zaailingen uit te planten maak je gewoon een gaatje in de grond, waar het kluitje in past. Gebruik het liefst een goed losgemaakte grond (of doe aarde in het plantgat) om dat in te doen.

Op kleigrond groeit een watermeloen wel, maar iets trager. De losse grond maakt het zoeken naar water en voeding veel makkelijker. Kies liever iets wat tussen de twee in zit. Een humusrijke en voedzame bodem, aangevuld met eventueel compost.

Op dikkere grondsoorten doe je er goed aan om nog meer compost en koemest te strooien. Hiermee maak je de bodem stukken luchtiger en beter doorlaatbaar. Watermeloen tolereert bodems waarvan de pH-waarde tussen deze twee waarden in ligt. Links is zuur en rechts is basisch. Een watermeloen staat graag op voedzame grond. Het is dan ook belangrijk om te bemesten. Dit vruchtgewas is net als de meesten van dit formaat een echte grootverbruiker. Wees alleen terughoudend met stikstof, want daar gaat de plant vooral erg veel en groot blad van maken. Dit gaat ten koste van de vruchten.

Ook de bestuiving is een klein aandachtspuntje. Hoewel de watermeloen als plant goed tegen korte periodes van droogte kan, mag je niet vergeten om water te geven. Wanneer je plant kleine vruchtbeginsels heeft, geef je ook veel meer water.

Eigenlijk is de watermeloen totaal ongeschikt om in een pot te zetten. Met een grote pot is het mij echter toch eens gelukt. Je moet een klein beetje het weer mee hebben. Hieronder een tabel met enkele belangrijke verschillen tussen de drie soorten groenten.

Kenmerk Komkommer Meloen Watermeloen
Familie Komkommerachtigen Komkommerachtigen Komkommerachtigen
Waterbehoefte Hoog Laag tot gemiddeld Gemiddeld
Bestuiving Niet altijd nodig Vereist Vereist
Teelt Kas of volle grond Kas of beschutte plek Kas

labels:

Zie ook: