De vraag of christenen varkensvlees mogen eten, is een onderwerp dat vaak ter sprake komt in discussies over geloof, traditie en persoonlijke overtuiging. Om deze vraag te beantwoorden, is het belangrijk om zowel het Oude als het Nieuwe Testament te onderzoeken, evenals de bredere context van de Bijbelse leer over voedsel en reinheid.

Het Oude Testamentische Verbod

In het Oude Testament, met name in Leviticus 11 en Deuteronomium 14, worden specifieke spijswetten genoemd die bepalen welke dieren rein en onrein zijn. Het varken wordt expliciet als onrein bestempeld.

De geboden van de Tora laten er geen twijfel over bestaan: ‘Maar van de herkauwers of de dieren met gespleten hoeven mag u de volgende niet eten … (volgt een opsomming: kameel, klipdas, haas) … het varken, want het heeft wel gespleten hoeven, maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein’ (Lev. 11:7-8; vgl. Deut.

Specifiek in Leviticus 11:7-8 lezen we de bepaling over varkensvlees. Er staat het volgende: ‘‘(…) het varken, want dat heeft wel gespleten hoeven; de hoef is in tweeën gespleten, maar het herkauwt het gekauwde eten niet; dat is voor u onrein. Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.’’

Er wordt vaak gedacht dat de Tora op dit punt ondubbelzinnig is: wie melaats is, moet onrein worden verklaard en zal als onreine door het leven dienen te gaan, met alle consequenties van dien (Lev. 13-14). Het zwijn/varken mag niet worden gegeten. Het is bij uitstek een onrein dier. Naar de precieze reden kan men slechts gissen. Een oude verklaring is te vinden in het werk van de Romeinse historicus Tacitus die in het eerste decennium van de tweede eeuw naar aanleiding van zijn relaas over de verovering van Jeruzalem door Titus in 70 een uitvoerige beschrijving geeft van het joodse volk en zijn religieuze gewoonten en gebruiken: ‘Ze onthouden zich van het eten van varkensvlees ter herinnering aan een ramp, want de schurft waaraan dat dier vaak lijdt had hen zelf ook eens geteisterd’.

Bij andere volken in de antieke wereld -Egyptenaren, Kanaänieten, Babyloniërs - bestond evenwel meer waardering voor zwijnen. Ze werden zelfs als heilig beschouwd. In de Griekse wereld meende men aan hun bloed een reinigende werking te kunnen toeschrijven. In de cultus van de Romeinen speelde het offer van zwijnen een centrale rol.

De jood die zich aan de geboden van de Tora wenste te houden, liep in toenemende mate gevaar door varkens verontreinigd te worden (Jes. 65:4; 66:3,17). Tot een dramatisch dieptepunt kwam het in de jaren 167-164 v.Chr. toen de Syrische koning Antiochus IV pogingen deed het joodse geloof te helleniseren. Besnijdenis en sabbat werden verboden, in de tempel te Jeruzalem werd een altaar opgericht ter ere van de Griekse oppergod Zeus -in de bijbel wordt dit alles aangeduid als ‘de gruwel der verwoesting’ (Dan. 9:27; 11:31; vgl. Mar. 13:14; Mat. 24:15). Vrome Joden werden gedwongen varkensvlees te eten.

Het Nieuwe Testamentische Perspectief

In het Nieuwe Testament zijn er verschillende passages die vaak worden aangehaald in de discussie over het eten van varkensvlees. Jezus leert ons dat wij niet verontreinigd kunnen worden van etenswaren, dus ook niet van varkensvlees. Hij maakt geen onderscheid tussen verschillende etenswaren, maar beoordeelt het geheel over dezelfde maat.

In Marcus 7:14-23 onderwijst Jezus een menigte en zegt het volgende: ‘‘Luister allen naar Mij en begrijp het goed; Er is niets dat van buitenaf de mens binnengaat, dat hem kan verontreinigen; maar de dingen die van hem uitgaan, die zijn het die de mens verontreinigen.’’ Zijn discipelen vroegen Hem vervolgens naar de gelijkenis, waarop Jezus antwoordde: ‘‘Bent ook u zo onwetend? Ziet u niet in dat alles wat van buitenaf de mens binnen gaat, hem niet kan verontreinigen? Want het komt niet in zijn hart maar in zijn buik en gaat in de afzondering naar buiten. Zo wordt al het voedsel gereinigd.’’ Jezus vervolgt dit met: ‘‘wat uit de mens naar buiten komt, dat verontreinigt de mens. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen (…)’’. Jezus noemt op wat ons wél kan verontreinigen; namelijk het kwaad dat uit ons hart komt.

In Handelingen 10 spreekt de Heer met Petrus. In dit hoofdstuk is Petrus op reis en krijgt tijdens zijn reis honger, waarna hij de hemel ziet openen en een groot linnen laken met daarop viervoetige dieren naar hem toekomen. Een stem kwam toen tot hem: “sta op Petrus en slacht het eten!” Maar Petrus wilde dit niet, omdat hij niets wilde eten wat onheilig of onrein zou zijn. Uit het Nieuwe Testament blijkt dat God de wetten van het Oude Testament, ten aanzien van onrein voedsel, tenietgedaan.

In de tweede eeuw, nadat het schisma joden-dom-christendom realiteit is geworden, wordt de christelijke kerk in toenemende mate geconfronteerd met de vraag naar de concrete betekenis van de geboden van de Tora. Is het geoorloofd varkensvlees te eten? De heiden-christelijke kerk kostte het niet veel moeite op die vraag een bevestigend antwoord te geven (vgl. Hand. 10:918; 11:5-18). Maar wat is dan nog de betekenis van de geboden betreffende rein en onrein voedsel? Op die vraag geeft een vroeg-christelijk geschrift een verrassend antwoord: ‘Over het varken zei hij (Mozes): U moet niet omgaan met mensen die als varkens leven. Dus met mensen die wanneer ze in overvloed leven de Heer vergeten, maar wanneer ze tekortkomen de Heer erkennen.

Sommige christenen interpreteren deze passages als een afschaffing van de spijswetten, terwijl anderen geloven dat ze vooral betrekking hebben op de geestelijke reinheid en niet zozeer op letterlijke voedselvoorschriften.

Persoonlijke Vrijheid en Verantwoordelijkheid

Veel christenen geloven dat ze de vrijheid hebben om zelf te beslissen wat ze eten, zolang ze dit met dankzegging doen en rekening houden met de gevoelens van anderen.

IV) Timotheüs 4:4-5 ‘‘Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt.

Romeinen 14:20 ‘‘Breek niet om wat u eet het werk van God af.

Het apostelconvent uit Handelingen 15 is vrij duidelijk, denk ik. We hoeven ons geen extra juk op te laten leggen. Ik lees echter in Hand. 15 en 21, Rom. 14, 1 Kor 8 en 10 dat voor de gelovigen uit de volken geen onderscheid wordg gemaakt in rein en onrein vlees eten.

Als ik zalm eet op vrijdagavond zijn mijn joodse buren blij. Maar als ze me dan adviseren om als ik toch als Jezus wil zijn dan ook maar besnijdenis te doen....dan trek ik een grens. Maar mijn hoofdgedachte is: De Heere heeft ook de spijswetten tot ons welzijn gegeven. Kanker zijn we ook al mee bekend. Iemand zei: ah, kanker, heb je een luxe ziekte? Omdat dat gewoon komt door varkensvlees enzo.... Kortom, geen varkensvlees en dergelijke meer. Maar wat een tegenstand van andere christenen...moeilijk hoor.

Prima, als iemand geen varkensvlees wil eten, omdat hij dat niet gezond of niet lekker vindt. Maar laat iemand vrij als hij meent wel varkensvlees te mogen eten. En als iemand geen varkensvlees eet om de zwakke consientie van zijn broeder niet te bevlekken, heel goed. Maar geef dan wel onderwijs, zodat ook zij tot die juiste kennis en inzicht mogen komen.

Voor het Huis van Israël zij de onreine dieren niet welkom in hun kook- en braadpannen. Ongezond voedsel dient niet te worden gegeten om ziektes en besmettingen te voorkomen. Het gebod staat er en nergens in de Bijbel staat dat de voedselwetten zijn afgeschaft.

Gezondheidsoverwegingen

Sommige mensen kiezen ervoor om geen varkensvlees te eten vanwege gezondheidsredenen. Uit onderzoek blijkt dat er gezondheidsrisico's zijn verbonden aan de consumptie van varkensvlees. God gaf vele richtlijnen en wetten met betrekking tot gezondheid, waaronder dieetwetten, en deze waren allemaal voor de gezondheid en het welzijn van de mensheid (Deuteronomium 10:13). Dit geldt zeker ook voor Gods instructies tegen het eten van varkensvlees.

Recente rapporten van de FAO laten zien dat varkensvlees daarvan met 36 procent het grootste deel uitmaakt, gevolgd door kip (33 procent), rundvlees (24 procent) en geiten- en schapenvlees (5 procent). Een artikel uit 2012 van Psychology Today ("Is Pork Still Dangerous?" [Is varkensvlees nog steeds gevaarlijk]) en een artikel uit 2017 op Healthline.com ("4 Hidden Dangers of Pork" [4 verborgen gevaren van varkensvlees]) wijzen beide op mogelijke gezondheidsrisico's gerelateerd aan de consumptie van varkensvlees.

De Eeuwige gaf aanschouwelijk onderwijs aan de gehele mensheid: kijk eens om je heen: dit is het reine. Dan is het heel vreemd om tegen dat gebod van bouwen en bewaren in te gaan. Ik stel het wat zwart/wit en u moet dit niet zien als een afkeuring, die keuze is geheel aan u. Wat ik wil laten zien is dat er heel veel inconsistentie zit en dat men telkens wegen zoekt om het gebod van de Eeuwige te ontkrachten en terzijde te schuiven.

Conclusie

De vraag of christenen varkensvlees mogen eten, kent geen eenvoudig antwoord. Het is een kwestie van persoonlijke interpretatie van de Bijbel, overtuiging en geweten.

Vleesconsumptie Wereldwijd
Soort Vlees Percentage van Totale Consumptie
Varkensvlees 36%
Kip 33%
Rundvlees 24%
Geiten- en Schapenvlees 5%

labels:

Zie ook: