De vraag of katholieken varkensvlees mogen eten, leidt tot een interessante discussie over spijswetten, Bijbelse interpretaties en de ontwikkeling van christelijke tradities. Dit artikel onderzoekt de oorsprong van het verbod op varkensvlees, de christelijke visie hierop en de verschillen tussen diverse stromingen binnen het christendom.

Oorsprong van het Verbod op Varkensvlees

Het verbod op het consumeren van varkensvlees vindt zijn oorsprong in het Oude Testament. In Leviticus 11 staan de wetten inzake reine en onreine dieren.

Specifiek in Leviticus 11:7-8 lezen we de bepaling over varkensvlees. Er staat het volgende: ‘‘(…) het varken, want dat heeft wel gespleten hoeven; de hoef is in tweeën gespleten, maar het herkauwt het gekauwde eten niet; dat is voor u onrein. Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.’’

De spijswetten zijn voorschriften in de Hebreeuwse Bijbel aan de Israëlieten welke dieren deze wel mogen eten ("reine dieren") en welke niet ("onreine dieren"). Ze mogen van de landdieren bijvoorbeeld alleen herkauwende dieren met gespleten hoeven eten, en daarom geen varkensvlees; verder geen oesters en bepaald gevogelte.

De spijswetten zijn onder meer te vinden in Leviticus 11, in het Hebreeuws ook wel bekend als Wajikra. De joodse versie van de spijswetten heet Kasjroet. Orthodoxe joden hanteren deze spijswetten nog steeds. Gelovige joden, of joden die de traditie respecteren, eten daarom ook geen varkensvlees.

Christelijke Interpretatie van Spijswetten

Als deze duidelijke wet in de Bijbel staat, waarom mogen wij christenen dan nog wel varkensvlees eten?

De meeste christenen beschouwen de spijswetten op hen echter niet van toepassing. Ze beschouwen de spijswetten als ingevoerd ten tijde van onhygiënische leefomstandigheden in de woestijn, waar weinig reinigingsmiddelen zoals schoon water aanwezig waren en voedsel moeilijker gedurende langere tijd goed te houden was.

Christenen en het Oude Testament: Het ligt een beetje aan welke tak van het christendom je het vraagt, maar de meeste christenen zullen zeggen dat de wetten uit het Oude Testament niet voor hen gelden. De christen heeft namelijk een nieuw deel toegevoegd aan het ‘woord van God’: het Nieuwe Testament.

De schrijvers van het Nieuwe Testament maken in meerdere boeken duidelijk dat Jahweh er niet alleen voor de Joden is, maar ook voor de heidenen. Volgens Paulus was het niet nodig om je aan de oude Joodse wet te houden om ‘redding’ te ontvangen. Zo predikte hij dat heidenen zich niet hoefden te besnijden om zich aan te sluiten bij het christendom. Geloof in Jezus was voldoende.

Dat voor niet-Joden andere regels gelden dan voor Joden wordt ook duidelijk in het boek Handelingen der Apostelen. Daar valt te lezen dat de apostel Simon Petrus honger kreeg toen hij op een dak aan het bidden was. Hij zag een tafellaken uit de hemel komen met allemaal (onreine) dieren erop. Hij hoorde een stem zeggen: ‘Kom Petrus, slacht en eet!’

Dat wilde Petrus in eerste instantie niet, want hij had naar eigen zeggen nog nooit iets onreins gegeten. Maar God verzekerde hem dat het voedsel rein was.

In Marcus 7:14-23 onderwijst Jezus een menigte en zegt het volgende: ‘‘Luister allen naar Mij en begrijp het goed; Er is niets dat van buitenaf de mens binnengaat, dat hem kan verontreinigen; maar de dingen die van hem uitgaan, die zijn het die de mens verontreinigen.’’Zijn discipelen vroegen Hem vervolgens naar de gelijkenis, waarop Jezus antwoordde: ‘‘Bent ook u zo onwetend? Ziet u niet in dat alles wat van buitenaf de mens binnen gaat, hem niet kan verontreinigen? Want het komt niet in zijn hart maar in zijn buik en gaat in de afzondering naar buiten. Zo wordt al het voedsel gereinigd.’’

Jezus leert ons dat wij niet verontreinigd kunnen worden van etenswaren, dus ook niet van varkensvlees. Hij maakt geen onderscheid tussen verschillende etenswaren, maar beoordeelt het geheel over dezelfde maat. Jezus vervolgt dit met: ‘‘wat uit de mens naar buiten komt, dat verontreinigt de mens. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen (…)’’. Jezus noemt op wat ons wél kan verontreinigen; namelijk het kwaad dat uit ons hart komt.

In Handelingen 10 spreekt de Heer met Petrus. In dit hoofdstuk is Petrus op reis en krijgt tijdens zijn reis honger, waarna hij de hemel ziet openen en een groot linnen laken met daarop viervoetige dieren naar hem toekomen. Een stem kwam toen tot hem: “sta op Petrus en slacht het eten!” Maar Petrus wilde dit niet, omdat hij niets wilde eten wat onheilig of onrein zou zijn. Uit het Nieuwe Testament blijkt dat God de wetten van het Oude Testament, ten aanzien van onrein voedsel, tenietgedaan.

Andere relevante Bijbelpassages zijn:

  • Romeinen 14:20 ‘‘Breek niet om wat u eet het werk van God af.
  • Timotheüs 4:4-5 ‘‘Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt.

Verschillen Binnen het Christendom

In het christendom zelf hebben wij geen spijswetten. Wel staat er in de Bijbel in Handelingen dat er geen bloed gegeten mag worden, maar wanneer men dit wel eet is het geen zonde zoals in het jodendom of de islam. Dit omdat het christendom een geloof is waar de Bijbel en de traditie op de zelfde hoogte staan. En de traditie leert ons dat het eten van bloed geen probleem. Dus het is geen gebod.

Want we hebben het evangelie als de bron van het christendom en daarbij zijn 2 kanalen om het geloof te beleven namelijk de Schrift of de Bijbel en de traditie. Tijdens de oorlog heeft Benedictus XV beslist dat het eten van bloed geen probleem was omdat er zo zaken als bloedworst gegeten konden worden en er dus meer eten kon gemaakt worden.

Inderdaad ik leer het Rooms Katholieke, maar je moet weten dat er bij reformisten helemaal geen spijswetten zijn. Het is namelijk zo dat zij mogen kiezen of zij dit gebod aanhangen of niet, dit omdat de vrije keuze centraal staat. Er zijn zelfs stromingen binnen de reformisten die handelingen zelfs niet in hun Bijbel hebben staan omdat zij enkel in de Evangeliën geloven.

Dus zelfs vanuit een Rooms-Katholieke geloof kan ik zeggen dat er in het christendom geen spijswetten zijn. Dit omdat wij ook les krijgen van proffen van de evangelische faculteit.

Spijswetten in Andere Religies

Het is interessant om te kijken naar spijswetten in andere religies, zoals het jodendom en de islam, om de context van religieuze voorschriften rondom voeding beter te begrijpen.

Jodendom

Joods voedsel moet koosjer zijn. Dat is het Hebreeuwse woord voor geschikt. Joods voedsel dat buiten de deur bereid is, moet een kasjroet-certificaat hebben. Dat wil zeggen dat het koosjer is.

Joden eten geen dieren die niet herkauwen, zoals varkens, paarden en konijnen. Ook zijn 21 vogelsoorten verboden (allemaal roofvogels). Bloed in vlees wordt door weken en zouten verwijderd. Gladde vissen, zoals paling, worden niet gegeten. Melk en vleesproducten worden afzonderlijk bewaard en gebruikt. Na het eten van vlees wordt er een paar uur lang geen melk gedronken. Vis wordt niet samen met vlees gegeten.

Van vlees zijn reine landdieren (herkauwers met gespleten hoeven zoals rund, schaap, geit en hert) toegestaan. Van gevogelte kip, eend, gans, kalkoen en duif en ook hun eieren, mits er geen bloedvlekje in zit. Vissen met schubben en vinnen zijn toegestaan, net als ritueel geslacht vlees.

Islam

Moslims eten geen: varkensvlees en producten afkomstig van het varken zoals gelatine (wordt vaak gewonnen uit botten of uit huiden van varkens). Ze drinken ook geen alcohol. Moslims eten wel: ritueel geslacht vlees (halal).

Hindoeïsme

Hindoes geloven in reïncarnatie. Een dier kan dus de ziel van een overleden familielid bevatten. Daarom zijn veel hindoes vegetariër. Voor de hindoe is de koe een heilig wezen en daarom zijn rund- en kalfsvlees verboden.

Symboliek van het Varken

Wie in het menselijk verkeer iemand ‘varken’ of ‘zwijn’ noemt, heeft niet de bedoeling de ander een compliment te geven. De identificatie ligt voor de hand en is gemakkelijk gemaakt: een man of vrouw die slordig leeft, zich liederlijk gedraagt en van zijn/haar bestaan een chaos maakt.

Het Hebreeuwse woord voor ‘zwijn’ (chazier) komt in het Oude Testament slechts op een beperkt aantal plaatsen voor (Lev. 11:7; Deut. 14:8; Ps. 80:14; Spr. 11:22; Jes. In het Nieuwe Testament is de Griekse term choi-ros (= zwijn) uitsluitend in enkele passages in de drie synoptische evangeliën te vinden (Mat. 7:6; 8:30-32; Mar. 5:11-16; Luc. 8:32-33; 15:15-16). In één tekst staat het woord hys, ‘zeug’, (2 Petr.

In hun speurtochten naar voedsel zijn varkens/zwijnen voortdurend bezig in de grond te wroeten. Daarbij schijnen ze een voorkeur te hebben voor modderige plekken en wentelen ze zich zelfs met genoegen in de modder. Het was de Spreukendichter niet ontgaan en zijn waardering voor de snuit van het varken was dan ook niet groot: ‘Een mooie vrouw die onverstandig is, is als een gouden ring in de snuit van een varken’ (Spr. 11:22).

Overzicht van Spijswetten in Verschillende Religies

Religie Toegestaan Verboden
Jodendom Herkauwende dieren met gespleten hoeven, vissen met schubben en vinnen, kip, eend, gans, kalkoen, duif Varkens, paarden, konijnen, roofvogels, paling, bloed, combinatie van melk en vlees
Islam Ritueel geslacht vlees (halal) Varkensvlees, alcohol, producten afkomstig van varken (gelatine)
Hindoeïsme Veel hindoes zijn vegetariër Rund- en kalfsvlees (koe is heilig)
Christendom Alles is toegestaan (zie Nieuwe Testament) Sommige stromingen vermijden bloed

labels: #Vlees

Zie ook: