Een boodschap staat of valt met correct taalgebruik en kan ten onder gaan aan clichéwoorden. Woordkeuze is een van de vele factoren die het resultaat van je persbenadering bepalen, maar wel een factor die je snel en gemakkelijk kunt beïnvloeden.

Woorden om te vermijden in persberichten

Journalisten hebben een hekel aan bepaalde woorden. Hier volgt een top 6 van woorden die je beter kunt vermijden, samengesteld op basis van jarenlange ervaring bij mediabedrijven en als PR-consultant:

  1. Uniek: Dit woord wordt te vaak gebruikt en lijkt synoniem te staan voor 'bijzonder'. Echter, iets wat bijzonder is, is niet meteen uniek. Gebruik het alleen als je echt de enige of de eerste bent.
  2. Ontzorgen: Dit is een managementterm die klef klinkt en niet duidelijk maakt wat je bedoelt. Zeg in plaats daarvan dat je de ander werk uit handen neemt.
  3. Welke: Wordt vaak gebruikt als synoniem voor 'die', maar klinkt wollig en oubollig.
  4. In het kader van/ten aanzien van/inzake/met betrekking tot: Ambtelijke, gortdroge begrippen die je beter kunt vervangen door vlottere varianten.
  5. Zelfverheerlijking: Vermijd ronkende termen als 'het meest toonaangevende bedrijf' of 'de beste oplossing'.
  6. Engelse termen: Vermijd Engelse termen zoals outsourcen, kick-off en experience. Gebruik in plaats daarvan 'uitbesteden', 'aftrap' en 'beleving'.

Alternatieven voor synoniemen

Het is raadzaam om synoniemen te gebruiken ter wille van de aantrekkelijkheid van de tekst. Toch is dit lastig omdat veel woorden geen echt synoniem hebben. Als ze wel een synoniem hebben, hoort dat dikwijls thuis in een ander register; vaak is het ene woord een oorspronkelijk Nederlands woord en het andere een leenwoord. Denk aan attitude naast houding, filosoof naast wijsgeer of religie naast godsdienst. In andere gevallen hebben de synoniemen totaal verschillende gevoelswaarden, zodat ze evenmin zomaar door elkaar gebruikt kunnen worden. Denk aan bedrijf, tent en toko of aan jongedame, meisje, grietje en mokkel. Er bestaan drie geschikte methoden:

  • het gebruik van ondergeschikte termen (hyponiemen),
  • van overkoepelende termen (hyperoniemen) en
  • van omschrijvingen (perifrasen).

Hyponiemen

Hyponiemen hebben betrekking op een subcategorie van het woord waar ze het hyponiem van zijn. Ze hebben dus niet dezelfde betekenis, maar ze kunnen in combinatie met andere hyponiemen het oorspronkelijke woorden wel vervangen. Bij voorkeur moet zo’n vervanging functioneel zijn, bijvoorbeeld door voor de lezer nog eens duidelijk te maken uit welke categorieën een bepaald begrip bestaat.

Voorbeeld: De docenten verbonden aan het hoger onderwijs zullen binnenkort voor het eerst in de geschiedenis staken.

Hyperoniemen

Hyperoniemen hebben betrekking op een klasse waartoe het woord behoort waar ze een hyperoniem van zijn. Hoewel ze dus geen synoniem zijn van het bedoelde woord kunnen ze het in teksten toch vervangen, mits ze worden voorafgegaan door een woord dat een inperking van de betekenis aangeeft, bijvoorbeeld een aanwijzend voornaamwoord.

Voorbeeld: In de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn worden naast flats en gewone rijtjeshuizen ook schakelbungalows, patiowoningen en zogenaamde kantoorwoningen gebouwd. Al deze woningen zijn zowel als huur- alsook als koopwoning verkrijgbaar.

Perifrasen

Perifrasen zijn omschrijvingen van een begrip. Zij kunnen naast afwisseling ook nut hebben als verduidelijking of als stilistische verfraaiing.

Voorbeeld: Nu Tibet door China bezet is, is Vaticaanstad de enige op aarde overgebleven theocratie.

Selectiebias in onderzoek

Selection bias is een systematische fout in je onderzoek. Er zijn verschillende potentiële bronnen van selection bias die je onderzoek kunnen beïnvloeden, zowel tijdens de werving van de proefpersonen als tijdens het proces om ervoor te zorgen dat ze het onderzoek voltooien. Selection bias is een algemene term voor afwijkingen in je onderzoek die voortvloeien uit factoren die verband houden met de onderzochte populatie.

Steekproefbias treedt op als sommige leden van de onderzochte populatie minder kans hebben om te worden opgenomen in de steekproef dan andere leden.

Zelfselectiebias ontstaat als individuen geheel zelf beslissen of zij al dan niet aan het onderzoek deelnemen (vrijwillig).

Participatiebias wordt waargenomen als de mensen die niet reageren op een enquête significant verschillen van degenen die wel reageren.

Ondervertegenwoordigingsbias vindt plaats als sommige leden van je populatie niet vertegenwoordigd zijn in de steekproef.

Bij experimenteel onderzoek kan selectiebias worden geminimaliseerd door een correct gebruik van willekeurige toewijzing (randomisatie), zoals dubbele blindering waarbij ervoor wordt gezorgd dat onderzoekers noch participanten weten aan welke groep elke participant is toegewezen. Steekproefbias (sampling bias) kan worden vermeden door de doelpopulatie zorgvuldig te definiëren en waar mogelijk kansberekening toe te passen.

labels: #Ei

Zie ook: