Het spreekwoord "niet op elke slak zout leggen" betekent dat je niet overal een punt van moet maken en niet op de kleinste kleinigheden kritiek moet hebben.

De oorsprong van het spreekwoord

De uitdrukking heeft haar ontstaan te danken aan het volksgeloof dat, wanneer men zout op een slak legt, deze wegsmelt. Het originele spreekwoord is volgens mij "Op iedere slak zout leggen" wat betekent dat je overal een opmerking of punt van maakt. Door deze zin te ontkennen "niet op iedere slak zout leggen" wil je aangeven dat je juiste niet overal een punt van maakt en niet dat je nergens een punt van maakt.

De implicaties van het spreekwoord

Personen die op elke slak zout leggen, worden over het algemeen niet erg geliefd. Ze worden als 'zeikerds' gezien. Juist doordat ze zo vaak kritiek hebben wordt hun kritiek ook minder serieus genomen.

Ja het is goed om op sommige 'spreekwoordelijke slakken' wel zout te leggen, want het is niet goed om geheel kritiekloos door het leven te gaan en alles maar voor zoete koek aan te nemen. Een ander uiterste is inderdaad 'op elke slak zout leggen'.

Maar figuurlijk lijkt me dat het best goed is om op sommige slakken zout te leggen. Er dus kritisch naar te kijken. Maar in die context wordt het nooit gebruikt. Dan zegt met eerder dat men het nog eens onder de loep zal nemen, hetgeen ze ook niet letterlijk zullen doen.

Het is wel goed om soms op elk detail te letten, men bedoelt hiermee dat details ondergeschikt moeten blijven aan het resultaat van de grote lijn, maar soms liggen details zo gevoelig dat men daar niet omheen kan. Om een voorbeeld te geven: vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar het ontkennen van de Holocaust ligt zo gevoelig dat men op die slak i.h.a.

Zout en slakken in de natuur

Ook in de natuur is het zo. Slakken kunnen een plaag in de tuin zijn, maar als je letterlijk alle slakken uitroeit, verstoor je het natuurlijk evenwicht. Als je ze gaat eten, dan moet je dat weer niet doen... De saus is ook het enige wat slakken "lekker" maakt.

Nu, ze gaan wel de pijp uit, maar smelten niet weg. Eigenlijk geldt het voor NAAKTslakken. Vroeger waren mensen daar bang voor.

Het effect van zout op slakken: osmose

Als je zout op een slak strooit, dan krimpt de slak. Tot het uiteindelijk niet meer is dan een hoopje slijm. Dat komt niet doordat de cellen oplossen, maar doordat de cellen uitdrogen. Door een proces dat osmose heet.

Datzelfde proces gebeurt ook in ons lichaam. Onze cellen hebben een celmembraan; dit is de buitenkant van de cel. De celmembraan is half-doorlatend (semi-permeabel): water en zuurstof kunnen er wel doorheen, maar zouten en suiker niet altijd.

Terug naar de celmembraan: als je een cel in zout water zou leggen, zou je denken dat de cel zout op zou nemen: zout verspreid zich immers eerlijk over de ruimte. Toch is dat niet zo. Zout kan namelijk niet door de celmembraan heen. Maar water wel!

En waar veel zout is, is relatief weinig water (als van de 100 deeltjes 5 deeltjes zout zijn, zijn er 95 deeltjes water. Maar als er buiten de cel dan 10 deeltjes van de 100 zout zijn, zijn er maar 90 deeltjes water). En dus verplaatst het water zich!

Of denk aan de slak: als je zout op een slakje legt, krimpt de slak.

Andere spreekwoorden met zout

  • Hij is het zout in de pap niet waard.
  • Een kus zonder baard is een ei zonder zout.
  • Een kus zonder snor is een ei zonder zout.
  • Een ei zonder zout is als een vrouw zonder kout.
  • Om iemand te kennen, moet men eerst een schepel zout met hem gegeten hebben.
  • Ergens geen zak zout eten.
  • Zitten als een zoutzak.
  • Zout en zuur krenkt de natuur.
  • Hij heeft nog iets voor hem in het zout.
  • 't Is een slappe gezouten.

labels:

Zie ook: