Als hobbykippenhouder wil je natuurlijk gezonde en gelukkige kippen. Helaas kunnen kippen ziek worden. Sommige ziekten zijn onschuldig, andere ernstig en besmettelijk. Net als mensen, kunnen ook kippen een verkoudheid oplopen, die soms overgaat op een luchtweginfectie. De bacterie die luchtweginfecties veroorzaakt bij kippen is vrij besmettelijk en kan onder meer via andere vogels en besmet water worden overgedragen op een gezonde kip. Andere ziektemakers die verkoudheid-achtige symptomen kunnen veroorzaken (onder meer sommige virussen) zijn doorgaans even besmettelijk. De gevolgen van een besmetting hangen sterk af van de ernst.

Symptomen van verkoudheid en luchtweginfecties

Een verkoudheid of luchtweginfectie is meestal makkelijk en snel te herkennen bij kippen, omdat een kip dan vaak niest. Dit lijkt vaak onschuldig, maar als het niet wordt behandeld kan het iets vervelends worden. Dit wordt ook vaak snot genoemd. Over het algemeen treden de volgende symptomen op bij verkoudheid en bijhorende luchtweginfecties:

  • Niezen
  • Verstopte neus en vloeistof uit neus
  • Hoesten of rochelen
  • Piepend geluid bij ademen
  • Verstopping die leidt tot gezwollen hoofd en ogen
  • Belletjes bij/in de ogen
  • Bol in de veren
  • Weinig activiteit
  • Eetlust verminderd
  • Er worden minder eieren gelegd

Bij een verstopping, dus een gezwollen hoofd en dikke ogen is het belangrijk je kippen extra in de gaten te houden. Ze hebben dan ook vaak minder eetlust en verliezen gewicht. Hierdoor is de kans groter dat ze andere infecties oplopen.

Het kan natuurlijk eens voorkomen dat kippen verkouden worden en daardoor niezen.

De neusgaten controleren

De neusgaten horen eruit te zien als een kleine holte. Als je bij jouw kip geen holte ziet, dan zijn de neusgaten verstopt. De inhoud lijkt een beetje op witte kalk. Dit kan komen door zand, een graantje, ander vuil en door snot. Het is een goed idee om de verstopping weg te halen.

Ons advies om een verstopte neus te behandelen:

  1. Maak een washandje goed nat met lauw water.
  2. Houdt deze washand zolang als mogelijk op de neusgaten van je kip, zodat de viezigheid week wordt. Dit gaat het makkelijkste als je je kip opschoot neemt.
  3. Probeer vervolgens voorzichtig, met een houten tandenstoker, de viezigheid eruit te peuteren.
  4. Heb je het idee dat het opgedroogd snot is? Doe dan Luchtwegmix in het water.

Oorzaken van verkoudheid/luchtweginfecties en snot (CRD)

Slechte ventilatie, vochtige bodembedekking of stress.

Preventie van verkoudheid en luchtweginfecties

De kans op een verkoudheid kan flink verkleind worden, een goed verblijf is het halve werk!

Wat is daarbij belangrijk?

  • Een goed geventileerd kippenhok
  • Lagere luchtvochtigheid door je kippenhok te behandelen met witkalk
  • Ververs dagelijks het water, voeg een boost voor het immuunsysteem toe
  • Zorg dat de drink- en voerbakken altijd op hoogte staan, dit voorkomt verspreiding van infecties
  • Comfortabele temperatuur
  • Gebruik goede bodembedekking die weinig stof veroorzaakt

Voor de kip geldt dat de kans op besmetting groter is bij een lage weerstand. De weerstand kan lager zijn door stress, de rui, andere infecties of door voedingstekorten.

Behandeling van verkoudheid en luchtweginfecties

Een luchtweginfectie bij kippen is erg gevaarlijk en dit moet je altijd op tijd behandelen.

Je kunt een verkoudheid bij je kippen behandelen met het 100% natuurlijke middel Con Brio van Vita Vogel.

Wanneer er na een behandeling met Con Brio nog steeds symptomen zijn is een eenvoudige antibioticakuur meestal voldoende om de kip volledig te laten genezen. Een antibioticakuur kan alleen de dierenarts voorschrijven. Ook is het goed om te kijken naar mogelijke oorzaken in het verblijf of voedsel van de kippen om dit te veranderen waar het nodig is.

Bij uitblijven van een behandeling kan de infectie verergeren en leiden tot besmetting bij de andere kippen. Ook kunnen sommige symptomen, zelfs wanneer er later alsnog is behandeld, altijd aanwezig blijven. Een kip die niest, hoeft niet altijd een probleem te zijn na een behandeling, maar je moet dit wel goed in de gaten houden!

Middelen tegen verkoudheid en luchtweginfecties

Bij een verkoudheid en luchtweginfectie bij kippen kan het toevoegen van eiwitrijke snacks, multivitamines en Con Brio van Vita Vogel voldoende zijn. Bij ernstigere infecties kan een dierenarts antibiotica voorschrijven.

Veelvoorkomende kippenziekten

In dit artikel bespreken we de meest voorkomende kippenziekten, hun symptomen en vooral: hoe je ze kunt voorkomen!

1. Coccidiose

Coccidiose is een parasitaire darmziekte die vooral jonge kippen treft.

Symptomen van Coccidiose

  • Sufheid en lusteloosheid
  • Bloed in de ontlasting
  • Verminderde eetlust
  • Opgeblazen veren

Oorzaken van Coccidiose

Parasieten (coccidiën) in darmen via besmette uitwerpselen.

Preventie van Coccidiose

  • Zorg voor een schoon en droog hok
  • Gebruik preventief coccidiostatica bij kuikens
  • Geef kippengrit voor betere spijsvertering

2. Verkoudheid/luchtweginfecties en snot (CRD)

Ademhalingsziekte vaak veroorzaakt door Mycoplasma-bacteriën.

Symptomen van Verkoudheid/luchtweginfecties en snot (CRD)

  • Niezen en snot uit de neus
  • Piepend ademhalen
  • Opgezette kop en gezwollen ogen

Preventie van Verkoudheid/luchtweginfecties en snot (CRD)

  • Goed geventileerd hok zonder tocht
  • Vermijd overbevolking
  • Gevarieerd dieet voor sterk immuunsysteem

3. Worminfecties

Kippen krijgen last van wormen zoals spoelwormen, lintwormen en haarwormen.

Symptomen van worminfectie bij kippen

  • Vermagering ondanks eetlust
  • Bleke kam en lellen
  • Slijmerige of waterige ontlasting

Preventie van worminfectie bij kippen

  • Regelmatige wormkuur
  • Schoon hok en ren
  • Regelmatig bodemstrooisel wisselen

4. Bumblefoot (voetzoolzweer)

Voetzoolontsteking, vaak veroorzaakt door scherpe ondergronden.

Symptomen van Bumblefoot (voetzoolzweer)

  • Kreupelheid
  • Gezwollen, rode poot
  • Zwarte korst onder de poot

Preventie van Bumblefoot (voetzoolzweer)

  • Zacht bodemmateriaal (stro of zand)
  • Schone zitstokken zonder splinters
  • Regelmatige controle poten

5. Legnood

Ei blijft vastzitten in eileider, gevaarlijk voor kippen.

Symptomen van Legnood Kippen

  • Opgezette buik
  • Moeite met leggen

Preventie van Legnood Kippen

  • Geef calcium en grit
  • Zorg voor schone en comfortabele legplekken

Infectieuze Coryza

Infectieuze Coryza wordt veroorzaakt door de bacterie Avibacterium paragallinarum, vroeger ook Haemophilus paragallinarum genoemd. De infectieroute verloopt via het oog- en neusslijmvlies. Afwijkingen zijn zichtbaar vanaf drie dagen na besmetting en kunnen zich binnen tien dagen vertonen in de gehele koppel. Besmette dragers zijn van belang bij de verspreiding van de bacterie. Verspreiding vindt plaats via neusslijm, direct contact, waterdruppels in de lucht of via drinkwater. De bacterie wordt niet via de eieren verspreid. De bacterie overleeft buiten de kip relatief kort: maximaal twee dagen. De bacterie sterft door UV-licht (zonlicht), uitdroging en desinfectantia. Een eenmaal besmet koppel zal gedurende het gehele leven dragers bevatten. Eiproductie daling van 10-40%. Over het algemeen duren de ziekteverschijnselen twee tot drie weken. De klinische verschijnselen kunnen verward worden met infecties van Mycoplasma gallisepticum, Mycoplasma synoviae, Pasteurella multocida, Ornithobacterium rhinotracheale, E. coli, TRT, IB, AI en NCD. Combinaties van één van deze ziektekiemen met de Coryzabacterie zullen het ziekteprobleem verergeren. Zeker bij vleeskuikens met een E.

Het klinische beeld van Coryza kan sterk variëren. In ernstige gevallen is er sprake van een ontsteking van de voorste luchtwegen die gepaard gaan met neusuitvloeiing en dikke koppen. Het legpercentage kan afnemen met 10-40% en er kan oplopende sterfte worden waargenomen.

Diagnose van Coryza

Een waarschijnlijkheidsdiagnose kan gemaakt worden op basis van de klinische verschijnselen en het sectiebeeld. Bevestiging moet komen uit een speciale bacteriologisch kweekmethode van monsters uit de neusbijholten van het levende aangetaste dier, waarbij de bacterie gekweekt kan worden. Dit heeft als voordeel dat indien de bacterie wordt aangetoond er vrijwel altijd een relatie is met de klinische ziekte, een nadeel is echter dat een kweek snel moet worden ingezet. Buiten het dier sterft de bacterie namelijk snel.

Voor kweek kunnen daarom het beste levende dieren naar GD worden gestuurd, dieren met een dikke kop of snot uit de neusholte zijn hiervoor zeer geschikt. Naast de kweekmethode is het ook mogelijk de bacterie aan te tonen met een PCR test. De Coryza PCR is gevoeliger dan de kweekmethode, hiermee kunnen ook dragers worden opgespoord. De uitslag van de PCR moet daardoor wel worden beoordeeld in combinatie met klinische verschijnselen. Bij klinisch zieke dieren kan een swab worden genomen van de neusuitvloeiing in de (bij)neusholten of choanaspleet.

Maatregelen bij uitbraak van Coryza

  1. Houd er rekening mee dat de productiedaling, de voeropnamedaling of de uitval de normen van de meldingsplicht kunnen overschrijden.
  2. Informeer de leveranciers (trays, voer), de afnemers (ei, mest, Rendac) uw dierenarts en uw voorlichter(s).
  3. Vraag advies aan uw dierenarts en voorlichter met betrekking tot behandeling en verzorging. Antibioticumbehandeling (raadpleeg hiervoor uw dierenarts). Langdurige koppelbehandelingen met (doxy/oxy)tetracyclinen, tylosine, erythromycine of fluoroquinolones moeten effectief zijn, maar economisch minder aantrekkelijk in verband met de wachttijden van de producten.
  4. Indien de ziekte optreedt bij dieren met een uitloop, dan moeten deze worden opgehokt gedurende de periode van klinische ziekteverschijnselen. Overleg met de dierenarts over het schrijven van een verklaring van klinisch ziek zijn.
  5. Houd rekening met contacten met andere buurtbedrijven en bedrijfslocaties. Laat geen auto's doorrijden tot aan de stal; blokkeer deze rijroutes. Nog strengere hygiënemaatregelen dienen genomen te worden om verspreiding vanuit de stal te voorkomen, dit geldt ook voor de pluimveehouder. Voor het betreden van de stal eigen kleding uit, minimaal de handen wassen en bedrijfskleding aantrekken. Bij het lopen over het bedrijfsterrein bedrijfsschoeisel dragen. In het hok specifiek stalkleding en-schoeisel. Laat pertinent geen bezoekers toe in de stal. Bij het verlaten van de stal stalschoeisel uittrekken en handen wassen. Bij het verlaten van het terrein bedrijfskleding en bedrijfsschoeisel uittrekken. Bij voorkeur hierna douchen.

Preventie van verspreiding van Coryza

Mest is een mogelijke besmettingsbron. De bacterie kan hierin meerdere dagen overleven. Lage omgevingstemperaturen verlengen de overlevingstijd. Het bewaren van onafgedekte besmette mest vormt een risico voor pluimvee in de omgeving. Breng de transporteur van de mest op de hoogte van de aanwezigheid van de bacterie. Tijdens transport dienen maatregelen genomen te worden om verspreiding van mest in de omgeving te voorkomen. Informeer de voerleverancier, de eierhandelaar en de Rendac zodat de afvoer van eieren of dode dieren en de aanvoer van voer logistiek kan worden gepland (gevolgd door desinfectie) of dat er één op één transport plaatsvindt (gevolgd door desinfectie). Omdat bulkauto's ook veel lucht verplaatsen - lucht die mogelijk besmette deeltjes bevat - kunnen deze wagens na een bezoek aan een besmet bedrijf beter niet naar een ander pluimveebedrijf rijden voordat reiniging en desinfectie heeft plaatsgevonden.

Bedenk dat bij het vervoer van de dieren ook vervoer van de bacterie plaatsvindt. Waarschuw de transporteur op voorhand dat het om een Coryza besmet koppel gaat. Hij zal maatregelen moeten nemen m.b.t. Verklein de kans op spreiding van stof en mest naar andere stallen door rekening te houden met de windrichting en pas de ventilatie van de stallen die nog niet besmet zijn hierop aan.

Coryza kan niet geëlimineerd worden uit een eenmaal besmet koppel. De ziekte flakkert vaak op door periodes van stress zoals transport en rui. Het ruien van een besmet koppel wordt daarom sterk afgeraden. Houdt er rekening mee dat, ongeacht de behandeling of aanpak, de bacterie levenslang aanwezig blijft in eenmaal besmette koppels. Het opnieuw opflakkeren van de ziekte blijft bij deze koppels steeds mogelijk!

Het is wenselijk de stal na het afvoeren van de dieren af te sluiten en gedurende 3 dagen niet te betreden. Op een éénleeftijdbedrijf kan de reiniging en desinfectie na deze periode op de standaard wijze uitgevoerd worden. Op een meerleeftijdenbedrijf is het goed mogelijk dat de bacterie ook aanwezig is in de andere stal(len). Op dit soort bedrijven kan het zeer moeilijk zijn om de bacterie kwijt te raken.

Vaccinatie tegen Coryza

Voor koppels die een reëel risico op besmetting lopen wordt geadviseerd deze te vaccineren. Bij een beperkte beschikbaarheid van het vaccin zal een prioritering aangehouden kunnen worden:

  • Hoogste prioriteit: Opfok bestemd voor besmette bedrijven met meer leeftijden.
  • Gevolgd door: Opfok bestemd voor uitloopbedrijven binnen de 3km gebieden.

Preventie is allereerst gebaseerd op het voorkomen van een introductie van de bacterie op het bedrijf. Hierbij zijn strenge algemene hygiënemaatregelen belangrijk. Laat geen vervoersmiddelen in de directe nabijheid van de stal komen, beperk het aantal bezoekers (huisverkoop niet in de stal), laat bezoek minimaal de handen wassen (douchen is beter) en stel naast bedrijfskleding en bedrijfsschoeisel, ook stalkleding en stalschoeisel ter beschikking. Besmette bedrijven moeten ervoor zorgen de bacterie niet te verspreiden. Ook hiervoor moeten strenge hygiënemaatregelen genomen worden. Een all in all out systeem is noodzakelijk om de bacterie van het bedrijf te krijgen/kunnen verwijderen. Let hierbij wel op eventuele bedrijven in de directe omgeving. Na reiniging en desinfectie moeten de stallen gedurende een periode van minimaal 2 weken leeg staan.

Vaccinatie wordt gebruikt in gebieden waar de infectiedruk hoog is. In Nederland zijn meerdere vaccins tegen Coryza geregistreerd. Het betreft geïnactiveerde entstoffen die door middel van een injectie moeten worden toegediend. De vaccins bevatten de 3 bekende serotypen. Tussen de serotypen bestaat onvoldoende tot geen kruisimmuniteit. Over het algemeen zal twee keer gevaccineerd moeten worden met minimaal 3 weken tussentijd en de laatste vaccinatie minimaal 4 weken voor de start van de productie. Optimaliseren bedrijfshygiënemanagement om insleep te voorkomen blijft de belangrijkste maatregel. Wanneer de situatie daar aanleiding toe geeft, overleg dan met uw dierenarts de noodzaak en mogelijkheden voor vaccinatie. Mocht dit nodig blijken, geef dan tijdig de opdracht te vaccineren tegen Coryza.

Algemene hygiënemaatregelen

  • Bedrijfsterrein vrij van ongedierte houden. Laat een daarin gespecialiseerd bedrijf een intensief ongediertebestrijdingsprogramma uitvoeren, met name gericht op de wering en bestrijding van muizen en ratten, of het bestaande bestrijdingsprogramma intensiveren. Daarnaast dient de stal vrij van bloedluis te zijn voordat er nieuwe dieren opgezet worden.
  • Houd geen ander gevogelte op het bedrijf (bijvoorbeeld duiven, eenden, ganzen of siervogels). Het binnen de grenzen van het bedrijfsgebied toelaten van personen, dieren en voorwerpen is altijd een risico voor de ondernemer en dient tot een minimum beperkt te worden. Toegang tot de stallen moet zo mogelijk nog sterker beperkt worden. Laat behalve de verzorger(-s) niemand in de stallen toe, tenzij dit strikt noodzakelijk is. Houd staldeuren op slot en haal de sleutel uit het slot.
  • Ideaal is een goede afrastering rond de bedrijfsgebouwen, een afgesloten toegang met bel en een parkeerplaats buiten het hek. Zorg ervoor dat de verzorger(-s) / noodzakelijke bezoeker(-s) het bedrijfsgebied niet betreden voordat de noodzakelijke hygiënische maatregelen zijn getroffen. Hiertoe dient een speciaal daarvoor ingerichte ruimte aanwezig te zijn. Deze ruimte dient aan te sluiten op de omheining en een zichtbare scheiding te vormen tussen het bedrijfsgebied en de buitenwereld. Een douchegelegenheid in deze ruimte is sterk aan te raden. Betreden van het bedrijfsgebied is slechts toegestaan in bedrijfsoverall en bedrijfsschoeisel (laarzen) en na minimaal de handen gewassen te hebben en liefst gedoucht.
  • Zorg voor bedrijfskleding en -schoeisel en aparte kleding en schoeisel per stal. Voor schoeiselontsmetting wordt 2% natronloog of een ander geschikt desinfectiemiddel in de juiste concentratie gebruikt. Door verontreiniging met mest en strooisel gaat de werkzaamheid van een ontsmettingsmiddel achteruit. Chauffeurs van vrachtwagens (voer, eieren of mest) nooit toelaten in de stal en wegwerpoverall en bedrijfseigen schoeisel laten gebruiken. Eiercontainers in de deur aangeven, tenzij de eierbewaarplaats los staat van de stal. Lege containers die aangevoerd worden opnieuw ontsmetten voordat ze gebruikt worden.
  • Overleg met de buren over het uitrijden van mest op belendende percelen. Bij voorkeur geen pluimveemest van onbekende herkomst.

Algemene tips om aandoeningen en ziektes te voorkomen:

  • Hygiëne: Wekelijks schoonmaken hok en zitstokken.
  • Gezonde voeding: Kwalitatief voer met grit en supplementen.
  • Regelmatige controles: Check gedrag, verenpak en gezondheid.
  • Goed geventileerd hok: Voorkom tocht en vocht.

labels: #Kip

Zie ook: