De zomer zat er aan deze kant net op, toen ik op het vliegtuig stapte richting Suriname. Al jaren sluimerde die bestemming in mijn gedachten, dus toen ik mijn collega enthousiast hoorde vertellen over haar thuisland, beschouwde ik dat als een teken. Na drie weken in de parel van het regenwoud keerde ik terug met een mooi kleurtje, twee volle fotokaarten en contrasterende indrukken. Suriname is niet in één woord te bevatten, vandaar: hoog tijd om het zelf te gaan beleven. Deze zes aantrekkingskrachten geven alvast een duwtje in de rug.

1. Natuur

Voor natuurliefhebbers pur sang is Suriname de hemel op aarde, aangezien het land voornamelijk uit ongerepte jungle bestaat. Binnenlandse vluchten droppen je op plaatsen waar de bewoonde wereld in geen velden of wegen te bespeuren is. Kabalebo Nature Resort is een van die plekken, want pas 150 kilometer verderop ligt het eerste buurdorp. Internet stroomde over van de lovende commentaren, dus plande ik een vijfdaags bezoek in mijn onbestaande planning. In het kleine vliegtuig kreeg ik de luxe-plaats naast de piloot en zag ik de jungle onder mijn voeten voorbij razen. Kilometers uitgestrekt groen, net een schilderij, hier en daar opgesmukt met een stroompje. Eenmaal op de bestemming werden mijn wandelschoenen en ik een onafscheidelijk duo; dagelijks leidden natuurkenners tochten door de bossen.

Ik zweette me te pletter, leerde over telefoonbomen en consoorten en luisterde vol verwondering naar de Indiaanse gezangen van de gids. Zwom in de Kabalebo-rivier, lunchte aan watervallen en bedwong de 500 meter hoge Misty Mountain. Ontmoette een aardig stel uit Duitsland dat de hele wereld had rondgereisd, maar bleef toegeven aan de lokroep van de Surinaamse jungle. Mijn eigen ervaring kon hen geen ongelijk geven. Dankzij de verzorgde kamers, heerlijke buffetten en persoonlijke service kun je niet anders dan genieten. Een verblijf in de lodge van Kabalebo is niet goedkoop, maar wie zoekt naar rust en comfort, die vindt het daar.

Drie uur schudden over een stoffige dirt road, nadien vier uur slingeren over de Coppename rivier. De vaarduur is afhankelijk van de droogtegraad; door laag water moesten we de gestrande korjaal (een tot boot omgevormde boomstam) eigenhandig voortslepen. Op het onbewoonde eiland Fungi rolden we de hangmatten uit en zwommen onbezonnen tussen de sidderalen bij zonsondergang. Nadien trakteerde de gids onder de kreunende hitte van oktober op een privéconcert van kerstliedjes. Geen muzikaal hoogtepunt, maar dat werd goedgemaakt met de beklimming van de Voltzberg. Allesbehalve een sinecure, vooral door de steile helling en de acht kilometers die eraan vooraf gingen. Maar daar boven op die top, met mijn hoofd in de wolken en mijn blik op oneindig... Met geen woorden te beschrijven.

Voltzberg en Raleighvallen zijn moeilijk bereikbaar in je eentje, dus is het aan te raden je aan te sluiten bij een tour. Ik vond die van mij last-minute via All Suriname Tours, dat een kantoor in het Queens Hotel in Paramaribo heeft. Laat je bovendien niet misleiden door de naam, want Raleighvallen verwijst naar een gebied met verschillende stroomversnellingen. De Moedervallen zijn de grootste en bieden voortreffelijke verkwikking.

2. Njang Switi! (Smakelijk!)

De wortels van de Surinamers komen uit verschillende hoeken van de wereld en dat proef je. De smaken van de vier voornaamste keukens zijn uiteenlopend, al is rijst een vaste waarde. De Creoolse cuisine pronkt met haar rijst met bruine bonen, al scoort de pom (een ovenschotel op basis van de wortelknollen van tayer) ook hoog.

Bovenaan het Hindoestaanse menu staat roti, een warme wrap met kerrie kip, aardappelen en kousenband. Die laatste is een originele roepnaam voor lange sperziebonen. In Paramaribo duiken de Roopram Roti shops op bij de vleet, maar ik vond Chris Roti shop (aan de Kwattaweg) ook niet mis. De Chinese keuken serveert dan weer tjauwmin of nasi moksie, een mix van Chinese mie of rijst met stukjes geroosterd varken en kip. Ik probeerde een portie bij De Gadri, niet ver van Fort Zeelandia en gezellig gelegen aan de waterkant. Dat restaurant heeft trouwens dagelijks gerechten in promotie.

Het hart van de Javaanse keuken ligt in Blauwgrond, een buitenwijk van Paramaribo. Daar vind je de ene warung (eettent) na de andere. Ik liet de taxichauffeur kiezen en belandde aan tafel bij Renah. Daar waagde ik mezelf aan mijn eerste saoto soep, bereid met stukjes kip, sojascheuten, aardappelsticks, rijstvermicelli en een gekookt ei. Om in hogere Javaanse sferen te komen, bestelde ik ook een dawet, een drankje op basis van citroengrassiroop, koude kokosmelk en maïzenabolletjes. Vaak zijn ze roze van kleur, groen kan ook. Bij de buren gingen de borden nasi-rames vlotjes naar binnen, een mengeling van bami, nasi, goedangan (groente met kokos), geroosterde kip en gele rijst gekookt in kokosmelk.

Voor wie het toch liever bij dagelijkse kost houdt, Zus & Zo en ’t Vat (bij de hotelbuurt in Paramaribo) zijn voorbeelden waar de gangbare spaghetti’s en hamburgers ook op het menu staan. In de buurt van guesthouse TwenTy4 is er ook Souposo, waar je een ruim assortiment aan soepjes vindt. Een populaire eettent voor wie Paramaribo wat beter kent.

3. No Span

“Geen zorgen”, “Maak je niet druk”, “Komt in orde”: het moeten zowat de vaakst weerklinkende antwoorden zijn. De gemiddelde Surinamer mist immers het woord stress in zijn woordenboek, al staan plezier en ontspanning vooraan en dubbel gemarkeerd. De buren haalden hun beste zangtalent boven en het applaus en gefluit voor de heren in de cockpit barstte los. Het was na middernacht Europese tijd, ik was doodmoe en snakte naar een snelle rit richting guesthouse. Al was het aandoenlijk hoe de Surinamers uitgelaten in de armen van hun moederland vielen: haar kinderen kwamen thuis.

Die “no span”-houding blijft al snel plakken, zeker wanneer je in het hartje van de jungle zit. Een knusse hangmat is trouwens de ideale plaats om daarvan te genieten. In de Jeruzalem Bazaar en Afrika Bazaar (allebei in de Saramaccastraat in Paramaribo) vliegen ze je rond de oren. Je koopt er zelfs tweepersoons-exemplaren of klamboes voor een prikje.

4. Puur Avontuur

Wie zonder planning doorheen Suriname reist, krijgt het avontuur er gratis bij. Door de gebrekkige infrastructuur is het helaas niet evident om bezienswaardigheden of natuurplekken solo te bezoeken. Treinen zijn er niet en bussen vertrekken maar zodra ze vol zitten. Het valt evenmin mee een degelijk overzicht te krijgen van de reismogelijkheden met het openbaar vervoer. In het kantoortje aan de Heilige weg in Paramaribo staan een aantal tijdstippen genoteerd, maar dan nog zijn de uren niet gegarandeerd en blijven de stopplaatsen onduidelijk. De minibusjes in Paramaribo zijn echter wel een ritje waard. Ze zijn door de lokale chauffeurs gepimped met stickers en spreuken, stoppen aan zowat iedere straathoek en voeren je de stad rond voor amper 1,25 SRD. Er knalt zwoele muziek door de boxen terwijl de bestuurders het helse verkeer trachten te trotseren.

Privétaxi's naar het binnenland zijn er in overvloed, maar die zijn meteen een stuk duurder. Huurwagens zijn mogelijk in de stad, maar uiteraard niet in het diepe binnenland. In mijn guesthouse ontmoette ik een andere reiziger die een Duitse rugzaktoeriste en mezelf een lift aanbood naar het district Commewijne. Daar bezochten we Fort Oud Amsterdam, met een openluchtmuseum over de slavernijgeschiedenis van Suriname, en Mariënburg, een voormalige suikerrietplantage. Velen fietsen daarheen, maar in de tropische hitte was ik dankbaar voor het rijdend comfort en de airco.

Voor bezoeken aan het binnenland zijn tours de meest comfortabele optie, want in die pakketten zitten het vervoer, accommodatie en de maaltijden vervat. Tijdens die trips zie je veel in een beperkte tijdspanne; handig, omdat doorreizen lastig is. Meestal keer je na een reis terug naar Paramaribo, om van daaruit naar een nieuwe bestemming te vertrekken. Als je buiten het hoogseizoen en alleen reist, kan het even puzzelen zijn om je aan te sluiten bij de tour van je voorkeur, dat gold althans voor mezelf. Eind goed, al goed echter, want ik heb mijn wensenlijstje netjes kunnen afwerken.

Au fond reis ik graag solo, dus besloot ik vanaf het dorpje Brownsweg de beroemde Brownsberg te gaan verkennen. Een tour van daaruit kostte bijna evenveel als vanuit Paramaribo en de privéchauffeurs bleven bij hun onredelijke prijzen, dus trok ik mijn stoute schoenen aan en begon 's ochtends vroeg alleen aan mijn beklimming. De berg hulde zich nog sierlijk in mist en er was geen kat te bespeuren. Na acht kilometer geploeter en een heuse zweetdouche bleek het lot me goed gezind: de eerste taxi die passeerde liet me meteen instappen en bracht me naar de receptie op de top van de berg. Ik was aangenaam verrast door de bezorgdheid van de passagiers en trots dat ik een enkeltje naar boven had uitgespaard. Nadien zat ik van het fenomenale uitzicht te genieten, toen ik als bij wonder de gids tegenkwam die me voordien naar de Raleighvallen begeleid had. Hij gaf me op zijn beurt water en een gratis zitje voor de terugrit. 's Avonds plofte ik moe maar voldaan in de hangmat, met nog meer appreciatie voor Suriname, haar prachtige natuur en haar behulpzame inwoners.

De Brownsberg staat standaard op de lijst van bezienswaardigheden in Suriname. Mooier dan de beklimming zijn de wandelingen naar watervallen die verspreid liggen over de berg. Je bent er één met de natuur en met wat geluk spot je er speciale vogelsoorten, luiaards of tapirs. Boven kun je wegdromen bij een overweldigend uitzicht over het Brokopondo stuwmeer. Je kunt daar ook overnachten in lodges, dan word je ’s ochtends gewekt door kreten van de brulapen. Aan de voet van de berg staan taxi’s van Stinasu, de Surinaamse natuurbeschermingsorganisatie. Zij brengen je tegen een vaste prijs naar boven; indien mogelijk, deel je best met anderen zodat je je eigen vervoerskosten kunt beperken.

5. Tropische Temperaturen

Suriname kent geen vier seizoenen, enkel een afwisseling van droge en regenperiodes. Ik zat net in de herfst en keek uit naar een stevige dosis zon en warmte. Die kreeg ik ook: vooral tijdens de droge maanden klimmen de temperaturen naar gloeiende hoogtes. Ik kwam nog maar net uit de douche of het zweet droop alweer van mijn lijf. Rond de middag was de hitte soms zo drukkend dat iedere inspanning moeite kostte. Tijdens een wandeling in Peperpot, een oude plantage buiten Paramaribo, kwam de regen plots met bakken uit de lucht. Ik was nog nooit zo blij geweest met een stortbui. Die was trouwens ook meteen weer over, dus mijn regenjas is de koffer niet uitgekomen. Het klimaat leverde me een kleurtje op zoals ik er nog nooit een had gehad; al smeerde ik mijn zonnecrème meermaals per dag in alle hoeken. Broederlijk daarnaast in mijn rugzak zat de insectenzalf, de strafste en meest effectieve versie daarvan vond ik trouwens in Chinese buurtwinkeltjes. Daar adviseren ze toeristen Shiling Oil voor de verzachting van muggenbeten en andere pijntjes; ik kon al snel niet meer zonder.

Beide seizoenen hebben zo hun voordelen; er staat veel meer water in de vallen tijdens het regenseizoen. Aan de Brownsberg is de Ireneval een van de mooiste van Suriname, maar toen ik hem bezocht was hij bijna droog. Ook uit de Leoval, die de minste inspanning vergt, gutste met moeite een dun straaltje. Aan de andere kant, ik snakte naar een droge zomer en vond het voortsjouwen van korjalen een ervaring die erbij hoorde. Ik had het dus niet anders gewild. De beklimming van de steile Voltzberg was bovendien een van mijn persoonlijke hoogtepunten, wat in regenseizoen een veel hachelijkere onderneming geweest zou zijn.

6. Picture Time!

Ik ben ervan overtuigd dat je de mooiste herinneringen in je hoofd bewaart, dus blijft de camera vaak in mijn tas zitten. Mijn fototoestel is echter amper van mijn zijde geweken, want Suriname loopt over van schoonheden. Er zijn zoveel contrasten te beleven; de hotelwijk in Paramaribo doet Nederlands aan, de mentaliteit van de Surinamers is er een met een Caraïbische toets, de kleine dorpjes lijken net Afrikaans. Ik maakte stops in Pokigron en Brownsweg, allebei afwijkingen van het toeristische pad. Bakstenen huizen wisselen er elkaar af met houten hutjes, wegen zijn amper aangelegd. De buurtwinkel dient als het lokale café, verse groenten of fruit zijn er zeldzaamheden. In Paramaribo rijzen de houten herenhuizen dan weer statig uit de grond, net buiten de stad ademen oude plantages de landgeschiedenis uit.

Tijdens mijn verblijf wilde ik Suriname zo goed mogelijk leren kennen, maar ik vond mezelf telkens opnieuw in de natuur. Lonely Planet had alleen maar complimenten over voor Bigi Pan (vrij vertaald “grote waterpan”), dus trok ik daarheen. Drie uur buiten Paramaribo ligt Nickerie, waar de korjalen naar niemandsland wachten. Lodges drijven er op het water, rust is heer en meester. Uren varen in het moerasachtige natuurreservaat levert prachtige beelden op: ik spotte er ontelbare vogelsoorten, inclusief mijn eerste rode ibissen. Tijdens zonsondergang keek ik toe hoe de struiken wit en rood kleurden van vogels die aan hun nachtrust begonnen. Flamingo’s dartelden fier rond en maakten nadien sierlijke slingers in de lucht. Er valt zoveel natuurschoon te ontdekken, dat een verrekijker geen overbodige luxe is. In de waterpan kun je ook zelf een ontspannende en verjongende duik nemen, in een natuurlijk modderbad. Er drijven slechts een aantal lodges in Bigi Pan, ik verbleef in Stephanie’s Lodge. De meeste plaatsen bieden enkel hangmatten, maar zij heeft ook bedden. Om extra kosten te vermijden, boek je best rechtstreeks bij haar.

Praktische informatie

Voor een vakantie in Suriname is een visum vereist. Tevens dient je paspoort nog minimaal 6 maanden geldig te zijn bij aankomst. Het prijsniveau in Suriname is lager dan in Nederland. Suriname is een veilige toeristische bestemming te noemen. Echter, net zoals in Nederland en op elke andere bestemming, moet je in Suriname op je hoede zijn. De gezondheidszorg in Suriname, die voorheen van Amerikaans/Europees niveau was, is de laatste jaren enigszins achteruit gegaan. Voor een bezoek aan Suriname zijn inentingen niet verplicht, maar het wordt wel aanbevolen.

Suriname staat bekend als een gastvrij land; wanneer je wordt uitgenodigd voor een bezoek bij iemand thuis is dit gemeend en staat de deur altijd open. Je hoeft geen afspraak te maken, maar kan gewoon onaangekondigd langskomen. De Surinaamse bevolking bestaat uit een mengsel van verschillende etnische groepen.

Etnische Groep Oorsprong
Hindoestanen Aziatische 'contractarbeiders' uit het toenmalige Brits-Indië
Creolen Afstammelingen van ingevoerde slaven uit Afrika
Bosnegers (Busnengre) of Marrons Afstammelingen van gevluchte Afrikaanse slaven
Javanen Nakomelingen van de contractarbeiders uit het toenmalige Nederlands-Indië
Chinezen Nakomelingen van contractarbeiders uit Hongkong of Nederlands-Indië
Indianen De oorspronkelijke bewoners van Suriname

De officiële taal is het Nederlands. Het Surinaams of Sranantongo ontwikkelde zich reeds vroeg tijdens de slaventijd als creoolse taal. In de 12 natuurreservaten en natuurparken kun je kennis maken met de unieke flora en fauna van Suriname.

labels:

Zie ook: