Nederland is een echt aardappelland, zowel qua aantal telers als consumenten. De specialisatie van onze aardappeltelers heeft de Nederlandse aardappel wereldberoemd gemaakt. Deze eigenschappen dragen ook bij aan hoge gemiddelde teeltopbrengsten, dankzij nauwe samenwerking tussen telers, wetenschappelijk onderzoekers, handelaren, levensmiddelendistributeurs, consumentenorganisaties en milieugroeperingen.
De Aardappel: Van Andes naar Wereldwijd Gewas
De aardappel (Solanum) werd voor het eerst ontdekt in de Andes, het grensgebied tussen Peru en Bolivia. In 1562 brachten Spaanse ontdekkingsreizigers de patata-knollen naar Europa. Nederland staat circa tiende op de wereldranglijst ‘aardappelconsumptie’ met 94 kilo per jaar. Wereldwijd zal de vraag alleen maar nog maar stijgen.
Klimaatomstandigheden en Aardappelteelt
Het gematigde zeeklimaat is ideaal voor de aardappelteelt maar zorgt uiteraard ook voor een aantal ‘bijwerkingen’. Hevige regenval kan echter zorgen voor verrotting en een hittegolf voor doorwas, waarbij de aardappel te snel groeit en er knollen buiten de hoofdknol worden gevormd. Warm en nat tegelijk veroorzaakt de bacterieziekte Erwinia waardoor natrot en stengelrot ontstaat en door extreme hitte sterft de aardappelplant af door hoge verdamping en verbranding. Aanhoudend nat weer is spuiten tegen Phytophthora, een bekende en gevreesde schimmel, niet mogelijk vanwege de kans op verspreiding van ziekten.
Bodemgesteldheid en Waterhuishouding
De vruchtbare kleibodem in Flevoland is in basis zeer geschikt voor aardappelteelt. Er is dan wel kans op het ontstaan van ziektes. De aardappelen worden daarom in brede ruggen geteeld, omdat er ook minder watertransport naar diepere lagen plaatsvindt. Het bepalen van de juiste plantafstand, zorgen voor optimale groeiomstandigheden en een uitgekiende bemesting zorgen ook voor opwarming van de bodem en daarmee een goede doorwas. Een goede teelt begint met gezond en gecertificeerd pootgoed en daarmee de zekerheid dat deze gecontroleerd is op virussen en bacteriën. Bij aflevering wordt de partij opnieuw gecontroleerd. Er zijn veel soorten bacteriën die er voor kunnen zorgen dat de de aardappeloogst in klasse wordt verlaagd of afgekeurd.
Teeltfasen van de Aardappel
De teelt omvat een aantal fases: het vormen van de kiemen vanuit de drogestof reserve van de moederknol, de vorming van wortels en stengels, de loofgroei en de knolgroei periode. De smaak van de aardappel wordt mede bepaald door de grond.
Volledig biologisch geteelde aardappelen zijn herkenbaar aan het EKO‑keurmerk. De Meerhof poot haar consumptieaardappelen machinaal in de maanden maart/april, wanneer de grondtemperatuur minimaal 8 tot 10 graden is. Eerst wordt de bovenlaag van circa 5 cm losgemaakt en verwerkt tot kleine ruggen. Al na enkele weken beginnen de aardappels in de rug te groeien en wordt er door middel van een muggenfrees een grotere rug gemaakt. Planten beginnen elkaar te raken, waardoor schimmelvorming moet worden voorkomen.
Aardappelziekte: Phytophthora
De meest bekende en gevreesde schimmel is al eeuwenlang de phytopthora, beter bekend als de aardappelziekte. Bij aantasting van meer dan 5% van de totale teelt is telen zelfs strafbaar. De schimmel tast eerst het blad aan en trekt via de stengel naar de knol. Vervolgens gaat deze hierdoor rotten. Voor een moderne en milieubewuste aardappelteelt is 24-uurs weersinformatie daarom van groot belang. Een andere bekende en nauwelijks beheersbaar ziekte Erwinia, zorgt voor natrot en stengelrot. De kans dat deze ontstaat is altijd aanwezig en besmetting kan niet worden voorkomen.
Oogst en Bewaring
De consumptieaardappels worden door De Meerhof in de maanden augustus tot oktober gerooid. Aardappelen worden in het donker bewaard omdat ze anders groen worden en hard blijven bij het koken. Aardappelen kunnen ook niet tegen de vorst.
Nieuw Onderzoek naar Optimale Plantafstand
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) komt met een nieuw advies voor de optimale plantafstand van TBM-pootgoed. Aanleiding is een onlangs uitgevoerd onderzoek naar de vermeerderingsfactor van bestaande en nieuwe zetmeelaardappelrassen. De nieuwe optimale pootafstanden zijn gebaseerd op een te oogsten pootaardappelaantal van 500.000 per hectare. De efficiëntste rassen bleken Energie, Avarna en Seresta. Deze rassen hebben een vrij ruime pootafstand nodig waardoor minder pootgoed nodig is om de gewenste productie te behalen. Bij de verschillende rassen zetmeelaardappelen zit een verschil van 10 centimeter tussen de pootgoedafstand. Energie heeft hierin de grootste berekende pootafstand van 27 centimeter, direct gevolgd door Avarna en Seresta met 26 centimeter.
Volgens PPO-onderzoeker Wijnholds is dit het eerste onderzoek naar de optimale TBM-pootgoedafstand waarin rekening is gehouden met het aantal kiemen per knol. Tot voor kort luidde het algemene advies om 22,5 stengels per meter rij na te streven voor een maximale pootgoedproductie. Wijnholds: 'Voor het ras Avarna maakt deze benadering nogal verschil. Bij 22,5 stengels per meter rij geldt een rijafstand van zo'n 19 centimeter, terwijl dat in onze berekening 26 centimeter is. Dit komt doordat rassen als Avarna van nature veel knollen per stengel produceren.
Aardappelen in de Moestuin
De oogst van eerste aardappels is elk jaar weer een feestje in de moestuin. Net als bij veel andere groenten zijn er ook van aardappels talloze rassen beschikbaar. De vroege rassen hebben een relatief korte groeiperiode van maximaal 100 dagen en zijn als eerste van de aardappels klaar om geoogst te worden. Bekende vroege rassen zijn bijvoorbeeld Doré en Frieslanders. Dit zijn aardappels die iets later worden gepoot (lees verder voor meer informatie over aardappels poten) en dus ook iets later klaar zijn dan de vroege rassen. Tenslotte zijn er late rassen. Dit zijn aardappels die langer de tijd nodig hebben om uit te groeien tot volwaardige nieuwe piepers. De groei neemt tenminste 150 dagen in beslag. Het nadeel van late rassen is dat de planten vaak last krijgen van aardappelziektes.
Deze ziektes, waarvan Phytophthora de meest bekende en beruchte is, treden vaak in de loop van de zomer op. Vroege rassen, die in het begin van de zomer al geoogst kunnen worden, krijgen dus vaak niet eens de kans om slachtoffer te worden van de beruchte aardappelziektes. Dit is een goede reden om als (beginnende) moestuinier voor een paar lekkere vroege en/of middelvroege rassen te kiezen.
Terminologie
Aardappels worden over het algemeen niet gezaaid maar gepoot. Boeren die op grote schaal aardappels verbouwen, gebruiken echter alleen pootaardappels. De pootaardappels (waarover later meer) worden in de grond gestopt en bedekt met een laagje aarde. Aan de aardappeltjes ontstaan uitlopertjes die de aarde doorworstelen op zoek naar het zonlicht. Deze uitlopers groeien uit tot een plant die boven de grond soms wel een meter hoog kan worden. Deze plant is niet eetbaar. Ondergronds ontstaan er ondertussen allemaal “zijtakjes” waaraan nieuwe babyaardappeltjes groeien. De pootaardappels ontkiemen in een kistje.
Pootaardappelen en Voorkiemen
Nadat je aardappelrassen hebt uitgezocht is het zaak om uit te rekenen hoeveel pootaardappeltjes je nodig hebt. Pootaardappels zijn er in verschillende soorten en maten. De gemiddelde maat is 28 tot 35 millimeter. Een kilo van dit soort pootgoed komt gemiddeld neer op 40 pootaardappels. Dit is genoeg om ongeveer 7 tot 8 vierkante meter mee vol te planten. Zodra je pootaardappeltjes hebt gekocht, kan het echte werk beginnen. De eerste stap in het kweken van aardappels is het voorkiemen.
Voor ik de aardappels poot, kies ik ervoor om de knollen een groeivoorsprong te geven door ze te laten voorkiemen. Om het voorkiemen optimaal te laten verlopen, bekijk ik de aardappel eerst goed: bij veel aardappels is aan één van de korte kanten een navel (deukje) herkenbaar. In een doosje of kistje zet ik de aardappels knus tegen elkaar aan met de navel steeds naar beneden. Als ik de navel niet kan vinden, zet ik de aardappel op een willekeurige manier in het doosje. Het kistje aardappels komt op een koele plek met diffuus licht te staan. Vervolgens is het een kwestie van afwachten tot er uit de ogen (de puntjes die je altijd uit de aardappel snijdt bij het schillen) van de aardappel uitlopers verschijnen. Na een maand zijn er vaak meerdere kleine uitlopertjes ontstaan.
Het Poten van Aardappels
Vroege aardappels kunnen vanaf half maart gepoot worden maar meestal beginnen wij een maandje later. Het poten van de voorgekiemde aardappels houdt in dat het pootgoed (de mini-aardappeltjes) in de grond wordt gestopt en er een rug (bergje) aarde bovenop wordt gelegd. Het mini-aardappeltje ontkiemt verder: er ontstaan nog meer uitlopers en de al bestaande uitlopers groeien uit tot een plant. Aan een soort ondergrondse zijtakjes van deze plant ontstaan de nieuwe baby-aardappels. De oorspronkelijke pootaardappel waaruit de plant is ontstaan, heet nu de moederknol.
Aardappels worden meestal in rijen gepoot. De afstand binnen de rij is 30 tot 40 cm, dus ongeveer 3 aardappels per strekkende meter. De afstand tussen de verschillende rijen is ongeveer 75 cm, maar dit kan per ras verschillen. Op mooie rechte rijen maak ik om de 30 cm een kuiltje van enkele centimeters diep. De pootaardappels zet ik vervolgens in deze kuiltjes, elk aardappeltje met haar uitlopers naar boven gericht. Daarna druk ik elk aardappeltje stevig in de grond zodat de aardappeltjes snel wortels gaan maken.
Na het poten van de aardappeltjes, zullen de eerste blaadjes binnen enkele weken boven de grond komen. In de loop van het seizoen is het belangrijk om op te letten of de ruggen nog wel groot genoeg zijn. Bij een flinke regenbui kan er grond van de rug afspoelen waardoor er mogelijk aardappeltjes bloot komen te liggen. Nieuw gegroeide aardappels die boven de grond komen te liggen, worden groen en oneetbaar. Onkruid wieden zal alleen in het begin van het seizoen nodig zijn.
Oogsten
Vroege aardappels kunnen gemiddeld 100 dagen na het poten geoogst worden. Tijd om de aardappels te rooien, moestuintaal voor knollen uit de grond halen. Je hoeft niet alle aardappels tegelijk uit de grond te halen, je kunt prima naar behoefte oogsten. Je kunt de aardappels ook in de grond laten zitten, ondergronds blijven ze namelijk best goed. In dat geval is het een kwestie van het loof verwijderen en maaltje voor maaltje de piepers uit de grond halen. Neem een spitvork en steek deze diep onder de aardappelplant, op enige afstand van de plant om te voorkomen dat je je piepers meteen aan je spitvork rijgt. Trek met een hand voorzichtig de plant omhoog terwijl je tegelijkertijd met de spitvork de aarde omhoog wipt. De prachtig verse piepers komen nu een voor een tevoorschijn!
Let op dat je ook de kleine aardappeltjes meeneemt, anders zullen ze volgend jaar als onkruid opkomen. Oogst de aardappels bij voorkeur met droog weer. Op deze manier kunnen de piepers op de grond blijven liggen tot ze mooi droog zijn. Op een zonnige dag kan dit na een paar uur al het geval zijn, ook afhankelijk van het type grond. Eenmaal thuis kunnen de aardappels het best droog, koel en donker worden opgeslagen.
Bewaren van Aardappelen
Thuis blijven aardappels het langst goed als ze droog, koel en donker worden opgeslagen. Scheid allereerst de beschadigde en aangegeten aardappels van de mooie, onbeschadigde aardappels. Onze aardappels van eigen kweek eten we in allerlei gerechten, maar uit de oven zijn ze misschien wel het lekkerst!
Extra Tips
- Kiem je best drie à vier weken voor.
- Maak de grond best zo luchtig mogelijk.
- Let op indien je enkel bemest met koe- of stalmest!
Daarnaast zal te veel stikstof nefast zijn voor de kwaliteit van de aardappel. Een tekort aan kalium zal ervoor zorgen dat de aardappelen glazig worden en de houdbaarheid achteruit gaat.
De Charlotte Aardappel
De Charlotte (kruising: Hansa x Danae) is een halfvroeg aardappelras dat tussen 110 à 130 dagen geoogst wordt. De aangeraden minimale plantafstand is 30-35 cm in de rijen en 55-60 cm tussen de rijen (een grotere afstand kan extra beschermen tegen ziektes). Deze pootaardappel is goed bestand/resistent tegen aardappelplaag (Phytophthora), heeft een behoorlijk opbrengst en lange bewaartijd. De geoogste knollen van deze vastkokende plantaardappel zijn lichtgeel met een gele schil en zijn van goede kwaliteit om in de keuken te gebruiken (koken, bakken, salade).
Tip: bij eventuele bemesting is Kalium de belangrijkste en zorgt voor de stevigheid van de plant en verhoogt de weerstand tegen ziektes, plagen en droogte. Fosfor, die voor de ontwikkeling van de wortels van de planten zorgt, wordt beter met mate toegevoegd en stikstof om het niet verslappen van de plant, beter vermeden.
Moderne Aardappelteelt
Vooraf het teeltseizoen worden alle percelen in kaart gebracht en bodemdata verzameld. Op elke perceel wordt een bodemscan uitgevoerd. Een bodemscan dient als basis voor een teeltseizoen waarmee verschillende teeltmaatregelen variabel uitgevoerd kunnen worden. Met de bodemscan wordt de bodemgeleidbaarheid, EC gemeten.
Om de voedingstoffen voor de plant niet verloren te laten gaan wordt drijfmest in de grond geïnjecteerd. Voordat de aardappels gepoot kunnen worden, wordt er een grondbewerking uitgevoerd om het land klaar te maken voor de aardappels. Van den Borne aardappelen teelt verschillende rassen om zo het risico te kunnen spreiden en een spreiding te maken in het moment van rooien.
Ziektebestrijding
Nadat de aardappelen zijn gepoot is het belangrijk om het gewas ziekte vrij te houden en de onkruiden te onderdrukken. De meest voorkomende aardappelziekte is de schimmel Phytophthora infestans. Nadat de aardappelen zijn gepoot, worden deze ziektevrij gehouden. Een eerste bespuiting tegen Phytophthora vindt plaats als de aardappelen 15 cm boven de grond staan.
Beregening
In de zomermaanden kan het voorkomen dat de aardappelpercelen beregend moeten worden. Gezien de zandgrond snel zijn vocht verliest kan zonder beregening groei belemmering optreden door vochtgebrek.
Bewaringstechnologie
De bewaring betekent: De geoogste kwaliteit zo lang mogelijk handhaven en de verliezen tot een minimum te beperken. De aardappel is een levend organisme dat ook tijdens de bewaring verder ademt. Zodra de aardappelen zijn opgeslagen moet het meest optimale klimaat voor de aardappelen worden nagestreefd, om de aardappelen gedurende een paar maanden te bewaren zonder kwaliteitsverlies. Dit gehele systeem is afkomstig van Tolsma-Grisnich.
Met dit programma kan de regeltemperatuur van het product beter worden gecontroleerd waardoor minder gewichtsverlies en een lager energieverbruik wordt bereikt. Deze winst wordt behaald omdat de momenten waarop koude buitenlucht beschikbaar is beter wordt benut.
labels: #Aardappel
Zie ook:
- Vlees bij Gebakken Aardappelen: De Beste Combinaties & Recepten!
- Nieuwe Aardappelen Koken: Hoe Lang voor de Perfecte Garing?
- Recepten met Gerookte Zalm en Aardappelen: Snel, Simpel en Smakelijk
- Heikamp Pannenkoeken: 2e Pannenkoek Gratis Actie & Reviews!
- Hoelang spaghettisaus koken: De perfecte kooktijd voor smaak




