Fruit staat in de Schijf van Vijf. Het is een verzamelnaam voor eetbare vruchten die meestal rauw worden gegeten en zoet of zuur smaken. Fruit levert weinig calorieën en veel voedingsstoffen. Het is goed voor de gezondheid en hangt samen met een lager risico op hart- en vaatziekten. Het advies voor volwassenen is om minimaal 2 porties (200 gram) fruit per dag te eten en fruit niet te vervangen door sap.
Soorten Fruit
Er zijn verschillende soorten fruit, waaronder:
- Citrusfruit, zoals sinaasappels, citroenen en mandarijnen.
- Ander exotisch fruit, zoals bananen, kiwi’s en ananassen.
Hardfruit
Hard fruit, ook wel pitfruit genoemd, omvat diverse soorten appels en peren, en andere harde fruitsoorten. Appels en peren zijn het hele jaar door te koop uit Nederland.
Appels
De appel is de meest gegeten vrucht in Nederland. Iedereen eet ongeveer 20 kilogram appels per jaar. Appels bevatten weinig vitamine C.
De productiegebieden van appelen en peren zijn verspreid over de gehele wereld. Hierdoor zijn wij in staat om verschillende variëteiten aan te bieden. Smaak, kleur en hardheid zijn naast de prijs voor ons de belangrijkste criteria.Door de goede contacten met onze telers kunnen wij onze appelen en peren in de verschillende maten en de verpakkingen aanbieden.Onze appelen komen uit Nieuw Zeeland, Chili, Zuid-Afrika en Polen. Wij voeren de volgende variëteiten: Granny Smith, Royal Gala, Pink Lady, Jonagold, Jonagored, Braeburn, Elstar, Golden Delicious, Idared en Red Chief.
Hieronder ziet u de verschillende soorten hardfruit die wij vermarkten aan wederverkopers in heel Zeeland, dus ook in Zeeuws-Vlaanderen. Hof Fruit werkt vanuit Heinkenszand voor heel Zeeland, en ook vlak over de grens in België. U kunt sorteren op de maand waarin het product beschikbaar is. Zoals u ziet treden wij als tussenpersoon op voor de verkoop van veel soorten appels en peren. U denkt wellicht dat u de verkoop van uw appels en peren aan wederverkopers goed zelf kunt doen. Het biedt echter zeker voordelen om de werkzaamheden rondom de verkoop uit te besteden aan een commissionair die optreedt als fruithandel. Zo vergroot u de kans dat u een goede prijs krijgt voor uw appels en peren, iets wat steeds moeilijker wordt. We gaan de onderhandelingen vaak in zonder uw naam of die van uw bedrijf kenbaar te maken aan de wederverkoper, zodat we de onderhandelingen zo onbevangen mogelijk kunnen doen. We kunnen de onderhandelingen bij de wederverkoop natuurlijk op verschillende manieren ingaan. We zoeken altijd de onderhandelingsstijl die past bij u, uw bedrijf, de producten én de aankopende partij. Bespreek daarom alle mogelijkheden voor het verkopen van uw hardfruit in Zeeland, zoals in Zeeuws-Vlaanderen, met ons. Alkmene is een oranjerode appel op een gele ondergrond. De vruchten hebben een Cox’s-aroma: zoetzuur. Het vruchtvlees is roomwit en vrij stevig tot tamelijk hard. Het ras is in Duitsland ontstaan uit een kruising van Geheimrat Dr. Braeburn is een appelras uit Nieuw-Zeeland. Het is waarschijnlijk een kruising tussen Granny Smith en Lady Hamilton. Deze appel is zeer stevig en heeft een licht zoete smaak. Cox O.P. Cox’s Orange Pippin, in spreektaal ook simpelweg Cox genoemd, is een kleine, bleekgroene appel, die bij het rijper worden geelgroen met oranjerode blos en strepen kleurt. Het ras is in Engeland gekweekt door kweker Richard Cox uit Slough, Buckinghamshire en werd in de handel gebracht door Charles Turner in 1850. Cox’s Orange Pippin kan geplukt worden vanaf half september tot begin oktober en kan onder speciale omstandigheden (ULO-bewaring) tot half april bewaard worden. Cox’s Orange Pippin wordt geroemd om zijn goede smaak (sappig, zoet met een rijke en herkenbare smaak). De vruchten hebben een sterk eigen aroma, het zogenaamde Cox’s-aroma. Het vruchtvlees is tamelijk vast. Het klinkt alsof het iets met Spanje of Carnaval te maken heeft, maar dat is schijn. Delbare Estival is de opvolger van de James Grieve. Elstar is een appel met een rode blos op een geelgroene ondergrond. Er zijn echter zeer veel kleurmutanten van helderrood tot donkerrood. In tegenstelling tot Jonagold smaken appels zonder blos ook goed. De smaak heeft een karakteristiek aroma. Het vruchtvlees is roomwit en sappig. Elstar kan wel in het appelgebak, maar houdt veel vocht vast. Dit kan gecompenseerd worden door middel van gedroogde vruchten. Het ras is rond 1955 ontstaan uit een kruising van Golden Delicious met Ingrid Marie door Arie Schaap (1920-1968) onder leiding van veredelaar Tijs Visser. De kruising- en selectieproeven vonden plaats in het voormalige Instituut voor Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT) te Wageningen, dat is opgegaan in het huidige Plant Research International (PRI) dat zeer nauw samenwerkt met de vakgroep plantenveredeling van de Wageningen Universiteit. Tussen 1957 en 1965 stonden de proefbomen op het land van Tijssen uit Elst. In 1959 en 1960 werden de selecties uit de eerste vruchten gemaakt. Tussen 1960 en 1962 groeiden bomen van de geselecteerde vruchten op welke in 1963 en 1964 vruchten droegen. Tussen 1965 en 1970 spitsten de selecties zich toe op het uiteindelijke resultaat. Van 1971 tot 1977 vond de onafhankelijke toetsing plaats op het toenmalige proefstation voor de fruitteelt in Wilhelminadorp. De eerste tijd werd de appel enkel met nummer IVT 5544-240 aangeduid, maar twee jaar na het overlijden van Schaap werd er een commerciële naam voor bedacht. Men zocht het daarbij in een samentrekking van de naam van zijn woonplaats Elst in de gemeenteOverbetuwe en zijn voornaam. Via ‘Elstarie’ (Arie uit Elst) werd het uiteindelijk ‘Elstar’, waar ook het Engelse woord ‘star’ in zit, dus met alleen de eerste twee letters van zijn voornaam. In 2006 bestond 45 procent (4321 ha) van het in Nederland aanwezige appelareaal (9562 ha) uit Elstar. In Nederland behoort Elstar tot de door de consument hoogst gewaardeerde appelsoorten. Elstar kan geplukt worden vanaf de tweede week van september tot eind september en is tot eind april goed bewaarbaar. De appel is in 1939 gekweekt door J.H. Kidd in Greytown, Nieuw-Zeeland uit een kruising van Kidd’s Orange met Golden Delicious. De appel heeft geelwit, sappig vruchtvlees en is wat zoet en flauw van smaak. Het zuurgehalte is vrij laag. Gala kan in Nederland geplukt worden vanaf half september tot de vierdeweek van september. De appel is tot eind februari onder ULO-omstandigheden te bewaren. Gloster is een zeer productieve, donkerrode tot paarsrode bewaarappel met een matige tot vrij goede, friszure smaak. De ondergrond is groengeel. Het vruchtvlees is zacht en groengeel van kleur en zuur van smaak. Het is een tamelijk grote, kegelvormige appel, die aan de neus sterk geribd is. Het ras is in 1951 ontstaan als cultivar uit een kruising gemaakt door het Obstbauversuchsanstalt in Jork/Altes Land, Duitsland en alsGloster 69 in de handel gekomen in 1969. Kenmerkend zijn de lenticellen. Het is een sterk groeiende boom, die vooral in de beginjaren uitgebogen moet worden. De appels kunnen in de koelcel bij 1 tot 2°C tot half februari bewaard worden. De Golden delicious is een groengele appel die bij het rijpen steeds geler wordt en rode blosjes krijgt. Het vruchtvlees is zoet en sappig. De appel heeft zijn naam te danken aan zijn toenemende gele kleur (golden) en zijn sappigheid (delicious). Hij is ontdekt in de Verenigde Staten aan het einde van de negentiende eeuw tussen toevalszaailingen. Hij is geschikt voor sapproductie, gebaksvulling en appelmoes. Vroeger werd deze appel banaanappel genoemd, vanwege de vettige gele schil en de zoete smaak. De Idared is een grootvruchtige, geelgroene appel met een rode blos. De appel is tamelijk zuur en heeft weinig aroma. Het suikergehalte is laag. Leif Verner van het Idaho Agricultural Experiment Station te Moscow in de Verenigde Staten heeft het ras gekweekt. De appel kan geplukt worden in de tweede helft van oktober en is in het koelhuis bij 3 °C tot 5 °C tot januari te bewaren en bij CA-bewaring tot eind juni. In de bewaring is de vrucht vatbaar voor Jonathanspot. Jonagold (Malus domestica ‘Jonagold’) is een appelras. Deze ontstond in de Verenigde Staten en is in Europa geïntroduceerd eind jaren 60 van de 20e eeuw, via Jef De Coster (1930-2010) (Zuurbemde, België).[1] Het ras is daardoor veel aangeplant in de Sint-Truidense fruitstreek in het Limburgse Haspengouw. Jonagold is in 2006 in Nederland de op één na meest geteelde appel: 1782 ha (19%) op een totaal van 9562 ha. Elstar is de meest geteelde appel. De Jonagored is een kleurmutant van het appelras Jonagold ontdekt door de Belgische boomkweker Jos Morren uit het Limburgse Halen. Dit triploïde ras is vorstgevoelig, net als de standaard Jonagold. Dit toont zich door het droogvriezen van hele bloemtrossen en de zogenaamde stropdassen (vorststrepen) op de vrucht. De kleur van Jonagored is donkerder dan die van de standaard Jonagold. De Junami is een appel met een rode blos op een bleek geelgroene ondergrond. Junami heeft sappig vruchtvlees. Het ras is afkomstig van het onderzoeksinstituut F.A.W. Junami moet geplukt worden vanaf de vierde week september en is verkrijgbaar van januari tot juli. De bloesem verschijnt in april en is hoofdzakelijk wit/roze van kleur. Hierna verschijnen weldra de eerste vruchten aan de takken. De vruchten zijn sappig, “fris zoetig en knapperig en een zeer goede dorstlesser, vruchten kleuren mooi rood af. Rode goudreinet, een echte dessertappel. Lekkere appel om verwerkt te worden in bijvoorbeeld appeltaart. Een mutant van de ‘Schone van Boskoop’, een stukje roder dan deze appel. De appel is in 1939 gekweekt door J.H. Kidd in Greytown, Nieuw-Zeeland uit een kruising van Kidd’s Orange met Golden Delicious. De appel heeft geelwit, sappig vruchtvlees en is wat zoet en flauw van smaak. Het zuurgehalte is vrij laag. Gala kan in Nederland geplukt worden vanaf half september tot de vierdeweek van september. De appel is tot eind februari onder ULO-omstandigheden te bewaren. Deze boom groeit zwak en heeft een hoge productie. Dit appeltje is laat rijp en lang te bewaren. Deze appel is langwerpig en is felrood gekleurd op een gele achtergrond; zeer sierlijk. Vast, knapperig vruchtvlees. Zachtzuur tot zoet van smaak.
Peren
Voor onze peren geldt dat de belangrijkste teelgebieden Zuid Afrika, Chili, Nederland en België zijn.
B.A. Beurré Alexander Lucas is een zeer matig smakende, grote handpeer, die evenals Conference en Doyenné du Comice een bewaarpeer is. Het vruchtvlees is grof en korrelig, tamelijk sappig en matig zoet. Beurré Alexander Lucas is een toevalszaailing gevonden omstreeks 1870 door A. Lucas te Blois in Frankrijk en in 1874 in de handel gebracht door Transon Frères te Orléans. Het ras heeft een matige groei en vormt een tamelijk brede kroon met hangende takken. Het ras bloeit vroeg, waardoor er een kans is op nachtvorstschade. Wel kunnen er parthenocarpe vruchten gevormd worden. Het stuifmeel is triploïde, waardoor het ras zichzelf niet kan bestuiven, maar ook ongeschikt is als bestuiver voor andere rassen. Beurré Alexandre Lucas kan bestoven worden door o.a. Deze bekende peer heeft een heerlijke smaak en is goed ziekteresistent. Is ontstaan uit een kruising tussen Conference en Doyenne du Comice. De concorde is qua uiterlijk te vergelijken met een conference. De Conference is een tamelijk grote handpeer met veel roest en is vanwege de goede bewaarbaarheid het in België en Nederland meest geteelde ras. Het sappige vruchtvlees is licht oranje en zoet. Het ras is een Engels perenras dat in 1894 in de handel kwam en waarmee in Nederland al meer dan 65 jaar ervaring is. Een van de eerste aanplanters van het ras in Nederland is de familie Vogelaar in Krabbendijke geweest. De kweker van het ras is de Engelsman T. Conference is smakelijk en draagt zeer gemakkelijk en rijk, ook zonder bestuivers in de buurt. Conference kan gemakkelijk biologisch geteeld worden in particuliere tuinen. De groei van de boom is vrij sterk. Als tussenstam geniet Doyenné du Comice de voorkeur, met als onderstam Kwee MC. De bloei is vroeg en het ras kan zichzelf bestuiven en zet makkelijk parthenocarpe vruchten. De pluk valt vanaf de tweede week van september. De Doyenné du Comice is een handpeer en is van de handperen, na Conference, het meest geteelde ras in Nederland. De opgaande boom heeft een sterke groei en heeft veel last van beurtjaren, waardoor het ene jaar veel vruchten en het andere jaar bijna geen of geen vruchten aan de boom hangen. Doyenné du Comice bloeit van eind april tot half mei en kan zichzelf bestuiven, maar kruisbestuiving met bijvoorbeeld Conference geeft meer en beter gevormde vruchten. Ook kunnen er parthenocarpe vruchten gevormd worden. De pluktijd valt in de tweede en derde week van september. De geelbruine vruchten van Doyenné du Comice zijn groot, breed en onregelmatig gevormd. Het is een zeer goede, zoete en sappige handpeer met een aromatische smaak en smeltend vruchtvlees. De vruchten zijn tamelijk gevoelig voor buikziek (bruine verkleuring rond het klokhuis). De Durondeau is een perenras dat door liefhebbers beschouwd wordt als de “koning der peren”. Het is een peer met een erg uitgesproken, aromatische, fris-zoetzure smaak. De Durondeauperelaar kent een matige tot middelmatige groei met dunne, openvallende en afhangende twijgen en takken. De vruchten zijn middelgroot tot zeer groot, met een groenachtige schil en stevig vruchtvlees. De Durondeaupeer is beperkt houdbaar en moet gegeten worden vóór het moment van maximale rijping. Wanneer de schil geel wordt, is het beste eraf. Het Durondeauseizoen is kort, het duurt niet langer dan een maand. De vruchten zijn op hun hoogtepunt in oktober, al kan het seizoen afhankelijk van het weer in lente en zomer soms vroeger vallen (in 2007 bijvoorbeeld in september), of ook later. De Gieser Wildeman is een stoofpeer. Het ras is gekweekt door de heer Wildeman uit Gorinchem en in de handel gebracht omstreeks 1850. In de commerciële fruitteelt is Gieser Wildeman in Nederland momenteel het meest geteelde stoofperenras. Daarnaast wordt op bescheiden schaal het stoofperenras Saint Rémy geteeld. Het areaal stoofperen in Nederland bedraagt ruim 250 hectare. Gieser Wildeman kan zichzelf bestuiven en geplukt worden van half september tot begin oktober. De boom heeft veel last vanbeurtjaren, waardoor het ene jaar veel vruchten en het andere jaar bijna of geen vruchten aan de boom hangen. De vrucht van Gieser Wildeman is klein en van kleur bruingeel met veel roest. Het is een zeer goede, iets zoete stoofpeer met doorsteencellen korrelig vruchtvlees. Door deze stoofpeer langdurig te koken, 3 uur of langer, verdwijnen deze steencellen en wordt het vruchtvlees donkerbruin/rood. Maar de keur komt alleen als de peren goed rijp zijn. Niet rijpe peren worden wel zoet maar blijven wit tot zacht roze. Indien men de peertjes niet zo lang wil koken of niet goed rijp zijn, maar men wil wel de specifieke rode kleur wil hebben, dan kan rode wijn uitkomst bieden. Afhankelijk van de soort wijn, zoet of droog, zal een ander culinair effect bereikt worden. Er kan bijvoorbeeld ook een (klein) kaneelstokje mee gekookt worden. De peertjes kunnen trouwens heel goed in de schil gekookt en geserveerd worden, maar dan is het handig om een schillen schoteltje op tafel te plaatsen. Pyrus communis Saint Rémy´ is een oud ras van stoofpeer, afkomstig uit Frankrijk. Deze bekende peer heeft een heerlijke smaak en is goed ziekteresistent. Is ontstaan uit een kruising tussen Conference en Doyenne du Comice. Deze peer is qua uiterlijke kenmerken te vergelijken met een conference.
Teelt van Fruit in Nederland
Appels, peren, kersen, bessen en aardbeien worden vooral in boomgaarden in Nederland geteeld. De fruitteelt in kassen is beperkt. De meeste appel- en perenboomgaarden in Nederland beslaan ongeveer 17.300 hectare. Slechts een heel klein deel van de Nederlandse fruitteelt is biologisch.
Jonagold komen vooral uit Nederland. Dit fruit wordt vooral in Limburg en Noord-Holland geteeld. Fruit van het zuidelijk halfrond, zoals uit Nieuw-Zeeland, wordt door importeurs ingevoerd.
Voedingswaarde van Fruit
Fruit levert weinig calorieën en veel vitamines, mineralen en voedingsvezels. Daarnaast bevat fruit een groot aantal bioactieve stoffen, zoals carotenoïden, lycopenen en flavonoïden. Fruit levert ook koolhydraten, voornamelijk in de vorm van suiker. De hoeveelheden voedingsstoffen verschillen erg tussen de verschillende fruitsoorten. Ook binnen dezelfde soort kunnen verschillen bestaan. Afhankelijk van het ras, het seizoen, de bodem, de bemesting en het klimaat kunnen de hoeveelheden voedingsstoffen variëren.
Er zijn aanwijzingen dat sommige fruitsoorten nu minder mineralen bevatten dan vroeger. Dit verschil kan deels verklaard worden door het verschil in meetmethodes. Vitamine C zit vooral in zwarte bessen, papaja, kiwi, citrusfruit en aardbeien. Gedroogd fruit bevat geen vitamine C, omdat deze verloren gaat bij het drogen. Kalium is belangrijk voor een normale bloeddruk en zit vooral in banaan, meloen, kiwi en gedroogd fruit, zoals krenten en rozijnen.
Ongeveer 5 tot 15% van het gewicht van fruit bestaat uit suiker. Er zijn uitzonderingen, zoals citroen met circa 2 gram suiker per 100 gram en dadel met meer dan 30 gram per 100 gram. Gedroogd fruit bevat 45 tot 75 gram suiker per 100 gram.
Gezondheidseffecten van Fruit
Fruit eten is goed voor de gezondheid. Het eten van groente en fruit verlaagt de kans op hartziekten en beroerte. Daarnaast hangt de consumptie van fruit samen met een lager risico op diabetes en longkanker. Het eten van 200 gram fruit per dag verlaagt het risico op hartziekten en beroerte. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom fruit de kans op ziekten verkleint, maar waarschijnlijk gaat het om een combinatie van stoffen.
Gemiddeld eten we in Nederland iets meer dan 1 stuk of portie fruit per dag. Gemiddeld eten we in Nederland 135 gram fruit per dag.
Voor volwassenen geldt het advies om minimaal 2 porties fruit per dag te eten, wat neerkomt op 200 gram fruit of meer. Kinderen tot en met 8 jaar krijgen het advies om 1,5 portie fruit te eten (150 gram). Als je steeds andere fruitsoorten kiest, krijg je alle voedingsstoffen binnen die je nodig hebt.
Bewaren van Fruit
Fruit is voorzichtig te behandelen en goed te verpakken. Bewaren gaat het best in de koelkast in een papieren zak. Beschimmeld fruit kun je beter weggooien, ook als er maar één plekje zichtbaar is, omdat schimmel zich gemakkelijk kan verspreiden. Beurse plekken in het fruit kunnen wel weggesneden worden.
Fruit bewaar je het best in de koelkast, tenzij het gaat om tropisch fruit, dat beter op smaak blijft buiten de koelkast. Tropische vruchten, zoals ananas, bananen, mango’s en papaja’s, kun je het beste buiten de koelkast bewaren. Hard fruit heeft over het algemeen een dunne schil en heeft sappig en stevig vruchtvlees. In het midden zit een klokhuis met pitten. Deze fruitsoort is in tegenstelling tot andere fruitsoorten langer houdbaar.
Fruit en fruitsalades zijn maar kort houdbaar en moeten in de koelkast bewaard worden tot de uiterste gebruiksdatum op de verpakking, omdat de houdbaarheid snel achteruit gaat en bacteriën zich snel kunnen vermeerderen.
Risico's en Aandachtspunten
Zacht fruit, zoals frambozen, aardbeien en bosvruchten, is gevoelig voor virussen. Op en in fruit kunnen resten van bestrijdingsmiddelen achterblijven. De kans dat zo’n rest een gevaar voor de gezondheid vormt is erg klein, omdat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert of er niet meer resten op of in fruit zitten dan wettelijk is toegestaan. De positieve effecten van fruit wegen ruimschoots tegen deze eventuele risico’s op. Bij biologisch fruit worden minder bestrijdingsmiddelen gebruikt.
Citrusvruchten, zoals sinaasappels en citroenen, zijn gevoelig voor schimmels en worden daarom behandeld met schimmelwerende middelen. Daarvan kunnen nog wat resten op de schil voorkomen. Door gevarieerd te eten voorkom je dat je te veel van een schadelijke stof binnenkrijgt.
Milieu-impact van Fruitteelt
De milieudruk van het meeste fruit is laag. De teeltfase draagt het meeste bij aan de klimaatbelasting van fruit. Fruit uit verwarmde kassen heeft een hogere broeikasgasemissie dan fruit uit de volle grond, onverwarmde kassen of plastictunnels. Stevig fruit zoals bananen, citrusfruit en druiven komen wel van verder, maar deze soorten komen in grote aantallen tegelijkertijd met de vrachtauto uit Zuid-Europa of met de boot uit tropische landen.
Als je meer rekening wilt houden met de milieu-impact, kun je kiezen voor fruit met een Topkeurmerk. Het On the way to PlanetProof-keurmerk stelt onder andere eisen aan het watergebruik tijdens de teelt. Je kunt aan fruit niet aflezen of het met het vliegtuig is vervoerd, maar dit betreft slechts een klein deel van het fruitaanbod.
Soms worden verse producten en luxeproducten per vliegtuig vervoerd. Voorbeelden hiervan zijn verse ananas, aardbeien, bessen, papaja en lychee. Deze producten hebben een beperkte houdbaarheid en moeten daarom zo snel mogelijk naar de winkel.
labels:




