Je bloedsuiker of bloedsuikerwaarde is de hoeveelheid suiker in je bloed op een moment. Bloedsuiker is een ander woord voor bloedglucose. De bloedsuikerwaarde zegt hoeveel suikerdeeltjes in je bloed zitten, dit tellen we in millimol per liter (mmol/l).
Het lichaam haalt bloedsuiker vooral uit voeding. Koolhydraten die je eet, zoals in brood, suiker en aardappelen, komen als glucose in het bloed. Deze bloedglucose (bloedsuiker) gaat het hele lichaam door en geeft alle cellen energie. Bloedsuiker is van levensbelang: je kunt niet zonder.
Wat is je bloedsuikerwaarde?
Je bloedsuikerwaarde (ook bekend als bloedsuikerspiegel, glucosespiegel of glucosewaarde) is de hoeveelheid glucose (suiker) in je bloed. De glucose komt je lichaam binnen als je iets met suiker of koolhydraten eet. Je lichaam zet deze voedingsstoffen om in glucose (een suikermolecuul), zodat het kan worden opgeslagen in je bloed. Later gebruikt je lichaam deze glucose als brandstof.
Normaal gesproken regelt je lichaam de bloedsuikerspiegel zelf, met behulp van insuline. Maar als je diabetes type 1 hebt maakt je lichaam dit stofje niet aan. Je moet daardoor zelf je bloedsuikerspiegel regelen, door dagelijks kunstmatige insuline toe te dienen. Het is belangrijk dat je bloedsuikerspiegel zoveel mogelijk in balans is. Want, als je bloed te veel of te weinig glucose bevat (hypo of hyper), kan dat je gezondheid schaden.
Wat betekent mmol/l?
De hoeveelheid glucose in je bloed wordt uitgedrukt in mmol/l (millimol per liter). Dat staat voor een bepaalde hoeveelheid glucosemoleculen per liter bloed. Als je bijvoorbeeld een glucosewaarde van 6 mmol/l bij jezelf meet, bevat je bloed meer moleculen glucose per liter, dan wanneer je 5 mmol/l meet.
Hoe meet een arts mijn bloedsuikerwaarde?
De huisarts controleert met een bloedsuikertest of je bloedsuiker te hoog is. Dit gebeurt vaak in de ochtend, als je nuchter bent. Nuchter betekent dat je de uren ervoor niets hebt gegeten of gedronken. De huisarts meet de bloedsuiker soms ook juist een paar uur na een maaltijd. Dan zit er de meeste bloedsuiker in het bloed.
De hoeveelheid glucose in je bloed (je bloedsuikerspiegel) is, als je diabetes hebt, uit balans. Dat is zowel het geval bij diabetes type 1 als bij diabetes type 2. Een arts kan dan ook aan je suikerwaardes aflezen of je diabetes hebt.
Om te onderzoeken of je diabetes hebt, neemt je arts twee keer (op verschillende dagen) een klein beetje bloed bij je af. Vervolgens wordt ter plekke of in een laboratorium onderzocht hoeveel glucose er in je bloed zit. Als je glucosespiegel bij beide metingen te hoog is, betekent dat dat je diabetes hebt. Als je zeer duidelijk symptomen van diabetes vertoont, kan je arts je deze diagnose al na één te hoge meting geven.
Je kunt beter niet zelf proberen te achterhalen of je diabetes hebt. Apotheken en webshops verkopen wel tests waarmee je zelf je glucosewaardes kunt meten, maar artsen waarschuwen voor het gebruik hiervan. De uitslag is namelijk niet altijd betrouwbaar. Als je je bij een dokter laat testen ben je zeker van een kloppende uitslag, en loop je niet het risico dat je (beginnende) diabetes over het hoofd ziet.
Bij welke bloedsuikerwaarde heb ik diabetes?
Wat een gezonde bloedsuikerspiegel is, hangt af van het moment waarop je arts bloed afneemt voor het onderzoek.
Een arts prikt meestal bloed als je ‘nuchter’ bent. Dat betekent dat je in de acht uur daarvoor niets hebt gegeten of gedronken (met uitzondering van water). De hoeveelheid glucose in je bloed is daardoor aan de lage kant. Bij nuchter prikken wijst een suikerwaarde onder 6,1 mmol/l op geen diabetes, een suikerwaarde tussen 6,1 en 6,9 mmol/l op beginnende diabetes, en een suikerwaarde boven 6,9 mmol/l op diabetes in een later stadium.
Ook niet-nuchter (tot 2 uur na een maaltijd) prikken is mogelijk. De hoeveelheid glucose in je bloed is dan iets hoger. Bij niet-nuchter bloedonderzoek betekent een suikerspiegel onder 7,8 mmol/l dat je waarschijnlijk geen diabetes hebt. Een waarde tussen 7,8 en 11 mmol/l daarentegen wijst op beginnende diabetes, en een waarde boven 11 mmol/l op diabetes.
Bloedsuikerwaarde nuchter gemeten
Nuchter = je hebt in de acht uren daarvoor niets gegeten of gedronken, behalve water. Dit betekent je bloedsuikerwaarde als je nuchter was bij de prik:
- 6,0 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
- tussen 6,1 en 6,9 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
- 7,0 mmol/l of hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.
Bloedsuikerwaarde niet nuchter gemeten
Doe je een bloedsuikertest als je een of twee uur ervoor hebt gegeten? Je bent dan niet nuchter. Het is normaal dat er meer suiker in het bloed zit op dat moment. Dit betekent je bloedsuikerwaarde dan:
- 7,7 mmol/l of lager: normale bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk geen diabetes.
- tussen 7,8 en 11,0 mmol/l: iets hogere bloedsuiker. Je hebt misschien prediabetes.
- 11,0 mmol/l en hoger: hoge bloedsuiker. Je hebt waarschijnlijk diabetes.
Hoe meet je zelf je bloedsuikerwaarde bij diabetes type 1?
Als je diabetes (type 1) hebt, krijg je een bloedsuikermeter. Dat is een apparaatje waarmee je zelf je glucosewaardes kunt checken. Zo weet je altijd of je bloedsuikerspiegel uit balans dreigt te raken. Je begint een meting door met een speciale prikpen een klein beetje bloed uit je vingertop te halen. Als je dit aanbrengt op de teststrip in de bloedsuikermeter, vertelt het apparaatje je hoeveel glucose er in je bloed zit (uitgedrukt in mmol/l). Je arts of behandelaar legt je uit hoe je de bloedsuikermeter precies gebruikt.
Zelf je bloedsuiker meten
Je kunt je bloedsuiker op twee manieren zelf meten:
- Vingerprik om te meten: Je meet je bloedsuiker met een vingerprik. Je hebt dan 4 dingen nodig:
- Prikpen
- Bloedsuiker-meter
- Test-strip
- Beker
- Sensor om te meten: Een sensor is een klein apparaatje op je huid. Meestal op je arm. Dit apparaatje meet je bloedsuiker vanzelf. De getallen lees je bijvoorbeeld op je telefoon. Of op een speciaal apparaatje om de getallen te lezen (reader).
Was je handen met zeep en warm water. Met warme handen komt het bloed makkelijker uit je vingertop. Droog je handen goed af. Doe de test-strip in de bloedsuiker-meter. Kies je middelvinger of ringvinger. En prik in de zijkant van de vingertop. Wrijf voorzichtig met de duim en wijsvinger van je andere hand over de geprikte vinger. Van beneden naar je vingertop. Er komt dan een druppel bloed uit je vinger. Hou de druppel op de juiste plek tegen de test-strip.
Je spreekt met de huisarts of praktijkondersteuner af hoe vaak je je bloedsuiker meet. En wanneer je meet. Bijvoorbeeld op deze momenten:
- Als je 8 uur of meer niets hebt gegeten of gedronken. Dat heet nuchter. Water of thee zonder melk en suiker mag je wel drinken.
- Vlak voor het eten: ontbijt, lunch of avondeten.
- Ongeveer 1,5 uur na het eten.
- Voordat je gaat slapen.
- Op een ander moment op de dag. Bijvoorbeeld als je denkt dat je bloedsuiker te laag is.
Goede bloedsuikerwaarden
Dit zijn goede getallen voor je bloedsuiker als je diabetes type 2 hebt:
- Goede bloedsuiker 's ochtends voordat je eet of drinkt: tussen 4,5 en 8. Dit heet de nuchtere bloedsuiker.
- Een goede bloedsuiker 2 uur na het eten: tussen 4,5 en 9.
Tussen 4,5 en 9 lukt niet bij iedereen. Bij diabetes type 2 kun je een te lage of te hoge bloedsuiker hebben:
- Is je bloedsuiker lager dan 3,9? Dan is je bloedsuiker te laag. Een te lage bloedsuiker noemen we hypoglykemie (een hypo). Een te lage bloedsuiker is gevaarlijk.
- Is je bloedsuiker 15 of hoger? Dan is je bloedsuiker te hoog. Een te hoge bloedsuiker noemen we hyperglykemie (hyper). Een te hoge bloedsuiker is meestal niet direct gevaarlijk.
Bloedglucosewaarden bij diabetes type 1
Om glucose uit je bloed te gebruiken, is insuline nodig. Bij diabetes type 1 maakt je lichaam dit stofje niet. Daarom blijft er te veel glucose in je bloed. Je bloedglucosewaarden worden te hoog. Dit los je op door jezelf insuline te geven. Het lukt niet altijd om precies genoeg insuline te geven. Als je al een tijdje niets gegeten of gedronken hebt, mag je glucosewaarde daarom tussen de 4,5 en 8 mmol/l zijn. Dat is niet erg.
Wat mag je bloedsuiker zijn na de maaltijd?
De bloedsuiker mag maximaal 9 mmol/l zijn in de eerste 2 uur na het eten. Dit is dus hoger dan je bloedsuikerwaarde als je in de uren daarvoor niets hebt gegeten of gedronken, dus je nuchtere glucose.
Streefwaarden bloedglucose
De nuchtere glucosewaarde en de curvelijn in de nacht geeft de basissituatie weer. De streefwaarde hiervan ligt tussen de 4 en 7 mmol/l. Na een maaltijd neemt de glucose in het bloed eerst langzaam toe en daalt vervolgens weer langzaam. De hoogste glucosewaarde na de maaltijd (veroorzaakt door de voeding) ziet u ongeveer 1,5 uur na de maaltijd in de curvelijn. Hier ligt de streefwaarde tussen de 3.9 en 8 mmol/l.
| Waarde | Nuchter (mmol/l) | 1,5 uur na de maaltijd (mmol/l) |
|---|---|---|
| Streefwaarde | 4 - 7 | 3.9 - 8 |
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Dancing Queen Taart: Maak Zelf een Glitter & Glamour Taart!
- Linzensoep Recept AH: Eenvoudig, Voedzaam & Snel Klaar!




