In Weesp heeft restaurant ‘t Heertje Eten en Drinken aan de Herengracht een nieuwe eigenaar gekregen in de persoon van Job Veldhuisen. Na 16 juni sluit ‘t Heertje voor een ingrijpende verbouwing van ongeveer drie maanden. Uitbaters Karin en Peter van Asperen willen graag naar Spanje verhuizen en boden daarom het goedlopende etablissement te koop aan.

De Verbouwing en Nieuwe Start als Amice

‘t Heertje sluit op 16 juni, waarna een ingrijpende verbouwing volgt. Tijdens de verbouwing wordt de keuken van voor naar achteren verplaatst. Veldhuisen wil het liever goed dan snel doen en rekent op een verbouwing van drie maanden. Daarna gaat ‘t Heertje verder als Amice, een gelegenheid waar je gezellig kunt zitten en goed kunt eten. De grote hits van ‘t Heertje, zoals de spareribs en het broodje hete kip, komen waarschijnlijk terug op de kaart. Ook het riante terras aan de Kom blijft behouden.

De Amsterdamse Broodjescultuur

Wie de eerste typische broodjeszaak begon, is moeilijk te achterhalen. Toneelschrijver Herman Heijermans kent de eer toe aan Mijkel Mandel, uitbater van een koosjere viswinkel in de Van Woustraat. Mandel was de grote ontdekker van de belegde broodjes en introduceerde dit in Amsterdam rond 1880. Pioniers waren Joodse slagers en visboeren die een centje wilden bijverdienen door broodjes te beleggen met hun eigen waar.

Tussen 1900 en 1930 schoten de broodjeswinkels als paddenstoelen uit de grond, eerst in de Jodenbuurt en later in de rest van de stad. De Amsterdamse bevolking groeide in deze periode van 510.000 tot 800.000 mensen, waarvan tien procent een Joodse achtergrond had. Vanaf de jaren dertig konden Amsterdammers terecht bij zaken met namen als Broodje van Kootje, Broodje van Joodje, Sneetje van Keetje, Kadetje van Jetje, Fijntje van Sijntje of Knippie van Snippie.

Het gros van deze winkels was in Joodse handen, en de broodjes waren dus koosjer. Dat betekende dat ze nooit met boter werden besmeerd; vlees en zuivel in één maaltijd is immers in strijd met de Joodse voedselwetten. Een goed broodje halfom was groot, goedkoop en belegd met vlees van de beste kwaliteit.

De bescheiden prijs van het belegde broodje maakte dat de winkels een divers publiek trokken. Arbeiders kwamen langs voor een snelle hap, jonge kunstenaars zaten er eindeloos op één kleine bestelling en het publiek uit de schouwburg deelde een tafeltje met dronken mannen. De broodjeszaak vormde een prachtige voedingsbodem voor de spreekwoordelijke Amsterdamse humor.

In 1958 werd Amsterdam op de Wereldtentoonstelling vertegenwoordigd door Levi Halverstad, uitbater van broodjeszaak Leidseplein 24. Hij serveerde ‘echte Groot-Mokumse broodjes pekel, broodjes lever, broodjes speciaal, en broodjes halfom’, waarin volgens De Tijd de ‘ziel van Amsterdam’ te proeven was.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het belegde broodje een bijzondere status: het werd iets om vol nostalgie aan terug te denken. De bloeiende Jodenbuurt en de bijbehorende eetcultuur waren verdwenen; de klandizie van de broodjeszaken grotendeels uitgemoord. Een klant van broodjeszaak Quiros verklaarde in 1956 dat hij daar graag at ‘omdat [mijn] Amsterdamse hart zo aan de herinnering hangt’.

De Gevulde Koek: Een Nederlandse Klassieker

Een andere Nederlandse klassieker is de gevulde koek, een ronde koek gevuld met amandelspijs. De koek heeft een diameter van ongeveer 10 centimeter en in het midden vinden we vaak een halve amandel. In andere delen van het land wordt de koek ook wel 'vulkoek', 'gevuld heertje' of 'gevulde herenkoek' genoemd.

De gevulde koek is typisch Nederlands, al is de amandel een ingrediënt dat in vele landen deel uitmaakt van de banketbakkerij. In 1510 werd in Brussel voor het eerst amandelspijs gezien in een Nederlands receptenboek. Veel Nederlandse koeken zijn vergelijkbaar met de gevulde koek, zowel qua smaak, als qua bereidingswijze.

De Keizersgracht en Haar Historische Huizen

Het is bekend dat op dit gedeelte van de Keizersgracht fraaie en bijzondere huizen zijn gebouwd. Enkele van deze panden behouden nog steeds hun allure en grandeur, waaronder het grachtenpand genaamd De Stad Minden. Het pand aan de Keizersgracht dateert uit 1620 en is gebouwd in opdracht van Paulus van Driest als een statig koopmanshuis.

De gevel, ontworpen door Caspar Philips, getuigt van de grandeur van die tijd. Lang heeft het pand zijn oorspronkelijke functie als combinatie van handel en wonen behouden. Pas in 1993 werden de sociaal-economische omstandigheden zodanig dat het pand weer hoofdzakelijk een woonfunctie kreeg. Rond 2002 onderging het pand een ingrijpende verbouwing, waarbij het werd omgevormd tot vier woningen.

Het eerste deel van de Keizersgracht is van oorsprong ruim opgezet, waardoor er relatief veel ruimte aan de voor-en aan de achterkant van het huis is. De buurt voelt als een gezellig dorp, met op loopafstand een lagere school, speeltuin, winkels en supermarkten. Op zaterdag gaan we graag naar de boerenmarkt op de Noordermarkt en op maandag doen we vaak boodschappen op de markt op de Lindengracht of de Westerstraat.

Eetgelegenheden Rondom de Keizersgracht

In de buurt zijn veel gezellige bruine of hippe cafés, ontbijt- en lunchplekken en heel veel verschillende restaurants. Enkele favorieten zijn:

  • Toscanini op de Lindengracht 75
  • De Klepel (Prinsenstraat 22)
  • Vennington (Prinsenstraat 2)
  • Linguini in de Herenstraat
  • OSLO Amsterdam
  • Christiaan Smit (Prinsenstraat 20)
  • Café De twee Zwaantjes

Johannes van Dam: Een Culinair Criticus

Johannes van Dam was een van de grootmeesters van de Nederlandse opinie. Hij had de beste bibliotheek, de meeste unieke titels en de grootste staat van dienst. Van Dam had ook zijn eigen mes bij zich, altijd handig, want de meeste restaurants leveren niet eens goed bestek.Uit een profiel door Sander Groene in De Journalist (2004): Nadat topkok Jon Sistermans met Joop Braakhekke in restaurant De Kersentuin een Michelin-ster bij elkaar had gekookt, begon hij voor zichzelf. In De Mariënhof scoorde hij opnieuw een ster, maar toch ging het restaurant failliet. Datzelfde lot leek Sistermans’ nieuwe restaurant Wilhelminapark beschoren. Totdat Johannes van Dam op bezoek kwam. Onder de kop “Hemels eten zonder muzak” strooide Van Dam met superlatieven. “In feite is dit in Nederland de eerste keer dat ik van begin tot einde blijf zweven.” Het cijfer zette de opmaakredactie voor de gelegenheid over de hele breedte van de rechterpagina: een 10-. De deur werd platgelopen, Wilhelminapark was gered.

labels:

Zie ook: