De tomaat is een geliefde vruchtgroente in de moestuin. Er zijn veel overeenkomsten tussen de verschillende rassen, maar toch ook zo veel verschillen dat je er nooit over uitgeleerd en uitgepraat raakt. Helaas is een tomaat niet de makkelijkste groente om te telen. De beste manier om een goede oogst te krijgen is door de tomaten onder glas te telen, maar tomaten kunnen wel degelijk ook buiten geteeld worden.

Voorwaarden zijn een niet te natte zomer, en natuurlijk een zonnige en beschutte standplaats. Daarnaast is de keuze voor een ras dat vroeg genoeg en dus geschikt is voor de buitenteelt heel belangrijk.

Wanneer tomaten buiten planten?

Tomaten kun je het beste zaaien rond eind maart of de eerste week van april. Je zaait tomaten binnen, ze kunnen geen vorst verdragen dus de jonge planten mogen pas vanaf 12 mei (IJsheiligen) naar buiten.

  • Zaaien: Tomaten voorzaaien doe je binnen, op een warme en licht plek.
  • Kasteelt: Op 15 maart kun je starten met binnen voorzaaien. In april en mei kun je de tomatenplanten uitplanten. Begin niet eerder dan 15 maart met voorzaaien, omdat de planten anders te lang binnen staan voordat ze naar buiten kunnen. Zo zijn ze later minder sterk en gevoeliger voor ziektes.
  • Vollegrondteelt: Voorzaaien doe je in april. Na 15 mei kun je tomaten buiten in vollegrond uitplanten. De jonge plantjes moet je eerst afharden voordat ze de grond ingaan. Hiermee bedoelen we dat je de plantjes geleidelijk laat wennen aan de buitentemperatuur.

Voorbereiding voor het planten

Alle tomatensoorten worden eerst binnen gezaaid. Zaai ongeveer ½ cm diep, dek het bakje af met doorzichtig plastic en zet het op een plek waar het potje warmte van onder krijgt. Bij kamertemperatuur duurt het kiemen ongeveer twee weken, dus je moet even geduldig zijn en de grond goed vochtig houden.

Zaaien

Tomaten zaaien wij rond eind maart tot eind april voor in de kleine maat airpotjes met MM-voorzaaimix. Zet je de plantjes op een lichte plek en hou je de mix goed vochtig, dan zullen ze snel groeien. De plantjes zijn nu flink gegroeid en worden te groot voor de kleine airpotjes. Bovendien is de voeding daarin nu wel opgebruikt. Daarom zet je ze rond deze tijd over naar grotere airpotten met MM-mix. Zo krijgen ze verse voeding en extra ruimte om uit te groeien.

Het kan helpen om de grond een paar weken voor het uitplanten van de jonge planten af te dekken met bijvoorbeeld zwart doek zodat de grond lekker opwarmt. En het planten in een verhoogde bak kan er voor zorgen dat de planten in een regenachtige periode niet te lang in kletsnatte grond staan. Het nadeel is dan wel dat je bij droogte vaker water moet geven, want tomaten kunnen slecht tegen droogte; het blad gaat dan hangen en er is bijvoorbeeld meer kans op neusrot.

Zodra het plantje gekiemd is, zet je het op een lichte zonnige plek op de vensterbank. Als je vroeg begint met zaaien, weet je zeker dat jouw zaailingen ná de IJsheiligen groot en sterk genoeg zijn om buiten af te harden (afharden is rustig wennen aan de buitenomstandigheden).

Verspenen

Als de kiemen de eerste blaadjes hebben gekregen, mogen ze worden verspeend. Dit betekent dat de dicht op elkaar staande kiemplanten in afzonderlijke potjes worden gezet. Het hangt van de soort tomaat af hoeveel ruimte hij nodig heeft. Na het kiemen mogen de planten ook wat koeler staan, maar wel nog steeds op een zonnige plek!

Zaai 1 zaadje per potje van 5 x 5 centimeter (of liever nog een iets groter potje, 9 x 9 centimeter). Houd de tomaten tot 12 mei in huis, na de kieming mogen ze wel wat koeler worden gezet (naar ongeveer 15 graden) maar ook weer zo licht mogelijk in een zonnig raamkozijn.

De juiste plek kiezen

Ook als je ze buiten uitplant of in potten buiten zet, kies je een zonnige plek in de tuin of op het balkon uit. Bedenk waarin je de tomatenplant buiten wilt gaan telen. Verplant de zaailingen als ze minimaal 10 centimeter groot zijn (vanaf 12 mei) en geef ze het zonnigste plekje in de tuin.

Standplaats

Tomaten zijn echte zonaanbidders. Ze hebben veel zon nodig (minimaal 6 uur per dag) en staan het liefste op een beschutte plek, bij voorkeur in een kas, tunnel of onder een overkapping.

Verzorging van tomatenplanten

Nu komt het belangrijkste van het verzorgen. Als de tomatenplant ongeveer 30 centimeter hoog is bind je met een draadje of bindertje de dikke steel van de tomatenplant aan de stok vast, doe dat niet te vast want die stam wordt nog dikker en moet dus nog mee kunnen groeien. Dieven: als je de stengel goed aan blijft binden zie je boven elk blad een nieuw klein stengeltje komen. Dat wordt een dief genoemd, en het is heel belangrijk om deze dieven in een jong stadium te verwijderen. Tikken: als de wind waait zorgt die voor het bevruchten van het bloempje zodat er een tomaatje kan worden gemaakt.

  • Water geven: Zodra je plantje groter is, geef dan altijd dicht op de grond water en nooit over de plant heen. Tomaten kunnen niet tegen direct water op de bladeren of vruchten.
  • Ondersteuning: De tomatenplant groeit de hoogte in. Ondersteun de plant daaromdoor middel van een stok van minimaal 1 meter hoog.
  • Dieven: Bij de hoofdstengel en de zijstengels zie je al snel dat kleine stengeltjes in de oksels van de plant groeien. Dit zijn dieven en die willen we zo snel mogelijk verwijderen.
  • Toppen: In het najaar knippen we de bovenkant van de plant eraf, zodat alle energie in het rijpingsproces van de tomaat wordt gestoken.

Voeding

Bemesting is heel belangrijk voor de tomaten. Hark 2 weken voor je de tomaten buiten uitplant wat algemene moestuinvoeding door de grond. Gebruik hiervoor een biologische meststof. Kijk uit voor te veel stikstof, want dit geeft te veel bladgroei.

Voor tomaten is vinassekali een goede keuze, want deze biologische stof bestaat uit een bron van kalium, wat zorgt voor grotere, stevige vruchten. Als je de tomatenplant(en) in potten of zakken houdt, dan zit er voor 8 weken genoeg voeding in de potgrond.

Oogsten

Oogsten kun je vanaf eind juli, en in augustus en september, doen. Tomaten rijpen van binnenuit. Zijn je tomaatjes nog groen, maar moet je ze vanwege het natte weer toch oogsten? Laat ze dan binnen narijpen.

Oogst de tomaatjes wanneer ze goed rijp zijn. Dat doe je door het tomaatje in je hand te nemen en dan met je duim op het knikje te drukken dat in het steeltje zit waar het tomaatje aan vast zit, het tomaatje laat dan inclusief kroontje makkelijk los.

Je kunt beter oogsten als de tomaat nog niet helemaal rijp is en ze nog een paar dagen binnen laten narijpen. Als tomaten op de grond terecht komen, gaan ze rotten. Het vastbinden is een goede manier om dit te voorkomen.

Speciale aandachtspunten

  • Aardappelziekte: Soms krijgt de plant de zogenoemde aardappelziekte, de bladeren en vruchten worden dan bruin. Als dat het geval is, gooi de plant dan niet op de composthoop, maar verbrand hem.
  • Wisselteelt: Heb je eerder al tomaten in de tuin gehad? Kies dan dit jaar niet voor dezelfde plek. Hierdoor voorkom je het verspreiden van de aardappelziekte.
  • Bescherming tegen regen: Voor je tomatenplanten die buiten staan, kun je een klein afdakje bouwen zodat er zo weinig mogelijk regen op de plant terecht komt. Even wat nattigheid kan wel, maar de plant moet snel weer kunnen opdrogen. Hier en daar een paar bladeren verwijderen kan hier bij helpen.

Om de kans van slagen op een goede oogst van rijpe tomaten van gezonde planten te vergroten kan bijvoorbeeld een provisorisch gemaakt afdakje de planten al wat beschermen tegen regen, storm en andere ongemakken.

Rassenkeuze

De vroegheid van een ras wordt bepaald door het aantal dagen te tellen van het uitplanten van de zaailing tot het oogsten van de eerste rijpe tomaat. In catalogi worden soms deze termen gebruikt: Vroeg (ook geschikt voor buitenteelt), Middelvroeg (voor kasteelt en in een mooie zomer ook een kans van slagen in de buitenteelt) en Laat (vooral geschikt voor de teelt onder glas).

Vroeg versus laat

Een ras dat in een kas binnen 65 dagen na het uitplanten van de zaailingen de eerste rijpe tomaten geeft is een vroeg ras (en dus ook geschikt voor de buitenteelt). Rassen die daar 66 tot 75 dagen over doen zijn middelvroege rassen (voor de teelt in een kas, alleen in een mooie zomer geschikt voor buiten). Rassen die er 76 tot meer dan 100 dagen over doen zijn late rassen en dus vooral geschikt voor onder glas omdat de oogst buiten pas in nazomer/herfst zou vallen (wanneer het kouder en natter wordt en er meer kansen op schimmels, ziekten, etc.

Phytophthora resistente rassen

Daarnaast wordt er volop veredeld en zijn er onderzoeken en tests met tomatenrassen die in hoge mate resistent zijn tegen Phytophthora, veel nieuwe en resistente rassen zijn F1-hybriden maar er zijn ook steeds meer zaadvaste rassen (redelijk algemeen) verkrijgbaar (zoals Resibella, Philamina, Vivagrande, Duttingold, etc.).

Omdat buiten de Phytophthora schimmel gevaar nummer 1 is voor tomatenplanten, zou het verstandig zijn om tomatenrassen te kiezen die resistent zijn tegen deze schimmelziekte. Nu is het wel zo dat er nog niet zoveel tomatenrassen bestaan met een echt goede resistentie. Hierdoor is de keuze in de verschillende tomatenrassen erg beperkt.

Indeling tomatenrassen

Voor buiten is het verstandig om rassen te kiezen die vroeg rijpe tomaten geven. Buiten is het seizoen al kort, dus hoe eerder je van de tomatenplanten kunt oogsten, hoe meer je kunt oogsten. Hieronder staat een indeling wat vroeg en wat laat is. Men telt de dagen na het planten van de tomatenplanten in de grond van de tuin of kas.

  • Vroeg: 50-68 dagen
  • Midden: 69-79 dagen
  • Laat: 80-95 dagen

Vroeg (50-68 dagen) heeft buiten een grote kans van slagen, voor midden (69-79) moet de zomer niet te regenachtig zijn. Laat (80-95 dagen) zou ik niet buiten kweken. Heb je al wat ervaring met het kweken van tomaten, zeker proberen. Maar ben je er nog onervaren in, kies dan voor makkelijke vroege tomatensoorten.

labels:

Zie ook: