De roman Turks fruit van Jan Wolkers, verschenen in november 1969, is een verhaal dat diep geworteld is in de persoonlijke ervaringen van de auteur.
Achtergrond en Ontstaan
De roman is geschreven naar aanleiding van het feit dat Wolkers' tweede vrouw, Olga Stabulas, hem verliet. Turks fruit telt 214 pagina's, inclusief het voorplat, het voorwerk, het motto, de auteursnaam en inhoudsopgave, maar exclusief zes pagina's met citaten uit recensies van eerder werk, onder de titel ‘De pers over Jan Wolkers’. Het motto is ontleend aan de Kuifje-strip Vlucht 714.
Als auteursnaam staat op p. 7 (niet genummerd) ‘Jan Wolkers erelid Pop-Music’.
Verhaaloverzicht
Een student beeldhouwkunst, die zijn studie aan de Amsterdamse Rijksakademie van Beeldende Kunsten bijna heeft afgerond, gaat op uitnodiging van de gemeente Valkenburg een reliëf van een religieuze voorstelling hakken in de grotten van de Sint-Pietersberg. Na de viering van het carnaval lift de student terug. Hij wordt opgepikt door de roodharige vrouw Olga. Hij voelt zich aangetrokken tot haar. De gevoelens zijn wederzijds en lopen uit op een vrijpartij met pijnlijke afloop.
Terug op de snelweg krijgen ze een ongeluk: de auto botst tegen een boom. Twee maanden lang gaat hij niet naar de Rijksakademie. die tijd reist hij enkele keren per trein naar Alkmaar, waar Olga's ouders een zaak hebben: Hermes N.V. - Groothandel in huishoudelijke artikelen. De toevallige ontmoeting met Olga, acht weken na het ongeluk, vindt plaats op de kermis in de Amsterdamse Nieuwmarkt. Ze gaat met hem mee naar zijn atelier en blijft daar drie weken. Deze tijd van heftige erotiek loopt uit op een door de beeldhouwer gedicteerde brief van Olga aan haar ouders, waarin ze de band met hen verbreekt.
Toch leent de goedige vader van Olga zijn auto aan hen uit. Daarmee toeren de geliefden in hun prewittebroodsweken door Nederland en vrijen in de natuur. Het verzet van Olga's moeder tegen het huwelijk wordt gebroken door te dreigen met de rechter. Van haar moeder krijgt Olga een kinderwagen als huwelijkscadeau. De beeldhouwer weigert in te gaan op het verzoek directeur van Hermes N.V. De kinderwagen komt meteen in de rommelkamer van het atelier terecht.
Ondanks het permanente geldgebrek is hun huwelijk (erotisch) stormachtig en gelukkig. Olga verdient af en toe wat bij. Vanaf het begin haat de beeldhouwer zijn schoonmoeder, die stiekem haar man vetmest. Hij sterft al spoedig. Het lukt de schoonmoeder een wig tussen Olga en de beeldhouwer te drijven.
Op de dag van de opening van de rai-huishoudbeurs, waar Hermes N.V. een stand heeft, flirt Olga in het bijzijn van haar man met een zakenrelatie. Na het verlies van Olga reageert hij zich af door vrouwen van allerlei slag mee naar zijn atelier te nemen, op zoek naar een glimp van Olga. De echtscheidingsprocedure op grond van door Olga gepleegd overspel wordt na enkele maanden afgewikkeld. Samen gaan ze naar een advocaat.
Over Olga hoort de kunstenaar in de tijd daarna vage berichten. Na ongeveer twee jaar komt hij Olga in de Bijenkorf tegen. Haar huwelijk met de Hermes-zakenrelatie is stukgelopen. Later pleegt ze abortus, waaraan ze ontstoken eierstokken overhoudt. Na vele omzwervingen (Amerika, Mexico, Arabische Golf) is Olga weer terug in Nederland, en gescheiden. Omdat ze hoofdpijn heeft, worden er röntgenfoto's genomen. Het blijkt dat ze een tumor heeft, die kwaadaardig is.
Een half jaar lang bezoekt de beeldhouwer haar een paar keer per week in het ziekenhuis. Ze wordt langzaam kaal en blind. Alleen turks fruit durft ze nog te snoepen.
Thematische Analyse
Turks fruit is doordrenkt van de Wolkeriaanse gedachte dat het leven de dood met zich meedraagt. Hoofdthema is het bederf. In de liefdesroman luidt de ontbinding van de liefde tussen Olga en de beeldhouwer de lichamelijke aftakeling van Olga in. Het hele boek zit vol grote en kleine doodsverhalen. Die kleine verhalen, vaak handelend over stervende dieren, verwijzen steevast naar het grote (liefdes)drama. Het vrouwenlichaam wordt ontluisterd door een tumor - waarop het verhaal op vele manieren vooruitloopt - die dood en verderf zaait.
Op verschillende niveaus en via diverse motieven maakt Wolkers het thema van het bederf zichtbaar. De band tussen moeder en kind (Olga) wordt in Turks fruit voorgesteld als een systematisch vergiftigde relatie. Niet alleen het kind Olga is vergiftigd, ook haar ‘kinderen’ - dat wil zeggen poppen en dieren - zijn ten dode opgeschreven.
Sprookjesmotief
De fatale poppen- en dierengeschiedenissen in Turks fruit zijn tevens voorbodes van Olga's eigen slopende levensloop. Het is niet echt opmerkelijk, dat Wolkers in Turks fruit de dierenwereld op allerlei manieren met de mensenwereld vermengt. In zijn literaire oeuvre krijgen mensen voortdurend dierlijke eigenschappen toegemeten of worden helemaal als beesten omschreven.
De ontwikkeling in de vergiftigde relatie tussen moeder en kind, waaronder de beeldhouwer vanaf het begin lijdt, is ook op sprookjesniveau te lezen: Sneeuwwitje, Assepoester en Hans en Grietje. Turks fruit is een sprookje dat slecht afloopt. De moeder van Olga is een heks die haar dochter met een vergiftigde appel te gronde richt. Het gif (van de appel, waarvan Sneeuwwitje een hap neemt die in haar keel blijft steken) diende haar moeder vroeger toe via haar borst. Later is de telefoon de surrogaatappel. ‘Mijn moeder is een heks’ (p. 27) flapt Olga er in een onbewaakt ogenblik uit.
Zij is niet alleen de jaloerse vrouw die seksueel nog wil meetellen (denk aan de koningin uit Sneeuwwitje, die van de wandspiegel te horen krijgt dat zij niet meer de schoonste van het land is), maar ook degene die haar man vetmest als was hij Hans in het sprookje Hans en Grietje. In feite gooit ze hem in het vuur. (Hij wordt gecremeerd in Velzen.) Eén hoofdstuk heet niet toevallig ‘De heksencentrale’, een uitdrukking die de beeldhouwer van zijn schoonvader overneemt. Een ander hoofdstuk draagt de titel ‘De wraakappel’.
Olga gedraagt zich in Turks fruit als een stiefdochter in de Assepoester-traditie. Voor haar is het schoentje dat de prins heeft gevonden te klein. Olga koopt vaak te krappe schoenen. ‘Als ze dan later met pijn liep zei ze dat ik toch gelijk had. Dat ze net een van de stiefdochters van Assepoester was.’ (p. 98) Vlak voor haar dood ziet Olga er met haar rode pruik uit als ‘een opgeblazen kwaadaardige sprookjesprinses. Een grimmige leugenachtige stiefzuster van Assepoester.’ (p. 212)
De beeldhouwer komt tot het besef dat het gif niet meer uit het lichaam van Olga kan schieten en dat hij niet de rol van prins, opwekker van het leven, kan spelen.
Filmische Associaties
Voor haar ontsluit en er talrijke associaties met films in Turks fruit voorkomen (Olga wordt onder andere met Marilyn Monroe vergeleken), is de poging de filmwereld in het werkelijke leven in te passen tot mislukken gedoemd. Op het witte doek is het sprookjesleven vastgelegd. ‘Maar het leven is bij god geen film.’ (p. 102) Het leven loopt uit op de dood; het is een constant Wolkersthema. In het werkelijke leven kan de tijd niet worden vastgelegd. Op de laatste bladzijde van de roman is het voorgoed ondenkbaar dat Olga ‘(A)ls bij toverslag weer veranderd (is) in het meisje van mijn dromen’. (p.
Vertelperspectief en Structuur
Turks fruit is een achronologisch opgebouwde ik-roman. De naamloze beeldhouwer probeert er, als ik-verteller, achteraf achter te komen hoe en waarom zijn verhouding met Olga is stukgelopen. De roman is een gekleurde reconstructie van het verleden waarin de beeldhouwer Olga ontmoet, met haar trouwt en enkele jaren gelukkig is. De roman begint vlak nadat Olga de ik heeft verlaten. De openingszin luidt: ‘Ik was aardig in de rotzooi terechtgekomen nadat ze bij me weggegaan was.’
In de reconstructie vanuit het vertellersheden (waarin Olga met andere mannen verkeert en langzaam aftakelt) staat de vraag ‘Wat was er gebeurd. Met haar, met Olga’ (p. 122) centraal. Vanuit dat vertellersheden tracht de ik de legpuzzel van zijn vroegere leven met Olga bij stukjes en beetjes op te lossen. De lezer krijgt alleen zicht op dat verleden via het perspectief van de ik-verteller. Die blik is sterk subjectief en partijdig. Nergens doet de beeldhouwer-verteller een poging tot nuchtere analyse of (ironische) afstandelijkheid. De motor van de bewogen reconstructie is de emotionele betrokkenheid en het associatieve vermogen van de ik.
De talrijke beeldende associaties vormen de brug tussen heden en verleden. Een tafereel of beeld in het heden is altijd een reden het verleden met Olga op te roepen. Een voorbeeld. ‘Als ik wilde eenden over zie komen moet ik er altijd aan denken dat ze zei dat het net vliegende chiantiflessen waren.’ (p. 71) De ik springt als het ware van de hak (het heden) op de tak (het verleden). Door de achronologische vormgeving van Turks fruit - de gekleurde vermenging van nu en toen - ontstaat een emotionele reconstructie.
Vitalisme in Turks Fruit
Hoewel Turks fruit vol doodsverhalen zit, is het vitalisme op elke bladzijde voelbaar, tot in de stijl. Wolkers' personages dragen het litteken van de dood. De ontdekking dat de dood het definitieve einde is, werkt echter ook bevrijdend. Het zoeken naar God en de eeuwigheid (in het toneelstuk De Babel, 1963) of naar de perzik van onsterfelijkheid brengt geen geluk. Het verzet tegen de dood dient gestalte te krijgen in het leven zelf. die samengaat met een grote liefde voor en kennis van de natuur en de dierenwereld, de bewegingsvrijheid die niet door een disciplinerende moraal of godsdienst wordt geremd, eruptieve creativiteit, artistieke en politieke opstandigheid en macabere humor.
Dat vitalisme, die bezwering van de angst, culmineert in een vaak barokke stijl vol gedurfde beeldspraken. Ondanks de niet te stuiten aftakeling denkt Ben Ruwiel in De perzik van onsterfelijkheid (1980): ‘Leven moet geleefd worden. Je moet er ernst van maken anders ben je een plas die verdampt.’ (p.
Autobiografische Elementen
De meeste boeken van Jan Wolkers bevatten autobiografische elementen, maar kunnen niet het etiket bekentenisliteratuur opgeplakt krijgen. Wolkers gebruikt gegevens uit zijn leven en bouwt die in zijn fictie om tot een nieuwe, verzonnen werkelijkheid. Zijn personages zijn allereerst romanfiguren. De ‘Wahrheit’ is ondergeschikt aan de ‘Dichtung’. Daarom ook is Terug naar Oegstgeest geen autobiografie. De vraag naar de ‘Wahrheit’ in dit sleutelboek is niet relevant. Het gaat immers niet om een reconstructie van echt beleefde gebeurtenissen. Wolkers schreef niet de geschiedenis, maar de roman van zijn jeugd. Dat blijkt ook uit de structuur. De jeugdverhalen in Terug naar Oegstgeest zijn fictieve memoires.
Door het verweven van verbeelding en werkelijkheid ontstaat een gekleurde werkelijkheid waarin Wolkers' hoofdfiguur verbanden ontdekt die er in de buiten-literaire realiteit niet zijn. Soortgelijke opmerkingen zijn van toepassing op Turks fruit, vooral als we de autobiografische fotodocumentaire Werkkleding er naast leggen. Het materiaal uit zijn leven bewerkt Wolkers zodanig, dat ‘de werkelijkheid van Turks fruit’ (p. 217 van Werkkleding) slechts een verwijzing is naar de echte werkelijkheid. De realiteit van Werkkleding wordt in Turks fruit zo aangepast, bewerkt of verwerkt, dat die functioneel wordt voor het verzonnen verhaal. Turks fruit is geen pure autobiografie, maar een roman met autobiografische trekjes. Wolkers componeert en herschikt meer dan Werkkleding al aantoont.
Receptie en Impact
Dat Turks fruit in 1969 verscheen zonder dat er een storm van moreel protest tegen de openhartige beschrijving van seksualiteit opstak, is niet in de laatste plaats aan Wolkers zelf te danken. Het zogenaamd aanstootgevende karakter van vroege verhalen als ‘Kunstfruit’ (uit Gesponnen suiker, 1963), raakt op de achtergrond als de ontzuiling en de ‘seksuele revolutie’ bezit nemen van de jaren zestig en naast Wolkers schrijvers als Jan Cremer op het toneel verschijnen.
Kees Fens, die Horrible tango (1967) veel te kunstmatig en zelfs kitscherig vond, achtte Turks fruit veel sterker. Een heleboel wordt volgens hem aan de lezer overgelaten. Het verhaal is een aflopende lijn en de ter dood veroordeelde liefde dient heel letterlijk genomen te worden. In de eerste hoofdstukken is er volgens Fens echter een andere ik-figuur aan het woord dan in de volgende.
K.L. Poll vond Turks fruit een ‘smetteloos passieverhaal’ dat van begin tot eind doorzichtig is. Fons Sarneel signaleert steeds meer Cremer-effecten. Paul de Wispelaere is enthousiast, al merkt hij wel op dat Wolkers zich niet bezighoudt met de technische problemen van de moderne romanliteratuur, ‘maar zijn verhalen en romans zijn vaak geraffineerder en meerlediger opgebouwd dan op het eerste gezicht wel lijkt’.
Wam de Moor vertolkt een literair-kritisch gevoel dat in reacties op later werk van Wolkers een veel algemenere opvatting wordt, met alle gevolgen vandien voor het commerciële succes van Wolkers' werk. Voor hem is Turks fruit een mislukte roman met een beperkte visie op de vrouw (de vrouw als lustobject) en bevat het boek ‘clichés en kitsch-elementen’.
De morele verontwaardiging komt vooral uit christelijke hoek. J. van Doorne signaleert schuttingtaal en viezigheden die nauwgezet door Wolkers beschreven worden.
vindt het begin van Turks fruit een ‘rijstebrijberg van smerigheden’ en ziet elders in het boek ook ‘onsmakelijkheden’. Dr. C.
Turks fruit wordt niet tot de hoogtepunten in Wolkers' oeuvre beschouwd, al is het zijn best verkochte roman.
De Seksuele Revolutie en de Tijdgeest
Turks fruit verscheen in 1969, het jaar waarin progressieve studenten het Maagdenhuis bezetten, de linkse, radicaal feministische actiegroep Dolle Mina werd opgericht, de pil zonder medische indicatie beschikbaar kwam en de hit Je t’aime… moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin maandenlang uit transistorradio’s hijgde en waarop teenagers op klassenfeestjes broeierig tegen elkaar schuurden. De hele westerse wereld zinderde van activisme tegen de gevestigde orde en van vrijheidsdrang. Het gistte onder de gordel.
Van beeldend kunstenaar en schrijver Jan Wolkers (1925-2007) was men al heel wat gewend - hij had sinds zijn debuut in 1961 in een aantal romans en korte verhalen over zijn jeugd in een groot streng gereformeerd gezin vilein afgerekend met het ouderlijk gezag, God en de christelijke moraal aangaande seksualiteit. Maar met Turks fruit was hij zó op zijn typemachine losgegaan dat er grote schande van werd gesproken: bah, dit was regelrechte porno, verkocht als literatuur. Met een vies gezicht keurden mensen het af, ook vanwege Wolkers’ fijne gevoel voor details van menselijke intimiteiten, zoals neuspeuteren, winden laten of aangekoekte kopkaas en korsten in het putje van de douche. Velen lazen het stiekem ‘met rode oortjes’ in de bieb.
De overvloedige, expliciete seks wordt niet afgekeurd maar eerder gezien als een feest der herkenning. De tijdgeest balt zich samen in het verhaal over een bohémien en een burgermeisje, die wild verliefd worden, de sterren van de hemel neuken, trouwen en scheiden. Hun vrijbuitersbestaan loopt uiteindelijk stuk op de burgerlijke moraal van de jaloerse moeder van Olga (’dat secreet’) die in de relatie zit te stoken en zelf bovendien als overspelige echtgenote van een goeiige man hypocriet is - het staat symbool voor het generatieconflict van de babyboomers. De kunstenaar zonder vaste inkomsten die lak heeft aan conventies weerspiegelt het individualisme. De sfeer van die tijd schemert bovendien door alles heen.
Niet langer is de kerk of God de boosdoener, in deze roman krijgt het door Amerika beïnvloede kapitalisme de schuld van menselijk leed. En uiteraard lopen de vele vrijages parallel met de seksuele revolutie van vrije en frequente seks voor het huwelijk, en met nadruk op de individuele beleving van man én vrouw. Het is weliswaar vanuit een door testosteron gedreven perspectief geschreven, maar de vrouw komt ruimschoots aan haar trekken. Erik bejubelt haar lichaam.
Literaire Erfenis
Daarom is Turks fruit als ‘seksboek’ binnen de Nederlandse literatuur een mijlpaal: Wolkers beschrijft met zijn rijke vocabulaire onomwonden wat seks in de werkelijkheid is. Erik en Olga kijken bijvoorbeeld via de spiegel naar elkaar en zien ‘hoe mijn ballen tegen haar billen veerden bij iedere stoot, naar de paarse bloeduitstortinkjes tussen de sproeten op haar mooie volle rug, of als zij in de spiegel keek, naar haar gezicht van opzij als ze dat harige lijf van mij tussen dat zachte vlees van haar te keer zag gaan’.
Later als het uit is en Erik nog een poging waagt tot fysiek contact en Olga hem stampvoetend tegenhoudt, moeten ze een beetje treurig lachen, om de verloren intimiteit. Omdat ‘iets dat zo gewoon geweest was tussen ons ineens niet meer mogelijk was’. En Turks fruit is, zoals recensenten toen al meteen zagen, een literaire klassieker geworden.
Niet in de laatste plaats zorgt humor voor lucht, zelfspot voor sympathie. Als Olga aan het einde met een hersentumor kaal, blind en emotioneel ontregeld op haar sterfbed ligt, bezoekt Erik haar trouw. Hij koopt een rode pruik en Turks fruit voor haar. De hartverscheurende situatie wordt beschreven in korte zinnen, zonder franje.
De Filmadaptatie
Aan de iconisering van Turks fruit in de loop der jaren heeft Paul Verhoeven zonder meer een belangrijke bijdrage geleverd. De gelijknamige film, gemaakt vier jaar na verschijning van de roman, wordt beschouwd als de beste Nederlandse film van de twintigste eeuw en trok 3,6 miljoen bioscoopbezoekers, aangevuld met een onbekend aantal kijkers die Turks fruit later hebben gedownload. Het is niet zozeer de vraag of de film beter is dan het boek - of omgekeerd. De film en het boek zijn door dezelfde intensiteit één.
Rutger Hauer en Monique van de Ven, piepjong en pril in hun filmloopbaan, fietsen pasgetrouwd door een bruisend Amsterdam en dansen van geluk bij een kampvuur op het strand. Wel is de sfeer in de film melancholieker dan die in het boek. Als de relatie mis gaat, huilt de mondharmonica van Toots Thielemans mee. Zijn blues raakt aan het levensgevoel dat aan alles altijd een einde komt. Aan verliefdheid op die ene.
Invloed en Impact op de Samenleving
Heeft Turks fruit ons denken veranderd? Toentertijd zeker over seksualiteit en intimiteit. Dat seks niet iets ‘vies’ is om je voor te schamen, en dat het ook niet obsceen is om erover te lezen. Die openhartigheid overrompelde 46 jaar geleden. Zoals we vorige zomer een serie maakten over ‘de boeken die ons denken veranderden’, zo gaan we nu op zoek naar de romans die niet alleen samenvallen met de tijdgeest waarin ze geschreven werden, maar die tijdgeest ook vormgaven.
Conclusie
Wat opvalt bij de zoveelste herziening - de eerste na een tiental jaren en na de dood van Wolkers, is dat ‘Turks Fruit’ de tand des tijds blijkt te doorstaan; de culminatie van energie die rond 1970 vrij kwam door de ontbolstering van de talenten van Wolkers, Verhoeven, Hauer, Van de Ven, producent Rob Houwer, scenarist Gerard Soeteman en cameraman Jan de Bont blijft niet slechts hangen in de tijdgeest van toen.
Beeldhouwer Erik is een tijdloze rebel, Olga van een onverslijtbare kinderlijk wulpse schoonheid en ook Erik’s strijd tegen de vaderlandse kleinburgerlijke moraal - raak geportretteerd in Olga’s moeder (de onderschatte Huurdeman, een Hollandse Sybil Fawlty) en haar winkelchef (Boskamp) blijft decennia later nog overeind.
Tabel: Overzicht van Belangrijke Personages
| Personage | Omschrijving |
|---|---|
| Erik Vonk | De ik-persoon, een beeldhouwer die een intense relatie heeft met Olga. |
| Olga | Een jonge, aantrekkelijke vrouw die een stormachtige relatie heeft met Erik. |
| Olga's Moeder | Een dominante en manipulatieve vrouw die de relatie tussen Olga en Erik afkeurt. |
| Olga's Vader | Een goedhartige, maar ietwat excentrieke man. |
labels:
Zie ook:
- Gevuld Turks Brood Maken: Het Beste Recept voor Thuis
- Menemen recept Turks: Heerlijk en simpel ontbijt!
- Turkse Bakkerij in de Buurt: Vind de lekkerste baklava!
- Ontdek Hoe Lang Je Kip Moet Braden Voor Perfecte Garing en Ideale Kerntemperatuur!
- Rijst Wassen Na Het Koken: Zin of Onzin? Alles Wat Je Moet Weten!




