Chocolade is een populaire lekkernij en wordt gemaakt van onder andere cacao en suiker. Het belangrijkste ingrediënt van chocola is natuurlijk cacao. Tot op de dag van vandaag hullen cacao en chocola zich nog steeds in de mystiek van luxe en genot.

De Oorsprong van Cacao

Cacao, het basis ingrediënt voor chocolade, vindt zijn oorsprong vermoedelijk in Mexico en het noorden van Zuid-Amerika. Van origine komen cacaobomen voor in vochtige gebieden in Midden en Zuid-Amerika. Cacaobomen groeien in vochtige gebieden rond de evenaar.

Cacaobomen

Cacao is afkomstig van de cacaoboom. De cacaoboom groeit goed in landen rond de evenaar met een vochtig klimaat. In de 17e en 18e eeuw werden cacaobomen ook in Zuidoost-Azië en West-Afrika aangeplant. Cacaobomen zijn erg gevoelig en hebben het juiste klimaat en goede weersomstandigheden nodig om goed te kunnen groeien. De boom groeit bijvoorbeeld niet in de volle zon. Plantages hebben daarom ook meestal ‘schaduwbomen’ om de cacaobomen te beschermen. Door lange droogteperioden of juist te veel neerslag kan de oogst behoorlijk tegenvallen.

De vijf landen die vandaag de dag de meeste cacao groeien zijn Ivoorkust, Ghana, Indonesië, Nigeria en Brazilië. In deze landen worden de cacaobonen geoogst, gedroogd.

De Geschiedenis van Chocolade

De geschiedenis van chocolade begint in Midden-Amerika, waar de Maya's en de Azteken cacao verbouwden en consumeerden. Chocolade is dus al duizenden jaren oud. Er zijn aanwijzingen dat chocolade al in 1900 voor Christus werd gebruikt in Midden-Amerika.

De Rol van de Maya's en Azteken

Het waren de Azteken die al 1200 de eerste cacaobonen oogsten en verwerkte tot een soort chocolade drankje met speciale geneeskundige krachten. De Maya-indianen waren de eerste cacaotelers. Dit volk leefde op een groot schiereiland tussen Mexico en Guatemala. Zij waren de eersten die de cacaoboom cultiveerden voor zijn vruchten. Het is bekend dat zij al rond 600 na Chr. cacaoplantages hadden. Met de bonen uit de cacaoplant bereidden de Maya’s een bittere drank met de naam ‘xocoatl'.

De cacao werd pas echt populair nadat de Mayacultuur was verdwenen. Hier komen de Azteken in beeld. De Azteken richtten na de Tolteken hun eerste gemeenschappen op in Mexico rond 1300. Zij riepen zichzelf uit als afstammelingen van de Tolteken.

In deze Aztekencultuur speelden de godsdienst en oude gewoonten van de Tolteken een belangrijke sleutelrol. Zo aanbaden de Azteken ook de oude koning van de Tolteken. Die koning heette Quetzalcoatl. Volgens de overleveringen was hij de grote meester van de cacao. Hij had een aantal cacaoplanten weten te bemachtigen. Hij leerde zijn mensen die te telen en ‘xocoatl’ te bereiden. Xocoatl was een versterkende drank op basis van cacaobonen, waaraan ze maïsmeel, paprika, peper en water toevoegden. Het werd beschouwd als goddelijke drank die kracht en gezondheid schonk.

De drank van de Azteken was bitter, vet en werd koud opgediend, dat is een groot verschil met hoe het nu is. Nu is het een zachte, rijke en romige drank.

Chocolade in Europa

Pas met de ontdekking van Amerika kwam cacao aan het eind van de 16e eeuw naar Europa. In 1502, Christoffel Columbus ging voor de vierde en de laatste keer op reis naar het Caribisch gebied. Hij kwam terecht op het eiland Guanaja voor de kust van Honduras. De Azteken boden Columbus hun kostbare drank ‘xocoatl’ aan. Hij vond het drankje afschuwelijk bitter en schonk er verder weinig aandacht aan. Hij nam echter wel de cacaobonen, wat de basis was van die bittere drank, mee naar Europa.

De cacao maakte pas echt zijn intrede in Europa in het jaar 1528 dankzij Hernan Cortéz. Spanje hield de cacao eerst voor zichzelf. Hernan Cortéz had de leden van het koninklijk hof geleerd hoe ze de kostbare drank ‘xocoatl’ konden bereiden van cacaobonen. Het werd een geliefde drank omdat de Spaanse kolonisten het product verzachtten met suiker, vanille en room. Aan het Spaanse hof bleef dit elitedrankje eerst een lange tijd geheim.

Pas honderd jaar later wordt het drankje ook bekend in de hogere kringen van Milaan en Londen. Daarna leert geleidelijk aan de rest van Europa het drankje ‘xocoatl’ kennen.

De Opkomst van Chocoladefabrieken

Desondanks duurde het nog tot 1728 voordat de eerste echte chocoladefabriek werd opgericht in Engeland. Vanaf dat moment groeide de chocolade-industrie in Europa. In 1728 verrees de eerste chocoladefabriek in Engeland. Omstreeks 1760 volgden Frankrijk en Duitsland. Toch ontstaat er pas in 1819 voor het eerst een chocoladefabriek in Zwitserland.

Belangrijke Innovaties in de Chocolade Productie

In Nederland ontstonden in het midden van de 17e eeuw de eerste koffie- en chocoladehuizen.

Casparus van Houten

Het was de Nederlander Casparus van Houten die ontdekte hoe je cacaopoeder en cacaoboter kon maken, door het vet uit de bonen te halen. Het is de Nederlander ‘van Houten’ die in 1820 een manier ontdekt om in een fabriek repen te maken. Hij ontwierp een pers waarmee cacaoboter uit vloeibare chocolade getrokken kon worden. Na deze bewerking bleef er cacaoboter achter. Vervolgens maakte men een chocoladereep door de cacaopoeder te mengen met cacaoboter…een razend populaire lekkernij was geboren!

Zwitserse Chocolade

Aan het begin van de 19e eeuw werd de eerste Zwitserse chocolade geproduceerd. Een van de pioniers in deze tijd was de kruidenier François-Louis Cailler, de grondlegger van de NESTLÉ l’ATELIER-chocolade. Met hulp van Henri Nestlé, de oprichter van NESTLÉ, produceerde hij de eerste melkchocolade.

Lindt & Sprüngli

Een ondernemersgeest. Een chocoladerevolutie. De perfecte samenwerking. Dit is het verhaal over het ontstaan Lindt & Sprüngli. Het begon allemaal met de opening van David Sprüngli's kleine zoetwarenwinkel in Zürich. Het bedrijf groeide snel dankzij Sprüngli's passie en ondernemende karakter. Al snel was Sprüngli een bekende naam onder de chocoladefabrikanten.

Rodolphe Lindt

Ondertussen was in Bern Rodolphe Lindt, de zoon van een apotheker, net een kleine zoetwarenwinkel begonnen. Kort na de opening in 1879 produceerde Lindt's chocoladebedrijf 'Rod. Lindt & Zonen' alleen harde bittere chocolade - net als andere chocolatiers in die tijd. Lindt liet zich er niet door afschrikken en bleef experimenteren tot hij op een vrijdagavond na maandenlang testen zijn fabriek verliet zonder de concheermachine uit te zetten. De machine bleef de hele nacht en het hele weekend draaien. De chocolade die Lindt op maandag vond, was heerlijk zacht en smaakte zoals hij nog nooit eerder had gesmaakt. Chocolade was voor altijd veranderd.

Het geheim van zijn chocolade zat hem in het concheerproces dat hij had uitgevonden en dat een fijne smeltende textuur creëerde door de cacaomassa en cacaoboter gelijkmatig te mengen met andere ingrediënten zoals suiker en melk gedurende een langere periode. Lindt's concheertechniek creëerde een 'smeltende chocolade' die zo fijn en smakelijk was dat hij onmogelijk te weerstaan was. Dit was het begin van een chocoladerevolutie. Lindt hield zijn uitvinding topgeheim totdat de Sprüngli's in beeld kwamen. Vandaag de dag wordt het concheerproces door chocoladefabrikanten over de hele wereld gebruikt.

De Fusie

Toen Lindt in 1879 het geheim ontdekte dat Zwitserland op de kaart zou zetten als een hoogwardig chocoladefabrikant, merkte Johann Rudolf Sprüngli dat op. Zijn interesse was gewekt: hij herkende een collega-chocoladekenner. Echter, pas in 1899 ontmoetten de twee ondernemers elkaar. Johann Rudolf Sprüngli was net klaar met de bouw van een grotere fabriek in Kilchberg-Bendlikon, de locatie van het huidige hoofdkantoor, om de productie te verhogen. In Bern begon de grote vraag naar de romige chocolade van Rodolphe Lindt de kleine verouderde productiefaciliteiten van Lindt onder druk te zetten.

Dus toen Johann Rudolf Sprüngli aanbood het bedrijf te kopen voor een indrukwekkende 1,5 miljoen goudfrank - inclusief het merk Lindt en het geheime recept - stemde Lindt toe onder de voorwaarde dat hij nog steeds zeggenschap in het bedrijf zou hebben. De perfecte samenwerking was geboren totdat Sprüngli het bedrijf volledig leidde.

De Cacao-industrie in Nederland

Cacaobonen worden vooral verwerkt tot chocolade in de landen waar veel chocolade gegeten wordt. In onder andere Ivoorkust, Duitsland en de Verenigde Staten wordt cacao verwerkt, maar Nederland is wereldwijd de grootste cacaoproducent. Per jaar verwerkt Nederland zo’n 500.000 ton cacao en dat komt neer op ongeveer 13% van de totale wereldproductie.

Een groot deel van de cacao komt uit Indonesië, dat vroeger een kolonie van Nederland was. De cacaobonen werden naar Nederland verscheept, waardoor er een heuse cacao-industrie in de Zaanstreek ontstond. Nederland heeft dus een rijke historie in de cacaoproductie.

labels:

Zie ook: