Een huwelijk tussen familieleden komt in Nederland niet zo veel meer voor. Dankzij wetenschappelijk onderzoek naar erfelijkheid weten we namelijk dat te weinig variatie in de genen kan leiden tot allerlei soorten afwijkingen, vooral als beide ouders drager zijn van dezelfde erfelijke aandoening.
De hemofilie van de Engelse koningin Victoria verspreidde zich op deze manier door alle grote vorstenhuizen van Europa. In adellijke kringen was trouwen met een (verre) neef of nicht namelijk eeuwenlang heel gebruikelijk. Het was dé manier om geld en land in de familie te houden.
De rijke en machtige Friese familie Van Aylva is hier een prachtig voorbeeld van. De Van Aylva’s vervulden hun functie van grietman in Wonseradeel al vanaf de vijftiende eeuw. Hun macht en geld maakten hen tot een geliefde bondgenoot. Ook de Duitse Keizer had de familie graag aan zijn kant. Al hun geld en macht ten spijt, kampte de familie Van Aylva wel met een probleempje: een groot tekort aan mannen. Aan het einde van de zeventiende eeuw waren er al niet veel meer over. Het voortbestaan van de lijn kwam in gevaar.
Ook Agatha Wilhelmina van Aylva, in wier kookboek uw Archiefkok onlangs wat zat te neuzen, moest er in 1716 aan geloven. Zij trouwde met Hans Willem, de kleinzoon van haar vaders oudere zuster. In haar directe bloedlijn kwamen nog weinig van zulke familiehuwelijken voor. Heel anders was dat bij haar man. Zowel zijn ouders als grootouders waren achterneef en -nicht.
Veel geluk was het jonge paar niet gegund. Hun eerste kinderen stierven jong en het enige kind dat de volwassenheid bereikte, heeft zijn vader nooit gekend. Hans Willem overleed al voor zijn geboorte. Deze zoon, Hans Willem jr., zou later bekend komen te staan als één van de rijkste mannen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hoe dat kwam? Hij was de enige mannelijke erfgenaam in de lijn.
Hans Willem kweet zich van zijn taak en zorgde voor een mannelijke erfgenaam. Net als zijn vader overleed hij echter voordat zijn zoon geboren was. Deze zoon, Hans Willem III, was al snel de enige nog levende mannelijke Van Aylva. Zijn huwelijk met de schatrijke Haarlemse Cornelia van Brakel bracht daar geen verandering in. Hun enig kind was een dochter.
Hoewel Friesland de hoofdverblijfplaats van de familie was en dat generaties bleef, was de provincie voor hen niet groot genoeg. De bezittingen van de familie strekten ver voorbij de provinciegrens. Zo kocht de vader van Agatha in 1700 het landgoed Waardenburg en Neerijnen vlakbij Zaltbommel. Of Agatha er zelf gewoond heeft, heb ik niet kunnen vaststellen. Zeker is in elk geval dat zij nooit hertrouwd is en dat haar kookboek uit 1724 in het archief van kasteel Waardenburg is achtergebleven.
Recept uit 1724: Witte Saucisen
Eén van de recepten in dat kookboek is voor witte saucisen: saucijsjes die eerst in heet water worden gegaard en daarna worden gebraden.
Ingrediënten:
- Varkensschouder
- Vet spek
- Room
- Eieren
- Witbrood
- Specerijen: ongeveer 20-25 gram per kilo
Snij de varkensschouder in blokjes van 2 bij 2 cm en leg ze even goed koud. Dan gaan ze makkelijker door de vleesmolen. Snij ondertussen het vet spek heel fijn of gebruik daarvoor de keukenmachine. Daarin maakt u ook het wittebrood mooi fijn. Veel vleesmolens hebben verschillende schijven om gehakt te maken. Kies er eentje met fijne gaatjes.
Meng het spek, de room, de geklopte eieren, het brood en de kruiden door het vlees. Kneed goed zodat alles door elkaar gemengd zit. Anders krijgt u straks geen lekkere saucijsjes. Zet het vlees daarna in de koelkast. Als u klaar bent om de worst te gaan maken, zet u de darmen een half uur in een bakje koud water. Daarna spoelt u ze door er koud water uit de kraan doorheen te laten lopen. Kunt u meteen zien of er gaatjes in zitten.
Zet de stoptuit op de vleesmolen en duw de darm er voorzichtig overheen. Als er niets meer op de tuit past, knipt u de darm af en zet u de rest weg. Doe flink wat worstvulling in de vleesmolen en draai voorzichtig tot het vlees uit de tuit komt. Doe dan een knoopje in de darm en blijf de vulling er doorheen draaien tot de darm helemaal gevuld is. Dat vergt wat oefening, maar dat eerste mislukte stukje kunt u mooi zelf opeten. Als de darm vol zit, maakt u aan het eind weer een knoopje en neemt u een momentje om uw werk te bewonderen. Daarna draait u de grote worst in kleine saucijsjes door de darm om de 10-12 centimeter steeds een paar slagen te draaien. Na het eerste worstje naar links, na het tweede naar rechts, dan weer naar links en zo door tot het eind. Knip de darm daarna door op de plaatsen waar u heeft gedraaid en prik met een speld hele kleine gaatjes in de worst.
Zet een grote pan op het vuur en verwarm daarin water tot net onder de kook. De worstjes van Agatha blijven een uur in dat hete water staan. Daarna zijn ze helemaal gaar en daardoor lang houdbaar. Als u dit recept volgt en een beetje succesvol bent, hebt u zo een saucijs of 25. Dat is genoeg voor een leuk feestje. Had u daar niet aan gedacht, stop ze dan in elk geval niet in de vriezer.
Stokvis als Delicatesse
Stokvis is eeuwenlang een belangrijk onderdeel geweest van het Europese dieet. Vooral in Scandinavië waar stokvis dagelijks op het menu stond. De oudste vermeldingen van deze gedroogde vis stammen al uit de dertiende eeuw.
In Egil’s Saga, een boek uit ongeveer 1230 met verhalen over een IJslands geslacht van boeren en Vikingen, kunnen we lezen dat er in de negende en tiende eeuw al een levendige handel in bestond tussen IJsland, Helgoland en Noorwegen. Ook de inwoners van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lustten er in de zeventiende eeuw wel pap van.
In 1978 stond stokvis nog op het menu in menig restaurant. Een deel van die tonnen werd meteen weer aan boord van andere schepen geladen. Wie op oorlogspad ging of op weg naar de specerijen van Indië, zat maanden zonder vers voedsel op zee. Gedroogde vis was dan, net als gedroogd vlees en scheepsbeschuit, een uitkomst.
Klinkt niet erg smakelijk vindt u? Dat heeft u dan toch mis. In grote delen van Europa gold de vis als een echte delicatesse. In de laatste decennia is de stokvis helemaal uit de gratie geraakt. Wij eten liever verse vis, al maken sommigen van ons graag een uitstapje naar de Surinaamse bakkeljauw. Dit neefje van de stokvis werd bedacht door de Portugezen. Zij konden in de meer vochtige lucht van Portugal de vis niet zo goed drogen als de Vikingen en besloten deze eerst te zouten.
Wie een paar moderne recepten voor stokvis leest, begrijpt al snel waarom wij tegenwoordig liever verse vis eten. Voordat je een stokvis kunt bereiden, moet je namelijk al het vocht dat tijdens het drogen is verdwenen, er weer in zien te krijgen. Dat kost tijd en een heleboel plastic folie. Al is dat laatste een keuze. Henriëtta zal van de vislucht niet veel last hebben gehad. Rond 1800 rook het waarschijnlijk nergens echt lekker. Zonder riolering of regelmatige badgewoonten was men wel gewend aan onwelriekende geuren. Bovendien zal Henriëtta een fijne kokkin gehad hebben die de stokvis ver van de woonvertrekken van de familie bereidde.
Illegale Pers in Oorlogstijd
Alle bestaande drukkerijen en uitgeverijen van kranten kwamen na mei '40 onder controle van de Duitsers. De grote landelijke kranten als Algemeen Handelsblad, NRC, De Telegraaf en Het Volk bleven verschijnen. Als alle kranten moesten ook zij propaganda voor de Nieuwe Orde maken.
Kort na de capitulatie werd de directeur van Het Nationale Dagblad, de NSB-er H.J. Kerkmeester tot directeur benoemd naast de werkelijke directeur Y.G. van der Veen, die bleef zitten ‘om het apparaat te redden’, een toen in zwang zijnd excuus. Hij deed de ene concessie na de andere. Vermoedelijk omdat hij begreep dat hij te ver was gegaan pleegde hij zelfmoord in juli 1940.
De schrijver of dichter die zijn werk clandestien liet drukken kon dat doen in eenzaamheid en anonimiteit. De uitgever die de opdrachten verstrekte, kon er bij onraad snel vandoor. Drukkerijen werden leeggehaald, moesten in de loop van de oorlog hun lood inleveren; drukkerspersoneel werd naar Duitsland gedeporteerd om voor de vijand te werken.
Sommige drukkerijen die officieel gesloten werden bleven illegaal drukken; andere drukten voor de Wehrmacht; als dekmantel voor ondergronds drukwerk. Veel van de clandestiene boekjes zijn gedrukt bij een- of tweemansbedrijfjes, die wat handelsdrukwerk leverden en er zo'n boekje incidenteel bij maakten, zonder dat ze daarmee hun hals riskeerden.
Maar het leeuwedeel van de clandestiene belletrie is gedrukt bij drukkers die deze mooie boekjes als luxe bijzaak beschouwden en hun hoofdtaak zagen in het drukken van illegale pers, brochures en vlugschriften die de Duitsers aanspoorden te verdwijnen en levensreddende valse papieren. Zulke drukkers waren C. Visser in Huizen, Dick van Veen en Frans Duwaer in Amsterdam, Jan Hendriks in Utrecht en Fokke Tamminga in Den Haag.
De drukkers Van Veen en Duwaer deden ook actief aan andere vormen van verzet. Dick van Veen pleegde met Theo Dobbe een reeks overvallen in Friesland en Duwaer werkte samen met Gerrit van der Veen aan de vervalsing van formulieren en vooral persoonsbewijzen.
Volgens F.G. Meyer, de in 1982 afgetreden secretaris van het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen, heeft Duwaer een groot deel van de valse persoonsbewijzen gemaakt en zo knap dat ze nauwelijks te onderscheiden waren van officiële.
Zou ons land in 1982 worden bezet, heeft Meyer me uitgelegd, dan ware het maken van illegaal drukwerk aanzienlijk eenvoudiger dan destijds. Tegenwoordig verschijnen veel boeken in offsetdruk: Daarvoor is een lichte, metalen drukplaat nodig. Vóór '45 was hoogdruk het meest gebruikte procedé.
In de hongerwinter toen er geen elektriciteit meer was om de machines op gang te houden en geen gas om het lood te smelten, is desondanks de stroom illegale blaadjes, brochures en boekjes enorm gegroeid.
Enschedé heeft in de bezettingstijd flink verdiend. Het bedrijf dat rond de 1200 man in dienst had, drukte van alles, van visitekaartjes tot een encyclopedie (de ENSIE), bloembollencatalogi, kleurenplaten, maar vooral al het geld, en in opdracht van het Centraal Distributiekantoor alle officiële bonnen en bonkaarten.
In 1941 werd de graveur, tekenaar, papiergeld- en postzegelontwerper Sem Hartz, een jood, bij Enschedé ontslagen. Hartz was de enige die me kon vertellen dat Balkema verzetswerk had gedaan. ‘Ds. Henkels van De Blauwe Schuit, Balkema en Van Krimpen van de Vijf Ponden Pers en ik,’ zegt hij, ‘werkten samen op allerlei gebied, van het maken van boekjes tot het vervalsen van papieren.‘
labels: #Vlees




