Ben je bezig met de vertaling van je menukaart en kom je er niet helemaal uit? Op zoek naar de perfecte Duitse vertaling van culinaire termen met betrekking tot vlees? Deze gids biedt een uitgebreid overzicht van gastronomische termen in het Nederlands en Duits, essentieel voor iedereen die in de horeca werkt of gewoon geïnteresseerd is in de culinaire wereld.

Gastronomische Termen: Nederlands - Duits

Bekijk hieronder een lijst van veelvoorkomende vleesgerelateerde termen en hun Duitse vertalingen:

  • Vlees: Fleisch
  • Runderbouillon: Fleischbrühe(n) / Rindsuppe(n)
  • Vleeshaak: Fleischhaken
  • Vleesloos gerecht: fleischlose(s) Gericht
  • Vleesvermalser: Fleischmürber
  • Vleesbord: Fleischplatte
  • Blinde vink: Fleischröllchen(-)
  • Rolletje: Fleischröllchen(-)
  • Vleeszaag: Fleischsäge
  • Vleesmolen: Fleischwolf
  • Klopper: Fleishklopfer

Verschillende soorten vlees en bereidingen

De vertaling van vleesdelen is niet altijd eenvoudig, omdat deze niet in alle landen overeenkomen. Hieronder een tabel met enkele voorbeelden:

Nederlands Duits
Vlees uit de runderborst (om te stoven) Stoofgedeelte van de dikke rib van een rund
Bovenbeen of een schijf daarvan van het varken Hachse(n) / Haxe(n)
Mager, licht gezouten en licht gerookt stuk varkenskarbonade gebeitzt / mariniert
Vlees van de eland -
Gestoofd rundvlees op Hongaarse wijze -
Vlees van een hert Haarwild
Deel van de varkensrib verdeeld in nek-, rib, schouder-, en haas-karbonades -
Vlees van de bovenbil -
Vlees (met of zonder vel) van kippen Dieses Fleisch ist Hühnchenfleisch.
Voorschenkel van de lamsschouder -
De middenrifspier van het rund -
Beenmerg uit de dikkere botten -
De meest malse spier van het rund -
Staart van een rund -

Handige zinnen en uitdrukkingen

Hier zijn enkele handige zinnen en uitdrukkingen met betrekking tot vlees, vertaald van het Nederlands naar het Duits:

  • Ik wil geen vlees: Ich will kein Fleisch
  • Ik eet geen vlees: Ich esse kein Fleisch
  • Dit vlees is kippenvlees: Dieses Fleisch ist Hühnchenfleisch
  • Amerikanen eten veel vlees: Amerikaner essen viel Fleisch
  • Zit er vlees in dit eten?: Enthält dieses Essen Fleisch?
  • De hond had een stuk vlees in zijn bek: Der Hund hatte ein Stück Fleisch in seinem Maul.
  • De geest is gewillig, maar het vlees is zwak: Der Geist ist willig, aber das Fleisch ist schwach.

Overige relevante termen

  • Gans: Gans(“e)
  • Ganzelever: Gänseleber(n) / Gänsestopfleber(n)
  • Gevogelte: Geflügel(-)
  • Gevogeltefond: Geflügelfond
  • Gegrild vlees: Grilladen/gegrilltes/ grilliertes Fleisch

Daarnaast zijn er nog diverse termen die van belang kunnen zijn bij het beschrijven van de bereiding van vlees:

  • gebraden: gebraten
  • gegrild: gegrillt/grilliert /vom Grill/vom Rost
  • gemarineerd: gebeitzt / mariniert
  • gezouten: gesalzen
  • gerookt: geräuchert

Deze lijst is slechts een begin, maar het biedt een solide basis voor het vertalen van menu's en recepten met vleesgerechten.

labels: #Vlees

Zie ook: