Veel aardappelen zijn door de natte omstandigheden dit jaar gemiddeld later gepoot of moeten zelfs nog gepoot worden.
Toch zijn er ook al diverse percelen met vroege aardappelen waar de rijen inmiddels gesloten zijn.
Een aanvullende stikstofgift is hier waarschijnlijk gewenst, maar check onder andere op basis van uw bemestingsplan de noodzaak en hoeveelheid.
Standaard overal een gelijke gift is zelden goed.
Veel late stikstof kan ervoor zorgen dat het gewas later afsterft.
De kans op uitspoelingsverliezen is hier groot.
Let hierop wanneer u een aanvullende stikstofgift wilt geven.
Geef deze rondom de knolzetting en stem de hoogte van de gift bij twijfel af op bladsteeltjes/plantsap onderzoek.
Met dit onderzoek wordt het stikstofgehalte in het loof gemeten.
Is het gehalte te laag voor een optimale opbrengst, dan kan op basis hiervan worden bijbemest.
Ligt de gemeten waarde ver van het optimum, dan is het advies om 200 kg KAS (o.a. OCI Nutramon) bij te strooien.
Ligt de waarde dicht bij het optimum, dan is het advies om 100 kg KAS te strooien.
Ligt de waarde op het wenste niveau of hoger dan hoeft er niks bijbemest te worden.
Door op deze manier te meten wordt er een optimale teeltwijze gecreëerd met minimale input.
Bemesting latere aardappelrassen op de Zuidoostelijke zand- en lössgronden
Voor de latere aardappelrassen die net geplant zijn of zelfs nog geplant moeten worden, geldt het advies voor een aanvullende stikstofgift kort voor of bij het poten te geven van 50-60 kg werkzame stikstof.
Deze stikstofgift is dan een aanvulling op de basisbemesting met organische mest.
Wanneer er minder dan 30-40 m3 dierlijke mest per hectare is gereden, dan zal de aanvullende stikstofgift nog wat verhoogd moeten worden.
Is de dierlijke mest gift hoger, dan kan deze omlaag.
Hoe hoog precies de aanvullende gift moet zijn hangt af van een aantal factoren:
- Raseigenschappen
- Voorvrucht - groenbemesters leveren 10-30 kg N / gescheurd gras 25 kg N per jaar gras tot max.100 kg
- Bemestingsverleden perceel, is er veel organische mest gereden of maar matig
- Organischestofgehalte van de grond
- Type organische mest
Op dit moment is het belangrijk de huidige situatie op een perceel in al uw afwegingen mee te nemen.
Bij net geplante aardappelpercelen en waar veel regen is ingevallen, kan het zo maar zijn dat er al veel stikstof buiten bereik van de aardappelen is.
Dit belemmert een snelle weggroei die nog eens van extra belangrijk is in geval van een late pootdatum.
Tips voor een Nauwkeurige N-bijbemesting
Zodra bij aardappel de knolzetting is voltooid en de knolletjes circa 1,5 tot 2 cm zijn, is tijd om de stikstofbijbemesting te starten.
Vaak beginnen de planten te bloeien als de knolzetting is voltooid.
Hieronder volgt een aantal tips voor een nauwkeurige N-bijbemesting.
Hoeveelheid stikstofbijbemesting
De hoeveelheid bijbemesting is afhankelijk van de hoeveelheid stikstof die u al heeft gegeven.
In de periode van opkomst tot een vol gewas heeft aardappel in totaal circa 150 kg/ha N nodig.
Vanaf het moment dat de knolzetting is begonnen, moet het gewas steeds circa 50 kg N beschikbaar hebben;
- Als u kunt beregenen, kunt u beter in meerdere keren een kleine gift (40-55 kg N = 150 tot 200 kg KAS) toepassen dan een grote gift in één keer;
- Bij hogere temperaturen is vaak minder of pas later bijbemesting nodig, omdat er veel mineralisatie kan hebben plaatsgevonden;
- Als er plaatselijk in korte tijd veel neerslag is gevallen, kan een deel van de stikstof zijn uitgespoeld. Een meting geeft dan inzicht in de stikstofbehoefte.
Stikstofmeting voor nauwkeurige bemesting
Voor nauwkeurige bemesting per perceel kunt u tijdens het groeiseizoen metingen verrichten aan het gewas.
Vanaf drie weken na opkomst kunt u de stikstofsituatie laten bepalen via een nitraatmeting in de bladstelen.
Door deze metingen elke zeven tot tien dagen uit te voeren, volgt u het gewas op de voet;
Een ander systeem is aardappelmonitoring waarbij twee maal wordt gemeten;
Verschillende partijen werken aan de ontwikkeling van precisielandbouw.
Door sensortechniek te combineren met beelden van drones is het mogelijk om de stikstof-, biomassa- en vochttoestand van een perceel te volgen.
Belang van Plantenvoedingsstoffen
Plantenvoedingsstoffen zorgen in de eerste plaats voor een hogere opbrengst en betere kwaliteit.
Voeding voorkomt immers dat de groei en ontwikkeling niet wordt belemmerd door een gebrek aan mineralen.
Plantenvoeding kan de plant echter ook helpen zichzelf te beschermen tegen ziekten.
Een uitgebalanceerd bemestingsprogramma staat garant voor een robuuste en stabiele celstructuur van het gewas.
Bovendien wordt op deze manier voorkomen dat er teveel voedingsstoffen worden opgenomen, wat immers ook een negatieve invloed heeft op de plantgezondheid.
Stikstofbemesting kan bladziekten bevorderen.
Dit is vooral bij bemesting later in het teeltseizoen het geval.
Calcium is een belangrijke voedingsstof ter voorkoming van knolziekten, omdat door de versterking van de celwanden ook de knolschil robuuster wordt, die daardoor een betere resistentie tegen veel ziekten biedt.
Borium versterkt de werking van calcium door een verbeterde opname en kan zo de kans op aardappelschurft en andere veelvoorkomende aantasting van de knol verkleinen.
Zink draagt bij aan het minimaliseren van poederschurft.
Identificeer en diagnosticeer of uw aardappel lijdt aan een tekort of gebrek aan voedingsstoffen.
Knolzetting en Voeding
Een goede knolzetting en het behouden van knollen in de gewenste maatsortering zijn essentieel voor een succesvolle pootgoedteelt.
In het huidige seizoen, dat droog van start is gegaan, spelen vocht en voeding een bepalende rol in de knolaanleg.
Hoewel de invloed op het vochtgehalte in de bodem beperkt is (niet beregenen), kan via gerichte bemesting wél effectief worden gestuurd op knolvorming.
Tijdens knolzetting en snelle loofontwikkeling heeft de aardappelplant een hoge voedingsbehoefte.
Het is hierbij van belang dat de voeding niet loofgericht is, maar juist knolgericht.
Bladmeststoffen zoals Foliar N28, Foliar N24 Micro en Nutrino Pro bevatten amidestikstof en zijn zeer geschikt om de knolaanleg positief te beïnvloeden.
Naast stikstof is het raadzaam om sporenelementen zoals mangaan en magnesium toe te voegen, zeker bij rassen die gevoelig zijn voor tekorten aan deze elementen.
Dit seizoen zijn de volgende loofdodingsmiddelen beschikbaar: Quickdown , Spotlight Plus en Affinity Plus.
Extra tips en weetjes
Aardappelen zijn redelijk gulzige planten maar de behoefte aan kalium (voor de ontwikkeling van de knollen) is relatief hoog ten opzichte van de behoefte aan stikstof (voor bladgroei).
En daarom bedekken we de grond in de winter met paardenmest met veel stro erin.
In het voorjaar schuiven we dat opzij en voegen compost toe.
We geven een kleine hoeveelheid samengestelde organische meststof wanneer we de aardappelen poten.
En als de aardappelen bovengronds komen leggen we de paardenmest met stro weer terug tussen de aardappelplanten.
Zo kunnen de pootaardappelen in het eerste stadium groeien.
Rond mei geven we vervolgens nog wat kalium (bijvoorbeeld vinassekali) voor de ontwikkeling en groei van de knollen.
Teveel stikstof, door een verkeerde bemesting met een meststof met een hoog stikstofgehalte - zoals bloedmeel of kunstmest kalkamonsalpeter, chilisalpeter, etc.) kan veel loof maar weinig en kleine aardappelen geven.
Daarnaast is de kans op phytophthora en aantasting door de coloradokever groter.
Samengevat; het beste resultaat geeft een matige algemene basisbemesting met een kleine tot gemiddelde hoeveelheid stikstof (afhankelijk van de algemene voedingstoestand van je grond) en een wat grotere extra kalibemesting halverwege de teelt.
Op een zure zandgrond is het raadzaam om wat kalk te gebruiken want bij een te lage pH kan er magnesiumgebrek optreden; bladeren worden dan geel, terwijl de nerven groen blijven.
Daardoor kan de plant te vroeg afsterven waardoor er minder aardappelen geoogst kunnen worden.
Een vruchtwisseling van minimaal 1 op 4 jaar is belangrijk om ziekten, plagen, aaltjes, Phytophthora en schimmels zoveel mogelijk te voorkomen.
Voorbereiding van het pootgoed
Wanneer je overweegt om zelf aardappelen te kweken, wacht dan niet te lang om het pootgoed uit te kiezen.
Zeker wanneer je op zoek bent naar een specifieke variëteit.
Door je pootaardappelen al vroeg in het jaar te kopen, profiteer je niet alleen van een ruim aanbod, maar heb je bovendien nog voldoende tijd om de knollen te laten kiemen.
Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn.
Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden.
Om de pootaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze het best naast elkaar in bakjes.
Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen.
In de tussentijd kan je het perceel voor de aardappelen alvast plantklaar maken.
De ideale grond voor aardappelen
De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond.
Weet ook dat aardappelen het liefst een iets lagere zuurtegraad hebben (pH= 5-6).
Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft.
Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken.
Bereid het perceel voor de aardappelen op dezelfde manier voor als de andere percelen in je moestuin.
Aardappelen poten
Wanneer kan je je aardappelen poten?
Zodra de grond warm genoeg is en er geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan het gekiemde pootgoed de grond in.
Om het planten te vergemakkelijken, maak je de grond net voor het planten het beste nog even goed los.
Bij het aanplanten doe je er goed aan voldoende kalium in het plantgat mee te geven, bijvoorbeeld in de vorm van DCM Tuinkali / Tuinpotas.
Kalium bevordert immers de vruchtvorming en zorgt voor dikke, stevige en smakelijke aardappelen.
Plant de aardappelen in rijen.
Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden.
Maak plantgaten van zo’n 5 cm diep.
In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm).
Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten.
Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje.
Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen.
Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.
Na 4 weken is het loof al goed opgeschoten en moet je aanaarden.
Aardappelen aanaarden en bemesten
Een paar weken nadat je je aardappelen gepoot hebt, zie je meestal de eerste stengels met blaadjes boven de grond verschijnen.
Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden.
Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen.
De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde.
Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken.
Zo zorg je voor extra bescherming.
Het aanaarden herhaal je het beste nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.
Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen.
DCM Meststof Aardappelen is een puur organische voeding met een hoog kaliumgehalte.
Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:
- Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen.
- Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren.
- De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af.
labels: #Aardappel
Zie ook:
- 5 Elementen Voeding Recepten: Balans voor Lichaam & Geest
- Eiwitrijke Voeding Recepten: Lekker & Gezond Eten
- Ontstekingsremmende Voeding Recepten: Eet je Gezond!
- Gezonde Voeding Recepten: Snel, Makkelijk & Lekker!
- Pannenkoeken Eten in Drenthe: De Beste Pannenkoekenhuizen
- Oogdruppels Apotheek Zonder Recept: Wat zijn je Opties?




