Chocola, ook wel chocolade genoemd, is een felbegeerde lekkernij. Het belangrijkste ingrediënt van chocola is natuurlijk cacao. Tot op de dag van vandaag hullen cacao en chocola zich nog steeds in de mystiek van luxe en genot. De reden hiervoor is o.a. verborgen in de geschiedenis van chocolade.

De Botanische Oorsprong van Cacao

Theobroma cacao is de botanische naam voor de cacaostruik. Linnaeus heeft de struik (tot wel 8 meter hoog) zo vernoemd in 1753. De meest origine cacao komt uit het gebied tussen Peru en Brazilië en heeft zich van daaruit voortgeplant. De cacao komt oorspronkelijk uit het gebied dat zich uitstrekt van Mexico tot in het midden van Zuid-Amerika. Men vermoed dat het huidige Venezuela de tweede kraamkamer is waarin één soort cacaoboom zich ten volle ontpopte. Dat is in het stroomgebied (delta) van de Orinoco rivier. In dit gebied is het goed warm, vochtig, goede grond en heeft de juiste hoeveelheid zonlicht.

De Geschiedenis van Cacao in Midden-Amerika

De cacaocultus is zó oud, dat het begin ervan in de duistere prehistorie van die landen verloren is gegaan. Onder de bewoners van Mexico en aangrenzende landen, vooral de Mayavolken en de Azteken, was het gebruik van cacao reeds eeuwenlang bekend voordat Columbus Amerika ontdekte. Het woord cacao werd gebruikt door de Maya's tussen 400 voor Christus en 100 na Christus. Taal historisch onderzoek daarentegen geeft aan dat het woord mogelijk al gebruikt werd in het jaar 1000 vóór Christus door de Olmecen. Met het ontstaan van de Olmec-beschaving in de preklassieke periode 1500 vóór Christus tot 300 ná Christus ontstond de eerste echte cultuur in de regio.

De Maya-indianen waren de eerste cacaotelers. Dit volk leefde op een groot schiereiland tussen Mexico en Guatemala. Zij waren de eersten die de cacaoboom cultiveerden voor zijn vruchten. Het is bekend dat zij al rond 600 na Chr. cacaoplantages hadden. Met de bonen uit de cacaoplant bereidden de Maya’s een bittere drank met de naam ‘xocoatl’.

De cacao werd pas echt populair nadat de Mayacultuur was verdwenen. Hier komen de Azteken in beeld. De Azteken richtten na de Tolteken hun eerste gemeenschappen op in Mexico rond 1300. Zij riepen zichzelf uit als afstammelingen van de Tolteken. Zij slaagden er in, dankzij een slimme strategie een heel groot grondgebied te veroveren. Dit dekte een groot deel van het oude Maya grondgebied. In deze Aztekencultuur speelden de godsdienst en oude gewoonten van de Tolteken een belangrijke sleutelrol. Zo aanbaden de Azteken ook de oude koning van de Tolteken. Die koning heette Quetzalcoatl. Volgens de overleveringen was hij de grote meester van de cacao. Hij had een aantal cacaoplanten weten te bemachtigen. Hij leerde zijn mensen die te telen en ‘xocoatl’ te bereiden.

Xocoatl was een versterkende drank op basis van cacaobonen, waaraan ze maïsmeel, paprika, peper en water toevoegden. Het werd beschouwd als goddelijke drank die kracht en gezondheid schonk. De hoeveelheid energie die de drank gaf, was ongekend en erg bijzonder in een tijd waar voedsel regelmatig schaars was. De smaak leek toen niet zo veel op de chocolademelk zoals wij die nu kennen, hoewel de naam van de drank wel doet denken aan chocola. Deze drank was een koninklijk drankje, welke aan het hof van keizer Moctezuma, de toenmalige heerser der Azteken, geschonken werd.

Niet alleen werd de drank door de Azteken in hoge ere gehouden, maar de bonen dienden ook als munt. De waarde van de cacao als betaalmiddel was groot: een konijn kostte toentertijd 10 cacaobonen en een slaaf was voor 100 bonen te koop. De Azteekse Keizer Moctezuma II inde belasting door een bepaalde hoeveelheid cacaobonen te innen. De grote hoeveelheden cacaobonen in de schatkamers van keizer Montezuma noemden de Spanjaarden "geldamandelen".

Cacao dat voor drank werd gebruikt, bestond uit geroosterde fijngewreven cacaopitten. De cacaopit werd fijngewreven op een iets holle steen waaronder een vuur werd gestookt. Deze dikke cacaomassa werd gemengd met maismeelpap en verschillende soorten pepers. Deze dik vloeibare drank werd door de Azteken vooral gebruikt door de krijgers in het leger en personen met hoog aanzien. De schenken van de drank was een kunst appart. Om te beoordelen of de drank goed was moest een schuimlaag na schenken ontstaan. Dit werd gedaan door vanaf stahoogte de drank in een kom te gieten. Een andere methode was door met een soort houten klopper (garde) waaraan een losse houten ring om de steel zat, deze met snelheid in een hoge kruik te kloppen. Het schuim ontstond o.a. door de vetdeeltjes die aan elkaar plakten.

De Ontdekking door Hernán Cortés

Europa leerde pas in 1528 de cacao kennen toen de Spaanse ontdekkingsreiziger Fernando Cortez terugkeerde van zijn veroveringstochten in Mexico. Onder de door Cortez meegebrachte schatten bevonden zich ook grote hoeveelheden cacaobonen. Fernando Cortez had in zijn berichten aan Keizer Karel V reeds geschreven over de uitgebreide cultuur in Mexico van de cacao of, zoals de Azteken het noemden: Xocoatl. Tijdens zijn laatste ontdekkingsreis in het jaar 1502, belandt Kristoffel Columbus op het Carabische eiland Guanaja. De Azteken boden Columbus hun kostbare drank ‘xocoatl’ aan. Hij vond het drankje afschuwelijk bitter en schonk er verder weinig aandacht aan. Hij nam echter wel de cacaobonen, wat de basis was van die bittere drank, mee naar Europa.

De cacao maakte pas echt zijn intrede in Europa in het jaar 1528 dankzij Hernan Cortéz. Hij was een Spaanse ontdekkingsreiziger die op een dag aankwam in het oosten van Mexico, waar de Azteken dus neergestreken waren. Als Cortéz arriveert is de keizer van de Azteken erg onder de indruk van de wapens, uitrusting en paarden van Cortéz’ troepen. De Azteken zien in Cortéz de verdwenen leider van de Tolteken en wordt als een held ontvangen. Om hem te eren krijgt Cortéz van de keizer een grote cacaoplantage cadeau.

In tegenstelling tot Columbus ziet hij wel de economische waarde in van de cacaobonen. Spanje hield de cacao eerst voor zichzelf. Hernan Cortéz had de leden van het koninklijk hof geleerd hoe ze de kostbare drank ‘xocoatl’ konden bereiden van cacaobonen. Het werd een geliefde drank omdat de Spaanse kolonisten het product verzachtten met suiker, vanille en room. Aan het Spaanse hof bleef dit elitedrankje eerst een lange tijd geheim. Pas honderd jaar later wordt het drankje ook bekend in de hogere kringen van Milaan en Londen. Daarna leert geleidelijk aan de rest van Europa het drankje ‘xocoatl’ kennen.

De Oorsprong van de Naam Chocolade

De precieze origine van het woord chocolade is onbekend. Mogelijk is het afkomstig van de zin chokola'j dat de Maya's gebruiken voor 'chocolade samen drinken', of van het Yucatec woord chocol haa, wat 'warme drank' betekent. Daarnaast wordt regelmatig de mogelijkheid genoemd dat het afkomstig is van het Nahautl woord chocolatl, er is alleen geen bewijs dat dit woord ook echt in de Nahautl taal bestond. Mogelijk is het woord ontstaan uit een combinatie van meerdere talen.

De Verspreiding van Cacao in Europa

Benzoni, een Milanees in dienst van het Spaanse leger, gaf in 1565 een boek uit over Mexico, waarin hij een beschrijving geeft van de cacaodrank. De cacaobonen werden geroosterd en daarna met water aangeroerd onder toevoeging van wat peper. In 1615 werd de cacaodrank ingevoerd als drank bij officiële audiënties aan het Franse hof. Dat gebruik ontstond waarschijnlijk door het huwelijk van Anna van Oostenrijk uit Spanje met Lodewijk XIII (13e) uit Frankrijk. Als bezuinigingsmaatregel werd het presenteren van cacao door de Zonnekoning later weer afgeschaft. Het gebruik van cacao-chocolade was in die dagen een kostbare geschiedenis.

Aan het Spaanse hof gebruikte men de chocolade en door de Spaanse gezanten vond een verdere verspreiding over Europa plaats. In het midden van de 17e eeuw ontstonden ook in Nederland, naast de herbergen waar bier en wijn werd geschonken, de koffie- en chocoladehuizen. In 1728 verrees de eerste chocoladefabriek in Engeland en omstreeks 1760 volgden Frankrijk en Duitsland, Zwitserland pas in 1819.

Pas tegen het einde van de 18e eeuw, begin 19e eeuw was de prijsdaling van dien aard, dat men over cacao als volksdrank kon spreken. Vele jaren (minstens 400 jaar voor en 1630 jaar (?) na Christus) werd er een drank van de cacaobonen bereid, totdat de vaste vorm werd ontwikkeld. Deze vaste tabletvorm ontstond omdat na warme verwerking omdat de cacaoboter weer hard werd.

De Rol van Nederland in de Cacaohandel

De Nederlanders hebben als zeevaarders een zeer belangrijke rol in de cacaohandel gehad. Oorspronkelijk was Zeeland het gebied waar veel cacaofabrieken stonden en nog steeds is Amsterdam de belangrijkste wereldhaven voor cacao. Vanuit Amsterdam werd de cacao aan Duitsland en Oostenrijk geleverd. De Italianen brachten het naar Zwitserland. Sinds de oprichting van de VOC (de Verenigde Oostindische Companie 1602 - 1798) ontstond een samenwerkingsverband in de handelsscheepvaart, een georganiseerde handel in o.a. cacao. In Suriname werden plantages met cacaobomen aangeplant. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 waren deze cacaoplantages niet lonend meer.

De Ontwikkeling van de Chocolade-Industrie in de Zaanstreek

Halverwege de 19e eeuw verruilden de Zaankanters (omgeving het huidige Zaandam) hun molens, waarmee ze ondertussen ook cacao, mosterd, verf en papier mee verwerkten, langzaamaan door stoommachines. In het gebied ontstonden grote multinationals zoals Verkade, Ahold, Bruynzeel, Honig en Duyvis en tot de dag van vandaag zijn deze bedrijven in de gemeente Zaanstad te vinden. In Zaanstreek ontstonden al die fabrieken omdat ze zo dicht bij de Amsterdamse haven lagen en er veel waterwegen waren voor vervoer.

De Uitvinding van de Chocoladereep

De Engelse fabrikant Fry staat te boek als de eerste die de eerste chocoladereep geproduceerd heeft. Fry mengde cacaopoeder samen met cacaoboter en suiker, dit resulteerde in de eerste chocoladereep in 1847, die verkocht werd onder de naam 'chocolat delicieux a manger'.

Nederlandse Chocoladefabrieken

De eerste Nederlandse verpakte chocoladereep werd in 1891 op de markt gebracht door de befaamde Kwatta-fabriek in Breda. De naam die er aan gegeven werd was Manoeuvre Chocolaad, zo genoemd naar het garnizoen dat toentertijd in Breda was gelegerd. De naam Kwatta had de eigenaar van de in 1883 opgerichte chocoladefabriek, J.G. van Embden, ontleend aan de naam van een cacaoplantage in Suriname waar hij mede-eigenaar van was. Deze cacaoplantage was op haar beurt vernoemd naar het Surinaamse slingeraapje kwatta, ook wel bosduivel geheten.

Bensdorp is een cacao- en chocoladefabriek die in 1840 te Amsterdam werd opgericht. In 1866 werd in Bussum een tweede fabriek gebouwd. In 1926 werd de Amsterdamse fabriek gesloten en ging de productie geheel over naar Bussum. Later zijn er nog filialen in Oostenrijk (Wenen) en Duitsland (Kleef) geopend. In 1962 werd Blooker, een cacao- en chocoladefabriek uit Amsterdam overgenomen. Deze Amsterdamse fabriek werd na overname direct gesloten, en ook hiervan werd de productie overgeheveld naar Bussum.

De naam Droste komt van de banket- en koekbakker Gerardus Johannes Droste uit Haarlem. Vanaf 1863 verkoopt hij in zijn winkel onder andere chocoladepastilles (ronde, platte chocolades die hij Pastilles Droste noemt).

Dit is de naam van een voormalige cacaofabriek die in 1824 in Amsterdam werd opgericht en tot 1962 heeft bestaan. In de molen De Vriendschap aan het Oetgenspad 133 waar vroeger verf en tabak mee werd gemalen begon Jurriaan Blooker in 1798 zijn fabriek. Na zijn dood begonnen zijn zoons Johannes en Cornelis in 1813 hun cacaofabriek. Na enkele uitbreidingen en een grote brand verhuisde de 'Stoom-Chocolaadfabriek' in 1886 naar een nieuwe locatie in Amsterdam, aan de Weesperzijde en de Omval, waar nu de Rembrandttoren staat. Halfelf Blookertijd was in die jaren de gebruikte slogan waarmee de cacao- en chocoladefabrikant Blooker lange tijd adverteerde.

Korff begon in 1811 een winkel met een chocoladefabriek in de Amsterdamse Leidsekruisstraat. Later verplaatste hij zijn werkzaamheden naar het Amstelveld, waar hij zijn fabriek De Bijenkorf noemde. In 1871 maakte hij gebruik van oorspronkelijke mosterdmolen De Zeeuw aan de Spaarndammerdijk. In deze molen werd al vanaf 1790, door onder andere Mooseker en van Cleef cacao gemalen en chocolade gemaakt. De Cacao- en chocoladefabriek maakte vooral halffabrikaten. Korff was de fabrikant van de chocoladedrank Fosco.

Verkade is een Nederlandse merknaam van kruideniersartikelen als beschuit, chocolade en koek. De fabrieken van Verkade zijn vanouds gevestigd in Zaandam en zijn belangrijk in de ontwikkeling van de voedingsindustrie van de Zaanstreek. De Verkade-fabriek werd in 1886 gesticht door Ericus Gerhardus Verkade. In de fabrieksmatige productie van brood en beschuit was het bedrijf toonaangevend.

Pette was een chocoladefabriek te Wormerveer, opgericht door de familie Pette in 1872 als Chocoladefabriek J. Pette Hzn. In 1899 bouwde men de eerste stenen fabriek waar in 1901 een suikerwerkfabriek bij kwam. In 1903 werden de chocolade- en de suikerwerkfabriek gescheiden en werd de bedrijfsvorm in een N.V. omgezet. In 1907 werd een nieuwe chocoladefabriek aan de Marktstraat te Wormerveer gebouwd. In 1912 trad de familie Kaars Sijpesteijn aan. In 1916 werd de zogeheten cacaotoren en in 1919 de chocoladefabriek gebouwd. De architect was Mart J. Stam.

Firma Hendrik de Jong (1790-1822), cacao- en chocoladefabriek, en oorspronkelijk blauwsel- en schelpzandfabriek, te Wormerveer; opgericht in 1809 en verdwenen in 1961. Grondlegger van het bedrijf was Hendrik de Jong uit Schermerhorn, die te Wormerveer al vanaf 1790 een handel dreef in kaneel, blauwsel en chemicaliën.

De Nijmeegse cacao-, chocolade- en suikerwerkfabriek N.V. Driessen Cacao en ChocolaadfabriekA. Driessen is een Nederlandse merknaam van chocolade. De fabriek van A. De grondstof cacao kwam uit de toenmalige kolonie Suriname. In 1854 werd de Dries...

labels:

Zie ook: