Arnon Grunberg, kind van Duitse migranten en sinds 1995 zelf inwijkeling in New York, schreef een boek over migratie: “Die band met het land is toch gewoon negentiende-eeuwse romantiek? Ik hou erg van Zwitserland, ik zou er graag willen doodgaan, maar ik zal het nooit mijn land noemen.”

In zijn nieuwe boek speelt het lot, ja zelfs het noodlot en ons onvermogen ermee om te gaan een grote rol. De eerste boze burger, Over de jacht op het paradijs en andere illusies, is een krachtig pamflet tegen het idee dat we als moderne mens onszelf en de wereld volstrekt in de hand hebben. Wanneer we merken dat dit niet zo is, volgen teleurstelling, frustratie en woede, schrijft Grunberg. Dan zoeken we een schuldige, degene die het ons moeilijk maakt, onze levenswijze bedreigt en anders is. De migrant dus. Nee, schrijft hij, laat ons dan een voorbeeld nemen aan die eerste boze burger, de bijbelse Job, die zijn gezin en zijn bezit verloor en toch bleef geloven.

Grunbergs Visie op Migratie en Identiteit

Grunberg vertelt: “Niet lang geleden sprak ik in het Amsterdamse Stedelijk Museum met een groep kunstenaars die gevlucht waren, maar zich in het predikaat vluchteling absoluut niet konden vinden. ‘Dat is toch geen beroep, vluchteling?,’ stelde en van hen. Zij voelden zich als kunstenaar niet serieus genomen en ik stelde me de vraag hoe lang je vluchteling moet zijn alvorens je mens wordt? Ik vind het onderscheid tussen vreemdeling en oorspronkelijke bewoner zo artificieel.” Het idee dat je hier de Vlaming hebt en daar de Syrische of Afghaanse migrant doet geen recht aan de hedendaagse complexiteit van migratie en samenleving. Niemand is nog puur en onbevangen een van die twee. Het idee van de homogene samenleving is al heel lang geen realiteit meer.

Hij vervolgt: “Ik begrijp wel waarom die tweedeling tot stand kwam, maar door er te blijven op hameren, creëer je een self fulfilling prophecy. Als je tegen mensen blijft zeggen dat ze vluchteling zijn, wordt aanpassen natuurlijk moeilijk. Als je hen bovendien ook nog eens maandenlang of soms jarenlang in asielcentra opsluit, creëer je problemen. Net zoals gevangenissen leerscholen voor criminaliteit zijn, zijn asielcentra scholen waar je leert vluchteling te blijven. Een van mijn beweegredenen bij het schrijven van dit pamflet was mijn ergernis omwille van die tweedeling die het hele debat bepaalt en maakt dat we er niet meer uit raken. We worden meegesleurd in veronderstellingen die misschien helemaal niet waar zijn.”

Het zoeken van verklaringen

Grunberg verwerpt het zoeken van verklaringen voor ongewenst gedrag in de afkomst van mensen. Jonge Marokkanen zijn tasjesdieven, moslims terroristen en joden natuurlijk zwendelaars. Misschien blijken er onder misdadigers wel opvallend veel mensen te zitten met schoenmaat 40. Gaan we dat dan ook als een verklaring zien? Oververtegenwoordiging van een bepaalde groep is nog geen verklaring. Dat is een vaststelling van de feiten. Voor die feiten moet je dan een verklaring zoeken.

De Bovengrens van Migranten

“Ik krijg vaak de vraag of er niet een bovengrens ingesteld moet worden aan het aantal migranten dat jaarlijks het land in mag. Hoe zou zo’n bovengrens er dan gaan uitzien? Moeten we quota vooropstellen en bijvoorbeeld zeggen dat een bepaalde stad het komende jaar 2000 migranten op kan nemen? Dat is toch net zo absurd als stellen dat die stad het komende jaar 4000 paar zwarte schoenen nodig zou hebben? Tusk heeft net gezegd dat nationale quota niet werken, net zomin als het sluiten van de grenzen. Misschien weet zelfs Trump dat ook wel. Je kan dat natuurlijk wel doen, net zoals je drugs of prostitutie kan verbieden, maar daarmee verdwijnen die niet. Als mensen er doorheen willen, komen ze er doorheen."

Hij voegt toe: “Ik sprak ooit met het hoofd cyberbeveiliging van ING. ‘We proberen het natuurlijk tegen te gaan,’ zei hij, ‘maar lukken doet het nooit echt. Je moet het zien als een waterbed. Wat je hier naar beneden drukt, komt op een andere plaats weer naar boven.’ Zo werkt ook migratie. Mensen willen ergens heen omdat ze denken dat het leven daar beter is. Ik kom nu net terug uit Caïro en ik ben eerder al vaak in het Midden-Oosten geweest. Natuurlijk willen mensen daar weg. Dat zou jij ook willen. Als je geen werk hebt en weet dat je zonder werk ook geen vrouw zult vinden, ga je toch gewoon weg? Zeker als je in oorlogsgebied als Syrië woont.”

Het Recht op Ondankbaarheid

Grunberg stelt de vraag of we migranten niet ondankbaar vinden. We vangen hen op, geven hen kleren, voeding en een dak boven het hoofd, en wat krijgen we er ooit voor terug? Niets. “Waarom zouden we daarvoor dankbaarheid moeten krijgen. Ik pleit voor een fundamenteel recht op ondankbaarheid. Je kan migratie ook zien als een extreme vorm van toerisme. Als jij naar Spanje op vakantie gaat, bedank je die lieve Spanjaard toch ook niet omdat je op zijn strand mag liggen? Zowel in de VS als in Europa draaien heel veel illegalen mee in de grijze economie. Dat wordt vaak vergeten. Dat zijn de mensen die het werk doen dat wij voor zo weinig geld niet meer willen doen, en dus niet degenen die ons werk afpikken, zoals je vaak hoort. En dan zouden ze er ons nog voor moeten bedanken ook.”

Kosmopolitisme en Onthechting

Grunberg beschouwt zichzelf als kind van migranten. Zijn ouders zijn net voor WO II naar Nederland gekomen. Na de oorlog leerde ze elkaar kennen en ze zijn gebleven. Nederland was niet hun land, hoe dicht het ook bij Duitsland lag. Wat betekent het dan om migrant te zijn? Ik ben Nederlander, maar ik woon in New York. Ik denk dat migratie gepaard gaat met een zekere onthechting, maar ook wie van een dorp naar de grote stad verhuist heeft daarmee te maken. Er zijn nog wel mensen die hun hele leven blijven wonen waar ze geboren zijn, maar dat is een vrij zeldzame groep. Wij zijn niet meer verbonden aan het stukje land waar we wonen omdat we het niet meer bewerken.

Hij voegt toe: “In realiteit worden we allemaal kosmopolitischer, zowel rijk als arm, en dus ook de slaven die in Dubai de boel draaiende houden. Dat zijn mensen die verhuisd zijn en geld naar huis sturen. Voor mij is de Mexicaan die in New York in een restaurant werkt ook een kosmopoliet. Ik zou zelfs verder durven gaan en zeggen dat iemand uit Hasselt die in Brussel gaat wonen een kosmopoliet is.”

De secularisering

Grunberg stelt dat Freud zei dat we het tragische in ons bestaan niet meer willen zien en dat we daardoor allerlei dingen beginnen af te wentelen op externe factoren. Het menselijk verlangen is altijd groter dan hetgeen het leven je biedt. Het leven zit vol tegenslag en teleurstelling. Dat is zo mooi aan het verhaal van Job, dat hij ondanks alle tegenslag toch blijft geloven en doorgaat. Maar dat kunnen wij in onze geseculariseerde samenleving waar de overheid de plaats van god heeft ingenomen niet meer. Wanneer er ergens een brand uitbreekt moet de overheid meteen verbieden dat kaarsjes op tafel worden geplaatst, want dan kan dat niet meer gebeuren. Dus dan breekt er wel op een andere manier brand uit. Je kunt vanalles doen, maar je ontkomt niet aan het lot. Versta me niet verkeerd. Ik probeer ook onheil te voorkomen en ik vind het prima dat mensen in de auto hun veiligheidsgordel om doen, maar er zullen nog steeds ongelukken gebeuren. Je kan het tragische niet uit het leven bannen, ook al denken wij dat dit wel kan.

“Ten dele. Ik ben helemaal niet zo’n voorstander van een terugkeer van de religie. Niet dat ik an sich iets tegen religie heb, maar die tijd is voorbij. Wat ik wel denk is dat de neveneffecten van de secularisering onderschat zijn. Nu de religie weg is, zitten we met een leegte waarvan we niet weten wat we ermee moeten en die we niet kunnen opvullen met wetenschap alleen. We zijn bevrijd, maar we merken dat we nog steeds behoefte hebben aan autoriteit. Welke plaats heeft het noodlot dan nog? Het is niet door de religie af te zweren dat Job er niet meer zou zijn. Natuurlijk niet. Die is er nog steeds. Op het moment dat je geen goden meer hebt, moet je een schuldige aanwijzen voor het falen of het tekort in de wereld en dan moet de overheid tussenbeide komen. Ik ben helemaal niet tegen een sociaal vangnet. Amerika heeft geen hardcore republikein van me gemaakt, maar ik besef wel dat je ook met een sociaal vangnet nog problemen hebt. Je kunt niet alles oplossen, en toch is het net dit wat sommige mensen verwachten. Wanneer alles maakbaar is, is je eigen verantwoordelijkheid ook te groot. Alles ligt aan jou.”

Nationalisme en Oplossingen

Grunberg stelt dat er voor heel veel problemen geen oplossing is en we schijnoplossingen zoeken. We grijpen terug naar oude romantische opvattingen en denken dat wanneer we ons eigen land hebben alles goed zal komen. Daarom vind ik het jammer dat we de Joegoslavië-oorlog vergeten lijken te zijn.Dat was een enorm trauma voor Europa en het zou een waarschuwing moeten zijn voor de krachten die nu weer de kop opsteken. Misschien is die oorlog wel relevanter vandaag dan de parallellen die we menen te zien met de jaren dertig. Het was een voorbeeld van desintegratie en het plezier in het vechten. Ik kende in die tijd in Zwitserland Kroaten die iedere vrijdag de bus namen naar Kroatië om daar oorlog te gaan voeren en op maandag weer netjes in Zürich op kantoor zaten. Voor hen was oorlog een soort voortzetting van het voetbal met andere middelen. Die oorlog heeft uiteindelijk het hele land verwoest en heel veel slachtoffers gemaakt, maar ik denk niet dat ze daar nu veel gelukkiger zijn dan voorheen. Een illusie armer, dat zijn ze ongetwijfeld.

En toch lijkt dit neonationalisme steeds populairder te worden in Europa. “Ik was in Barcelona toen de onafhankelijkheid werd uitgeroepen. Wat ik heel geruststellend vond was dat iedereen gewoon doorging met werken. ‘De regering in Madrid maakt het ons wel heel erg moeilijk, maar echt onafhankelijk? Natuurlijk niet,’ zeiden de mensen waar ik mee sprak. Ik denk echt niet dat we daar iets te zien zullen krijgen wat vergelijkbaar is met wat in Servië en Kroatië gebeurde in de jaren 1990.”

Moeten we het dan wel met zijn allen het volkslied gaan zingen, zoals de nieuwe Nederlandse regering wil? “Dat is symboolpolitiek. Het CDA wil dat heel graag en in de VS zingt men op school ook het volkslied. Alleen bestaat die traditie in Nederland niet en krijgt het daardoor iets ridicuuls. Laat iedereen Multatuli lezen. Dat lijkt me belangrijker voor het Nederlandse erfgoed dan het zingen van het volkslied. Het idee erachter is natuurlijk dat dit voor samenhang zal zorgen. We weten niet meer wie we zijn. Wie is dat, de Nederlander of de Belg? Het enige resultaat zal volgens mij een generatie zijn die een hekel heeft aan het volkslied.”

Recensie: Waarheidsliefde en biefstuk

Er zijn niet veel romanschrijvers die zo opvallend en aanhoudend in de media aanwezig zijn als Arnon Grunberg. Nu eens rapporteert deze aartsschnabbelaar over zijn belevenissen als personeelslid in een Duits hotel, dan weer is hij als oorlogsverslaggever aanwezig in Afghanistan.

Afgezien van de doden, die het allemaal natuurlijk koud laat, zal lang niet iedereen blij zijn geweest met de brieven van Grunberg. De schrijver jent, zuigt, treitert, sart en kleineert namelijk dat het een aard heeft. Elk compliment dat hij met de ene hand geeft, wordt onmiddellijk daarna door de andere hand teruggenomen. “Bedankt voor je gastvrijheid, waarvan ik helaas maar kort heb mogen genieten,” schrijft hij bijvoorbeeld aan zijn zus, die als joods koloniste met een uiterst orthodoxe man en zeven kinderen op de Westelijke Jordaanoever woont. Om er op typerende wijze onmiddellijk aan toe te voegen: “Dat lag niet helemaal aan mij.”

Naar eigen zeggen pest de schrijver uit therapeutische overwegingen. Hij wil de geadresseerde als het ware vernietigen, opdat die daarna ’zichzelf’ kan zijn - althans ’zichzelf’ in de door Grunberg wenselijk geachte vorm: zonder illusies. Geen wonder dat de slachtoffers van deze onbevoegde uitoefening der geneeskunst soms krachtig tegenstribbelen. Herhaaldelijk komt ze dat op een nieuwe brief te staan, want zoals het een goed pester betaamt: Grunberg laat niet af.

Om goed te kunnen pesten, moet je echter niet alleen vasthoudend zijn, maar ook een oplettend waarnemer, en dat is Grunberg zeker. Zijn kritische opmerkingen over de boeken van Ronald Giphart, A.F.Th. van der Heijden en P.F. Thomése bijvoorbeeld snijden beslist hout, evenals zijn analyse van het fenomeen Pim Fortuyn. Aan deze politicus schreef hij zowel voor als na diens dood een brief, en in de eerste brief merkt Grunberg op: “De beste manier om u weg te krijgen is op u te stemmen. Een stem op u is een stem tegen u. U bent uw ergste en meest geslepen vijand”.

Niet altijd is Grunbergs karakterisering zo raak. De brieven bevatten ook nogal wat meligheden, waarbij allerlei vormen van masochisme en lichamelijke en morele ontluistering opvallend veel aandacht krijgen. “Wilt u mijn vuilnisbak zijn?” vraagt hij één van zijn correspondenten. Ook zichzelf spaart de schrijver overigens niet. De lezer wordt uitgebreid geïnformeerd over Grunbergs verleden als stalker van een dienster in een Italiaans restaurant aan de Vijzelstraat en over zijn verloving met een vrouw die hij eerst beschrijft als een zeventigjarige, enkele maanden later als een 84-jarige, en nog weer iets later als een negentigjarige. In werkelijkheid blijkt zij volgens het uitgebreide notenapparaat achterin het boek in 2005 te zijn overleden op 75-jarige leeftijd.

Al met al beklijft van dit boek vooral de indruk dat Grunberg het bestaan ziet als een ballet van niet onvermakelijke maar altijd ijdele malloten, waarin uiteindelijk iedereen de pineut is, en dat in deze wereld alleen een flinke dosis met een vrolijk gezicht geserveerd masochisme het bestaan kan veraangenamen.

labels: #Ei

Zie ook: