Aardappels behoren tot de meest geliefde gewassen in de moestuin. Ze zijn veelzijdig, smakelijk en relatief eenvoudig te kweken, zelfs voor beginners. Om je aardappeloogst te vergroten is het belangrijk om je planten aan te aarden. Dit wil zeggen dat je aarde van langs de planten omhoog duwt tegen de aardappelplant.
Hierdoor zorg je ervoor dat de aardappelen niet aan het licht komen, zodat ze niet groen (en dus giftig) worden. Het is echter wel belangrijk om juist aan te aarden. Niet te extreem zodat je je planten begraaft, maar ook niet te weinig zodat de knollen wel goed bedekt zijn. Hoe en waarom we aanaarden, volgt op deze pagina.
1 Waarom aanaarden
In principe is het niet echt nodig om aardappelen aan te aarden. Je kan ook mooie aardappelen krijgen als je het niet doet. Toch verhoogt het je oogst aanzienlijk. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat het de oogst tot wel 50% kan verbeteren. Dat vind ik zeker de moeite om de handen eens uit de mouwen te steken!
Er zijn wel mensen die het te veel werk vinden. Toch vind ik het nuttig omdat het zorgt voor dikkere aardappelen. Daarnaast blijven de knollen ook mooi geel en gezond, in plaats van mogelijk giftig groen. Moest je besluiten dat het niets voor jou is, raad ik wel aan om goed op te letten dat er nergens knollen aan het licht blootgesteld worden, om eventuele giftige aardappelen te vermijden. We willen onszelf natuurlijk niet vergiftigen!
1.1 Voordelen
Enkele voordelen van het aanaarden van je aardappelen zijn de volgende:
- Aardappelen worden niet zo snel groen: doordat de aarde over de knollen komt, is de kans veel kleiner dat ze nog blootgesteld worden aan het licht. Hierdoor ga je nog maar zelden groene aardappelen krijgen, wat de kans op een goede oogst ten goede komt!
- Meer aardappelen: doordat je de aarde langs de stam van de plant omhoog laat komen, zorg je ervoor dat er ook hoger langs deze stam aardappelen groeien. Hierdoor neemt de totale hoeveelheid die je kan oogsten per plant aanzienlijk toe.
- Bescherming tegen vorst: de aarde beschermt de knollen tegen de vrieskou. Zeker in het begin van het plantseizoen is het ’s nachts nog wel eens aan het vriezen. Door aan te aarden zorg je ervoor dat de knollen hier niet door geraakt worden en de plant goed verder kan ontwikkelen.
2 Wanneer best aanaarden
Een goed moment om aan te aarden is wanneer de aardappelplantjes ongeveer twintig tot dertig centimeter hoog uit de grond steken. Op dit punt kan je best de aarde ophogen tot het punt waarop de plant nog om en bij de tien centimeter uit de grond komt.
Uiteraard zal de plant verder groeien na het ophogen. Wanneer de aardappel terug zo’n 20-30 centimeter boven de aarde gegroeid is, kan je opnieuw aanaarden. In totaal kan je zo twee tot maximaal drie maal aanaarden in een groeiseizoen.
Ook in de commerciële landbouw worden aardappelen aangeaard. Je ziet duidelijk dat de aardappelen in rijtjes gepoot zijn, waarbij de knollen ver van het licht zitten. Er wordt hier nadien niet meer aangeaard omdat dit bijna onmogelijk is op zulke schaal.
3 Hoe moet je aanaarden
Het principe van aanaarden is heel eenvoudig: de knollen bedekken. Je wil graag dat de stam van de plant omgeven wordt met aarde, behalve bovenaan. Door extra aarde aan te brengen, kan je verhinderen dat knollen in het daglicht komen te liggen en groen (en dus slecht) worden. Daarnaast kan het ook voor meer opbrengst zorgen. Tegen de stam van de plant kunnen namelijk extra aardappelen beginnen te groeien wanneer deze stam met aarde omgeven is.
Hoewel het principe eenvoudig is, kan je je toch enkele vragen stellen. De belangrijkste is de volgende: met welke materialen moet je aanaarden?
3.1 Met tuinaarde
Om de knollen te bedekken, kan je verschillende materialen gebruiken. Een eerste optie, zoals de term aanaarden al verraadt, is om gewone tuinaarde te gebruiken. De grond die tussen de planten ligt, kan je samen omhoog duwen, en klaar! Let er in dit geval wel op dat je ook meteen het onkruid hier eerst tussenuit haalt. Onkruid gaat anders voedingsstoffen en water van je aardappelen afsnoepen, dus dat wil je zeker vermijden. Hoe meer energie naar dikke knollen kan gaan, hoe beter! En hoe meer frietjes achteraf!
Sommige mensen willen zelfs graag aanaarden met compost. Dit kan zeker als je voldoende compost hebt. Anders raad ik aan om eerder gewone aarde te gebruiken. Het enige voordeel van compost is dat er nog meer voedingsstoffen klaarzitten rond de wortels om de groei te stimuleren, verder is het identiek aan tuinaarde. Door wat voedingsstoffen aan je aardappelstruiken te geven, kan je compost dus perfect vervangen!
3.2 Met stro
Je kan ook stro gebruiken om aardappelen aan te aarden. Soms kan je niet zo goed aan de aarde tussen de aardappelstruiken en is het daarom gemakkelijker om stro te gebruiken. Zorg wel dat je dit dik genoeg legt, zodat zeker alle knollen bedekt zijn, weggestopt van het licht. Een voordeel van stro, zeker als je het voldoende dik gestrooid hebt, is dat het onkruid helpt tegenhouden. Zo heb je achteraf een stuk minder werk met onkruid wieden!
3.3 Met doek
Ook met een doek kan je aardappelen afschermen van daglicht. Een plastic zeil bijvoorbeeld kan hier heel nuttig zijn. Net zoals voor stro, geldt ook hier dat je meteen ook onkruid bestrijdt! Zorg wel dat het zeil waterdoorlatend is, anders ga je veel werk hebben met water geven.
Samengevat komt het er dus op neer dat je met wat extra werk ervoor kan zorgen dat je meer oogst hebt. Weet wel dat heel wat mensen zeggen dat ze liever geen tijd in aanaarden steken, dus het is echt een eigen keuze.
Extra tips voor een succesvolle aardappeloogst
Naast het aanaarden zijn er nog andere belangrijke aspecten om rekening mee te houden voor een succesvolle aardappeloogst:
- Kies de juiste aardappelvariëteit: Niet alle aardappelvariëteiten zijn hetzelfde. Sommige zijn geschikt voor het maken van puree, terwijl andere beter zijn voor het bakken of koken. Kies de variëteit die het beste past bij je culinaire voorkeuren en groeiomstandigheden.
- Timing van het planten: Aardappels gedijen het best in koele weersomstandigheden. Plant ze in het vroege voorjaar, zodra de grond gemakkelijk bewerkbaar is.
- Goede drainage: Aardappels houden niet van te natte grond. Zorg voor een goede drainage om wateroverlast te voorkomen. Verhoogde bedden of het toevoegen van organisch materiaal aan de grond kunnen hierbij helpen.
- Plantdiepte en afstand: Plant aardappels ongeveer 10-15 cm diep in de grond en zorg ervoor dat de knollen minstens 30 cm uit elkaar staan.
- Ziektepreventie: Aardappelziekten zoals phytophthora kunnen de oogst verwoesten. Zorg voor gezonde planten door regelmatig te inspecteren op tekenen van ziekte en verwijder aangetaste planten onmiddellijk.
- Oogsten op het juiste moment: Aardappels kunnen worden geoogst zodra de planten beginnen te verwelken en afsterven, meestal in de late zomer tot de vroege herfst.
- Bewaaradvies: Aardappels moeten op een koele, donkere en goed geventileerde plaats worden bewaard om te voorkomen dat ze uitlopen of bederven.
Pootaardappelen voorkiemen
Na ontvangst van de pootaardappelen is het het beste om ze in kistjes op een koele, niet te donkere vorstvrije plaats te bewaren. Om de oogst te vervroegen en zo de gevreesde aardappelziekte phythophtora een stap voor te blijven kunt u de aardappels voorkiemen. Breng de aardappels vier weken voor het poten op kamertemperatuur. De witte spruiten kun je het best in het licht afharden, zodat ze er met poten niet afbreken. De beste tijd om te planten is vanaf half april. Door te vroeg poten, bij een te lage grondtemperatuur, kunnen problemen bij de groei van de aardappels ontstaan.
Plantdiepte en afstand
De plantdiepte moet zodanig zijn dat ongeveer 8 tot 10 cm grond op de aardappel komt als deze net onder maaiveldniveau ligt. De afstand tussen de regels is ca. 75 cm. De afstand tussen de aardappels in de regels is ± 28 cm voor aardappels maat 28/35 en ± 38 cm voor de maat 35/55. Belangrijk is om het pootgoed te tellen bij ontvangst. Zo kun je precies uitrekenen op welke afstand je moet poten, om goed uit te komen. Bij een onderlinge rij afstand van 75 cm zit er 13333 mtr. rij in 1 ha. Advies bij de maat 35-50 is om 0,275 kg. per m² te poten bij de kleine maat is dit 0,125 kg.
Aardappels aanaarden
Als de aardappel bijna boven de grond komen moeten ze ‘aangeaard’ worden. Dit betekent een bergje grond op de aardappels schuiven waardoor zogenaamde ruggen ontstaan. Vooral in het begin van de groeiperiode moet de grond tamelijk vochtig zijn. Het zou de eerste 8 weken eigenlijk 25 mm moeten regenen.
Aandachtspunten tijdens de groeiperiode
Aandachtspunt tijdens de groeiperiode is phytophthora. Dit is een hardnekkige schimmelziekte, te herkennen aan bruinzwarte vlekken op het blad. Phytophthora ontstaat tijdens natte regenachtige periodes. Die vooral onder vochtige omstandigheden goed te zien zijn. Als er behoorlijke phytophthora aantasting in het loof komt dan moet worden voorkomen dat de phytophthorasporen naar de knollen toe spoelen tijdens bijvoorbeeld een flinke regenbui. Verwijder dan het loof, bij voorkeur het een brander. De sporen worden hierdoor gedood.
Oogsten
Als het loof geel gaat verkleuren en afsterft zijn de aardappelen rijp en kunnen ze gerooid worden. Oogsten als het loof nog groen is verhoogd de kans op vervellen (schil raakt dan beschadigd). Hierdoor ontstaan invals poorten voor ziekten en droogt de knol sneller uit. Gerooide aardappelen kun je het beste een paar dagen laten liggen, zodat ze op beter op smaak komen. Als er sprake is van phytophthora bij de oogst en het loof is gebrand dan is het aan te bevelen de aardappels na de loofvernietiging nog 14 dagen in de grond te laten zitten. De aardappelen moeten koel en droog worden opgeslagen, maar niet lager dan 5 graden Celsius. Om spruitvorming te voorkomen kun je enkele uien tussen de aardappelen bewaren.
Ideale omstandigheden voor de aardappelteelt
- Wortelstelsel: Aardappelen ontwikkelen een draderig wortelstelsel dat doorgaans niet langer wordt dan 60 cm.
- Temperatuur: De bladgroei vindt plaats bij temperaturen tussen 7 en 30 °C, maar is het sterkst bij ca. 20 tot 25 °C.
- Knolvorming: De vorming van een aardappelknol wordt in gang gezet wanneer de dagen korter worden (minder daglicht). Hoe lager de bodemtemperatuur, hoe sneller de knolvorming en hoe groter het aantal knollen.
- Bodem: Aardappelen gedijen het best op bodems met een pH-waarde tussen 5,5 en 7,0 met een laag zoutgehalte.
- Vochtigheid: Schommelingen in de bodemvochtigheid in een rug leiden tot een ongelijkmatige knolvorming, misvormingen en barsten in de knollen.
Bemesting
Aardappelen zijn redelijk gulzige planten maar de behoefte aan kalium (voor de ontwikkeling van de knollen) is relatief hoog ten opzichte van de behoefte aan stikstof (voor bladgroei). Een matige algemene basisbemesting met een kleine tot gemiddelde hoeveelheid stikstof (afhankelijk van de algemene voedingstoestand van je grond) en een wat grotere extra kalibemesting halverwege de teelt geeft het beste resultaat. Op een zure zandgrond is het raadzaam om wat kalk te gebruiken want bij een te lage pH kan er magnesiumgebrek optreden; bladeren worden dan geel, terwijl de nerven groen blijven. Daardoor kan de plant te vroeg afsterven waardoor er minder aardappelen geoogst kunnen worden.
Vruchtwisseling
Een vruchtwisseling van minimaal 1 op 4 jaar is belangrijk om ziekten, plagen, aaltjes, Phytophthora en schimmels zoveel mogelijk te voorkomen. Aardappelen laten na de oogst een grond met een goede structuur na; na de aardappeloogst is de grond zelfs hier op onze vette klei mooi los en rul en nog zeer geschikt voor een nateelt (bijvoorbeeld voor op-het-nippertje-late stamsperzieboontjes, venkel, koolrabi, herfstandijvie, postelein, sla, etc.).
Pootaardappelen voorkiemen
Door het pootgoed uit te spreiden in bakjes en die een paar weken lang op een koele en zo licht mogelijke (maar niet zonnige) plaats te zetten kunnen de aardappelen al wat uitlopen op de ogen. Zelf leggen we (voor vroege en middelvroege aardappelen) zo rond half tot eind februari de aardappelen in de doosjes waarin je eieren koopt; zo ligt elke pootaardappel goed gescheiden van de rest, kan er voldoende licht bij, is er weinig kans op zweten of schimmel door vocht. De ideale temperatuur daarbij is 10°C. Als je lange witte scheuten op je aardappelen krijgt, dan hebben de bakjes met pootaardappelen te warm en/of te donker gestaan. Het nadeel van die lange waterige scheuten is dat ze de pootaardappel veel energie kosten en ze breken heel gemakkelijk bij het poten. Als je geen goede plaats hebt om de aardappelen te laten spruiten (dus volop licht zonder zon bij 10 graden) kun je overwegen om het voorkiemen over te slaan: een goed voorgekiemde pootaardappel heeft 2 weken voorsprong op het bovenkomen van de plant en de uiteindelijke oogst maar het heeft geen invloed op de uiteindelijke grootte van de oogst. Liever geen scheuten dan te lange, dunne en waterige scheuten.
labels: #Aardappel
Zie ook:
- Ontbijtkoek bij Stoofvlees: Waarom is dat zo Lekker?
- Waarom Knakworsten Niet Koken: De Beste Bereidingswijze
- Peperkoek in stoofvlees: Het geheime ingrediënt!
- Ontdek Heerlijke en Gezonde Diabetes Koekjes Recepten die Je Moet Proberen!
- Ontdek Het Geheim Van Gezonde Lasagne: Snel, Makkelijk & Overheerlijk Recept!




