Het Gat van Ede, een half uitgegraven zandvlakte tussen Grotestraat, Arnhemseweg en Raadhuisstraat, is een belangrijke bouwlocatie die tegelijkertijd een geschiedenisboek in de bodem is. Het beschrijft de bewoning van Ede-Centrum over een periode van naar schatting 80.000 jaar, van Neanderthalers tot de twintigste eeuw.

Ondanks dat Eduard Zuurdeeg zich diverse malen afvroeg of het wel de moeite waard was wat hij deed daar in 'het Gat van Ede' tussen ANWB en Hema, heeft al zijn zwoegen een belangrijk stuk Edese geschiedschrijving opgeleverd.

Prehistorische Vondsten

Het ene is een schraap- of snijwerktuig. Door diverse afslagen volgens een methode die bekend staat als de Moustérien Techniek (en waarmee de globale datering een feit is), is de rand scherp gemaakt. Het andere is duidelijk een kernsteen, waar dus de schijven voor het maken van dergelijk gereedschap van werden afgeslagen.

Opgeraapt, bewerkt en gebruikt door een man van het Neanderthaler type, naar schatting ongeveer 80.000 jaar geleden. Denkbaar is overigens, dat de maker van dat prehistorische mes niet op de Achterdoelen-vindplaats maar ergens op de helling van de Paasberg heeft gebivakkeerd en dat die stenen, in de smeltperiode na de laatste ijstijd, met een modderstroom naar beneden zijn gekomen.

Zeventiende-eeuwse Vondsten

Eind oktober was er een forse sprong vooruit in de tijd. Uit drie afvalkuilen achter de Hema (voorheen hotel Hof van Gelderland) kwamen een aardewerken poffertjespan met ronde kuiltjes, een kookpan, een fragment van een wit-blauw bord, een stuk stenen vergiet, een kruikje en een aantal bijzonder gevormde groene en bruine wijnflessen.

Alles uit de zeventiende eeuw en van een veel rijkere kwaliteit dan je bij een simpele boerderij zou kunnen verwachten.

Zeventiende-eeuwse vondsten, opgegraven door Zuurdeeg:

  • Jeneverkruik
  • Schotel
  • Vergiet
  • Luxe schotels
  • Wijnfles

Ook al zijn ze op het allereerste gezicht weinig spectaculair, zelfs als leek kun je zien, dat het niet zomaar wat willekeurige brokken zijn.

Overige Vondsten

Op 12 november was het weer raak; paalsporen van een schaapskooi, gezien de vorm en grootte. Eén scherfje leverde de bijbehorende datering op: de midden bronstijd, dus 1500 jaar voor Christus.

En dan waren er nog dat complete paardenskelet (een tot anderhalve eeuw oud) tussen Hema en het vroeger Marnix College op het achter terrein van de voormalige boerderij aan de Paasbergerweg; een Duitse helm met kogelgat in een achtertuin aan de Raadhuisstraat, en een kuil vol fietsen van net voor of in de Tweede Wereldoorlog.

De graven met het klokbekertje waren namelijk niet Zuurdeegs eerste, en zeker ook niet zijn oudste en enige vondsten dit najaar in het Achterdoelen-gebied.

Inmiddels heeft hij het bekertje provisorisch gerestaureerd. Over een paar maanden, na de definitieve restauratie, zul je de breuk nauwelijks nog kunnen zien. Maar toch...

Wanneer Zuurdeeg kritiek heeft op laksheid en gebrek aan interesse aan de kant van de gemeente, waar het de bodemgeschiedenis in de Achterdoelen betreft, drukt hij zich zo diplomatiek mogelijk uit. "Als je bedenkt dat het werk daar na dat afgraven alsnog dagenlang heeft stil gelegen en dat die haast dus helemaal niet nodig was.

Twee jaar geleden ben ik al begonnen te waarschuwen dat hier interessante gegevens over de bewoningsgeschiedenis van Ede gevonden zouden kunnen worden. Zo dicht tegen de rand van het centrum aan, dat is altijd raak. Maar men had er helaas weinig of geen oren naar.

Gelukkig is er nu kort geleden, voor een paar dagen per week, een gemeente-archeoloog aangesteld. Maar hij kan natuurlijk onmogelijk hele dagen bij zo'n werk gaan staan zoals ik doe. En intussen is hier al heel veel verloren gegaan. Gelukkig waren de mensen ter plekke me wel heel erg ter wille.

Eduard Zuurdeeg is geboren in Utrecht, maar woont al vanaf 1950 in Ede. Dankzij een onderwijzer op de lagere school in Haarlem, die zo meeslepend over het volk van de hunebedden vertelde, raakte hij indertijd in oudheidkundig bodemonderzoek geïnteresseerd.

Aanvankelijk moest alles in vrije uren naast zijn werk - hij was chemicus bij de AKZO in Arnhem - gebeuren, maar nu steekt hij er zo nodig hele dagen en weken in. Hij heeft in en om Ede (en ook elders) al tal van goed gedocumenteerde vondsten gedaan.

Vooral door zijn inzet is al een belangrijk deel vroege Edese geschiedenis in kaart gebracht, met nederzettingen uit de late ijzertijd en de Merovingische periode. In de Rietkampen, aan de Parkweg, Frankeneng, de Kleefse Hoek en Veldhuizen.

labels:

Zie ook: