Voor de vroegste gewassen is het moment van overbemesting nu aangebroken. Veel zaken zijn van belang bij de aardappelteelt. Bij aardappels kunnen we het beste uitgaan van pootgoed uit de zaadhandels of tuincentra. Zelf bewaren van pootgoed geeft een extra risico van ziekte-ontwikkeling.
Het Belang van Bemesting
Het doel van de bemesting van consumptieaardappelen is het behalen van een goede opbrengst van hoge kwaliteit. Voor het bereiken van een financieel optimaal resultaat moeten de toegediende meststoffen zo efficiënt mogelijk worden gebruikt.
De bemesting met stikstof (N) is van groot belang voor de opbrengst van alle gewassen en dus ook van aardappelen. De productie van droge stof is direct afhankelijk van de beschikbaarheid van stikstof.
Stikstof en Loofgroei
Stikstof versnelt de loofgroei, waardoor eerder volledige grondbedekking en daardoor een maximale productie wordt bereikt. Daarnaast zorgt stikstof ervoor dat het loof langer groen blijft. Ook daardoor kan gedurende het seizoen meer licht worden onderschept, waardoor de droge-stofproductie wordt verhoogd.
Wanneer de stikstofgift echter te ver wordt opgevoerd, wordt er meer loof gevormd dan voor een maximale knolproductie noodzakelijk is. Bovendien wordt dan de periode van knolgroei naar later in het seizoen verschoven.
Beste Tijd voor Stikstof Bijbemesting
Zodra bij aardappel de knolzetting is voltooid en de knolletjes circa 1,5 tot 2 cm zijn, is tijd om de stikstofbijbemesting te starten. Vaak beginnen de planten te bloeien als de knolzetting is voltooid.
Bij aardappels op zand- en dalgrond, houd rekening met het tijdstip van bijbemesten. Het beste moment om nog wat stikstof te geven is als de knolzetting al voldoende op gang is gekomen. De aardappelen moeten eerst voldoende aan het knolzetten zijn (knollen 1-2cm in doorsnee), anders wordt door de N-gift de loofgroei een extra impuls gegeven en dat is niet de bedoeling. Laat u niet verleiden om al vroeg een geplande tweede gift te geven.
Hoeveelheid Stikstofbijbemesting
De hoeveelheid bijbemesting is afhankelijk van de hoeveelheid stikstof die u al heeft gegeven. In de periode van opkomst tot een vol gewas heeft aardappel in totaal circa 150 kg/ha N nodig. Vanaf het moment dat de knolzetting is begonnen, moet het gewas steeds circa 50 kg N beschikbaar hebben.
- Als u kunt beregenen, kunt u beter in meerdere keren een kleine gift (40-55 kg N = 150 tot 200 kg KAS) toepassen dan een grote gift in één keer.
- Bij hogere temperaturen is vaak minder of pas later bijbemesting nodig, omdat er veel mineralisatie kan hebben plaatsgevonden.
- Als er plaatselijk in korte tijd veel neerslag is gevallen, kan een deel van de stikstof zijn uitgespoeld. Een meting geeft dan inzicht in de stikstofbehoefte.
Soorten Mest
Voor de grootte van de overbemestingsgift is het goed in beeld te hebben dat de gebruikte soort organische mest van invloed hoeveel er per saldo gegeven moet worden. Gebruik van vaste mest (paarden, kippen, etc.) en rundveedrijfmest betekent dat een deel van de stikstof langzaam vrij komt. Bij bewerkte mestsoorten, digestaat en diverse soorten gier komt de stikstof veel sneller vrij.
Gezien eerdere ervaringen adviseren wij altijd om een overbemesting in de vorm van korrelkunstmest (bijvoorbeeld KAS) te geven.
Overige Teelt Tips
April is de beste maand voor het poten van aardappels. Er is bij aardappels onderscheid te maken tussen vroege, middel, en late soorten. Vroege soorten beginnen eerder met het vormen van een knol, en zijn ook eerder rijp.
Aardappels kunnen het beste in rijen geteeld worden. Voor het poten maken we ondiepe geulen van 5 cm diep in kleigrond en 10 cm in zandgrond. In de loop van de teelt hogen we de aarde boven de pootaardaappeles op zodat er een rug ontstaat. De daarvoor benodigde aarde halen we tussen de rijen weg. De afstand tussen de rijen bedraagd 50 cm voor de vroege soorten, en 60-70 cm voor de middel en late soorten. In de rij is de afstand ongeveer 40 cm.
Een flinke bemesting met compost of verteerde stalmest is voldoende om aan de behoefte van een aardappelteelt te voldoen. Aardappels hebben een relatief hoge kalium behoefte.
Aardappelziekte (Phytophthora)
Aardappelplaag of Phytophthora infestans is de ernstigste ziekte van de aardappel. Het schimmel-achtige organisme tast zowel loof als knollen aan en kan een aardappelgewas in een week tijd volledig vernietigen. De ziekte is te herkennen aan de bruine ronde vlekken op blad en stengels. Aande onderkant van het blad kan een wit schimmelpluis ontstaan. De sporen kunnen in de bodem tot 3 jaar lang actief blijven.
De belangrijkste strategie tegen de ziekte is dan ook de vroege teelt, dus zorgen dat het gewas al goed ontwikkeld is als de ziekte toeslaat. Daarnaast kunnen we rassen kiezen die enige weerstand tegen de ziekte hebben.
Overzicht van Richtlijnen Stikstofbemesting
Hieronder een overzicht van de richtlijnen voor stikstofbemesting:
| Bestemming | Richtlijn (kg N/ha) |
|---|---|
| Consumptieaardappelen, kleigrond | 285 - 1,1 * (N-mineraal 0-60 cm) |
| Consumptieaardappelen, zandgrond | 300 - 1,8 * (N-mineraal 0-60 cm) |
| Aardappelen voor de droogindustrie, zandgrond | 275 - 1,8 * (N-mineraal 0-60 cm) |
labels: #Aardappel




