Het poten van pootaardappelen is een cruciale stap voor een succesvolle aardappeloogst. De juiste timing hangt af van het type pootaardappel en de weersomstandigheden.

Soorten Aardappelen en Poten

Er zijn verschillende soorten aardappelen, die worden ingedeeld op basis van de periode waarin ze geoogst worden: primeuraardappelen, vroege, halfvroege of laat oogstbare aardappelen.

  • Vroege aardappelen poten van begin maart tot half april. Oogsten na ca. 90 dagen
  • Middenvroege aardappelen poten van half maart tot eind april. Oogsten na ca. 100 dagen
  • Late aardappelen poten van begin april tot eind mei. Oogsten na ca. 120 dagen

Onderstaande tabel kan je als richtlijn aanhouden:

Soort Aardappel Poten Oogsten
Vroege Begin maart - Half april Na ca. 90 dagen
Middenvroege Half maart - Eind april Na ca. 100 dagen
Late Begin april - Eind mei Na ca. 120 dagen

Als je primeuraardappelen in februari al onder glas of in zakken in de garage hebt geplant, kun je ze al vanaf midden mei tot begin juni oogsten. Bij de late variëteiten zitten de beste bewaaraardappelen. Echter zijn deze variëteiten vaak moeilijker te telen, omdat de meeste aardappelziekten later in het jaar opduiken.

Voorbereiding en Voorkiemen

Om aardappelen sneller oogstklaar te maken, is het belangrijk om tijdig pootaardappelen aan te schaffen en ze gedurende enkele weken te laten voorkiemen. Aardappelknollen hebben namelijk slapende ogen waaruit scheuten (spruiten) groeien wanneer ze op een koele en lichte plek worden geplaatst. Het voorkiemen duurt meestal 4 à 6 weken.

Om het voorkiemen te vergemakkelijken, kunnen de aardappelen naast elkaar worden gelegd in kistjes of eierdoosjes. Plaats de doosjes op een plek met veel licht, maar vermijd direct zonlicht. Een temperatuur van een ongeveer 10° C is ideaal. De kiemen zullen wit of paars kleuren, afhankelijk van de cultivar. De knollen kunnen worden gepoot (geplant) wanneer de kiemen 1 à 2 cm groot zijn. Als er exemplaren zijn die geen scheuten vormen, gooi je deze enkelingen best weg.

Wil je sneller oogsten? Voorkiemen zorgt ervoor dat je aardappelen twee weken eerder klaar zijn. Voorgekiemde aardappelen zullen sneller oogstklaar zijn. Ze hebben immers al scheutjes gevormd nog voor ze geplant worden. Om de pootaardappelen goed te laten kiemen, leg je ze het best naast elkaar in bakjes. Zet ze vervolgens gedurende een drietal weken op een koele plek (ca. 10° C) en zorg ervoor dat ze voldoende licht krijgen.

De beste tijd om te planten is vanaf half april. Door te vroeg poten, bij een te lage grondtemperatuur, kunnen problemen bij de groei van de aardappels ontstaan.

De Juiste Omgeving en Grond

Om aardappelen succesvol te kweken, is het belangrijk een geschikte plek te kiezen. Aardappelen groeien het best op een zonnige plaats in de tuin en gedijen goed op de meeste grondtypes, maar hebben een voorkeur voor lichtzure grond met een pH-waarde tussen 5 en 6, die goed gedraineerd is. Vermijd een plek die recentelijk is bekalkt en verbouw ze niet elk jaar op dezelfde plaats om de gevreesde aardappelziekte te voorkomen.

Aardappelen groeien het best op een zonnige plek. Zorg ervoor dat je aardappelen poot op een zonnige plek.

De meeste grondtypen zijn geschikt voor aardappelen, maar ze doen het vooral goed in een vruchtbare, goed drainerende grond. Weet ook dat aardappelen het liefst een iets lagere zuurtegraad hebben (pH= 5-6). Ze zijn dan minder gevoelig voor schurft. Een aardappelveldje kan je daarom beter niet bekalken. Bereid het perceel voor de aardappelen op dezelfde manier voor als de andere percelen in je moestuin.

Aardappelen Planten: Stap voor Stap

Als het goed is heb je de grond in de herfst reeds voorbereid: voldoende diep gespit, onkruid verwijderd en organisch materiaal aan de grond toegevoegd. Wanneer de grond warmer wordt (doorgaans vanaf half april), kunnen aardappelen in de volle grond worden geplant. Voordat je begint, maak je de grond nogmaals goed los.

Stap 1 (voorbereiding) Als je aardappelen poot, poot je ze met de scheuten omhoog (op een diepte van ongeveer 10 centimeter).

Stap 2 (gaten maken) Span een koord en maak om de 40 cm een plantgat van 5 cm op zware kleigrond en tot 10 cm diep op lichte zandgrond. De afstand tussen de gaten bedraagt ca. 40 cm. De afstand tussen de rijen bedraagt ca. 60 cm. Maak gaten of geulen van ca.

Stap 3 (aardappelen poten) Leg in elk plantgat een knol met de mooiste scheutjes naar boven, vul het plantgat met aarde, maar druk niet te hard aan. Geef voldoende water na het planten. Zorg dat er een plantafstand van 60 tot 70 cm tussen de rijen is, zodat je voldoende ruimte hebt om de aardappelen straks aan te aarden. Een ruime plantafstand heeft ook als voordeel dat de planten sneller opdrogen door de wind en minder vatbaar zijn voor schimmelziektes zoals de aardappelplaag. Plant de pootaardappelen met de scheut omhoog. Je hebt 1 kg pootaardappelen nodig voor ca.

Voor volle grond geldt: het is handig om de aardappelen in een rij te planten, houd daarbij ongeveer 30 centimeter afstand tussen de aardappelen. Vuistregel voor de afstand tussen de rijen is 70 centimeter. Als je aardig wat aardappelen wil kweken, heb je dus flink wat ruimte nodig.

Plant de aardappelen in rijen. Zorg voor voldoende afstand tussen de rijen (± 70 cm), zo kan je je aardappelplanten achteraf gemakkelijker aanaarden. Maak plantgaten van zo’n 5 cm diep. In lichte grond (zandgrond) mogen ze zelfs iets dieper zijn (tot 10 cm). Respecteer een afstand van 30 tot 50 cm tussen de plantgaten. Leg vervolgens in elk plantgat een knolletje. Let erop dat de knolletjes met de mooiste scheut naar boven liggen. Vul de plantgaten verder aan met grond, druk zachtjes aan en geef water.

Als er nachtvorst voorspeld wordt, span dan een vliesdoek over het aardappelveld. Wanneer je ervoor kiest om aardappelen in zakken of bakken te planten, kan je vroeger beginnen met poten. Het is echter belangrijk ervoor te zorgen dat de knollen niet te nat komen te staan, aangezien dit kan leiden tot rotten. Daarnaast dien je de aardappelen te beschermen tegen eventuele vorst, door ze bijvoorbeeld 's nachts binnen te zetten of ze af te dekken met een vliesdoek.

De plantdiepte moet zodanig zijn dat ongeveer 8 tot 10 cm grond op de aardappel komt als deze net onder maaiveldniveau ligt. De afstand tussen de regels is ca. 75 cm. De afstand tussen de aardappels in de regels is ± 28 cm voor aardappels maat 28/35 en ± 38 cm voor de maat 35/55.

Aanaarden en Verzorgen

Ongeveer vier weken na het planten, wanneer het loof goed gegroeid is, is het tijd om de aardappelen aan te aarden. Dit houdt in dat de stengels bedekt worden met aarde om de vorming van ondergrondse stengels te stimuleren. Hierdoor worden de knollen onder de grond gevormd waar ze niet blootgesteld worden aan licht. Zonlicht maakt de knollen echter groen en doet het giftige solaninegehalte toenemen. Het aanaarden kan beginnen wanneer de stengels 10 à 15 cm boven de grond uitsteken.

Stap 4 (ruggen maken / aanaarden) Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken. Bij het aanaarden wordt de grond tussen de rijen gebruikt, waardoor er geulen ontstaan en de planten op ruggen groeien. Ca. 6 weken na het planten schuif je steeds meer grond tegen de plant aan (dit kan met behulp van een tuinfrees).

Zodra het aardappelplantje ongeveer 10 centimeter hoog is, kun je de aardappels aanaarden. Dit betekent dat je een nieuwe laag grond van ongeveer 5-10 centimeter boven op de aardappels legt. Hierdoor zal de wortelvorming toenemen en worden er meer aardappels aangemaakt. Je beschermt tegelijkertijd de aardappels die boven de grond uitkomen, want die zouden anders groen gaan verkleuren. Gebruik hiervoor de grond tussen de rijen, zodat er verhoogde rijen aardappels ontstaan. Meng deze grond met Moestuin Grond en Kali.

Na 4 weken is het loof al goed opgeschoten en moet je aanaarden.

Een paar weken nadat je je aardappelen gepoot hebt, zie je meestal de eerste stengels met blaadjes boven de grond verschijnen. Zodra de bovengrondse stengels ongeveer 15 cm hoog zijn, is het tijd om je aardappelplanten aan te aarden. Dat betekent dat je de grond rond de stengels aan beide kanten van de plantrij gaat ophogen. De jonge stengels zullen hierdoor grotendeels bedekt worden met aarde. Indien er nog nachtvorst verwacht wordt, mag je ze zelfs volledig bedekken. Zo zorg je voor extra bescherming. Het aanaarden herhaal je het beste nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken.

Tijdens het aanaarden doe je er goed aan om ook meteen een kaliumrijke voeding toe te dienen. Het aanaarden van je aardappelplanten heeft zo zijn voordelen:

  • Je planten worden gestimuleerd om meer ondergrondse stengels en dus meer aardappelen te vormen.
  • Het extra laagje aarde beschermt ze bovendien tegen nachtvorst en zorgt ervoor dat de reeds gevormde knollen niet blootgesteld worden aan het zonlicht, waardoor ze groen zouden kleuren.
  • De opgehoogde grond warmt tevens sneller op en voert de regen beter af.

Aanaarden helpt om de knollen te beschermen tegen zonlicht en stimuleert een grotere oogst.

In dit stadium, dat je op zijn vroegst na een week of 12 na het poten bereikt, is het blad van de planten geel en lelijk of zullen de planten al voor een deel afgestorven zijn.

Water geven

Om mooie, grote knollen te krijgen, is het belangrijk om tijdens droge periodes extra water te geven. Zorg ervoor dat de grond niet te zwaar bemest is. Ze gedijen het best in een bodem waar vooraf compost of goed verteerde stalmest werd ingespit. Wees voorzichtig met stikstofmeststoffen, omdat deze alleen maar zorgen voor meer bladgroei en een grotere kans op aardappelziekte.

Wanneer je aardappelen kweekt in een pot of ander soort container, zorg dan dat er een gat in de bodem zit. Overtollig water kan zo weglopen. De grond van de aardappels mag namelijk niet te nat worden. Verplaats bij veel regen je pot naar een droge plek.

Vooral in het begin van de groeiperiode moet de grond tamelijk vochtig zijn. Het zou de eerste 8 weken eigenlijk 25 mm moeten regenen.

Aardappels houden niet van natte voeten. Gebruik je onze waterreservoirs, dan krijgen ze daardoor genoeg vocht en hoef je niet ook nog van bovenaf water te geven. Zodra je de eerste plantjes op ziet komen, weet je dat het goed gaat. Dan is het tijd voor het volgende level.

Bescherming tegen ziekten en plagen

Aardappelen kunnen afhankelijk van de variëteit last hebben van aardappelmoeheid, aardappelschurft, aardappelziekte (Phytophthora) of van de coloradokever. Over het algemeen hebben de vroege rassen minder last van ziekten en plagen, toch raden we aan om bij aankoop te kiezen voor rassen die resistenter zijn.

Stap 5 (aardappelen spuiten) Na ca. 10 weken moeten de aardappels voor het eerst gespoten worden tegen aardappelziekte (Phythophtora) en de Coloradokevers.

Aardappelen worden getroffen door verschillende plagen en ziekten. Enkele veelvoorkomende problemen zijn:Aardappelziekte: Dit is een schimmelziekte die de bladeren, stengels en zelfs de knollen kan aantasten. Het veroorzaakt bruine vlekken op de bladeren en kan de hele plant vernietigen als het niet wordt behandeld.Coloradokever: Deze kevers zijn een grote plaag voor aardappelplanten. De volwassen coloradokevers eten de bladeren van de plant, terwijl hun larven zich voeden met de wortels. Je kunt deze vliegende kevers het beste bestrijden met Aaltjes tegen Taxuskevers.Knolvoet: Dit is een bodemgebonden ziekte die knobbels of vergroeiingen op de wortels van de aardappelplant veroorzaakt. Hierdoor kan de plant geen water en voedingsstoffen opnemen, wat leidt tot verwelking en uiteindelijk de dood van de plant.Roest: Dit is een andere schimmelziekte die gele tot bruine vlekken op de bladeren van de aardappelplant veroorzaakt.

Aandachtspunt tijdens de groeiperiode is phytophthora. Dit is een hardnekkige schimmelziekte, te herkennen aan bruinzwarte vlekken op het blad. Phytophthora ontstaat tijdens natte regenachtige periodes. Die vooral onder vochtige omstandigheden goed te zien zijn. Als er behoorlijke phytophthora aantasting in het loof komt dan moet worden voorkomen dat de phytophthorasporen naar de knollen toe spoelen tijdens bijvoorbeeld een flinke regenbui. Verwijder dan het loof, bij voorkeur het een brander. De sporen worden hierdoor gedood.

Je kunt de plantweerbaarheid van aardappelplanten verhogen met Bio Kuur voor een Gezonde Bodem Concentraat.

Oogsten en Bewaren

Wanneer aardappelen oogsten? Vroege aardappelen kunnen al geoogst worden in juni - juli, wanneer ze nog in volle bloei staan. Oogst ze pas als je ze nodig hebt of enkele dagen ervoor, zodat je altijd over verse aardappelen beschikt. Gebruik een oogstriek om de knollen voorzichtig omhoog te tillen en te voorkomen dat de knollen beschadigd raken. De halfvroege en late variëteiten worden pas geoogst als het loof is afgestorven, zodat de knollen meer tijd hebben om te rijpen en beter geschikt zijn om langer te bewaren. De opbrengst per plant varieert tussen de 1 en 2 kg, afhankelijk van het ras en de oogsttijd.

Stap 6 (aardappelen rooien) Oogsten kan met vroege aardappelen al vanaf juni (na 10-12 weken), afhankelijk van het weer Voorgekiemde aardappelen zullen enkele weken vroeger zijn Als je geen machine hebt kun je het beste rooien met een riek (drietand, zie foto).

Om te beoordelen of aardappels geoogst kunnen worden, kijk je naar het loof (het aardappelplantje). Zodra het loof afsterft of helemaal is afgestorven, weet je dat er geoogst kan gaan worden. Uitzondering op de regel zijn vroege aardappelen. Deze kunnen al geoogst worden zonder dat het loof is afgestorven. Rooi de aardappelen met een platte vork: steek de vork onder de knollen en licht de grond op.

Het oogsten van aardappels is altijd weer een verrassing. Je weet immers niet hoeveel aardappels er groeiden, hoe groot ze zijn en waar ze zitten. Vergelijk het maar met graaien in een grabbelton: superleuk 😀Om ze te vinden moet je het hele vak met mix doorzoeken. Dat gaat het makkelijkst als de mix een beetje droog en los is.Pas op dat je bij het oogsten de aardappels niet beschadigt, want dan kun je ze niet meer bewaren. Gebruik je toch een schepje, neem er dan eentje met een rond lemmet - zoals het MM-schepje van ons - en werk voorzichtig van buiten naar binnen.Oogsten uit een MM-mini is helemaal makkelijk: pak een stuk doek of vuilniszak, stort daar de inhoud van de mini op en vis de aardappels er uit.

Als het loof geel gaat verkleuren en afsterft zijn de aardappelen rijp en kunnen ze gerooid worden. Oogsten als het loof nog groen is verhoogd de kans op vervellen (schil raakt dan beschadigd). Hierdoor ontstaan invals poorten voor ziekten en droogt de knol sneller uit. Gerooide aardappelen kun je het beste een paar dagen laten liggen, zodat ze op beter op smaak komen. Als er sprake is van phytophthora bij de oogst en het loof is gebrand dan is het aan te bevelen de aardappels na de loofvernietiging nog 14 dagen in de grond te laten zitten.

Je kan de aardappelen het beste bewaren in een half dichte bak. Op deze manier kan er nog voldoende lucht bijkomen. Controleer de aardappelen regelmatig. Als er eentje aan het rotten is, moet je die weghalen want hij kan de rest ook aansteken.

Haal na het oogsten alle plantenresten, wortels en ook de laatste mini-aardappeltjes uit de mix. Heb je dat gedaan, dan is het vak weer klaar voor een andere groente.

De aardappelen moeten koel en droog worden opgeslagen, maar niet lager dan 5 graden Celsius. Om spruitvorming te voorkomen kun je enkele uien tussen de aardappelen bewaren.

labels: #Aardappel

Zie ook: