Wie kent niet het bekende "koerende geluid" van duiven? Maar wist je dat de meeste duiven vaak verkeerd worden benoemd? Er zijn eigenlijk vijf veelvoorkomende duivensoorten, elk met hun eigen unieke kenmerken. Dus om ze allemaal simpelweg "bosduif" te noemen is niet helemaal juist. Laten we daarom eens wat beter kijken naar deze vijf soorten.

De Vijf Veelvoorkomende Duivensoorten

  • Houtduif (Columba palumbus)
  • Holenduif (Columba oenas)
  • Rotsduif of stadsduif (Columba livia)
  • Turkse tortel (Streptopelia decaocto)
  • Zomertortel (Streptopelia turtur)

Houtduif (Columba palumbus)

De houtduif is een duif die veel voorkomt in België en Nederland. Ondanks hun gestalte en gewicht van zo'n 500 gram, zijn ze behoorlijk snel en wendbaar. Meestal zijn ze op de grond op zoek naar voedsel. Ze voeden zich voornamelijk met allerhande zaden, bessen, insecten (wormen), bladeren van kolen en andere oogstresten. Ze kunnen ook maïskorrels eten wat niet veel andere soorten lukt.

Je vindt ze vaak in parken, bossen en tuinen waar ze rommelige nesten bouwen, soms zelfs op en rond gebouwen. Houtduiven leggen doorgaans maar 2 à 3 eieren, en het komt vaak voor dat een ei sneuvelt vanwege het slordige nest dat bestaat uit takken. De duif herken je aan de witte vlek in de hals en een roze kleur op de borst. Als ze vliegen, zijn de witte markeringen op hun vleugels goed zichtbaar. Zo kan je de houtduif goed onderscheiden van de stadsduif. Bij het opvliegen klappen ze de vleugels boven en onder het lichaam tegen elkaar waarbij ze nogal wat kabaal kunnen maken.

De houtduif is een Palearctische vogelsoort, dus met een breed voorkomen van Europa en noordelijk Afrika tot in Azië ten noorden van de Himalya. Europa vormt echter het voornaamste verspreidingsgebied. De houtduif staat op de lijst van vrij bejaagbare soorten in Nederland.

Houtduiven geven de voorkeur aan bossen en bosranden als leefgebied, maar ze zijn ook te vinden in stedelijke gebieden en parken. Houtduiven zijn monogaam en paren meestal voor het leven. Houtduiven zijn voornamelijk vegetarisch en voeden zich met zaden, noten, fruit en bessen. Houtduiven broeden van maart tot en met september en leggen meestal twee eieren per legsel. Het mannetje en het vrouwtje wisselen elkaar af bij het uitbroeden van de eieren en het voeren van de jongen.

Als je houtduiven in de winter een handje wilt helpen, moet je het dus ook daar strooien willen de vogels ervan kunnen profiteren. Het beste werkt om niet te voorzichtig het wintervoer op de voedertafel te strooien, zodat je flink morst. Andere vogelsoorten die daar ook van profiteren, zijn roodborst, heggenmus en verschillende lijstersoorten.

Holenduif (Columba oenas)

Met een lengte van 33 cm is deze duif kleiner dan de houtduif, die ongeveer 41 tot 45 cm groot is. Ze hebben voornamelijk een blauwgrijs verenkleed met een glanzende groene vlek in de hals, wat kenmerkend is voor deze soort. In tegenstelling tot de houtduif heeft hij geen witte strepen, maar twee zwarte strepen op de bovenvleugels en een brede zwarte eindband aan de staart. Deze duif is het jaar door te vinden in onze contreien, voornamelijk in de buurt van akkers, weilanden en parken. Deze soort wordt soms verward met de stadsduif.

Zijn naam heeft hij te danken aan de manier waarop hij zijn nest maakt, namelijk in boomholtes, nestkasten voor bosuilen, verlaten nesten van spechten en soms konijneholen. Jaarlijks zijn er 2 of 3 legsels met meestal 2 eieren. Op hun menu staan zaden en andere plantdelen. In de winter pikken ze ook uitgestrooide zonnebloempitten op het gazon. Door zonnebloempitten in jouw tuin uit te strooien kan je de holenduif helpen.

Rotsduif of Stadsduif (Columba livia)

De stadsduif is eigenlijk de gedomesticeerde variant van de rotsduif. Deze duif staat ook bekend als de tamme duif, omdat deze al lange tijd al huisduif wordt gehouden, zowel voor het fokken en consumeren als voor het gebruik als lokduif bij de jacht. Ze leven in grote groepen en kunnen gebouwen vervuilen en voor overlast zorgen.

Hun verenkleed is erg variabel, met een kleur lijkend op die van hun voorvader tot volledig witte exemplaren. De stadsduif is niet erg groot of zwaar; een volwassen exemplaar weegt tussen de 200 en 280 gram en heeft een lengte van ongeveer 32 cm. Hoewel de echte rotsduif minder vaak voorkomt bij ons, zijn stadsduiven veel algemener. Terwijl de oorspronkelijke soort voornamelijk op steile kliffen leeft, is zijn afstammeling veelvuldig te zien in de Benelux.

Stadsduiven broeden bijna het hele jaar door met 2 tot 4 legsels per jaar. Doorgaans leggen ze 2 eieren in een slordig nest, vaak op harde ondergronden. Ze hebben een voorkeur voor donkere ruimten.

Turkse Tortel (Streptopelia decaocto)

De Turkse tortel heeft nog niet zo lang geleden zijn intrede gemaakt in onze streken. De eerste waarnemingen in Nederland dateren van eind de jaren veertig. Enkele jaren later werden ze ook in België gespot, met name in Knokke. Deze duif, die vrij licht is met een gewicht van ongeveer 200 gram, heeft een bruingrijze kleur.

Een opvallend kenmerk is het donkere streepje met wit in de nek dat pas op latere leeftijd tevoorschijn komt. De staart van de duif is vrij slank maar relatief lang, waardoor hij een elegante uitstraling heeft. Zijn donkerrode iris contrasteert sterk met de egaalgrijze kop. Tijdens het vliegen valt de witte staartzoom goed op. De Turkse tortel is inmiddels te vinden in bijna heel Europa. Op hun menu staan voornamelijk zaden en granen. Je vindt de duif in de buurt van gebouwen, en ze bezoeken ook tuinen op zoek naar voedsel. In de kippenren pikken ze graag een graantje mee, het liefst vanop de grond.

Zomertortel (Streptopelia turtur)

De zomertortel is relatief klein in vergelijking met andere duiven, met een volwassen lengte van ongeveer 25 cm. Je herkent hem vooral aan zijn prachtige schubbenpatroon op de vleugels en de opvallende zwartblauwe tekening in de nek. Het is de mooiste duif die je bij ons kunt vinden! Ondanks dat deze vogel vrij schuw is, verraadt hij zijn aanwezigheid met zijn herkenbare roep.

Het is een trekvogel die de winter doorbrengt in zuidelijke streken, maar in de zomer kun je ze vinden in België en Nederland. Helaas neemt hun aantal door de intensieve landbouw, sterk af. Ook ingrijpende veranderingen in de Afrikaanse overwinteringsgebieden zorgen ervoor dat er minder jongen groot worden. In bepaalde landen wordt er ook nog gejaagd op deze prachtige vogel. De zomertortel wordt soms verward met de Turkse tortel, vooral omdat deze duif in de jaren vijftig ook gewoon tortelduif werd genoemd.

Hij houdt van rommelige plekjes en akkers die niet onkruidvrij zijn. Daar gaat hij op zoek naar zaden om zijn jongen te voeren. In het voorjaar staat varkensgras en vogelmuur op het menu.

Wat Eten Duiven in het Wild?

Duiven worden vaak omschreven als alleseters (wat betekent dat ze zowel planten als vlees eten; eigenlijk bijna alles wat ze kunnen vinden). In de praktijk bestaat het dieet van de meeste duiven echter bijna volledig uit plantaardig materiaal, waaronder granen, grassen, groene bladgroenten, kruiden, onkruid, fruit en bessen. Af en toe vullen ze dit dieet aan met een maaltijd van insecten, slakken en regenwormen.

Sier- en Postduivenvoer

Voor sier- en postduiven is een uitgebalanceerd dieet noodzakelijk om de beste prestaties te leveren of om te broeden. De beste manier om ervoor te zorgen dat jouw sier- of postduif de voeding krijgt die hij nodig heeft, is door hem alleen zaden en mengsels van hoge kwaliteit te voeren die zijn gemaakt met hoogwaardige ingrediënten. Bij vogelvoerkopen.nl kan je duivenvoer kopen dat aan deze hoge eisen voldoet.

Belangrijke Ingrediënten in Duivenvoer

  • Granen: De energie-rijkste en belangrijkste granen voor een uitgebalanceerd duivenvoer zijn maïs en tarwe.
  • Maïs: Maïs is een van de beste duivenvoeders, het is arm aan ruwe celstof, licht verteerbaar en eiwitrijk.
  • Gierst: Gierst is een essentieel onderdeel van duivenvoer. Het bevat meer eiwitten dan maïs, maar aanzienlijk minder vet.
  • Tarwe: Tarwe is een geliefd ingrediënt in duivenvoer en is rijk aan zwavel, wat zeer aanbevolen wordt tijdens de rui.
  • Water: Water is een van de belangrijkste elementen in het dieet van duiven.

Granen De energie-rijkste en belangrijkste granen voor een uitgebalanceerd duivenvoer zijn maïs en tarwe. Maïs levert koolhydraten die omgezet worden in glucose en als brandstof voor de duiven worden gebruikt, met warmte als bijproduct. Tarwe is rijk aan zwavel en wordt aanbevolen tijdens de rui. Maïs Maïs is een van de beste duivenvoeders, het is arm aan ruwe celstof, licht verteerbaar en eiwitrijk. Duiven zijn er dol op in alle soorten, maten en kleuren. Het belangrijkste is de hardheid: hoe droger, hoe beter! Maïs mag tot 25% van het duivenvoer uitmaken. Gierst Gierst is een essentieel onderdeel van duivenvoer. Het bevat meer eiwitten dan maïs, maar aanzienlijk minder vet. Het kan tot 25% van het duivenvoer uitmaken en heeft dezelfde voedingswaarde als maïs. Tarwe Tarwe is een geliefd ingrediënt in duivenvoer en is rijk aan zwavel, wat zeer aanbevolen wordt tijdens de rui. Tarwe kan 25% van het duivenvoer uitmaken, maar meer dan dat kan leiden tot gewichtstoename bij de duiven. Water Water is een van de belangrijkste elementen in het dieet van duiven.

Duivenvoer Kopen

Bij vogelvoerkopen.nl kan je terecht voor kwalitatief duivenvoer van hoge kwaliteit. Duiven genieten het meest van een uitgebalanceerde combinatie van mais, zonnebloempitten, tarwe en gierst.

Voeding en Seizoenen

Wat je vogels het beste kunt voeren, verschilt per jaargetijde. Zo hebben vogels in het voorjaar en in de zomer vooral behoefte aan eiwitrijk voedsel, zoals insecten, meelwormen en rupsen. In het najaar en de winter hebben ze juist meer baat bij vitamines en vetrijk voedsel, zoals bessen, noten, pinda’s en vetbollen.

Tips voor het Voeren van Vogels

  1. Net zoals mensen, is gevarieerde voeding ook voor vogels belangrijk.
  2. Met name strooivoer kan het beste gedoseerd gegeven worden.
  3. Strooi het voer op verschillende hoogtes aan.
  4. Vogels hebben ook behoefte aan water.

Huisvesting en Verzorging van Wilde Duiven

Voor een goede huisvesting zijn voldoende licht, frisse lucht en geen tocht een vereiste. Een goed nachtverblijf is ook voor koude bestendige soorten in de winter aan te raden. In een buitenvolière dient er enige bescherming te worden aangebracht tegen harde en koude wind, door afscherming en gedeeltelijke overkapping waaronder de duiven kunnen schuilen. De afmetingen van een verblijf moeten aangepast zijn aan de te houden soorten.

Aangezien de meeste duiven echte vliegers zijn, is de lengte en ook de hoogte van het verblijf belangrijker dan de breedte. Er dienen voldoende zitstokken aanwezig te zijn van verschillende diktes. En ook voldoende nestgelegenheden. Voor de soorten uit tropische streken, kleine duifjes en soorten met een snelle spijsvertering, waartoe alle vruchtenduiven behoren, is het belangrijk om tijdens de donkere winterdagen bij te verlichten om een constant dag en nacht ritme te bereiken, zodat deze soorten voldoende voedsel kunnen opnemen om de nacht door te komen.

Gezondheid en Hygiëne

Omdat ziekteverwekkende kiemen zich kunnen handhaven en vermeerderen in vuil en zo de duiven kunnen besmetten, moet het duivenhok regelmatig worden schoongemaakt. Duiven baden graag en het behoort tot de persoonlijke hygiëne van de duiven. Het baden heeft een stimulerende invloed op de veerverzorging en het moet daarom af en toe voor de duif mogelijk zijn een bad te nemen. Zet hiervoor een bak gevuld met ongeveer 10 cm water, in de tuin of in het hok. Laat het bad na het baden niet te lang staan, want soms drinken de duiven eruit, wat niet bevorderlijk is voor hun gezondheid.

Conclusie

Het begrijpen van de voedingsbehoeften van duiven, zowel in het wild als in gevangenschap, is cruciaal voor hun gezondheid en welzijn. Door een gevarieerd dieet aan te bieden en te zorgen voor een schone en veilige omgeving, kunnen we deze prachtige vogels helpen gedijen.

labels:

Zie ook: