De scholekster, wetenschappelijk bekend als Haematopus ostralegus, staat in de volksmond ook wel bekend als oestervanger. In het Engels noemt men ze oystercatchers. Een scholekster eet overigens geen schol of oesters, ze zijn veel meer geïnteresseerd in wormen en mosselen.
Wat staat er op het menu?
De scholekster is een steltloper met een brede voedselsmaak. Op graslanden zoekt deze vogel vooral naar regenwormen. Langs de kust gaat de voorkeur uit naar kokkels, mossels, nonnetjes, krabben en garnalen. Zijn dieet bestaat vooral uit schelpdieren. Het is niet aannemelijk dat het iets met de platvis te maken heeft, want een echte visser is het niet en een duiker nog minder.
De rol van de snavel
De snavelvorm van scholeksters is variabel, afhankelijk van hun dieet, het seizoen en hun specialisme kan deze lang en spits of korter en stomp zijn. Omdat de snavels van scholeksters altijd doorgroeien, zo’n 0,4 mm per dag, bepaalt de mate van gebruik hun vorm. Tijdens het zoeken naar eten slijt er steeds een stukje van de snavel af zodat deze eigenlijk nooit te lang zal worden.
Een ander leuk weetje over de scholekstersnavel; de vorm verandert afhankelijk van het dieet en de manier van foerageren. Geen enkele snavel is hetzelfde! Je hebt smalle, puntige snavels, stompe, brede snavels en brede snavels met een scherp puntje.
Als de scholekster zijn snavel niet slijt groeit de snavel alsmaar door. Binnen één jaar kan deze wel drie keer zo lang worden! Zo’n te lange snavel zit ontzettend in de weg tijdens het foerageren, het zoeken naar eten. Mocht de snavel echt te lang worden, dan kan het zelfs zo zijn dat eten niet meer mogelijk is. Daarom zijn wij, en de scholekster, heel blij dat de snavel mooi op lengte blijft dankzij natuurlijke slijtage.
Specialisten en generalisten
Scholeksters die voornamelijk leven van harde schelpdieren zoals kokkels en mossels zijn onder te verdelen in twee groepen; de hamers en de snijders. De hamers openen een schelpdier door deze ‘met grof geweld’ kapot te hameren. Het puntje van de snavel krijgt hierdoor een bot uiteinde. De snijders daarentegen schuiven hun snavelpunt in een kleine opening van de schelp en snijden de sluitspier door.
Tot slot heb je nog een derde groep; de worm-specialisten. Dit zijn scholeksters die voornamelijk leven op een dieet van zachte prooidieren zoals wormen en emelten. Deze zitten vaak in de grond waardoor de sholekster met zijn snavel diep de grond in moet peuren.
Afhankelijk van de voedselspecialisatie verschillen scholeksters sterk in de tijd die ze dagelijks nodig hebben om voldoende voedsel te vinden. De voedselvoorkeur van een scholekster wordt hierin mede bepaald door wat hij van zijn ouders heeft geleerd.
Uit eerder onderzoek was al bekend dat schelpdier-specialisten doorgaans het gemakkelijkst aan hun dagelijkse voedselbehoefte kunnen voldoen en ook in betere lichaamsconditie zijn. Maar overleven ze daardoor ook beter? Om te begijpen waarom niet alle scholeksters een schelpdier-specialist worden, hebben de biologen het lange termijn succes in termen van overleving en voortplanting in relatie tot voedsel-specialisme onderzocht.
Aanpassing aan klimaatverandering
Na zachte winters presteren specialisten juist slechter dan generalisten. Nederlandse winters worden steeds warmer. Wadvogels zullen in de toekomst dus moeten omschakelen van voedselspecialist naar generalist om zich aan te passen aan klimaatverandering.
Door over een periode van 26 jaar het dieet, de overleving en de jongenproductie van scholeksters op Schiermonnikoog te bestuderen blijkt nu dat na normale zachte winters voedselgeneralisten het net wat beter doen dan specialisten. Echter, in zeldzame 'Elfstedentocht'-winters presteren specialisten juist veel beter.
Omdat specialisten slecht presteren na zachte winters, zullen deze scholeksters in de toekomst steeds meer onder druk komen te staan om voor een breed dieet van zowel wormen als schelpdieren te kiezen. Het is echter de vraag hoe snel scholeksters zich kunnen aanpassen. Het efficiënt zoeken en openen van verschillende prooitypen is een jarenlang leerproces en dieetkeuze heeft mogelijk zelfs een genetische component. We verwachten daarom dat aanpassing aan klimaat-verandering een langzaam proces zal zijn dat zich over meerdere generaties uitstrekt.
Het laatste snavelweetje van vandaag gaat over het verschil tussen de man en de vrouw. Over het algemeen is de snavel van de vrouw namelijk net iets langer, circa een halve centimeter.
labels:
Zie ook:
- Koolhydraatarme Soep: Heerlijke Recepten & Wat Je Eet Ebij!
- Eten voor de TV: Snelle & Gemakkelijke Recepten voor een Gezellige Avond
- Taart Eten Utrecht: De Beste Adressen voor een Zoete Verwennerij
- Gezond Eten Zonder Koken: Snelle, Makkelijke & Voedzame Ideeën!
- Varkenshaas met champignons uit de slowcooker: Smullen!
- Bumba Taart 1 Jaar: Feestelijke Inspiratie & Tips




