Als je vlinders naar je tuin wilt lokken, is het belangrijk om te weten hoe vlinders leven en wat ze nodig hebben, vooral tijdens de wintermaanden. De meeste vlinders leven van nectar, een stroperig vocht dat ze uit bloemen halen. Nectar bevat suiker en kleine hoeveelheden eiwitten en vitamines. Behalve nectar uit bloemen eten sommige vlinders nog ander voedsel.

Wat eten vlinders?

Vlinders, zowel dag- als nachtvlinders, voeden zich hoofdzakelijk met nectar. Een klein aantal vlinders haalt ook energie uit mest, boomsappen en honingdauw.

Als een vlinder op zoek is naar voedsel zijn verschillende kenmerken van de bloem belangrijk:

  • Felgekleurde bloemen met grote open bloemblaadjes trekken veel meer vlinders aan dan die met kleinere blaadjes of doffe kleuren.
  • De zoete geurpluimen van bloemen zijn belangrijk om vlinders te lokken.
  • Bloemen met buisvormige of trechtervormige structuren zijn bijzonder aantrekkelijk voor vlinders, omdat deze de nectar diep in de bloem verbergen, wat de vlinders met hun roltong kunnen bereiken.
  • Ook bloemen met een platte, open vorm zijn populair, omdat ze een gemakkelijke landingsplaats bieden en de nectar vaak goed bereikbaar is.
  • Vlinders worden vooral aangetrokken door bloemen met veel nectar omdat dit hun belangrijkste voedingsbron is.

Sommige vlinders zoals de Dagpauwoog, Atlanta, Gehakkelde Aurelia en het Bont zandoogje houden van rottend fruit. Je vindt ze in het najaar vaak in boomgaarden als fruit is open gebarsten of ligt te rotten. Het Bont zandoogje en het boomblauwtje snoepen ook van honingdauw. De eikenpage voedt zich vrijwel uitsluitend met de honingdauw die door bladluizen in de bomen wordt afgescheiden. Het Bont zandoogje, Boomblauwtje, Gehakkelde Aurelia en Atlanta voeden zich ook met boomsappen.

Waardplanten en Voortplanting

Veel rupsen zijn erg kieskeurig. De meeste vlinders leggen hun eitjes dan ook op planten die later door de rups gegeten zullen worden: de waardplant van de vlinder. Meestal zijn dit wilde plantensoorten, maar ook sommige gecultiveerde planten worden als waardplant gebruikt.

Andere rupsen eten alleen planten uit één familie, zoals de rupsen van de kleine vuurvlinder, die verschillende soorten zuring eten. Ook zijn er rupsen die niet erg kieskeurig zijn: de rupsen van het bruin zandoogje eten bijvoorbeeld vrijwel alle soorten grassen. De rupsen van het groot en klein koolwitje leven van koolplanten.

Vlinders kiezen zorgvuldig specifieke inheemse planten uit om eitjes af te leggen met name die planten die later door de rupsen gegeten worden. Zonder deze planten kunnen vlinders zich niet voortplanten. Met specifieke waardplanten te planten, kan je specifieke vlinders aantrekken. Zo is sporkehout - een weinig opvallende boom - waardplant voor de citroenvlinder en het boomblauwtje. Tuinjudaspenning, barbarakruid en damastbloem zijn waardplanten voor het oranjetipje. De koninginnepage kan je lokken met peen en kruiden zoals venkel en dille in bloei te laten komen.

Daarnaast zijn er wilde inheemse planten die extra veel nectar produceren en dus een grote voedingswaarde hebben voor vlinders.

Wat je kunt doen om vlinders te helpen:

  • Hang een vlinderkastje op in uw tuin. De juiste vlinderkasten zijn beschikbaar bij Vivara.
  • Zorg voor beplanting in verschillende bloeitijden. Zo kunnen vlinders het hele jaar door nectar vinden.
  • Zorg voor warme en zonrijke hoekjes in de tuin. Ze hebben zonlicht nodig om op te warmen en actief te zijn.
  • Laat bladeren en takken in uw tuin liggen.

Diapauze: De Winterrust van Vlinders

Veel vlinders blijven in de winter gewoon hier. Je ziet ze niet meer, maar ze zijn er nog wel. Om de winter goed door te komen, lassen ze een soort winterrust in. Hun groei en ontwikkeling staan in die periode volledig stil zodat ze zo min mogelijk energie verbruiken. Ze overleven op de reserves in hun lichaam. Deze overlevingsstrategie wordt diapauze genoemd.

De belangrijkste trigger voor de diapauze is de hoeveelheid daglicht. Als de dagen korter worden, is dat voor de insecten hier een signaal om in diapauze te gaan. Daarnaast spelen ook de temperatuur en het verdwijnen van voedsel een belangrijke rol. Meestal is het een combinatie van factoren die de diapauze in gang zet en ook weer laat eindigen.

De Verschillende Stadia van Overwintering

Vlinders kunnen in verschillende stadia van hun ontwikkeling in diapauze gaan. Afhankelijk van de soort overwinteren ze als eitje, als pop, als rups of als vlinder. Je kunt ze allemaal tegenkomen in je tuin.

  • Als eitje: Heideblauwtjes en dikkopjes overwinteren als eitje. De eitjes van het heideblauwtje zitten vastgekleefd aan de houtige delen van heideplanten. De eitjes van het dikkopje zijn te vinden op verschillende soorten grassen.
  • Als pop: De rupsen van het koolwitje en de koninginnenpage verpoppen vlak voor de winter. Die poppen zitten verscholen tussen dode planten. Pas in het voorjaar gaat hun ontwikkeling verder en komen ze als vlinder tevoorschijn.
  • Als rups: Als rups overwinteren onder andere het oranje zandoogje, het bruine zandoogje, de kleine vuurvlinder en het koevinkje. De rupsjes trekken zich in het najaar terug in een polletje verschrompeld gras. Daar blijven ze doodstil zitten zodat ze vrijwel geen energie verbruiken. Ze kunnen goed tegen kou en vorst. Zodra het voorjaar aanbreekt, worden ze weer actief en beginnen ze als een razende te eten totdat ze gaan verpoppen.
  • Als vlinder: Er zijn vier soorten die als vlinder overwinteren: de dagpauwoog, de kleine vos, de gehakkelde aurelia en de citroenvlinder. Ze verstoppen zich in het najaar, als het kouder wordt, in een schuur, een houtstapel of in het struikgewas. Daar hangen ze maandenlang stil te wachten tot het voorjaar begint. Dankzij een soort antivries in hun lijf, kunnen ze prima tegen de winterse kou. Zelfs twintig graden vorst kunnen ze op die manier overleven.

Wat te doen als je een vlinder in huis vindt?

In het najaar kun je in huis vlinders tegenkomen die op zoek zijn naar een plekje om te overwinteren. Binnen is de temperatuur te hoog waardoor de vlinder niet in diapauze kan gaan. Probeer voorzichtig om de vlinder te vangen in een glas en laat hem vrij op een beschutte plaats zoals in een schuurtje of onder een afdak. Hij zoekt dan zelf een goed plekje op.

Trekvlinders

Het merendeel van de vlinders brengt de winter in diapauze door, maar daarnaast zijn er ook trekvlinders. Dat zijn vlinders die bij gebrek aan voldoende antivries, niet veel vorst kunnen verdragen en daarom in het najaar wegtrekken naar warmere streken. Net als trekvogels vliegen ze honderden, soms duizenden kilometers, naar hun overwinterplek in Zuid-Europa of Noord-Afrika.

Om zo'n lange afstand af te leggen, hebben de vlinders veel brandstof in de vorm van nectar nodig. Wil je ze helpen? Zorg dan voor voldoende laatbloeiers in je tuin!

Enkele voorbeelden van trekvlinders zijn:

  • Atalanta
  • Distelvlinder
  • Luzernevlinder

Wat kun je doen om vlinders te helpen overwinteren?

Het creëren van een vlindervriendelijke tuin is essentieel voor hun overleving. Hier zijn enkele tips:

  • Laat uitgebloeide planten staan: Rupsen verstoppen zich ergens in het gras, tussen de beplanting of onder afgevallen blad. Laat uitgebloeide planten dus vooral met rust en maai niet in de winter.
  • Bied beschutting: Plant struiken, hagen en bomen om vlinders een beschermde plek te bieden tegen slecht weer en extreme temperaturen.
  • Zorg voor variatie: Vlinders houden van variatie in plantengroei. Een verscheidenheid aan nectarplanten en struiken vanaf het vroege voorjaar tot de late herfst lokt veel verschillende soorten vlinders naar je tuin.
  • Gebruik inheemse planten: Maak een vlindertuin van inheemse planten en bloemen. Liefst een mix van inheemse en natuurondersteunende planten. Deze zijn aantrekkelijker voor vlinders dan exotische planten.
  • Vermijd tuinverlichting: Teveel licht brengt de nachtvlinders in de war waardoor ze moeilijkheden hebben om hun partner te vinden.

Overzicht van Overwinteringsstrategieën

Stadium Voorbeelden Beschrijving
Eitje Heideblauwtje, Dikkopje Eitjes worden gelegd op waardplanten en overwinteren daar.
Rups Oranje Zandoogje, Koevinkje Rupsen trekken zich terug in graspolletjes en blijven stil zitten.
Pop Koolwitje, Koninginnepage Poppen verschuilen zich tussen dode planten.
Vlinder Citroenvlinder, Dagpauwoog, Kleine Vos, Gehakkelde Aurelia Vlinders zoeken beschutte plekken zoals schuren en houtstapels.

labels:

Zie ook: