De framboos (Rubus idaeus) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De soort behoort evenals de gewone braam (Rubus fruticosus) tot het geslacht Rubus. Tot dit geslacht behoren meer dan zeshonderd soorten.

De framboos is een in heel Europa van nature voorkomende plant, die op open plaatsen in het bos en langs bosranden voorkomt en is als voedsel al sinds de vroegste tijden in gebruik. De teelt gaat terug tot de Middeleeuwen.

Kenmerken van de Frambozenplant

Een struik die ook veel wordt aangeplant in tuinen vanwege de vruchten is de Framboos, Rubus idaeus L., uit de Rozenfamilie. De spontane groeiplaats in onze vegetatie wordt gevormd door zomen, struweelranden, loofbossen en kapvlakten. Het zijn in het algemeen licht beschaduwde standplaatsen.

De heester of halfstruik heeft later verhoutende stengels die aanvankelijk groen kleuren, maar na verloop van enige tijd roodachtig paars tot bruin kleuren. Ze hebben lenticellen en zijn niet heel erg bezet met kleine stekels. Opvallend is de witte berijptheid van de jonge stengels vooral in het voorjaar. Ze vertakken nauwelijks. Oudere planten kunnen vanuit de wortels ook uitlopers hebben waarmee ze zich verspreiden. Ze maken vrijwel elk jaar opnieuw rechtopstaande stengels die na de bloei in hun tweede jaar afsterven.

De bladeren zijn oneven veerdelig en het aantal deelblaadjes bedraagt 3 tot 7, maar drietallige bladeren zijn in de meerderheid. De deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig en hebben een gezaagde bladrand. Heel opvallend is de wit-viltige kleur van de onderzijde van de deelblaadjes. De nervatuur van de deelblaadjes is geveerd. Onderaan de bladsteel zitten twee priemvormige steunblaadjes.

Tijdens de bloeiperiode in de voorzomer, zo vanaf mei, staan er armbloemige trossen aan de uiteinden van de rechtopstaande stengels. Aan de bloemknoppen is goed te zien dat de vijf kelkbladen een lange top hebben. De kelkbladen zijn ook groter dan de witte kroonbladen, wat goed te zien is als de bloemen open zijn gegaan. De kelkbladen zijn dan teruggeslagen en de ronde kroonbladen staan aanvankelijk rechtop. Ook deze slaan later enigszins terug tot ze min of meer recht afstaan van de bloembodem. Ze vallen snel af. Er zijn in de bloem veel meeldraden te zien die op de brede bloembodem zijn ingeplant. Een groot aantal vruchtbeginsels staat midden op de bloembodem. Elk vruchtbeginsel heeft een stijl met stempel. Na bestuiving en bevruchting door zweefvliegen, bijen of kevers, groeien de vruchtbeginsels uit tot sappige bessen. Tegelijkertijd groeit de bloembodem van het midden uit omhoog, zodat de bessen op een uitgestulpte bloembodem komen te staan. Tijdens de rijping zie je de bessen van kleur veranderen: van groen worden ze vuurrood.

Het areaal of verspreidingsgebied van de Framboos wordt gevormd door de gematigde en koudere streken van het noordelijk halfrond. In de hogere zandstreken, de zogenaamde pleistocene streken, van de Benelux tref je de Framboos van nature aan op kapvlakten of op een door een omvallende boom in het loofbos vrijgekomen plek, in struweelranden en zomen. Framboos moet het hebben van snel omgezet bladmateriaal. Dat gebeurt wanneer een loofbosbodem direct door de zon beschenen wordt: dit bevordert die snelle omzetting, waarbij stikstof vrijkomt. De Framboos maakt daar dankbaar gebruik van. In de volle schaduw laat de soort het echter afweten.

Naamgeving

De naam Framboos is evenals de naam Brem en Braam van origine in gebruik voor Stekel (ook braam aan een mes of ander scherp voorwerp). Al aan het begin van de jaartelling gebruikte men de naam Rubus voor Braam of Framboos. Wellicht is het Latijnse 'ruber' voor 'rood' hiervan de oorsprong vanwege de rode vrucht en de vaak ook rode stengels.

De Framboos als Vrucht

De framboos is een Rubus-soort met rode vruchten. Deze specifieke soort komt van oorsprong uit Europa en Noord-Azië, maar tegenwoordig worden frambozen ook op grote schaal geproduceerd in andere gematigde gebieden.

De vrucht is opgebouwd uit deelvruchtjes die te herkennen zijn aan de talloze bolletjes op de vrucht. Frambozen zijn lekker sappig en zoet. Net als bramen zijn ze opgebouwd uit talrijke bolletjes, de zogenaamde deelvruchtjes. Frambozen zijn egaal van kleur. Deze zomervrucht is stevig en egaal roze en soms geel van kleur.

Botanisch gesproken is de framboos geen bes, maar een samengestelde vrucht met talrijke kleine steenvruchtjes rondom de bloembodem. In tegenstelling tot de braam laat de framboos makkelijk los van de bloembodem.

De meeste rassen dragen rode vruchten. Ook komen rassen voor met geelgekleurde vruchten. Er wordt wel gezegd dat de gele rassen het zuurtje missen en juist wat zoeter zijn dan de rozerode frambozen. Daarom zijn de verse gele frambozen erg lekker voor directe consumptie maar wat minder geschikt voor de inmaak (rozerode hebben in inmaak een wat intensere smaak, juist mede door dat zuurtje dat ze hebben).

De vruchten hebben een specifieke smaak en zijn afhankelijk van het ras lichtrood tot donkerrood gekleurd.

Groeistadia van de Framboos

De framboos ontwikkelt zich in vijf tot zes weken van knop tot vrucht. In de eerste weken opent de knop en ontwikkelt die zich tot bloem. Na bestuiving ontwikkelt de bloem zich tot groenvrucht. In de laatste weken krijgt de groene vrucht steeds meer kleur, tot hij rijp is voor de pluk.

Frambozen rijpen niet tegelijk. Hierdoor moet dezelfde struik meerdere keren geplukt worden wat wel 4 weken kan duren. Afhankelijk van de buitentemperatuur wordt 2 à 3 keer per week geplukt.

Teelt en Rassen

Framboos wordt vanwege de lekkere schijnvruchten, die hier ook wel 'verzamelvrucht' genoemd worden veel aangeplant. Frambozenstruiken zijn ongeloofelijk populair in de hobbyfruittuin. En dat is niet meer dan logisch. Ze nemen relatief weinig ruimte op en zijn zelfbestuivend, dus aan één plant heb je genoeg.

Frambozen worden sinds het einde van de zestiende eeuw commercieel geteeld in Nederland. De frambozenplant is in die tijd waarschijnlijk geïmporteerd vanuit Griekenland of Italië, maar de échte wortels van de plant liggen in het oosten van Azië.

Rassen

Er zijn verschillende criteria waarop u een framboos kunt uitkiezen. De eerste eigenschap waar u naar moet kijken is pluktijd. De pluktijd van frambozen verschilt sterk per ras. Zomerframbozen zijn in de vroege zomer rijp, herfstframbozen aan het einde van de zomer en in het begin van de herfst.

Een tweede belangrijk verschil tussen frambozenrassen zit hem in ziekteresistentie en sterkte. Een aantal frambozensoorten zijn minder gevoelig voor schimmels, terwijl andere soorten hier wél last van hebben. Ook zijn sommige rassen beter geschikt voor stugge en natte gronden dan anderen.

Een laatste criterium waarop frambozenrassen goed op kunnen worden vergeleken is de productie en vruchtkwaliteit van de frambozenplant. Vaak geven gepatenteerde rassen een hoge productie, voorbeelden daarvan zijn Polka ®, Tadmor ® en Himbotop ®, maar ook andere rassen kunnen een hoge productie geven.

Enkele populaire rassen zijn o.a. Fallgold (herfst), Heritage (herfst), Polka (herfst), Zefa Herbestente (herfst), Malling Promise (zomer), Tulameen (zomer) & Golden Everest (zomer).

Zomer- vs. Herfstframbozen

Zomerframbozen vergen wel meer onderhoud dan herfstframbozen. De reden hiervoor is dat zomerframbozen fruit geven op tweejarige takken. Takken die vorig jaar zijn gegroeid, geven dit jaar fruit. Herfstframbozen geven fruit op éénjarig hout.

Zomerframbozen: eenmaal dragend: zij geven de oogst aan één jaar oude stengels. Die stengels schieten na de oogst uit de grond (dus in de late zomer/herfst). Zomerframbozen: doordragers: deze planten kunnen nog een 2e kleine oogst geven op zijtakken van het al gedragen hout. Herfstframbozen: deze frambozen bloeien later dan zomerframbozen en de oogst valt dan ook een stuk later; in augustus maar er zijn ook rassen die nog wel in september en soms zelfs nog in oktober frambozen geven.

Plantinstructies

Het belangrijkste bij het planten van een framboos is de locatie. Plant de framboos het liefst op een zure grond (dat is bijvoorbeeld veengrond of zand), met een goede doorlating. Wanneer u hier over twijfelt kunt u het beste wat potgrond toevoegen bij het planten van de struik. Ook staat de framboos liever iets te droog, dan te nat. Om ruimte te besparen kunt u ervoor kiezen om de frambozenstruik te planten tegen een muur of hek, zodat de takken opgebonden kunnen worden.

Een frambozenstruik kan je jaarrond planten. Alleen bij zware vorst of juist tropische temperaturen raden we af om deze struiken te planten. Plant je in de herfst? Dan heeft de struik de hele winter de tijd om te wortelen en zal die in het voorjaar beter aanslaan en harder groeien.

Plant frambozen in de winter (tussen oktober en februari) en plant de gewortelde stengels dan zo’n 35-50 centimeter (afhankelijk van een compact of groeikrachtig ras) van elkaar in de rij.

Bemesting

U kunt frambozenplanten het beste in het voorjaar bemesten. Maart is daarbij een goed uitgangspunt. Bemest frambozen niet teveel, en gebruik bij voorkeur een rustig vrijkomende mest. Organische meststoffen zijn prima.

Geef in het voorjaar wat voeding; frambozen hebben niet veel meststoffen nodig, zelf geven we een matige hoeveelheid samengestelde organische meststof voor de moestuin of voor de fruittuin.

Oogsten

Een rijpe framboos herkent u door de vrucht zachtjes van de tak te trekken. Laat de framboos zeer makkelijk los van zijn steeltje, dan is hij rijp. Omdat frambozen snel gaan rotten wanneer ze overrijp zijn, is het een goed idee om in de pluktijd elke dag naar de struik te lopen, en de rijpe vruchtne weg te plukken. Zo plukt u alléén frambozen die goed rijp zijn, en voorkomt u dat frambozen te lang blijven hangen.

Frambozen rijpen niet tegelijk. Hierdoor moet dezelfde struik meerdere keren geplukt worden wat wel 4 weken kan duren. Afhankelijk van de buitentemperatuur wordt 2 à 3 keer per week geplukt.

Snoeien

De snoei van uw frambozenstruik is afhankelijk van het ras. Zomerframbozen (die in de zomer rijp zijn) moeten anders gesnoeit worden dan herfstframbozen, die in de herfst afrijpen.

Herfstframbozen snoeit u in de wintermaanden. U kunt alle takken tot de grond afsnoeien (wij raden wel altijd aan om ong. 10cm. te laten zitten ter bescherming in de winter). Nieuwe scheuten hoeft u niet uit te dunnen.

Zomerframbozen vergen meer onderhoud. De oude takken, die dat jaar vrucht hebben gegeven, snoeit u weg. Sterke en gezonde nieuwe stengels laat u zitten, en als u ervoor kiest om de framboos aan te binden bind u deze takken aan. Zorg er hierbij voor dat de toppen omgebogen zijn.

Aanbinden

Om ruimte te besparen en een hogere oogst te behalen kan het zeker aan te bevelen zijn om de takken van de framboos verticaal aan te binden. Een rek maken om de planten aan vast te binden is vrij simpel. Sla 2 palen in de grond en zorg dat deze 1.8m (iets kleiner of groter mag ook!) boven de grond vandaan komen, en span hier om de 20 a 30 centimer een staaldraad tussen de twee palen. Plant hierna tussen de palen om de 1 á 1.5 meter een frambozenplant en zorg dat deze 7 a 8 hoofdtakken heeft die helemaal tot boven lopen. Deze constructie zorgt voor een mooie, luchtige framboos waar op alle takken veel licht komt.

Bescherming

Ook een frambozenstruik kan last hebben van ziekten en/of plagen. Vermijd te natte grond. Kevers vernielen de plant. Naast de ziekten en plagen in het overzicht hierboven kunt u bij frambozen ook last hebben van vogelvraat.

Je moet frambozen wel beschermen tegen de wind; door stevige wind kunnen takken gemakkelijk breken. Je beschermt de takken tegen breken door ze aan te binden aan de draden die je hebt gespannen.

U kunt om vogelvraat te voorkomen de vogels wegjagen (bijv. door CD's op te hangen), u kunt een net spannen, of de framboos in een fruitkooi planten.

Consumptie en Gebruik

Frambozen zijn heerlijk zoete genotsmomentjes die zowel direct op te eten zijn, of te verwerken zijn in sap of jam. Frambozen zijn lekker sappig en zoet en behoren net als bramen en aardbeien tot de grote rozenfamilie.

Frambozen worden zowel vers gegeten als verwerkt in frambozenjam, vruchten op siroop, tot bavarois, tot sap, tot puree en saus. Ze worden ook als losse vruchten ingevroren. Ook de bladeren van de framboos kunnen voor consumptie gebruikt worden. Hiervoor moeten de bladeren, na het plukken, worden gedroogd op een droge en luchtige plaats. Hierna kan er van de gedroogde bladeren thee worden getrokken.

Frambozen een veel gebruikte vrucht is in gerechten? Frambozen zijn te gebruiken bij het maken van bijvoorbeeld sorbets, gebaksvulling en soufflés.

Frambozen zijn lekker in sorbets, soufflés, jams, geleien, gebaksvullingen en azijnsoorten. En natuurlijk ook in salades of als vruchtje op een heerlijke ijscoupe. Bij bepaalde warme gerechten, meestal bij vlees of wild, is frambozencompôte een heerlijke aanvulling.

We geven je een aantal suggestie hoe je frambozen kunt gebruiken:

  • Met sorbetijs en evt.
  • In salade met sla en blokjes 30+ kaas of verse geitenkaas en/of ongezouten noten (bv.

Bewaren

De vruchten zijn enkele dagen in de koelkast te bewaren, en een lange tijd in de vriezer. Ingevroren frambozen hebben de neiging om uit elkaar te vallen.

De framboos is het kwetsbaarste zachtfruit, en moet daarom voorzichtig behandeld worden. Raak ze zo weinig mogelijk aan. Ze kunnen maar heel kort bewaard worden, meer dan drie dagen in de koelkast is niet mogelijk.

Voedingswaarde en Gezondheid

Frambozen zijn niet alleen heel lekker, ze zijn ook supergezond en bevatten onder meer vitamine C en foliumzuur. Onderzoekers van de universiteit Wageningen ontdekten ellagitannines: unieke antioxidanten die alleen frambozen bevatten. Deze ellagitines voorkomen dat je cellen beschadigen.

De framboos is rijk aan vezels en vitamine C en ook nog eens caloriearm. De vruchten schijnen ook een grote hoeveelheid geneeskrachtige stof te bevatten.

Consumptiecijfers

Maandag is de dag in de week die het meest populair is voor het eten van zachtfruit, zoals frambozen. In het weekend eten mensen ouder dan 50 meer zachtfruit dan jongeren tot 40 jaar oud (bron: FoodProfiler door Wageningen Economic Research en GroentenFruit Huis).

labels:

Zie ook: