In veel godsdiensten heeft voeding een symbolische betekenis. Zo symboliseren brood en wijn in het christendom het lichaam van Christus en is carnaval een katholiek feest dat voorafgaat aan de vastenperiode. Ook moslims houden een jaarlijkse vastenperiode: de ramadan eindigend met het Suikerfeest.

De Nederlandse gezondheidszorg wordt, net als het straatbeeld, steeds diverser. Door de instroom en vergrijzing van migranten krijgt de zorg in toenemende mate te maken met mensen uit verschillende landen en allerlei verschillende religies. Voorbeelden van religies zijn de islam, het jodendom en het hindoeïsme. Deze religies hebben allemaal hun eigen kenmerken en regels. Met name op het gebied van voeding. Het is daarom heel belangrijk dat je als zorgverlener hiervan op de hoogte bent.

Spijswetten in religies

Alle religies hebben allemaal hun eigen kenmerken en regels. Een aantal van die regels, die bij iedere religie terugkomen, zijn de spijswetten. Dit zijn wetten die beschrijven welke voedingsmiddelen verboden zijn, maar ook welke toegestaan zijn.

Islam

In de islam wordt voedsel verdeeld in drie groepen: halal, haram en makruh. Toegestaan is al het voedsel dat niet nadrukkelijk verboden is. Een aantal producten worden speciaal aanbevolen: honing (vanwege de genezende kracht), dadels, zoetigheid, zeedieren (behalve ongeschubde en aasetende dieren zoals krabben en zee-egels), melk, vlees en plantaardige olie zoals olijfolie.

Moslims mogen wel vlees eten van runderen, kalveren, geiten, schapen en pluimvee. Deze dieren zijn Halal als ze goed worden geslacht. Bij de rituele slachting worden de slokdarm, luchtpijp en twee halsslagaders van het dier in één keer en snel doorgesneden. Op deze manier kan het (onreine) bloed zoveel mogelijk wegvloeien en lijdt het dier zo weinig mogelijk pijn. Bij deze slachting spreekt men de naam van Allah uit want alleen hij heeft het recht om leven te geven en te nemen.

Varkensvlees en vlees van vleesetende dieren zijn verboden. Het varken is een alleseter en daardoor een onrein dier in de ogen van moslims. Orthodoxe moslims zullen ook geen producten eten of gebruiken die afkomstig zijn van een varken (bijvoorbeeld varkensvet, gelatine of borstels van varkenshaar). In welke vorm dan ook. Producten zoals gelei, waarin gelatine zit, zijn dus niet toegestaan. Kaas kan het bestanddeel stremsel bevatten, wat ook een aandachtspunt is.

De Islam kent net als het christendom een vastenperiode, de Ramadan. Tijdens deze periode mag er tussen zonsopgang en zonsondergang mag er niet gegeten en gedronken worden. De Ramadan wordt afgesloten met het Suikerfeest, dat drie dagen duurt. Elke moslim zal naar zijn eigen oordeel met de regels en voorschriften omgaan.

Jodendom

Voor joden moet het voedsel koosjer zijn, dat is het Hebreeuwse woord voor ‘geschikt’. Ze eten geen dieren die niet herkauwen, zoals varkens, paarden en konijnen. Ook zijn 21 vogelsoorten verboden (allemaal roofvogels). Melk- en vleesproducten moeten afzonderlijk worden bewaard en gebruikt.

Het jodendom baseert zich op de Tora, op Leviticus 11:4-7 en Deuteronomium 14:7-8. De geboden van de Tora laten er geen twijfel over bestaan: ‘Maar van de herkauwers of de dieren met gespleten hoeven mag u de volgende niet eten … (volgt een opsomming: kameel, klipdas, haas) … het varken, want het heeft wel gespleten hoeven, maar het herkauwt niet: het geldt als onrein. Het vlees van deze dieren mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken: zij gelden als onrein’ (Lev. 11:7-8; vgl. Deut. 14:8).

Het zwijn/varken mag niet worden gegeten. Het is bij uitstek een onrein dier. Naar de precieze reden kan men slechts gissen. Een oude verklaring is te vinden in het werk van de Romeinse historicus Tacitus die in het eerste decennium van de tweede eeuw naar aanleiding van zijn relaas over de verovering van Jeruzalem door Titus in 70 een uitvoerige beschrijving geeft van het joodse volk en zijn religieuze gewoonten en gebruiken: ‘Ze onthouden zich van het eten van varkensvlees ter herinnering aan een ramp, want de schurft waaraan dat dier vaak lijdt had hen zelf ook eens geteisterd’.

Op welke catastrofe de Romeinse historicus doelt, is niet duidelijk. Het woord ‘schurft’ zou op melaatsheid kunnen wijzen. De Tora is op dit punt ondubbelzinnig: wie melaats is, moet onrein worden verklaard en zal als onreine door het leven dienen te gaan, met alle consequenties van dien (Lev. 13-14). Evenmin zeker is de veronderstelling dat in het oude Israël het zwijn onrein verklaard zou zijn, omdat het vlees als ongezond en inferieur werd beschouwd.

Zoals dat ook met andere oudtestamentische voorschriften (bijvoorbeeld besnijdenis) het geval is, staat de Tora beslist niet alleen in de negatieve waardering van het zwijn/varken.

Bij andere volken in de antieke wereld -Egyptenaren, Kanaänieten, Babyloniërs - bestond evenwel meer waardering voor zwijnen. Ze werden zelfs als heilig beschouwd. In de Griekse wereld meende men aan hun bloed een reinigende werking te kunnen toeschrijven. In de cultus van de Romeinen speelde het offer van zwijnen een centrale rol.

Na de Babylonische ballingschap en in het bijzonder als gevolg van de veroveringstochten van Alexander de Grote nam de invloed van de Grieks-hellenistische, en naderhand ook van de Romeinse, cultuur in het joodse land steeds verder toe. De jood die zich aan de geboden van de Tora wenste te houden, liep in toenemende mate gevaar door varkens verontreinigd te worden (Jes. 65:4; 66:3,17).

Tot een dramatisch dieptepunt kwam het in de jaren 167-164 v.Chr. toen de Syrische koning Antiochus IV pogingen deed het joodse geloof te helleniseren. Besnijdenis en sabbat werden verboden, in de tempel te Jeruzalem werd een altaar opgericht ter ere van de Griekse oppergod Zeus -in de bijbel wordt dit alles aangeduid als ‘de gruwel der verwoesting’ (Dan. 9:27; 11:31; vgl. Mar. 13:14; Mat. 24:15). Vrome Joden werden gedwongen varkensvlees te eten.

Ter illustratie een fragment uit de beschrijving van de marteldood van een rechtvaardige: ‘Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man op leeftijd en een indrukwekkende verschijning, werd gedwongen om varkensvlees te eten. Maar hij verkoos een roemvolle dood boven een besmeurd leven; hij ging vrijwillig naar de pijnbank. Zo gaf hij een voorbeeld dat men moedig moet navolgen, door spijzen te weigeren waarvan het genot niet door de liefde voor het leven gewettigd kan worden’ (2 Makk. 6:18-20).

In de periode rondom het begin van de jaartelling woonde een groot aantal niet-Joden in het joodse land. Enkele steden kenden een overwegend Grieks-Romeinse bevolking - bijvoorbeeld Tiberias dat door Joden werd gemeden, omdat zij niet wensten te wonen in een stad waarvan de naam hen onophoudelijk aan de keizer te Rome (Tiberius) zou herinneren. Uit verhalen in de evangeliën valt af te leiden dat met name in de Decapolis - het gebied aan de overzijde van de Jordaan en ten zuidoosten van het meer van Galilea - grote kudden varkens werden gehoed (Mar. 5:11-13; Mat. 8:30-32; Luc. 8:32-33).

Symboliek van het varken

De bijbelse symboliek van het varken of zwijn is negatief. In sommige godsdiensten is het een onrein dier. Wie in het menselijk verkeer iemand ‘varken’ of ‘zwijn’ noemt, heeft niet de bedoeling de ander een compliment te geven. De identificatie ligt voor de hand en is gemakkelijk gemaakt: een man of vrouw die slordig leeft, zich liederlijk gedraagt en van zijn/haar bestaan een chaos maakt.

Het Hebreeuwse woord voor ‘zwijn’ (chazier) komt in het Oude Testament slechts op een beperkt aantal plaatsen voor (Lev. 11:7; Deut. 14:8; Ps. 80:14; Spr. 11:22; Jes. 65:4; 66:3,17). In het Nieuwe Testament is de Griekse term choi-ros (= zwijn) uitsluitend in enkele passages in de drie synoptische evangeliën te vinden (Mat. 7:6; 8:30-32; Mar. 5:11-16; Luc. 8:32-33; 15:15-16). In één tekst staat het woord hys, ‘zeug’, (2 Petr. 2:22).

In hun speurtochten naar voedsel zijn varkens/zwijnen voortdurend bezig in de grond te wroeten. Daarbij schijnen ze een voorkeur te hebben voor modderige plekken en wentelen ze zich zelfs met genoegen in de modder. Het was de Spreukendichter niet ontgaan en zijn waardering voor de snuit van het varken was dan ook niet groot: ‘Een mooie vrouw die onverstandig is, is als een gouden ring in de snuit van een varken’ (Spr. 11:22). Een soortgelijke weerzin klinkt in een nieuwtestamentische tekst waarin een spreekwoord wordt geciteerd: ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen zeug naar de modderpoel’ (2 Petr. 2:22).

Christendom en varkensvlees

In de tweede eeuw, nadat het schisma jodendom-christendom realiteit is geworden, wordt de christelijke kerk in toenemende mate geconfronteerd met de vraag naar de concrete betekenis van de geboden van de Tora. Is het geoorloofd varkensvlees te eten? De heiden-christelijke kerk kostte het niet veel moeite op die vraag een bevestigend antwoord te geven (vgl. Hand. 10:918; 11:5-18). Maar wat is dan nog de betekenis van de geboden betreffende rein en onrein voedsel? Op die vraag geeft een vroeg-christelijk geschrift een verrassend antwoord: ‘Over het varken zei hij (Mozes): U moet niet omgaan met mensen die als varkens leven. Dus met mensen die wanneer ze in overvloed leven de Heer vergeten, maar wanneer ze tekortkomen de Heer erkennen.

Veel christenen zien in het visioen van Petrus, welke staat opgetekend in Handelingen 10, als het moment waarop God alle voedsel rein verklaart. Petrus zélf legt echter uit wat het visioen betekent en dat is niet wat veel christenen ervan maken. Na afloop van het visioen is er bezoek voor Petrus die aan hem vraagt of Petrus aan de Romein Cornelius in Ceasarea het evangelie wil gaan uitleggen. Cornelius was wel de laatste aan wie Petrus het evangelie zou willen uitleggen, maar het visioen opende zijn ogen voor wat Gods bedoeling is: "Jullie weten dat Joden niet mogen omgaan met mensen die niet Joods zijn. We mogen ook niet bij hen in huis komen. Maar God heeft me laten zien dat ik niemand onrein of onheilig mag noemen" (Vers 28). Daarom ging Petrus ook zonder bezwaren te maken op de uitnodiging in om naar Cornelius te gaan. Het visioen van Paulus slaat dan ook op het contact maken met 'onreine' volken.

Handelingen 15 bevat vier bepalingen die werden gegeven aan de niet-Joodse gelovigen in de vroegchristelijke kerk. Deze voorschriften hadden betrekking op bepaalde specifieke praktijken die als heidens werden beschouwd en onverenigbaar werden geacht met het christelijk geloof. Voor de pas tot geloof gekomen heidenen waren dit 'normale' gewoonten uit hun oude godsdienst. Het is echter belangrijk op te merken dat deze vier voorschriften de rest van de Torah niet ongeldig of buiten werking verklaren. Alsof heidenen die tot geloof gekomen waren wel mochten stelen, roddelen of met een dier seks mochten hebben. We hebben hier te maken met een overgangssituatie:"We moeten er erg in hebben dat we hier te maken hebben met een overgangssituatie: de kerk wordt wereldkerk. De achtergronden van joden en christenen zijn zo verschillend. Hoe kunnen ze samen een gemeenschap vormen in eenheid, zoals God het bedoelt? Let erop dat de twee laatstgenoemde bepalingen beide te maken hebben met het voedsel. Het feit dat heidenen het verstikte aten, was voor de joden een reden om niet meer met hen aan één tafel te zitten. Ze braken de tafelgemeenschap. De eenheid van de kerk kwam onder zware druk te staan. Dat is de reden waarom juist deze twee bepalingen uit de wet van Mozes eruit worden gelicht."[1]

Waarom is varkensvlees onrein?

Mensen verwachten vaak bij dit soort vragen een wetenschappelijke uiteenzetting van de redenen waarom varkensvlees verboden is gemaakt. Maar het antwoord is eenvoudiger dan gedacht: omdat Allah het heeft verboden en als onrein heeft verklaard. “Zeg (o Mohammed): “In datgene wat aan mij is geopenbaard, tref ik niets aan dat verboden is om gegeten te worden door iemand die dat eet, behalve als het om een dood dier gaat of om stromend bloed of om varkensvlees. Voorwaar, dit (d.w.z. varkensvlees) is onrein”.

In de religieuze teksten komen wij niets tegen wat het precieze motief is van het verbod op varkensvlees, behalve de uitspraak: “Voorwaar, dit (d.w.z. varkensvlees) is onrein”. Het woordje ‘onrein’ slaat op datgene wat volgens onze religie verwerpelijk is. Deze omschrijving is voldoende voor een moslim om zich te onthouden van het eten van varkensvlees.

Veel moslims verwijzen tegenwoordig naar de wetenschap om het verbod op varkensvlees te verklaren. Vooral omdat de wetenschap vandaag de dag laat zien dat het eten van varkensvlees vele gezondheidsnadelen met zich meebrengt zoals toxines, virussen en een hoog vet- en cholesterolgehalte. Maar het nemen van de wetenschap als verklaring voor de geboden en verboden van Allah is niet de juiste weg. Vooral omdat de wetenschap omtrent bepaalde zaken met de tijd verandert. Dit terwijl de Regelgeving van Allah nooit verandert. Vandaar dat moslims in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) die niets wisten van deze wetenschappelijke feiten, zich moeiteloos hielden aan het verbod. Zij hoefden niet perse te weten waarom. “Zij zeggen: “Wij luisteren en wij gehoorzamen.

In de Bijbel wordt onderscheid gemaakt tussen reine en onreine dieren. Reine dieren waren bedoeld voor menselijke consumptie, onreine dieren niet. Ook het varken is onrein (Leviticus 11:7-8; Deuteronomium 14:8). Het onderscheid tussen rein en onrein is niet arbitrair. De laatste jaren wordt steeds duidelijker dat deze richtlijnen zich vooral richten op twee belangrijke aspecten: de volksgezondheid en het biologisch evenwicht. Zo staat er bijvoorbeeld in Leviticus 11:13-19 een lijst met vogelsoorten die voor menselijke consumptie verboden waren. Dit zijn juist dié vogels die van kardinaal belang zijn voor het biologisch evenwicht. En de consumptie van alle vleeseters is door de Schepper verboden vanwege de aanwezigheid van levensgevaarlijke parasieten in het vlees van vleeseters, waaronder trichinen. Vanwege de volksgezondheid zijn deze dieren onrein. Ook varkensvlees is nóóit bedoeld als voedsel voor de mens.

Spijsverteringssysteem van varkens

De maag van varkens heeft een hoge zuurgraad, maar doordat varkens veelvraten zijn en grote hoeveelheden voer eten, wordt het maagzuur verdund. Hierdoor kunnen allerlei soorten parasieten deze barrière ongehinderd passeren. Er komen allerlei parasieten en toxische stoffen in het vlees van het varken terecht. De mens die dit vlees eet, kan hiermee besmet worden.

Varkens zijn gulzige dieren, absoluut niet kieskeurig en willen alles eten wat op hun pad komt. Het zijn alleseters (omnivoren) en op hun menu staat zowel plantaardig voedsel als vlees. Van nature is het varken een biologische opruimer, een biologische stofzuiger. Dat is zijn taak, daarvoor is hij ontworpen. Maar door hun functie is het lichaam van varkens een gifstoffendepot. Varkens kunnen er zelf blijkbaar wel tegen.

Een varken eet niet alleen eikels, paddenstoelen en bosvruchten, maar ook rottende groenten, larven, maden en aas, zelfs rottend vlees van andere dieren. Het vet van een varken absorbeert alle mogelijke gifstoffen dat het binnenkrijgt, als een spons. Het is bekend dat het vlees van een varken tot maximaal dertig keer giftiger kan zijn dan rundvlees.

Vetter vlees

Het vlees van varkens is dubbel zo vet als dat rundvlees. Dus het veelvuldig eten van varkensvlees leidt tot een verhoogd cholesterolgehalte. Varkensvlees geeft hierdoor een veel groter risico op hartziekten zoals een hartaanval. Ook wordt de consumptie van varkensvlees geassocieerd met bepaalde vormen van kanker, maar meer onderzoek hiernaar is nodig. Bovendien hebben varkens zeer hoge niveaus histamine en varkensvlees bevat de hoogste concentratie zwavel van alle organismen.

Zwavel veroorzaakt bij veel mensen bot- en gewrichtsklachten, zoals reuma en artrose. Bij artrose verandert het kraakbeen met klachten als stijfheid en gewrichtspijn.

Varkensvlees is toxisch

Varkensvlees is enorm toxisch (giftig) voor de mens en wel om diverse redenen.

Het spijsverteringsstelsel van een varken verteert het voedsel binnen maar liefst vier uur. Mede daarom is het varken niet in staat om de giftige stoffen uit het voedsel te verwijderen. De giftige stoffen worden opgeslagen in de vetcellen van de varkens. Het varken kan niet zweten of transpireren, net als veel andere onreine landdieren als de hond, de kat en het konijn. Het heeft namelijk geen zweetklieren. Mede hierdoor is het varken niet in staat om de overtollige toxines te verwijderen.

Al met al hebben varkens een slecht ontgiftingssysteem, waardoor veel van hun (giftige) afvalstoffen in hun (vet)weefsel opgeslagen wordt. Varkensvlees is daardoor giftiger vlees dan anderen vleessoorten. Wanneer je varkensvlees eet, krijg je deze gifstoffen binnen.

Varkensvlees heeft een hoog gehalte aan vet en ook in mager varkensvlees -wat door het Voedingscentrum wordt aangeraden- zijn grote hoeveelheden vet aanwezig. In tegenstelling tot bijvoorbeeld runderen en schapen, wordt vet bij het varken ook intracellulair, dus in de cellen, opgeslagen en niet alleen in vetweefsel. Varkensvlees heeft een hoog cholesterolgehalte, wat de kans vergroot op atherosclerose (aderverkalking).

Varkensvlees bevat bepaalde eiwitten, die vanwege hun structuur snel rotten in je darmen. Bij dit rottingsproces komen gifstoffen vrij die erg belastend zijn voor darm, lymfe, bloed, lever en voor alle ontgiftings- en uitscheidingsorganen.

De eiwitstructuur van het vlees van de varkens vertoont veel gelijkenis met die van de mensen. Dit is de reden dat het afweersysteem binnen in de darm bij de vertering deze niet als een lichaamsvreemde stof beschouwen. Zo kunnen deze eiwitten met alle eiwitrottingsproducten en gifstoffen via de darmwand in het lymfestelsel en het bloed terechtkomen, wat erg belastend is voor je systeem.

Het bindweefsel dat onderdeel uitmaakt van alle organen van het menselijk lichaam, heeft last van zwavelhoudende glycosaminoglycanen in het varkensvlees. Het (veelvuldig) eten van varkensvlees heeft opzwelling van het bindweefsel tot gevolg. De bindweefselstructuren in het lichaam worden zwakker door frequente consumptie van varkensvlees en er ontstaan eerder klachten van het bewegingsapparaat.

Aangetoond is dat varkensvlees veel histamine bevat, wat allergische reacties kan bevorderen of uitlokken. Varkensvlees bevordert een waaier aan allergische processen, van netelroos (galbulten) tot en met hooikoorts. Het vergroot tevens de kans op ontstekingsprocessen zoals abcessen, steenpuisten, darmontstekingen, aderontstekingen en eczeem.

Ziekten die overdraagbaar zijn op de mens

Het varken draagt ten minste 30 ziekten bij zich die gemakkelijk kunnen worden overgedragen op de mens, ofwel via direct contact ofwel via vleesconsumptie. De lijst met ziektes die overdraagbaar zijn van varken op mens, is lang. De belangrijkste worden hieronder schematisch weergeven. De onderstaande lijst is niet uitputtend.

Infectieuze kiem Ziekte(verschijnselen) Verspreiding
Virussen
Influenzavirus Griep: hoge koorts, koude rillingen, keelpijn, hoofdpijn en spierpijn in het hele lichaam Direct contact
Rabiësvirus Hondsdolheid Direct contact
Encephalomyocarditis virus (EMCV) Ontsteking hersenen en hartspier Direct contact
Mond- en klauwzeer (MKZ) Blaasjes, koorts, algehele malaise Direct contact
Bacteriën
Monofasische Salmonella Typhimurium Veroorzaakt vooral infecties bij kinderen en oudere mensen en is resistent tegen bepaalde antibiotica en naast de gastro-intestinale klachten (zoals diarree) kunnen koorts, hoofdpijn en spierpijn optreden Levensmiddelen
Campylobacter Vooral diarree die soms vermengd is met bloed Levensmiddelen
Leptospiren Nieronsteking Direct contact (urine)
Brucella Meestal begint Brucellose sluipend met geringe koorts zonder verdere verschijnselen, met hoofdpijn en gewrichtsklachten Direct contact
Erysipelothrix (vlekziekte) Vaak krijg je de aandoening via een wondje aan de handen. Na 1-2 dagen krijg je last van jeuk en een brandend gevoel, waarbij de huid opzwelt en er een blauw-rode kleur verschijnt. Soms is uitbreiding van de infectie naar de lymfeknopen mogelijk Mensen worden besmet via beschadigingen van de huid, vaak aan de handen
Mycobacterium tuberculosis Tuberculose (tbc) Direct contact
Streptococcen Hersenvliesontsteking (met hoofdpijn, koorts en een stijve nek), bloedvergiftiging Direct contact (wondjes)
Pasteurella Lokale ontstekingen Direct contact (wondjes)
Parasieten
Trichinella Trichinella: soms treden 1 tot 2 dagen na het eten van besmet vlees diarree, buikkrampen en verhoging op Levensmiddelen
Lintworm Maag-darmproblemen Levensmiddelen
Spoelworm Buikpijn Direct contact, levensmiddelen
Schurftmijt Schurft: rode, schilferende bultjes en blaasjes Direct contact
Toxoplasma Toxoplasmose: vage klachten als moeheid, lusteloosheid, opgezwollen klieren, lichte koorts en huiduitslag Levensmiddelen
Balantidiumenterocolitis (darmontsteking) Direct contact, levensmiddelen

Als er iets is waar moslims en joden het over eens zijn, dan is het wel dat varkensvlees niet geschikt is om in je mond te stoppen.

labels: #Vlees

Zie ook: