Niets is lekkerder dan de geur van typische Hollandse lekkernijen. Denk aan knapperige stroopwafels, smeuïge boterkoek en smaakvolle appeltaart. Stuk voor stuk typisch Nederlands en geliefd bij jong en oud. Goed, de typisch Nederlandse keuken zal wereldwijd niet heel veel aanzien hebben, maar als het op toetjes aankomt zijn er best wat pareltjes te vinden.

Klassiek Hollands gebak is vaak niet alleen aan Nederland verbonden, maar ook nog eens aan de specifieke provincies waar de regionale lekkernijen vandaan komen.

Regionale specialiteiten: van Groningen tot Zeeland

Maar naast de landelijke lekkernijen heeft ook elke streek zijn eigen specialiteiten.

Groningen: Poffert (of Ketelkoek)

Een typisch Gronings baksel is de poffert, niet te verwarren met poffertjes. De poffert is een broodachtig boerencake die au bain-marie wordt gekookt in een speciale poffertrommel. Maar als je die niet in huis hebt, kun je hem ook gewoon in een tulbandvorm bakken. Het poffertbeslag wordt gemaakt met zelfrijzend bakmeel, krenten, rozijnen, melk, eieren, zout en soms wat sukade. Er gaat dus geen suiker in! Hoewel de Groningers de poffert - of povverd zoals ze hem zelf noemen - hartstochtelijk hebben omarmd, is deze broodachtige cake in de rest van Nederland beter bekend als ketelkoek.

Friesland: Oranjekoek

Suikerbrood, drabbelkoeken, roggebrood, keallepoaten en Fryske duumpkes. De Friezen weten wel wat lekker is! Een van onze Friese favorieten is de Oranjekoek. Een dikke rechthoekige koek met een laagje amandelspijs erin, een laag glazuur bovenop en een mooie toef crème om het plaatje compleet te maken. Oranjekoek is buiten Friesland nauwelijks te koop en binnen Friesland heeft elke bakker zijn eigen recept. Grappig is dat de koek ORANJEkoek heet, terwijl het een roze glazuurlaagje heeft. Daarvoor gaan we terug naar het jaar 1753. In het traditionele recept gaat namelijk honing, roggemeel, wat kruiden, zout en ‘orange’. Gekonfijte sinaasappel. Nog altijd is dit een belangrijk ingrediënt van de koek. Net als anijs, al zat dat er van oudsher dus weer niet in. De amandelspijs en het glazuur trouwens ook niet. Er is dus nogal wat gesleuteld aan het recept. Maar daar is ie misschien alleen maar lekkerder van geworden!

Drenthe: Turf

Turf was vroeger dé manier om de bakkersoven of kachel mee op te stoken. In de archieven van het Nederlands Bakkerijmuseum komen diverse lekkernijen met het woord ‘turf’ erin voor. Eén daarvan is het Drentse turf, een soort tarte tartin, maar dan op z’n Drents. Het is een cake in de vorm van turf. Bijna elke Drentse bakker heeft wel een eigen variant van deze up-side-down cake met appel, walnoten, boter en suiker. Als de bakker de cake heeft gebakken, draait hij hem om en verschijnen de gesuikerde appeltjes. Het proberen waard, nietwaar?

Noord-Holland: Duivekater

Vanaf de eerste helft van de 19e eeuw wordt met name in de omgeving Amsterdam, Zaanstreek en Waterland duivekater gegeten. Dit langgerekte zoete feestbrood met knobbels aan de uiteinden, wordt vooral rond Pasen, Pinksteren en de kerstdagen gegeten. Het is een vloerbrood met een dunne, zachte korst waarin met een mes versieringen worden aangebracht. In het deeg worden verwarmde roomboter, citroenschil en melk verwerkt. Veel bakkers beweren dat ze het originele recept in handen hebben, maar de historie van duivekater gaat zó ver terug, dat de originele grondstoffen al lang niet meer te krijgen zijn. Elke plaats heeft zijn eigen variant: Zaanse duivekater, Nieuwendamse duivekater, Broekse duivekater uit Broek in Waterland en Krentenkater uit Roelofarendsveen.

Urk: Dikkoek (Maaierskoek)

Toen Urk nog een eiland was, kwamen de maaiers van het vasteland 2 keer per jaar over om de weilanden op Urk te maaien. Zij kregen dikkoek te eten als warme maaltijd, omdat het goed vulde en een stevige basis was voor het zware werk. Daarom wordt de Urker dikkoek ook wel maaierskoek genoemd. De koek was ook geliefd bij vissers, omdat het langer houdbaar was dan brood. Men kon de koek bestellen bij de bakker, maar veel vissersvrouwen bakten het zelf. De koek was van oudsher een armeluiskost, omdat de eieren en zuidvruchten weggelaten kunnen worden uit het recept. De koek wordt gebakken in een koekenpan en rijst tot wel 10 centimeter hoog, vandaar de naam. Tegenwoordig kun je de koek bij de bakker in Urk kopen.

Overijssel: Deventer Koek

Wist je dat de Overijsselse stad Deventer als bijnaam ‘Koekstad’ heeft? Dat komt door de rijke bakkersgeschiedenis van de stad. Al in 1417 werden er koeken vanuit Deventer verhandeld naar Hanzesteden, zoals Bergen in Noorwegen. In de 16e eeuw kreeg de stad een gilde van koekenbakkers en in 1637 werden er zo’n 700.000 koeken per jaar geëxporteerd vanuit Deventer. De Deventer koek wordt sinds 1952 gebakken in een fabriek aan de Hanzeweg en verkocht in een klein winkeltje aan de Brink. Het recept is meer dan 100 jaar oud en nog altijd geheim. Wat we wel weten, is dat er roggebloem en gekonfijte sinaasappelsnippers in de koek worden verwerkt.

Gelderland: Arnhemse Meisjes

Arnhemse meisjes zijn ovale hardgebakken koekjes van gistdeeg die rijkelijk zijn bestrooid met suiker. Ze werden voor het eerst gebakken in 1829 door bakker Hagdorn in Arnhem. De koeken worden verkocht in opvallende blikken en staan zelfs internationaal bekend als ‘Arnhem biscuits’.

Zuid-Holland: Stroopwafels en Haagse Bluf

Gouda staat bekend om de stroopwafel! De eerste wafel werd in de loop van de 19e eeuw gemaakt, maar het is onduidelijk aan welke bakker we deze inmiddels oer-Hollandse koek precies hebben te danken. Van oudsher worden deze koeken siroopwafels genoemd. Zit er verschil tussen die 2? Jazeker! Niet alleen de naam, maar ook de koek is anders. Bij een siroopwafel worden 2 hele wafels op elkaar geplakt met siroop ertussen. Bij de stroopwafel wordt 1 koek gesplitst en worden de twee helften met siroop aan elkaar geplakt. De echte kenners noemen de koek ook wel spouwwafel. Spouden betekent splijten. Je zou het kunnen kennen van de term ‘spouwmuur’, een dubbele muur met een laag ertussen.

Haagse Bluf is een traditioneel dessert dat zijn oorsprong vindt in Den Haag. Haagse bluf is namelijk ook gemakkelijk om te maken.

Utrecht: Spakenburgs Hart

Bovenin de provincie Utrecht ligt het voormalig vissersdorp Spakenburg. Bij elke bakkerij in het dorp kun je het best bewaarde geheim van Spakenburg kopen: Het Spakenburgs hart. Een echte klassieker. Deze buigzame plaatkoek doet denken aan een net niet gare boterkoek. Het hart wordt versierd met een fondant van eiwit en poedersuiker. De koek wordt vaak cadeau gedaan met een hartenwens erop. De kunst van een goede koek? Hij moet kort in de oven zodat hij net niet gaar is. Een halve minuut te lang en je krijgt een krokante koek.

Zeeland: Zeeuwse Bolus

De Zeeuwse bolus is van oorsprong een Joods gerecht. Dit zoete koffiebroodje met basterdsuiker en kaneel werd eeuwen geleden door de Sefardische Joden vanuit Spanje en Portugal naar Zeeland gehaald. De naam van dit broodje is dan ook niet vreemd gevonden. Het Spaanse woord ‘bollo’ betekent ‘fijn broodje’. Al kennen de Zeeuwen dit broodje ook als stropiedraaier, jikkemiene of koekedraaiom. Bolussen worden gemaakt van strengen brood die door een mengsel van suiker en kaneel worden gehaald. Vervolgens worden ze in een spiraalvorm opgerold. Tijdens het bakken smelt de suiker tot een soort stroop.

Noord-Brabant: Worstenbroodje

Als je Robèrt vraagt welke lekkernij echt typisch Brabants is, dan zal hij volmondig antwoorden met: Het worstenbroodje. Een 15 centimeter lang broodje dat gevuld is met gehakt. In tegenstelling tot het saucijzenbroodje, wordt het niet gemaakt met bladerdeeg maar met zacht witbrooddeeg. Het worstenbroodje ontstond als een manier om vlees langer houdbaar te maken. Ook zou het een offerbrood zijn, door de combinatie van dierlijke grondstoffen met plantaardige ingrediënten. Het eten van de broodjes zou het welvaren van de veestapel en groei van het gewas bevorderen.

Limburg: Nonnevot en Limburgse Vlaai

Vlaai is natuurlijk Limburgs grootste en bekendste streeklekkernij, dus wij kiezen in dit rijtje voor iets anders. De nonnevot! Kandidaat Pauline maakte ze als decoratie voor haar taart. De nonnevot is een typisch Limburgs gebak in de vorm van een lus met losse knoop. Qua smaak doet het een beetje denken aan een donut of berlinerbol. Traditioneel wordt het gegeten met carnaval. Ze zijn bij de Limburgse bakker te koop, vanaf een maand voor carnaval tot Aswoensdag. De eerste nonnevotten werden al in 1676 in Sittard aangeboden aan Franse bevelhebbers. Voor de naam zijn verschillende verhalen in omloop. Nonnevot betekent ook wel nonnenkont. De zusters in het klooster in Sittard gaven frituurgebak als bedankje aan de mensen die vodden brachten voor de armen.

Nog zo’n typisch Nederlandse taart is rijstevlaai.

Andere typisch Nederlandse lekkernijen

Naast de regionale specialiteiten zijn er ook nog tal van andere typisch Nederlandse lekkernijen te vinden:

  • Oliebollen zijn een traditionele traktatie tijdens Oud en Nieuw in Nederland.
  • Speculaas is een kruidig koekje dat traditioneel wordt gegeten tijdens Sinterklaas.
  • De tompouce is een rechthoekig gebakje gevuld met romige banketbakkersroom en bedekt met een glazuurlaag, vaak roze van kleur.
  • Poffertjes zijn kleine, luchtige pannenkoekjes die traditioneel worden geserveerd met een klontje boter en poedersuiker.
  • Stroopwafels bestaan uit twee dunne, knapperige wafels die aan elkaar geplakt zijn met een laagje stroop gemaakt van suiker, boter en kaneel. Naast de klassieke variant kan je ook genieten van mini stroopwafels, een heerlijke stroopwafeltaart of zelfs een feestelijke stroopwafel cake.
  • Boterkoek! Deze smeuïge lekkernij is eenvoudig te bereiden en heerlijk vol van smaak.
  • Arretjescake is een echte Nederlandse klassieker, een heerlijke no bake chocoladekoek die je snel op tafel hebt staan. Traditioneel wordt arretjescake gemaakt van boter, cacao, koekjes en ei, maar je kan arretjescake ook zonder ei maken!
  • Zelf slagroomsoesjes maken is makkelijker dan je denkt! Met een goed recept maak je deze kleine gebakjes helemaal zelf, gevuld met vers geklopte slagroom en eventueel een laagje chocolade erbovenop.
  • Kletskoppen staan erom bekend dat ze flinterdun én krokant zijn en dat je eigenlijk niet kan stoppen met eten als je eenmaal een hap neemt.

Appeltaart: De Hollandse Klassieker

Als er iets écht Hollands is, dan is het wel Oma’s appeltaart! Oma’s appeltaart voor een verjaardag, speculaas in december en natuurlijk oliebollen met oud en nieuw. Het oudst bekende Nederlandse recept voor appeltaart dateert uit 1514, deze kun je terugvinden in het eerst gedrukte kookboek van Nederland, namelijk “Notabel boecxken van cokeryen”. Het recept was simpel, dit waren de oorspronkelijke ingrediënten: taartdeeg, plakken speciale zachte appels (waarbij de huid en de zaden verwijderd werden) en hetzelfde taartdeeg om de bovenkant mee te bekleden. Ook beveelt het boek verschillende kruiden toe te voegen aan de taart, zoals: kardemom, gember, kaneel, nootmuskaat, kruidnagel of mace. Een Oud-Hollandse appeltaart is echt een typisch Nederlandse lekkernij en bij veel mensen een favoriet als je het over taarten hebt. Het lekkerste is het natuurlijk om een echte ouderwetse appeltaart warm te serveren maar ook koud doet deze taart het goed. Een lekkere klodder slagroom erbij en smullen maar!

De Hollandse appeltaart blijft een echte favoriet, gevuld met sappige appels, rozijnen en kaneel.

  • Wil je zelf een appeltaart recept maken? Probeer dan eens een appeltaart met amandelspijs en noten, of kies voor een smaakvolle vegan appeltaart!
  • Voor de lekkerste appeltaart kan je het beste kiezen voor de appels Elstar, Goudrenet, Cox Orange, Jonagold en Granny Smith.

Recepten om zelf aan de slag te gaan

Ben je op zoek naar een lekker recept? We zetten de meest populaire Heel Holland Bakt recepten voor je op een rij.

  1. Iedere zichzelf respecterende thuisbakker hoort een goed recept voor klassieke appeltaart in zijn of haar repertoire te hebben.
  2. Het is een graag geziene gast op ieder feestje: de tompouce. Je maakt hem met bladerdeeg, banketbakkersroom en een gekleurd laagje glazuur.
  3. Cookies zijn altijd lekker bij de koffie, thee of gewoon tussendoor. Deze variant maak je met pure chocolade.
  4. Het waren de favoriete koeken van Martine Bijl, deze heerlijke appelkoeken met spijs en banketbakkersroom.
  5. Het bakken van roze koeken is een uitdaging. Hoe krijg je het fondant zo mooi en stevig op het cakeje?
  6. Voor de echte zoetekauw van typisch Nederlands snoepgoed: borstplaat! Lekker knapperig van buiten en zacht van binnen.
  7. Oliebollen zijn lekker rondom oud & nieuw, maar je kunt ze natuurlijk ook op een ander moment bakken!

Nostalgische Toetjes

Nostalgische toetjes roepen vaak warme herinneringen op aan vroeger. Deze klassieke desserts, zoals rijstepap, vanille vla, wentelteefjes en griesmeelpudding, zijn geliefd om hun eenvoud en traditionele smaken. Als je denkt aan oudhollandse toetjes, dan denk je waarschijnlijk aan rijstepap. Rijstepap is tegenwoordig niet meer zo populair, maar desalniettemin ontzettend lekker en erg simpel om te maken. Met een paar simpele ingrediënten zet je binnen 30 minuten zelfgemaakte vla op tafel.

Taart/gebak Beschrijving Regio
Poffert/Ketelkoek Broodachtige boerencake gekookt au bain-marie Groningen
Oranjekoek Rechthoekige koek met amandelspijs en glazuur Friesland
Drentse turf Up-side-down cake met appel, walnoten en boter Drenthe
Duivekater Zoet feestbrood met knobbels Noord-Holland
Dikkoek (Maaierskoek) Hoge koek gebakken in een koekenpan Urk, Overijssel
Deventer Koek Koek met roggebloem en gekonfijte sinaasappelsnippers Deventer, Overijssel
Arnhemse Meisjes Ovale hardgebakken koekjes met suiker Arnhem, Gelderland
Stroopwafels Dunne wafels met stroopvulling Gouda, Zuid-Holland
Spakenburgs Hart Buigzame plaatkoek versierd met fondant Spakenburg, Utrecht
Zeeuwse Bolus Zoet broodje met kaneelsuiker Zeeland
Worstenbroodje Broodje gevuld met gehakt Noord-Brabant
Nonnevot Gebak in de vorm van een lus met knoop Limburg
Appeltaart Taart gevuld met appels, rozijnen en kaneel Nationaal

labels: #Taart

Zie ook: