Regelmatig wordt de indruk gewekt dat vlees eten niet goed zou zijn en dat je met minder vlees langer zou leven. Ook wordt vaak gezegd dat je rood vlees maar beter helemaal zou kunnen laten staan. Varkensvlees is rood vlees, net als het vlees van rund, geit en schaap.

Voedingswaarde van Varkensvlees

Onbewerkt mager varkensvlees staat in de Schijf van Vijf en past in een gezond eetpatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen. Varkensvlees bevat van nature eiwit en vet en geen koolhydraten. Wel kunnen er bij het bereiden koolhydraten aan vlees worden toegevoegd. Varkensvlees is rijk aan de vitamines B1 en B6 en bron van vitamine B12 en het mineraal zink. Daarnaast levert het vitamine B2 en de mineralen ijzer, fosfor en seleen.

De voedingswaarde van vleesproducten, zoals gehaktballen, boomstammetjes, slavinken en worsten, hangt af van hoe en met welk vlees het gemaakt is. Vaak zit er veel zout in. De hoeveelheid eiwit en vet staan met elkaar in verband. Hoe vetter het vlees, hoe lager het eiwitgehalte. Het vet van varkensvlees is rijk aan verzadigd vet (ongeveer 30%). De magere varianten bevatten minder vet en daarmee minder verzadigd vet.

In de Schijf van Vijf staan: varkenshaas, haaskarbonades, magere varkenslappen, varkensfiletlapjes en hamlap. Niet in de Schijf van Vijf staan de te vette producten: speklap, krabbetjes, half-om-half gehakt. Binnen de Schijf van Vijf draait het om afwisseling tussen dierlijke en plantaardige producten.

Aanbevolen hoeveelheid

Het Voedingscentrum adviseert om niet meer dan 500 gram vlees per week te eten, waarvan maximaal 300 gram rood vlees, zoals rundvlees en varkensvlees. Dit is inclusief vleeswaren. Binnen de Schijf van Vijf draait het om afwisseling tussen dierlijke en plantaardige producten. Het advies is om één keer per week vis te eten en een of meerdere dagen per week vegetarisch.

Consumptie van varkensvlees in Nederland

Varkensvlees is de meest gegeten vleessoort in Nederland. In de voedselconsumptiepeiling van het RIVM van 2019-2021 aten volwassenen 9,9 gram varkensvlees per dag. Dit is exclusief bewerkt vlees en vleeswaren. Voor varkensvlees is dit ruim 36 kilo per jaar en in Nederland wordt door Wageningen Economic Research jaarlijks vastgesteld wat het vleesverbruik is per persoon.

Risico's van het eten van varkensvlees

Er is inmiddels voldoende wetenschappelijk bewijs dat het eten van te veel rood vlees zoals varkensvlees en vooral van bewerkt vlees, het risico op bepaalde soorten kanker (waaronder darmkanker) verhoogt. Het eten van veel rood en bewerkt vlees verhoogt eveneens het risico op diabetes type 2 en op beroerte.

Mensen die meer dan de geadviseerde hoeveelheid rood vlees of bewerkt vlees per dag eten, hebben een (licht) verhoogd risico op het krijgen van kanker. Wetenschappelijk onderzoekt toont dit aan.

Bewerkt vlees is voor de verkoop bewerkt om de smaak of houdbaarheid te beïnvloeden door het te roken, door het te zouten of door conserveringsmiddelen toe te voegen. Vleeswaren, zoals worst, ham of paté, en bewerkt vlees zoals hamburger, worst en gemarineerd vlees vallen in de categorie bewerkt vlees. Door de bewerking kunnen kankerverwekkende stoffen (carcinogenen) ontstaan. Deze stoffen kunnen cellen beschadigen in ons lichaam, wat tot kanker kan leiden.

Advies over rood en bewerkt vlees

Het advies van het Voedingscentrum is om niet meer dan 300 gram rood vlees per week te eten. Het is beter om geen bewerkt vlees zoals ham, salami en worst te eten. Wissel het eten van rood en bewerkt vlees af met: wit vlees zoals kip of ander gevogelte; vis; peulvruchten; noten; een dagje zonder vlees of vegetarisch (geen vis en geen vlees) met bijvoorbeeld tofu, tempé of ei.

Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), classificeert bewerkt vlees als 'kankerverwekkend voor mensen'. En rood vlees als 'waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen'. Bewerkt vlees valt daarmee in dezelfde categorie als tabak, alcohol en asbest. Dat betekent dat er doorslaggevend bewijs is dat deze stoffen kankerverwekkend zijn. Het betekent echter niet dat de risico's even groot zijn. Dat verschilt per stof.

Bereiding en Bewaring

Varkensvlees kan op allerlei manieren worden bereid: van koken, bakken en grillen tot roerbakken. Het is erg belangrijk om varkensvlees goed te verhitten, zodat bacteriën worden gedood. Vlees uit één stuk van varken, zoals varkenshaas, kan rosé gegeten worden, omdat de meeste bacteriën altijd aan de buitenkant van het vlees zitten.

Rauw varkensvlees bederft snel. Let daarom goed op de houdbaarheidsdatum. Bewaar open verpakkingen of onverpakt vlees maximaal 2 dagen in de koelkast en 4 maanden in de diepvries. Rauw gemalen vlees, waarin ook varkensvlees kan zitten, kan maximaal 1 dag in de koelkast worden bewaard en 2 tot 3 maanden in de diepvries. Voorbeelden van gemalen vlees zijn gehakt, hamburgers en slavinken.

Varkenshouderij en Dierenwelzijn

In Nederland bestaan verschillende varkenshouderijen: de gangbare, scharrel- en biologische houderij. Bij biologische houderijen kunnen varkens zich natuurlijker gedragen, ze hebben meer ruimte en afleidingsmateriaal.

Er zijn ook problemen bij biologische varkenshouderijen. Zo sterven er meer biologische biggen in het kraamhok dan biggen die gangbaar gehouden zijn. Dat komt doordat de biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen, zoals in de gangbare varkenshouderij. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen. Zeugen die veel biggen krijgen, maar weinig melk geven, kunnen verwondingen krijgen door het bijten van biggen.

Varkens worden gecastreerd omdat het vlees van biggen die niet gecastreerd zijn soms onsmakelijk kan ruiken, naar mest en urine. Dat heet berengeur. Alle mannelijke biggen jonger dan 7 dagen werden tot een aantal jaar geleden onverdoofd gecastreerd. Dat is pijnlijk en stressvol voor het dier. Voor de Nederlandse markt worden mannelijke biggen inmiddels niet meer gecastreerd.

Milieu-impact van Varkensvleesproductie

De productie van varkensvlees heeft invloed op het klimaat. Varkensvlees beïnvloedt het klimaat iets meer dan kip, maar minder dan rundvlees. Varkensvlees belast het milieu bijna 10-20% meer dan kip. Dat komt vooral doordat er meer voer nodig is om ze te laten groeien. Voor 1 kilo varkensvlees is 3 tot 5 kilo voer nodig. De productie van varkensvoer kost energie, water en land. Een deel van het voer is afval uit de voedingsindustrie. Daardoor valt de milieubelasting per varken mee.

Een ander milieuprobleem is de mest die varkens produceren. Elk vleesvarken produceert in zijn of haar leven ongeveer 400 kilo dunne mest. De mest gaat vooral naar Nederlandse akkerbouwbedrijven. Te veel mest is niet goed voor het milieu. Het veroorzaakt onder andere verzuring van bodem, lucht en (grond)water, door stoffen als ammoniak, nitraten en fosfaten.

Alternatieven voor Varkensvlees

Volgens voedingswetenschappers is gezond eten met minder of helemaal geen vlees mogelijk, als je weet welke andere producten je nodig hebt. Het is belangrijk om voldoende en de juiste eiwitten en genoeg ijzer, vitamine B1 en vitamine B12 binnen te krijgen.

Eiwitten uit planten (waaronder zeewier en algen), microben en ongewervelde dieren (waaronder insecten en schelpdieren) kunnen bijdragen aan een gezond voedingspatroon dat de aarde niet teveel belast.

labels: #Vlees

Zie ook: