In dit artikel duiken we in de wereld van Zoete Fabriek Maasbree. Verder kijken we naar evenementen in de regio en verdiepen we ons in de lokale geschiedenis.

Evenementen in Geulle

In het jaar 2003 vierde Fanfare St. Martinus haar 75-jarig bestaansfeest. Dit gedenkwaardige feit is gedurende het jaar in de vorm van een viertal feestweekenden herdacht.

Het eerste feestweekend kreeg zijn beslag in de vorm van een dansavond met als thema “Back to the Sixties” op vrijdag 25 april en een fietstocht op zondag 27 april. Het tweede feestweekend op 14 en 15 juni is in samenwerking met buurtvereniging “In de Peel” georganiseerd.

Op het Marktplein was dat weekend een feesttent opgebouwd. Op zaterdag 14 juni was de organisatie in handen van de Fanfare, die een dansavond georganiseerde met medewerking van de Maaskapel. Op zondag 15 juni was de organisatie in handen van buurtvereniging “In de Peel”, die daarmee haar 25-jarig bestaansfeest vierde.

De opluistering van het z.g. “Peel-buffet” werd verzorgd door de Burgwache Kapel van de Fanfare. Tijdens het derde feestweekend werd op zondag 6 juli een drumband- en tamboerkorpsen districtsfestival georgani-seerd, waaraan maar liefst 20 drumbands deelnamen.

In de vorm van een podium wedstrijd en een defilé hebben de diverse korpsen hun beste beentje voorgezet. De jubileumfeesten zijn afgesloten met een feestweekend op 15 en 16 november.

Ter ere van het 75 jarig bestaansfeest heeft de fanfare een videofilm samengesteld waarin het Geulse verleden te zien is. Verschillende aspecten van het leven in de vijftiger jaren van de vorige eeuw komen aan de orde, zoals het werken op het land, de dagelijkse bezigheden, diverse Geulse verenigingen, schoolkinderen.

Jubilarissen en Koninklijke Onderscheiding

Verder zijn op zaterdag 15 november de jubilarissen van Fanfare St. Martinus gehuldigd. De heren R. Janssen en L. Thewessem waren 25 jaar lid, de heren J. Wijnen en W. Wijnen waren 50 jaar lid en de heer J. Wijnand was zelfs 60 jaar lid van de vereniging.

Daarnaast is tijdens de feestavond een aantal dames in de bloemetjes gezet die al 30 jaar de gelederen van het, voor de fanfare zo belangrijke damescomité “bemannen”, te weten: M. Bruls - Troquet, J. Keijsers - Freens, W. Kurvers - van Kan, B. Penders - Goessens en A. Penders - Vranken.

Als klap op de vuurpijl werd de fanfare tijdens de huldiging van de jubilarissen verrast door een bezoek van Burgemeester Kockelkorn. De Burgemeester wilde namelijk zijn waardering uitspreken namens de Meerssense gemeenschap voor de heer Leo Thijssen.

Hij is al jarenlang lid van fanfare St. Martinus, eerst als muzikant en later als bestuurslid. Naast de liefde en inzet die hij ten toon gespreid heeft voor de fanfare, heeft hij zich ook nog op vele andere gebieden verdienstelijk gemaakt voor de Geulse gemeenschap.

Ook buiten de Geulse gemeenschap is Leo Thijssen actief geweest voor mensen en organisaties die steun nodig hadden, waarbij in het bijzonder te denken valt aan gehandicapten organisaties. Burgemeester Kockelkorn beklemtoonde dat het noemen van de gehele lijst van verdiensten te veel tijd in beslag zou nemen, maar duidelijk was dat de Meerssense- en met name de Geulse gemeenschap ontzettend veel waardering heeft voor Dhr. Thijssen, vandaar ook dat hem een Koninklijke onderscheiding ten deel viel voor al zijn verdiensten.

Successen Drumband

Naast al deze feestelijkheden t.g.v. het 75-jarig bestaansfeest, is er voor de Fanfare in 2003 nog meer reden geweest om feest te vieren. Op 28 september heeft de drumband van fanfare St. Martinus deelgenomen aan het bondsconcours te Nieuwstadt.

Met 92,17 punten, wat goed is voor een eerste prijs met lof der jury, hebben zij hoge ogen gegooid. Ook bereikte de drumband hiermee het hoogste puntenaantal van het totale bondsconcours, waaraan ook de drumband van de zustervereniging Harmonie St. Caecilia deelnam.

Naar aanleiding van dit resultaat is men vervolgens uitgenodigd voor het Limburgs Kampioenschap op 23 november te Maasbree. En ook nu weer gooide de drumband hoge ogen en prolongeerde men het succes van 28 september, met zelfs een nog hoger punten aantal. Met 92,83 punten en opnieuw een eerste prijs met lof der jury, werd men Limburgs Kampioen.

Afscheidsconcert Dirigent Erik van Mulken

Op 30 november is een afscheidsconcert georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van Dirigent Erik van Mulken. Na een periode van ruim 10 jaar muzikale leiding, is op deze zondagmiddag op gepaste wijze afscheid genomen van Erik van Mulken.

Tijdens het concert zijn diverse werken ten gehore gebracht door het fanfare-orkest. Ook de drumband en de jeugdleden van fanfare St. Martinus hebben acte de presence gegeven op deze middag.

De concertmiddag werd verder omkleed door tal van kolderieke acts met persiflages van Whoopie Goldberg, Robbie Williams, Lance Armstrong, Terry Bozzio, Stars from the Sound of Music, André Rieu en vele anderen.

Historie van Geulle

De Heemkunde vereniging Gäöl is in 1945 opgericht, mede door Sjef Thijssen. In 1947 was hij tevens de initiatiefnemer tot oprichting van het maandblad “De Sjakel”. Dit blad was in die tijd de schakel tussen Geulle en de dienstplichtige Geulse militairen in het voormalige Ned. Indië.

Toen deze terugkeerden werd de “Sjakel” het blad van de Heemkundevereniging. Dit maandblad, dat reeds meer dan 50 jaar bestaat, bevat artikelen over Geulle en zijn inwoners, gebeurtenissen en evenementen in het dorp en verhalen geschreven door Geullenaren.

Sinterklaas in Geulle rond 1925

Het speelde zich rond 1925 in ons dorp af. De hoofdrol werd gespeeld door dr. Felix Rutten. Deze woonde indertijd met zijn vrouw, de schrijfster Marie Koenen, in villa Schieversberg aan de Moorveldsberg.

De kapelaan lachte fijntjes en de “meester” draaide aan zijn grote snor, maar zei ook niets. Eindelijk durfden zij met hun vraag te komen. Of ik voor de dorpsjeugd van de school voor Sinterklaas wilde spelen?….

Hun vraag verraste mij en daarom begon ik op mijn beurt aan mijn snor te draaien. Maar zoals een getrouwd man in moeilijke momenten meestal doet als hij geen raad weet, zei ik ook maar: “Daar moet ik eerst met mijn vrouw over praten.”

Stel je eens voor, Sinterklaas spelen voor alle schoolkinderen, pontificeren met staf en mijter en door het halve dorp trekken met tabbaard en kromstaf, met een pruik en een baard. Maar nog eer ik thuis was, stond het voor mij vast: Ik doe het.

Nu werd er druk geconfereerd in diep geheim. De namen van de schoolkinderen zouden met hun bijzonderheden op een lijst geschreven worden. Verder werd afgesproken dat Sinterklaas na de plechtige ontvangst op school taaitaai en chocolade zou uitdelen.

Tenslotte bedacht ik dat op de bewuste dag alle schoolkinderen tijdig moesten worden verzameld op het schoolplein om vandaar precies om twee uur naar de Maas te vertrekken.

Victor de Stuers: Grondlegger van het Nederlandse cultuurbeleid

Victor de Stuers (1843-1916) is de grondlegger van het Nederlandse cultuurbeleid in de 19de eeuw in de ruimste zin van het woord. Hij was de auteur van het beroemde artikel 'Holland op zijn smalst' in "De Gids", dat in 1873 verscheen en waarin de onverschillige houding over het cultureel erfgoed in Nederland aan de kaak werd gesteld.

Ofschoon jurist en advocaat, was zijn grote passie toch de kunst en cultuur. Het werd ook zijn beroep, want van 1875 tot 1901 was hij als referendaris bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken belast met kunsten en wetenschappen. In die hoedanigheid had hij een grote invloed op het culturele leven van zijn tijd.

Zijn inhoudelijke expertise op alle aspecten van erfgoed naast de belangen van zijn district en de bijzondere zaken die hij voorstond (met name het optreden van het leger in Nederlands-Indië) zijn rijk gedocumenteerd.

Jhr. Mr. Victor Eugène Louis de Stuers werd op 20 oktober 1843 in Maastricht geboren, als derde en jongste zoon van Hubert Joseph Jean Lambert de Stuers (1788-1861) en diens tweede echtgenote Hortense Joséphine Constance Beyens (1814-1869).

Toen Victor de Stuers bijna vijftig jaar oud was, huwde hij, in 1893, Aurelia Carolina, gravin van Limburg Stirum (1853-1906) . Uit dit huwelijk werd één dochter geboren, Alice Jacqueline Hortense Julie Aurélie (1895-1988). De Stuers woonde in Den Haag, Parkstraat 32-34.

Hij was een intelligente leerling met een grote belangstelling voor geschiedenis, gebouwen, verdedingswerken, topografie en het dagelijks leven in en om Maastricht. Zijn bijzondere tekenvaardigheid werd aangemoedigd door zijn vader en door de Maastrichtse kunstenaar Alexander Schaepkens.

Na zijn studie schreef hij zich in als advocaat bij de Hoge Raad en vestigde hij zich in Den Haag. Hierin stelde De Stuers de Nederlandse onverschilligheid voor het cultureel en historisch erfgoed aan de kaak.

Zijn artikel "Hollands op zijn smalst" leidde in 1874 tot de instelling van het College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst, waarvan De Stuers secretaris werd.

De Stuers moest nu als chef van de Zesde afdeling voor de verwezenlijking van zijn idealen allereerst de bevoegdheden zien te verwerven die daarvoor nodig waren. Hij moest zijn taken afbakenen met die van de referendaris van de afdeling Onderwijs, waarvan hij een groot deel van de werkzaamheden overnam.

Tegelijkertijd moest hij inspelen op de veranderingen die in 1877 binnen de organisatie van het ministerie werden doorgevoerd. De Stuers kreeg toen gedaan dat zijn afdeling het budgetbeheer kreeg over de gebouwen van instellingen, die onder de zorg van het ministerie van Binnenlandse Zaken vielen.

Toen het kabinet Kappeyne van de Copello het vakonderwijs begon te subsidiëren, kreeg hij een grote groep teken- en kunstscholen onder zijn financieel beheer. Over de arbeid en de prestaties van de afdeling Kunsten en Wetenschappen onder zijn leiding is reeds uitvoerig geschreven in de inleiding op de Inventaris van het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Kunsten en Wetenschappen 1875-1918.

Als secretaris van het College van Rijksadviseurs had De Stuers al een netwerk van correspondenten opgebouwd, dat het college van gegevens moest voorzien. Van 1879 tot 1881 redigeerde hij grotendeels zelf het weekblad De Nederlandsche Kunstbode. Hierin had hij de vrijheid om zijn visie op de kunstzorg in Nederland nader uit te werken.

Naast zijn ambtelijke bemoeienis, schrok hij er ook niet voor terug om op eigen initiatief monumenten te redden of kunstaankopen te doen. Middeleeuwse bouwwerken, waarvoor onmiddellijk ingrijpen geboden was en waarvoor het overheidsbudget ontoereikend was, kocht hij op eigen rekening aan.

Na 25 jaar als Referendaris van Kunsten en Wetenschappen werkzaam te zijn geweest nam Victor de Stuers ontslag. In februari 1901 stelde hij zich kandidaat voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer voor het district Weert.

labels:

Zie ook: