De regio rond Dinxperlo en Aalten kent een rijke geschiedenis vol tradities, volksverhalen en culturele evenementen. Van oude gebruiken rond Kerstmis tot spookverhalen en de Aaltense Landbouw-, Middenstands- en Industrietentoonstelling (ALMI), er is veel te ontdekken.

Kersttradities en Oude Gebruiken

Reeds enkele dagen voor het Kerstfeest ontstaat er een feeststemming, die tijdens de Kerstdagen haar hoogtepunt bereikt. Het is geen toeval dat de Kerstboom, hulst en mistletoe populair zijn, en dat Kerstbrood, Kerstkransen en ander Kerstgebak de feestvreugde vergroten. Vroeger vierden onze voorouders rond deze tijd het Joelfeest, het feest der vruchtbaarheid, ter ere van de terugkeer van het licht.

De kortste dag was voorbij en de dagen werden langer. Dan werden offermaaltijden gehouden en in de heilige bossen vlamden de offervuren hoog op. Het is moeilijk de gebruiken van Kerstmis aan een bepaalde dag te binden, want wat hier op de eerste Kerstdag gebeurt, vindt elders plaats op 26 december of zelfs op Driekoningen. Sommige gebruiken, zoals het eten van bepaalde koek- en gebaksoorten, zijn gedurende de hele periode tussen Kerstmis en Driekoningen gebruikelijk.

Bijgeloof in de Achterhoek

Bij de oude mensen in de Achterhoek leeft nog het bijgeloof dat op Kerstavond „Derk met de bèèr” rondrijdt, die alles vernielt wat buiten rondslingert. In veel gezinnen eet men in de Achterhoek op Kerstavond iets extra’s, en dit gebruik doet denken aan de oude benaming „dikkevretsavond”. In boerengezinnen wordt vaak getracteerd op pannekoek, met worst gebakken.

Een spotrijmpje, dat wijst op een extra tractatie, luidt: „Kasaventjen, Kasaventjen, dan gaat ’t er bie ons op." In Aalten eet men op Kerstavond „pilleweggeskes”, kleine bolvormige „wegen”, waarop twee deegpillen in kruisvorm gelegd worden. Zij zijn er op geplaatst toen het gewone volk de naam pilleweg niet meer begreep. Een pil is een petekind of doopkind en de pillegift in de vorm van een pillewegge was een doopgeschenk.

Het was tevens een herinnering aan het heidense broodoffer, dat gebracht werd om de demonen van het kraambed te weren. Dat men op Kerstavond pillewegen ten geschenke geeft, vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in de verering van Maria als kraamvrouw.

Spookverhalen uit Aalten en Bredevoort

Ongeveer vijftig jaar geleden zat op een donkere zomeravond een spook op de leuning van de brug over de Slingebeek in de Dijkstraat te Aalten. Het spook was in ’t wit gekleed, het had zwarte poten en bij tijd en wijle koerde het zacht als een duif of snorkte het als een varken. Opgeschoten knapen, die enkele minuten van tevoren nog snoevend tegen hun meisje hadden opgegeven over hun durf, zonk de moed in de schoenen, toen zij de brug naderden en de witte figuur daar zo rustig maar onheilspellend zagen zitten.

Terwijl aan weerszijden van de Dijkbrug mensen angstig bijeen stonden en niemand het spook durfde passeren, kwam Hendrik - een potige boerenknecht uit IJzerlo - met grote passen vanuit de Kerkstraat de Dijkstraat in. Het was bekend dat Hendrik de kracht van twee en de moed van vier had, maar dit… „Goeienavond,” zei Hendrik, groetend de angstige mensen links en rechts in de Dijkstraat. Toen ging hij onversaagd de brug op.

Een enorme spanning volgde. „Goeienavond,” zei Hendrik tegen het spook. Toen weerklonk een plons, daarna een hartverscheurende kreet en even later kroop „het spook” langs de oever van de Slingebeek. Een wit laken dreef met de stroom mee en een mensengedaante kwam terzijde van de brug naar boven. Deze geschiedenis speelde zich vijftig jaar geleden in Aalten af.

Er werden toen in Aalten en nog meer in Bredevoort, voortdurend spoken gezien. De mensen hadden daar ontzag voor en wanneer zij ’s avonds bij een klein oliepitje zaten te geselsen, kwam het gesprek telkens opnieuw op de spoken terecht. Rakkers van jongens maakten van de bijgelovigheid van de bevolking gebruik, door geregeld als „spook” op te treden. Dikwijls waren ze dan nog bang voor zichzelf. De straatverlichting was zeer gering en zo werkte alles mede tot het scheppen van een ware spooksfeer.

De Oudheidkamer in Aalten

Niet alleen spookverhalen kan men horen in de Oudheidkamer, er is nog veel meer. Er is in het in oude stijl opgetrokken gebouwtje aan de Dijkstraat te Aalten zeer veel bijeen gebracht uit vroeger tijden. Een prachtig lepelrek gemaakt van hout trekt bijzonder de aandacht. Het rek is rijk aan symboliek en het lijden en sterven van Christus is in dit rek voorgesteld. De ouderwetse kinderstoel ontbreekt natuurlijk niet in deze verzameling van oudheidkundige voorwerpen, doch evenmin een wafeltang van honderden jaren geleden.

De klokkestoel uit de Hervormde kerk van Bredevoort heeft ook in de Oudheidkamer een plaats gevonden. Sedert kort zijn er in de Oudheidkamer te Aalten ook foto’s te zien van ’t vroegere Aalten. Vooral oud-Aaltenaren hebben hiervoor grote belangstelling. Er is bijv. een foto, gemaakt bij de aankomst van de eerste tram in Aalten. Er zijn foto’s van de vroegere Markt met de oude pompen.

Twee ouderwetse fietsen - velocipêdes, zei men vroeger - staan er in de Oudheidkamer. Het zijn vehikels, die doen veronderstellen dat onze voorouders amateur-circusacrobaten waren. In de laatste oorlog - acht jaar geleden - zijn deze fietsen nog gebruikt, namelijk door Duitse militairen.

De Aaltense Landbouw-, Middenstands- en Industrietentoonstelling (ALMI)

In augustus en september 1949 vond op het Smees de Aaltense Landbouw-, Middenstands- en Industrietentoonstelling (ALMI) plaats. Dit was, zeker in die tijd, een heel groot evenement in Aalten. Gedurende vijf dagen trok het 63.000 bezoekers. De landelijke pers werd uitgenodigd en ‘in stijl’, oftewel in klederdracht, ontvangen op het Aaltense station.

De ALMI was een project met welks verwezenlijking een slordige ton gemoeid is. De band, die hier boer, neringdoende en industrie omvat, komt treffend tot uiting in de ALMI, de grote Aaltense landbouw-, middenstands- en industrietentoonstelling, die op een terrein van 6 H.A. wordt ondergebracht. De expositie droeg geen zuiver plaatselijk karakter, wel vormde de locale nijverheid, de locale nering en de locale landbouw er het centrum van.

In reusachtige tenten en hallen zetten de landbouw, de middenstand en de industrie hun beste beentje voor. Tijdens de ALMI vonden er keuringen plaats van vee. Er was ook een legerdag met parade en muziek van de beroemde band der huzaren van Boreel. Verder waren er concoursen hippique en concerten. Op hun rondreis door Nederland vóór hun vertrek naar Amerika zullen de beroemde Djiguiten-Ruiter-Kozakken nog éénmaal een voorstelling geven te Aalten o. h. terrein der Voetbalvereniging Aalten, Sladijk en wel op Zaterdag, 9 Juli a.s.

De sféér welke we hierboven trachtten te beelden, krijgt u bij een bezoek. En juist die sfeer is de oorzaak, dat het lokaalspoortje Arnhem-Aalten en vice-versa het volgende week wel eens druk zou kunnen krijgen. De ALMI wordt a.s. Dinsdag officieel geopend en sluit Zaterdagavond 3 September.

Spelen van Vroeger

In 1937 beschreef G.H. Rots in een serie artikelen in de Aaltensche Courant hoe het er in vroeger tijden in Aalten aan toeging. “Op ’t gebied van kinderspelen is er ook veel veranderd; verschillende spelletjes, welke vroeger door kinderen werden gedaan, ziet men niet meer, o.a. “Ook het knikkeren door jongens gebeurde vroeger heel anders. Toen was het een kunstspel, en lang niet alle jongens waren daarin bedreven.

Reisverslag naar Bredevoort

In de jaren dertig van de vorige eeuw publiceerde het Rotterdamsch Nieuwsblad een reeks verhalen met in de hoofdrollen een ‘reporter’, een ’teekenaar’, en de oom en tante van de laatste, een voormalig deurwaarder genaamd Wolzak en zijn vrouw Koosje. Op een dag krijgt ‘ome Wolzak’ bericht dat een ongetrouwde tante van hem in Bredevoort is overleden en hij erft alles. In tien delen wordt uitgebreid verslag gedaan van deze ‘wereldreis’. Het geheel is vooral een reisverslag van de zuidoostelijke Achterhoek, leerzaam en met humor.

De notarieele brief was verkeerd geadresseerd geweest aan een vorig adres van Wolzak en had heel wat gezworven eer hij in de Voorstraat arriveerde. Aldus zijn we nu op weg naar Bredevoort en we zijn zonder eenig ongeval tot Jutfaas gereden. Daar sprong een band.

Winterswijk is een heel aardig stadje. Het heeft iets heel ouds en ’t is half Duitsch. De kerk van Winterswijk behoort tot de oudste van ons land. Zij schijnt, naar wat wij er van hoorden en later van lazen, regelrecht, wat haar stichting betreft, uit den tijd van Karel den Groote te dateeren.

Bredevoort noemt zich een stad. Oude privilegiën echter geven een zeker recht op uitzonderingen. Dit geldt, voor de gemeente Bredevoort; een klein plaatsje, in „Holland” nauwelijks bekend, dat echter in de geschiedenis van ons Vaderland een zeer voorname rol heeft gespeeld. Het was niet alleen de „Stad Bredevoort”, maar het geheele „Ambt” van denzelfden naam, met de gemeenten Winterswijk, Aalten, Dinxperlo en Varsseveld, dat in meerdere of mindere mate het lot van de vesting, want dit was het tevens, deelde.

Bredevoort onderging daardoor een gedeeltelijke verandering. De wallen zijn voor de helft geslecht, en aan dezelfde zijde zijn de grachten gedempt. Waar vroeger een gracht was, slingert zich nu de groote autoweg Winterswijk-Aalten-Arnhem om het oude stadje heen. Het heeft hier en daar de eigenaardigheden van een middeleeuwsche stad behouden. Men ziet hier de oudste huizen, geheel onder Saksischen invloed in vakwerkbouw opgetrokken. De straten zijn met ronde zwerfkeien geplaveid, die in de omgeving bij massa’s in alle grootten kunnen worden gevonden.

labels:

Zie ook: