In de Nederlandse taal zijn er talloze spreekwoorden en gezegden die een diepe culturele betekenis hebben. Een van deze spreekwoorden is "zout en brood". Om de betekenis van dit spreekwoord te begrijpen, is het belangrijk om naar de context te kijken waarin het gebruikt wordt.
Lek wat zouts. Zout scherpt de eet- en drinklust op, en vermeerdert de smaakelykheid. Vergelykt Job 6: 6. Dit spreekwoord kan schynen ontleent te zyn van de bokken, of geiten, die graag zout lekken. Maar mogelijk is het een verbloeming van een ongezoutener spreekwoord: gelijk kus myn elleboog.
Het spreekwoord "zout en brood" kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de situatie:
- Eenvoud en basisbehoeften: In de meest eenvoudige interpretatie staat "zout en brood" voor de basisbehoeften van het leven. Het vertegenwoordigt een eenvoudig bestaan, zonder overbodige luxe.
- Gastvrijheid: Van oudsher werden gasten verwelkomd met brood en zout. Dit symboliseerde gastvrijheid en de bereidheid om het essentiële te delen.
- Waardering: "Zout en brood" kan ook een uitdrukking van waardering zijn. Het staat voor de erkenning van de basisdingen in het leven en de dankbaarheid daarvoor.
Er zijn nog andere interessante spreekwoorden en gezegden die verband houden met eten en levensonderhoud. Hier zijn enkele voorbeelden:
- Bij gebrek van brood, eet men korstjes van pasteyen: Dit wil zeggen, als men iets ontbeert, word wel iets van meerder waarde in de plaats gebruikt. 't Beste is dan goed genoeg.
- Die niet werkt zal ook niet eten: Deze uitdrukking benadrukt het belang van arbeid om in je levensonderhoud te voorzien.
- Honger is een scherp zwaard: Dit spreekwoord illustreert de intense ervaring van honger en de impact ervan.
- Men moet eten wat de kok schraft: Hiermee wordt bedoeld dat je tevreden moet zijn met wat er aangeboden wordt.
Ook zijn er diverse spreekwoorden die een relatie hebben met overvloed en genot:
- 't Is boter tot den bodem toe: Dat wil zeggen, 't is al weelde: gelyk een ton, die met boter van boven tot onder opgevult is.
- Hy gaat in grasduinen: Dit zegt men van ymand die wel onthaald word, en zynen lust kan boeten met het geene hem lekker smaakt.
- Zyn mond watert daar na: Dat wil zeggen, zyn lust is daar toe zeer ontsteken.
Aan de andere kant zijn er ook spreekwoorden die waarschuwen voor overdaad en onmatigheid:
- Als de zog zat is, werpt zy den troch om: Zatheid baart dertelheid en brooddronkenheid, met onmededogendheid omtrent behoeftigen.
- De oogen zyn grooter dan de buik: Dit zegt men van kinderen, in welker oogen eenige spyze, die zy graag eeten, te weinig schynt, schoon zy die niet konnen opkrygen, of in hunnen buik bergen.
In de volksmond komen ook andere uitdrukkingen voor die te maken hebben met voedsel en voorzieningen:
- Daar is schraalhans keukenmeester: Een uitdrukking om armoede aan te geven.
- Een muis op een commiesbrood: Spreekwoordelijke vergelijking. Als bij een gehuwd paar de vrouw opvallend veel groter is dan de man.
Het spreekwoord "Iemand iets op zijn brood (of zijn boterham) geven" betekent iemand iets verwijten; iemand de schuld geven van iets; eig. hem iets te slikken geven, dat niet lekker is (vgl. een bittere pil).
Het beste brood legt men op 't venster. Dit wil zeggen, met het beste lokt men de koopers aan. Schoon voorgedaan is half verkocht. Dan doet aanzien gedenken; en goede waar pryst zich zelven.
Met kaas en brood, zeiden de ouden, is 't goed te lyden. Maar wat is te zeggen: Dat's voor die geen kaas en mag?
labels: #Brood




