Aan de kust vermengt het zoete rivierwater zich met het zoute water van de Noordzee. Eerst wordt het water brak, maar naarmate de rivieren dichter bij de zee komen, wordt het almaar zouter. Het lijkt een ramp, maar deze overdaad vormt de basis onder het rijke dierenleven in het estuarium van onze grote rivieren. Zoetwaterorganismen, van eencellige algen tot grote vissen, kunnen hier niet tegen en sterven. Wormen en schelpdieren filteren dit voedsel uit het water en vormen op hun beurt weer een aantrekkelijke prooi voor talloze steltlopers en vissen.

Trekvissen: Zalm, Paling en Steur

Niet alle vissen sterven op de overgang van zout naar zoet. Trekvissen als paling, zalm en steur hebben een natuurlijke overgang van zoet naar zout water nodig om te acclimatiseren. Jonge zalmen en rivierprikken worden geboren in de rivier en trekken na verloop van tijd naar zee om daar verder op te groeien. Jonge paling wordt geboren in de Sargassozee en bereikt met hulp van de golfstroom onze kust en trekt via de rivieren landinwaarts om daar op te groeien. De volwassen paling trekt weer via het estuarium naar de Sargassozee om zich voort te planten.

Als de volwassen dieren vanuit de Noordzee naar hun paaigronden in de grote rivieren trekken, dan zwemmen ze niet in een keer door, maar houden een tijdje pauze in de brakke zone tussen Noordzee en Rijn of Maas. Een vis in zout water heeft altijd dorst. Een vis in zoet water plast de hele tijd. In elkaars biotoop leven kunnen deze dieren niet. Zo legt Luna van der Loos simpel uit hoe dieren kunnen leven in zoet en zout water. Wetenschappers zijn daarom zeer geïnteresseerd in dieren die in brak water leven. Zoals palingen die worden geboren in een verre zee en duizenden kilometers verderop toch in onze zoetwaterplassen rondglibberen. Een wonder.

Aanpassingen aan Zoutgehalte

Zoet en zout water verschillen van elkaar. Niet alleen in de manier waarop je er duikt, maar ook in het leven dat je kunt zien. Zeesterren en brokkelsteren zie je uitsluitend in zout water, terwijl je kikkervisjes en libellenlarven alleen kunt tegenkomen in zoetwaterplassen. Het lichaam van deze dieren is aangepast aan het zoutgehalte van het water. Een plotselinge overgang van zoet naar zout - of omgekeerd - is voor de meeste dieren fataal. Op sommige plekken komen het zoete en zoute water elkaar echter tegen. Daar is het water brak. De dieren die in deze brakwatergebieden voorkomen, moeten daar tegen kunnen.

Aangepaste Nieren

Iedereen die wel eens heeft geprobeerd zout water te drinken, weet dat het niet lekker is. Niet alleen dat; je krijgt er ook dorst van. De zouten die we binnenkrijgen regelen namelijk het vochtniveau in ons lichaam. Voor dieren die in water leven werkt het net iets anders dan voor landdieren. Zout trekt namelijk water aan. Een vis in zout water verliest water uit zijn lichaam en heeft dus eigenlijk constant dorst, terwijl een vis in zoet water juist veel water binnenkrijgt en continu moet plassen.

Bij vissen zijn het dan ook vaak de nieren die aangepast zijn aan het zoutgehalte waarin ze leven. Die aanpassingen werken niet in tegenovergesteld water. Heel simpel gezegd: als je een zoutwatervis in zoet water zou leggen, zou hij opblazen. Als je een zoetwatervis in zout water legt, loopt hij leeg. Sommige dieren hebben nog fantastischere aanpassingen. Een albatros kan bijvoorbeeld maanden lang boven de zee zwerven, zonder zoet water te drinken. De albatros drinkt gewoon zout water, maar een kliertje vlak achter de oogkassen scheidt het overtollige zout af.

Voorbeelden van Dieren met Zouttolerantie

Een majestueuze snoek tegenkomen tijdens de clubduik in de zoetwaterplas is niet gek - blijkbaar is de snoek aangepast aan zoet water. Verrassend genoeg kun je de snoek ook tegenkomen in een mengsel van zoet en zout water. Een snoek heeft dus een brede zouttolerantie. Hetzelfde geldt voor de bot, die zowel in Noordzee als in het IJsselmeer voorkomt.

Andere soorten leven alleen of vooral in brak water. Havens zijn hier een voorbeeld van. De brakwater-knotsslak, een klein zeenaaktslakje, kun je bijvoorbeeld vinden in het Oostvoornse meer, het Veerse meer en in havens. Dit onopvallende slakje eet poliepjes die ook vooral in brak water voorkomen, zoals de brakwaterpoliep. Afhankelijk van hoe zout of zoet het water is, legt dit slakje meer eitjes van kleine grootte of juist grote eitjes maar dan in kleinere aantallen. De brakwatersteurgarnaal vind je, zoals de naam al aangeeft, ook voornamelijk in brak water, maar als het veel heeft geregend is deze wel eens te zien in zeewater in de buurt van gemalen. Al deze soorten hebben een smallere zouttolerantie - in water met teveel zout of te weinig zout gaan ze dood.

De Halocline en het Noordzeekanaal

In gebieden waar zoet en zout water mengen, ontstaat een interessante grens: de halocline. Dit is net zoiets als de thermocline (de grens tussen warm en koud water). Boven de thermocline kan het lekker warm zijn, maar eenmaal door die dunne scheiding heen, is het water opeens een paar graden kouder. Zoet water is net als warm water lichter en drijft op zout water. Zo kun je tijdens een duik opeens van zoet naar zout water gaan.

Een voorbeeld van duiken bij een halocline in Nederland is het Noordzeekanaal. De aanwezigheid van zowel zoet, zout als brak water kan zorgen voor grappige duiksituaties, waarbij je het ene moment harnasmannetjes en zeedonderpadden ziet, en het volgende moment tussen snoekenbaarzen en baarzen zwemt. Daarnaast vind je in het Noordzeekanaal ook de trompet-kalkkokerworm. Dit is een exotisch brakwaterbeestje dat oorspronkelijk uit Australië komt. Waarschijnlijk is deze nieuwkomer naar Nederland gelift op schepen.

Een andere exoot is de zwartbekgrondel. Deze grondel is naar Nederland gekomen nadat de Rijn werd verbonden met de Donau. Het is niet de enige grondel die gebruik gemaakt heeft van deze verbinding, ook de marmelgrondel, Kesslers grondel en de Pontische stroomgrondel hebben hun gebied uitgebreid. Voor de inheemse rivierdonderpad was dit geen goed nieuws: dit visje wordt nu steeds minder waargenomen.

Veranderingen in Ecosystemen

De verandering van een zoutwater-ecosysteem naar een zoetwater-omgeving of omgekeerd kan grote gevolgen hebben voor het onderwaterleven. Het Haringvliet was vroeger een zeearm van de Noordzee, maar hoort nu bij de Deltawerken en is afgesloten van zee. Het water werd zoet en het getij verdween. De Biesbosch loopt hierdoor niet meer regelmatig onder water, waardoor het kenmerkende bieslandschap veranderde. Ook verdwenen er verschillende soorten vis uit Nederland.

Het Haringvliet is nu nog zoet, maar vanaf 2018 worden de sluizen naar de Noordzee op een kier gezet. Het getij zal hierdoor niet terugkeren, maar er wordt wel gehoopt op betere waterkwaliteit. Trekvissen zoals zalm en forel zullen de sluis weer kunnen passeren. Door menging van zoet en zout komt er natuurlijk ook een brakwatergebied. Hoe het Haringvliet precies gaat veranderen is moeilijk te voorspellen, maar één ding is zeker: het zal voor interessante duikplekken zorgen.

Stichting ANEMOON

Stichting ANEMOON (ANalyse Educatie en Marien Oecologisch ONderzoek) inventariseert de fauna en flora in het Nederlandse water. Welke soorten komen er voor in Nederland? Komen er nieuwe soorten bij of zien we soorten juist minder vaak? Op welke duikstek zien we welke soorten? En in welk seizoen? Hiervoor hebben we verschillende projecten: onder andere het MOO project (Monitoring Onderwater Oever) voor duikers, het LIMP (Litoraal Inventarisatie en Monitoring Project) voor op de dijk, en het SMP (Strandaanspoelsel Monitoring Project) voor op het strand. Het mooie is: iedereen kan helpen!

Vul na je duik een MOO-formulier in over wat je hebt gezien en draag bij aan wetenschappelijke kennis. Er is zowel een MOO formulier voor het zoute water als voor het zoete water. Ook is er een formulier voor het Caribisch gebied. Stichting ANEMOON organiseert ook activiteiten, zoals cursussen, duikweekenden, strandwerkexcursies, stenenkeren-excursies, lezingen en workshops.

Zoutwater Vissen voor Beginners Aquarium

Als je net een zoutwater aquarium omgebouwd of aangeschaft hebt, dan ga je natuurlijk op zoek naar vissen. Als je nog niet bekend bent met zoutwater aquaria en de vissen die daarbij horen, is het slim om voor vissen te kiezen die relatief makkelijk te houden zijn. Hieronder een lijst met een paar populaire opties:

  • Anemoonvis (Amphiprion Ocellaris): Makkelijk te houden en herkenbaar aan het oranje-zwarte motief.
  • Blauwe Doktersvis (Parancanthurus Hepatus): Vereist voldoende ruimte en kan stressgevoelig zijn.
  • Henkie (Salarius Fascatius): Goed bestand tegen schommelende waterwaardes.
  • Gele Doktersvis (Zebrasoma Flavescens): Heeft veel zwemruimte nodig.
  • Juweel Kardinaalbaars (Pterapogon Kauderni): Rustige vis die makkelijk in een groep te houden is.

Bedreigde Zoetwatervissen

‘Één derde van de zoetwatervissen wordt met uitsterven bedreigd’. Uit dit rapport blijkt zelfs dat het aantal soorten zoetwatervissen twee keer zo snel afneemt dan het aantal vissoorten in de oceanen. Ondanks dit blijft het belang van zoetwatervissen helaas vaak een bijzaak wanneer belangrijke beslissingen moeten worden genomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zandwinning of het plaatsen van dammen.

Een zoetwatervis is eigenlijk heel simpel - zoals de naam ook al zegt - een vis die leeft in zoetwater. Dit komt doordat in het water waarin een zoutwatervis leeft logischerwijs veel meer zout zit dan in zoetwater. In zout water zal dit type vis direct uitdrogen, omdat hij het zoute water niet kan opnemen.

labels:

Zie ook: