Elke dag werkt Rijkswaterstaat aan een veilig Nederland. Een voorbeeld hiervan zijn de Zuiderzeewerken. De Zuiderzeewerken die voortvloeiden uit de wet, veranderden het aanzien van Nederland ingrijpend. De Zuiderzeewerken die voortvloeiden uit de wet, veranderden het aanzien van Nederland ingrijpend. Ook voor het droogleggen van polders is een proef gedaan.
De Zuiderzee is van cruciale betekenis geweest voor het ontstaan en de ontwikkeling van de Lage Landen, Nederland in het bijzonder. Cruciaal op de gebieden van handel, visserij en waterbeheer, maar ook als bestaansvoorwaarde en inspiratie voor uitingen van kunst en cultuur en als bron voor recreatie. In weinig streken in Nederland hebben zich in vroeger tijden meer veranderingen voltrokken dan rond de (voormalige) Zuiderzee. Het gebied ondergaat nog voortdurend wijzigingen, nu vooral door bewust menselijk ingrijpen.
De Geschiedenis van de Zuiderzee
Het oudste plan voor de afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee dateert uit 1667, bedacht door ingenieur Hendrik Stevin. In die tijd was dit idee technisch echter nog niet uitvoerbaar. In 1886 werd de Zuiderzeevereniging opgericht. Voorzitter Cornelis Lely ontwierp een nieuw plan voor afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee. Lely werd in 1913 minister van Waterstaat en zorgde ervoor dat inpoldering in het regeringsprogramma kwam.
Er waren protesten vanuit de visserij en door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stagneerden de plannen. De Zuiderzeevloed van 1916 maakte het onderwerp weer actueel. Deze overstroming richtte grote schade aan en maakte de noodzaak voor betere waterbeheersing duidelijk. Na de stormramp van 1282, waarbij de verbinding tussen Texel en het vasteland werd doorbroken, en de desastreuse St. Het aldus ontstane IJsselmeer is van cruciaal maatschappelijk belang voor de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en het aquatisch ecosysteem, legde de directeur uit.
Het IJsselmeergebied kent een lange geschiedenis, met als gevolg een grote diversiteit aan cultureel erfgoed en bijzondere landschappen. Een belangrijk deel van het erfgoed hangt samen met handel, havens, scheepvaart en de bijbehorende industrie en het visserijverleden. Een ander aspect herinnert aan de strijd tegen het water.
Met de komst van de Afsluitdijk verdween ook de naam ‘Zuiderzee’ van de kaart en werd een belangrijk stuk geschiedenis afgesloten. Het monument van Willem Dudok (“De Vlieter”) herinnert nog aan dat moment. Nu vinden we de aanduiding "zee" of de naam "Zuiderzee" alleen nog op het droge deel van Nederland, in namen als Zuiderzeestraatweg of Zeedijk.
De Zuiderzeewet en de Afsluitdijk
In 1918 werd daarom de Zuiderzeewet getekend. Ook ging het parlement akkoord met het aanleggen van de Afsluitdijk. In 1918, nu precies 100 jaar geleden, werd de Zuiderzeewet ondertekend. Een historisch moment voor de waterveiligheid van Nederland.
Voordat begonnen werd met het aanleggen van de Afsluitdijk, werd eerst de Amsteldiepdijk of Korte Afsluitdijk aangelegd tussen Noord-Holland en het eiland Wieringen. De aanleg van de 2,5 km lange Amsteldiepdijk of Korte Afsluitdijk tussen Noord-Holland en het eiland Wieringen duurde van 1920 tot 1924. Deze dijk was een voorproefje voor de aanleg van de Afsluitdijk.
De ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken deden kennis en ervaring op, onder andere door voor het eerst keileem (een mix van klei, leem, zand, grind en grotere keien) te gebruiken als bouwgrond voor een dijk. Door de Amsteldiepdijk kreeg Wieringen een directe verbinding met het vasteland van Noord-Holland en was daarmee eiland af. De Amsteldiepdijk kan daarom gezien worden als het eerste deel van de Afsluitdijk.
In 1927 startte de aanleg van de Afsluitdijk vanuit de oevers en de speciaal aangelegde werkeilanden Breezand en Kornwerderzand. Op 28 mei 1932 sloot het laatste gat in de Afsluitdijk. De Zuiderzee werd de IJsselmeer en het zoute water werd langzaam zoet. Vanaf 1933 werd de Afsluitdijk opengesteld voor verkeer.
Inpoldering en Nieuw Land
Naast de aanleg van de Afsluitdijk begon ook de inpoldering van de Zuiderzee. In 1926 werd de eerste Proefpolder Andijk drooggelegd. Dit gebeurde om te kijken of landbouwgrond kon worden ontwikkeld op de bodem van de voormalige Zuiderzee, om aan de groeiende vraag naar voedsel te voldoen.
Met de aanleg van Wieringermeer (1930), Noordoostpolder (1942), oostelijk Flevoland (1957) en zuidelijk Flevoland (1968) ontstond er 165.000 ha nieuw land.
De Impact op de Visserij
De voltooiing van de Afsluitdijk in mei 1932 maakte een meer van de voormalige zee, met grote gevolgen voor de natuur en de visserij. Het water werd zoeter, wat de nekslag was voor de duizenden vissers die eerder op de Zuiderzee hun boterham verdiende. Haring en ansjovis hielden slechts enkele jaren stand.
Vissers vroegen een uitkering aan op grond van de Zuiderzee-steunwet, of ze werden pluimveehouder of boer. Even vergelijkbaar lot trof vishandelaren, zeilmakers en scheepbouwers.
Het IJsselmeergebied Vandaag
We werken nog altijd aan een veilig Nederland. Bij de bescherming tegen het water houden we ook rekening met de kwaliteit van de natuur. Met de verandering van ons klimaat moeten we ons goed voorbereiden op de gevolgen van een zeespiegelstijging, een dalende bodem en stijgende temperaturen. Een overstroming kan ervoor zorgen dat 60% van Nederland onder water komt te staan.
Rijkswaterstaat beschermt Nederland tegen hoogwater en zorgt voor voldoende zoetwater. We zorgen voor sterke dijken en voor ruimte voor de rivieren. De komende jaren versterken we de Afsluitdijk. We willen water in het IJssel- en Markermeer kunnen vasthouden, zodat we tijdens in periodes van droogte voldoende zoetwater houden.
De in 1932 aangelegde dijk wordt versterkt en er komen extra spuisluizen en pompen om overtollig water uit het IJsselmeer beter af te kunnen voeren. Ook wordt de Houtribdijk versterkt, een 25 kilometer lange dijk tussen Lelystad en Enkhuizen. De Houtribdijk wordt aangepakt, zodat deze ook in de toekomst de harde klappen van het water op het Markermeer en IJsselmeer kan opvangen en zo het hele IJsselmeergebied beschermt.
Als internationaal koploper op het gebied van waterveiligheid, met oog voor de natuur, wil Rijkswaterstaat ook de komende 100 jaar een voorbeeld zijn en blijven voor andere landen. Rijkswaterstaat is voortdurend op zoek naar slimme, duurzame, veilige en betaalbare manieren om ons land veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. Innoveren is hierbij onmisbaar. We werken hiervoor samen met kennisinstituten, bedrijfsleven, overheden en weggebruikers.
De voormalige kustlijn van de Zuiderzee kan nog gevolgd worden via de 400 kilometer lange Zuiderzee fietsroute. Ten noorden daarvan ligt Marken, dat sinds de aanleg van een dam in 1957 feitelijk een schiereiland is. Wieringen is door de Wieringermeerpolder onderdeel geworden van het vaste land. Er zijn plannen geweest om het oorspronkelijke eiland weer los van het land te maken door middel van de aanleg van het Wieringerrandmeer tussen het Amstelmeer en het IJsselmeer.
Toekomstperspectief
Naast het veilig houden van Nederland verbetert Rijkswaterstaat de ecologische waterkwaliteit. De maatregelen die we nemen, komen voort uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze richtlijn bepaalt dat de wateren een goed leefgebied vormen voor de planten en dieren die er thuishoren.
Water stroomt van boven naar beneden en houdt zich niet aan grenzen. Daarom werken Rijkswaterstaat en de andere waterbeheerders samen om deze doelstelling te halen. De dijken van de Zuiderzeewerken vormen een barrière voor vissen die verschillende typen water nodig hebben. In het IJsselmeergebied zijn Natura 2000-gebieden aangewezen.
We willen koploper zijn op het gebied van waterveiligheid, met oog voor de natuur. Daarom wil Rijkswaterstaat ook de komende eeuwen een voorbeeld zijn en blijven voor veel andere landen.
labels:




