Aardappelen smaken nóg lekkerder als je ze zelf geoogst hebt. Het leuke is: je hebt voor het telen van aardappelen geen grote tuin nodig. Een hoekje in de tuin of een vierkante meter moestuin zijn al voldoende. Met dit eenvoudige stappenplan krijg je dit jaar je lekkerste aardappeloogst ooit.

De Juiste Locatie Kiezen

Kies een zonnige, beschutte plek. Aardappelen houden van een lichtzure bodem, dus vermijd plekken die onlangs gevoed zijn met kalk. Is je grond erg alkalisch? Teel je aardappelen dan in verhoogde bedden of bakken. En, heel belangrijk, verbouw aardappelen niet elk jaar op dezelfde plek.

Stappenplan voor het Kweken van Aardappelen

  1. Stap 1: Grondvoorbereiding. Bereid de grond ruim op tijd voor, liefst al in de herfst, zodat de aarde kan rusten. Spit diep, verwijder onkruid en grote stenen, en voeg veel organisch materiaal (zoals compost) toe.
  2. Stap 2: Voorkiemen. Als je je aardappelen voorkiemt, krijg je een vroegere oogst. Door het pootgoed uit te spreiden in bakjes en die een paar weken lang op een koele en zo licht mogelijke (maar niet zonnige) plaats te zetten kunnen de aardappelen al wat uitlopen op de ogen. Zelf leggen we (voor vroege en middelvroege aardappelen) zo rond half tot eind februari de aardappelen in de doosjes waarin je eieren koopt; zo ligt elke pootaardappel goed gescheiden van de rest, kan er voldoende licht bij, is er weinig kans op zweten of schimmel door vocht. De ideale temperatuur daarbij is 10°C. Als je lange witte scheuten op je aardappelen krijgt, dan hebben de bakjes met pootaardappelen te warm en/of te donker gestaan. Het nadeel van die lange waterige scheuten is dat ze de pootaardappel veel energie kosten en ze breken heel gemakkelijk bij het poten. Als je geen goede plaats hebt om de aardappelen te laten spruiten (dus volop licht zonder zon bij 10 graden) kun je overwegen om het voorkiemen over te slaan: een goed voorgekiemde pootaardappel heeft 2 weken voorsprong op het bovenkomen van de plant en de uiteindelijke oogst maar het heeft geen invloed op de uiteindelijke grootte van de oogst. Liever geen scheuten dan te lange, dunne en waterige scheuten.
  3. Stap 3: Pootafstand en Diepte. Aardappelen mag je poten met een afstand van 30 cm. We raden een diepte van 12 cm aan. Vroege soorten zet je 30 cm uit elkaar, met 45 cm tussen de rijen.
  4. Stap 4: Aanaarden. Aard regelmatig aan wanneer de planten groeien. Dat doe je door de grond rondom de stengels omhoog te harken. Zo krijg je een groter gewas en bescherm je de planten tegen vorst. Bij het aanaarden wordt elke rij met 10 cm grond opgehoogd, waardoor de jonge stengels grotendeels bedekt worden met aarde. Dat kan je makkelijk doen met een hak of een aanaardploeg. Deze handeling herhaal je best nog een tweetal keren, telkens na 3 à 4 weken. Bij het aanaarden wordt de grond tussen de rijen gebruikt, waardoor er geulen ontstaan en de planten op ruggen groeien.
  5. Stap 5: Water geven. Geef tijdens droge perioden grondig water, liefst met regenwater uit de regenton. Bewater de aarde en houd het blad droog om het risico op ziektes te verminderen.
  6. Stap 6: Oogsten. Oogst vroege soorten aardappelen wanneer de bloemen openen en latere soorten wanneer ze groot genoeg zijn. Dit is ongeveer 2 of 3 maanden na het poten. Haal de aardappels op een droge dag omhoog en verspreid ze een paar uur over de grond om de schil af te harden.

Wanneer Aardappelen Poten?

De grond moet niet te koud of nat zijn voor het poten van aardappelen. Halverwege april is de grond voldoende opgewarmd en kun je verschillende soorten aardappelen poten. Wil je in februari of maart al beginnen met vroege soorten? Door het gebruik van vliesdoek of het poten onder glas kun je de teelt nog iets vervroegen. Als je late aardappelen wilt telen poot je deze tussen half april en half mei. Poot bij voorkeur zo vroeg mogelijk binnen de periode, in verband met de eerder genoemde aardappelziekte Phytophthora.

Aardappelrassen en hun Eigenschappen

Er zijn vroege, middelvroege, middellate en late aardappelen. Gelukkig zien we steeds vaker rassen die meer resistent zijn tegen Phytophthora. Op de foto hierboven zie je de Bleue d’Artois (midden), Escort (onder), Roseval (rozerood, bovenaan), Annabel (rechts), Frieslander (linksboven) en Kestrel (met paarse vlekjes, links). Voor elke gelegenheid is er dus wel een aardappel; Annabel en Roseval zijn erg geschikt voor bakken en salades, wat gladder, Escort en Frieslander zijn wat kruimiger en daardoor lekkerder voor stamppot maar ook als gewoon gekookte aardappel bij vlees en groenten. Bleue d’Artois is ook iets kruimig en omdat ze zo mooi paars blijft erg leuk in paarse aardappelsalade, gebakken maar ook een lilapaarse aardappelpuree.

Resistentie tegen Phytophthora

Zo bestel ik de laatste jaren alleen nog rassen die een hoog cijfer voor resistentie tegen phytophthora/aardappelziekte hebben, terwijl ik op ons volkstuincomplex nog vaak van mensen hoor dat ze bijvoorbeeld Doré’s of Eigenheimers telen, omdat ze dat nu eenmaal altijd doen en het een lekkere aardappel vinden. Oftewel; het loont echt de moeite om je er even in te verdiepen en een ras te kiezen dat een hoge mate van resistentie heeft; het kan in de zomer een grote teleurstelling voorkomen. Elk jaar komen er weer nieuwe rassen op de markt, en daarom kiezen we bijna elk jaar wel weer andere rassen die we eens willen proberen. En als we er plaats voor hebben kies ik ook graag nog wat aardappelen met een ‘leuk kleurtje’ voor een kleurrijke aardappelsalade, gekleurde soep of paarse puree.

Bloei en Grondsoort

Aardappelplanten kunnen ook bloeien (al doet niet elk ras dat ook echt elk jaar). Mocht je aardappelen in een siertuin willen poten, is het misschien leuk om bij je keuze op de bloemkleur te letten (geelschillige aardappelen geven vaak witte bloemen, roodschillige aardappelen geven vaak lilapaarse bloemen - uitzonderingen daargelaten). Hoewel aardappelen op alle grondsoorten gekweekt kunnen worden hebben ze een voorkeur voor een neutrale tot iets zure grond (de ideale pH voor kleigrond is 6 en voor zandgrond is 5). De vroegste rassen doen het heel goed op zandgrond omdat die grond in het voorjaar sneller opwarmt en minder nat blijft dan kleigrond. Middelvroege en latere rassen zouden het daarom beter doen op kleigrond, omdat die voedzaam is en langer/beter vochtig blijft in de zomer.

Bemesting

Aardappelen zijn redelijk gulzige planten maar de behoefte aan kalium (voor de ontwikkeling van de knollen) is relatief hoog ten opzichte van de behoefte aan stikstof (voor bladgroei). Samengevat; het beste resultaat geeft een matige algemene basisbemesting met een kleine tot gemiddelde hoeveelheid stikstof (afhankelijk van de algemene voedingstoestand van je grond) en een wat grotere extra kalibemesting halverwege de teelt. Op een zure zandgrond is het raadzaam om wat kalk te gebruiken want bij een te lage pH kan er magnesiumgebrek optreden; bladeren worden dan geel, terwijl de nerven groen blijven. Daardoor kan de plant te vroeg afsterven waardoor er minder aardappelen geoogst kunnen worden.

Maat van Pootaardappelen

Dit is een kleine maat. Dat betekent dat ze minder ogen heeft, en ze dus minder stengels zal maken. Dit is de grote maat pootaardappelen. Deze aardappelen hebben op hun grotere oppervlak meer ogen = meer stengels = meer aardappelen. Maar dei aardappelen zullen doorgaans dan ook wel iets kleiner van formaat zijn.

Aardappelmoeheid en Wisselteelt

Als je aardappelen een aantal jaren na elkaar op dezelfde plaats teelt, dan ontstaan er problemen, n.l. aardappelmoeheid. De remedie tegen aardappelmoeheid is wisselteelt, d.w.z. Een vruchtwisseling van minimaal 1 op 4 jaar is belangrijk om ziekten, plagen, aaltjes, Phytophthora en schimmels zoveel mogelijk te voorkomen.

Winterteelt van Aardappelen

Je kunt in de late winter in een onverwarmde kas aardappelen poten (in de grond, of in een pot die je later in het voorjaar buiten kunt zetten). De oogst valt dan rond juni. En dat kwam doordat ik geen pootaardappelen kon kopen en van iemand hoorde dat je aardappelen ook prima kunt stekken. Ik koos als stekmateriaal o.a. het ras Camillo, dat het cijfer 9 krijgt voor resistentie tegen Phytophthora. Afijn, ik gaf de planten in potten en zak in de nazomer en herfst nog regelmatig water, gaf begin september nog wat samengestelde bio moestuinvoeding, en ik sleepte dus op één na alle potten en zak de kas in toen de nachten kouder werden. Alles bij elkaar ruim 5 kilo van 6 stekken. Wat een leuke verrassing!

Aardappelen in Poten Kweken

Om zelf aardappels te telen heb je niet eens een groot stuk land nodig. Het kan prima in je eigen tuin, op je (dak-) terras en zelfs op je balkon. Neem een pot met genoeg ruimte: bijvoorbeeld de MM-mini. Die meet 30 bij 30 cm, is 20 cm diep en is groot genoeg voor 2 aardappelplanten. Vul dan de pot helemaal aan met vochtige mix en geeft eventueel nog wat water. Vergeleken daarmee is mijn oogst dus gigantisch: bijna 5 keer zo veel.

labels: #Aardappel

Zie ook: