Het leuke is: je hebt voor het telen van aardappelen geen grote tuin nodig.

Een hoekje in de tuin of een vierkante meter moestuin zijn al voldoende.

Op elk terras, ja zelfs op je platte dak of balkon kunnen aardappels groeien!

Met dit eenvoudige stappenplan krijg je dit jaar je lekkerste aardappeloogst ooit.

Benodigdheden

Vrijwel alle zakken en emmers die diep genoeg zijn, zijn geschikt.

Om aardappelen in een zak te kweken kun je echter ook een speciale aardappel-kweekzak of aardappel-groeizak kopen.

Die is meestal gemaakt van geweven kunststof.

Ook aardappelen kweken in een emmer behoort tot de mogelijkheden.

De set bevat 2 stevige, nylon geweven, buisvormige zakken in rustige, groene kleur.

De afmeting is ongeveer 40 cm doorsnee en 50 cm hoog, zodat een inhoud van 55 liter beschikbaar is.

Alles wat je nodig hebt is dit:

  • een bakje voor het voorkiemen
  • een vak van 30x30 cm met een luchtige, voedzame aardemix
  • vroege pootaardappels
  • een plek met minstens 6-8 uur zonlicht per dag

Stappenplan voor het Planten van Aardappelen in Zakken

  1. Voorbereiding van de grond:

    Bereid de grond ruim op tijd voor, liefst al in de herfst, zodat de aarde kan rusten.

    Spit diep, verwijder onkruid en grote stenen, en voeg veel organisch materiaal (zoals compost) toe.

    Kies een zonnige, beschutte plek.

    Aardappelen houden van een lichtzure bodem, dus vermijd plekken die onlangs gevoed zijn met kalk.

    Is je grond erg alkalisch? Teel je aardappelen dan in verhoogde bedden of bakken.

    En, heel belangrijk, verbouw aardappelen niet elk jaar op dezelfde plek.

  2. Voorkiemen van de aardappelen (optioneel):

    Als je je aardappelen voorkiemt, krijg je een vroegere oogst.

    Als je aardappelen voorkiemt, zullen ze al sneller uitgroeien tot een echte aardappelplant.

    Ben je het voorkiemen vergeten? Geen probleem, want de planten zullen alsnog gaan groeien.

    Je moet alleen iets meer geduld hebben voor je een grote plant hebt.

    Vul de kweekpotjes met aarde en poot in ieder kweekpotje een aardappel.

    Zet de potjes op een warme plek en laat de aardappelen uitlopen, tot ze groot genoeg zijn om over te zetten in de zak.

    Voor het voorkiemen heb je een laag bakje nodig, met eventueel wat keukenpapier om de aardappeltjes goed droog te houden.

    Kiem je voor meerdere vakken tegelijk, dan is een lege eierdoos heel handig.

    Op de aardappels zie je al verschillende 'ogen': sommige nog heel klein, andere al iets groter.

    Zet de aardappels rechtop in het bakje - met deze ogen naar boven.

    De uitlopers worden het sterkst bij een temperatuur tussen de 10°C en 15°C.

    Zet daarom het bakje op een lichte maar koele plek.

    Na 15 maart poot je de aardappels in je bak, mits de temperatuur boven de 8°C is.

    Pootaardappelen voorkiemen in een eierdoosje.

    Voorkiemen hoeft niet maar het is wel erg handig.

    Je weet dan zeker dat alle aardappelen die je gaat poten het goed doen.

    Ook kan je eventueel de beste pootaardappelen uitkiezen.

    Aardappelen met veel uitlopers maken mogelijk straks meer aardappelen.

    Ook aardappelen met lange en dikke uitlopers groeien vaak beter.

  3. De zak voorbereiden:

    Vouw de zak open en rol hem van binnen naar buiten een stukje op, zodat je makkelijk bij de bodem kunt.

    Prik met een schaar of scherp mesje gaatjes in de bodem van de zak.

    Zo kan, als je water hebt gegeven, het teveel aan water weglopen en voorkom je dat de aardappelen gaan rotten.

    Vul de zak eerst met een laagje hydrokorrels voor drainage, vervolgens met 15 cm (eventueel biologische) potgrond.

    De verstevigingsrand mag alvast aan de bovenzijde van de zak in de zoom worden geschoven.

    Vul dan de zak voor circa een derde met potgrond.

  4. Planten van de aardappelen:

    Vul de zak tot een hoogte van 10 à 15 cm met potgrond.

    Verdeel de aarde gelijkmatig over de bodem van de zak en duw de grond stevig aan.

  5. Meerlaags planten (optioneel, voor grotere zakken):

    Maak op vulhoogte, evenredig verdeeld over de omtrek, drie verticale sneetjes in de zijkant van de zak.

    Knip daarna de sneetjes kruislings open met een schaar.

    Verwijder eventueel de onderste blaadjes en haal de plantjes uit het potje.

    Leg het plantje op de aarde, met de wortelkluit naar het midden toe en steek het groene topje door een opening aan de zijkant van de zak, naar buiten.

    Leg op deze manier nog twee plantjes in de zak, met door iedere opening een groen topje.

    Schep nu op de plantjes weer een laag van 10 à 15 cm potgrond en druk de grond stevig aan.

    Maak op de nieuwe vulhoogte, op het midden van de vorige gaten, weer drie openingen in de zijkant van de zak.

    Leg in de rondte drie nieuwe plantjes op de aarde, met de wortelkluit weer naar het midden en het groene topje van binnen naar buiten door het gat.

    Schep hierna opnieuw een laag potgrond van 10 à 15 cm op de plantjes en druk de grond weer stevig aan.

    Herhaal, als de zak groot genoeg is, de vorige stap nog een keer.

    Daarna zitten alle 9 aardappelplantjes in de zak, verdeeld over 3 lagen.

    Controleer, voordat je de derde laag aanbrengt, of je de zak nog kunt tillen.

  6. Definitieve plaats en water geven:

    Zet de zak op zijn definitieve plaats en geef daarna de plantjes voldoende water.

    Giet het water bovenin op de aarde en sproei hierbij niet op het loof.

    Het is belangrijk dat je regelmatig water geeft, zodat de plant niet te droog of te nat komt te staan.

    De plant zal dan gelijkmatiger groeien.

    Aardappels houden niet van natte voeten.

    Gebruik je onze waterreservoirs, dan krijgen ze daardoor genoeg vocht en hoef je niet ook nog van bovenaf water te geven.

  7. Aanaarden:

    Vul de grond steeds aan tijdens de groei - dat heet aanaarden.

    Dit blijf je doen totdat de aardappelzak helemaal vol is.

    Aard regelmatig aan wanneer de planten groeien.

    Dat doe je door de grond rondom de stengels omhoog te harken.

    Zo krijg je een groter gewas en bescherm je de planten tegen vorst.

  8. Bemesting:

    Bemesting verbetert de opbrengst en kwaliteit van het gewas.

    Om mooie, grote aardappels aan te maken, hebben de planten veel voeding nodig.

    Daarom strooi je in deze tijd per vak 2 eetlepels MM-voeding aan de voet van de planten.

    De aardappelen in potten hebben wel wat extra mest nodig, maar doe dit gewoon als je gaat aanaarden.

    Zorg dan dat je bemeste moestuingrond gebruikt.

    Hier zit weer genoeg voeding in voor de aardappels om groot te worden.

    Mocht je ze op een andere manier willen bemesten, zorg er dan voor dat er genoeg kalium in de grond zit en niet te veel stikstof.

    Stikstof zorgt namelijk voor veel blad en dat wil je minder hebben.

    Kalium zorgt voor een goede knol en daar doen we het voor.

  9. Oogsten:

    Als het loof van de planten gaat verkleuren en lelijk wordt, zijn de aardappelen meestal goed om te oogsten.

    Schep de eerste laag aarde uit de zak en kijk wat er te voorschijn komt.

    Daarna kun je de zak het beste omkiepen, om ook de aardappelen in de lagen daaronder goed te kunnen oogsten.

    Aardappelen smaken nóg lekkerder als je ze zelf geoogst hebt.

    De eerste knollen zijn klaar als de bloemen beginnen te openen.

    Controleer de grootte door de grond voorzichtig weg te schrapen.

    Het oogsten van aardappels is altijd weer een verrassing.

    Je weet immers niet hoeveel aardappels er groeiden, hoe groot ze zijn en waar ze zitten.

    Vergelijk het maar met graaien in een grabbelton: superleuk 😀

    Om ze te vinden moet je het hele vak met mix doorzoeken.

    Dat gaat het makkelijkst als de mix een beetje droog en los is.

    Pas op dat je bij het oogsten de aardappels niet beschadigt, want dan kun je ze niet meer bewaren.

    Gebruik je toch een schepje, neem er dan eentje met een rond lemmet - zoals het MM-schepje van ons - en werk voorzichtig van buiten naar binnen.

    Haal na het oogsten alle plantenresten, wortels en ook de laatste mini-aardappeltjes uit de mix.

    Heb je dat gedaan, dan is het vak weer klaar voor een andere groente.

    Let op: vanwege de aardappelziekte, mag je aardappels nooit 2 jaar achter elkaar in dezelfde mix telen.

Extra Tips

  • Water geven bij aardappels:

    Aardappels houden niet van natte voeten.

    Gebruik je onze waterreservoirs, dan krijgen ze daardoor genoeg vocht en hoef je niet ook nog van bovenaf water te geven.

    Zodra je de eerste plantjes op ziet komen, weet je dat het goed gaat.

    Dan is het tijd voor het volgende level.

  • Steun de planten:

    Een aardappel maakt vaak meerdere uitlopers.

    Worden de planten groter, dan kun je ze wat steunen door er een rekje over te plaatsen.

Geschikte Aardappelrassen

Aardappels zijn er in allerlei soorten: verschillende kleuren, kruimige, vastkokende, ronde, ovale en ook vroege, middelvroege en late.

Die laatste worden vooral geteeld om te bewaren voor de winter.

Onze pootaardappels zijn de vroegste aardappels die vastkokend zijn.

Ze hebben een gladde, langwerpige vorm, een gele kleur en zijn superlekker.

Ideaal voor salades, om te bakken of voor in de airfryer.

Koken kan natuurlijk ook.

Wij leveren deze aardappels al vroeg: vanaf half februari.

In die tijd is het buiten vaak nog koud en nat, en heeft het weinig zin om ze dan al buiten te poten.

Daarom kiemen we ze tot half maart binnenshuis voor.

Zo krijgen ze al uitlopers, komen de planten eerder boven, en kun je ook eerder oogsten.

Voorbeeldras: Annabel

  • Soortnaam: Annabel
  • Familie: nachtschade
  • Aantal planten per vak: 2
  • Hoogte: 40 tot 60 cm
  • Voorkiemen: half februari tot half maart
  • Poottijd: half maart tot half mei
  • Pootdiepte: ongeveer 20 cm (op de bodem)
  • Oogsttijd: vanaf eind juni (na 90-110 dagen)
  • Opkomst: tussen de 7 en 21°C in 21 tot 35 dagen
  • Zonlicht: kan zowel in de zon als in de halfschaduw

Gemiddeld levert één vak aardappels 1,25 kg aardappels op.

Dat is 4x zoveel als bij een aardappelboer, want die oogst zo'n 3,5 kg per m2 🙂

Waarom Aardappelen in Zakken Kweken?

Aardappelen kweken in een zak gaat ongeveer hetzelfde als in de volle grond.

Alleen moet je zelf zorgen voor genoeg water en voeding.

Met andere woorden: een MM-mini, of een vak in een Makkelijke Moestuinbak, gevuld met Makkelijke Moestuinmix.

In deze perfecte aardemix is het kweken van aardappels echt super makkelijk.

Kweek je op een slechte kwaliteit (pot-)grond, dan is het al veel lastiger en zal het resultaat tegenvallen.

Als je maar weinig ruimte hebt, kies dan voor pootaardappelen die in kleine hoeveelheden verkocht worden.

Eén kilo is genoeg voor drie groeizakken.

Nog handiger: een vriend met een volkstuin die een paar pootaardappelen over heeft.

Aardappelen in je Dieet

Aardappels zijn een prima aanvulling op je dieet, zolang je ze met mate eet.

Liever niet elke dag, zo vers mogelijk en zelf bereid, en zonder al die vette toevoegingen.

En oh ja: de meeste vezels en vitamines zitten in de schil.

Gebruik dus vooral soorten met een dunne schil, die je gewoon mee kunt koken of bakken.

Belangrijke Opmerkingen

Let op: Eet aardappels nooit rauw, want dan zit er een stof in - solanine - waar je hoofdpijn of maagklachten van kunt krijgen.

Hetzelfde geldt voor aardappels die groene plekken hebben omdat ze een poosje boven de grond hebben gelegen.

Ze zijn makkelijk te telen en het oogsten is echt een feestje: super leuk om te doen.

Verder is het met onze app en materialen bijna onmogelijk om te falen 😉

PS: Er zit ook een nadeel aan aardappels

En dat is dat de planten vrij lang in je bak staan.

Bovendien kun je pas oogsten als de planten zelf al bijna weg zijn.

De laatste weken zit je dus tegen een rommeltje aan te kijken: ze worden geel, vallen om en sterven dan af.

labels: #Aardappel

Zie ook: