Aardappelen zijn een veelzijdige en geliefde groente die in veel gerechten gebruikt kan worden. Van simpel gekookte aardappelen tot friet, puree, stamppot, salades, stoofschotels en soepen, de mogelijkheden zijn eindeloos. In dit artikel geven we je uitgebreide tips voor het rooien van aardappelen in je moestuin, zodat je kunt genieten van een rijke en gezonde oogst.

Aardappelrassen en Planttijden

Er zijn vroege, middelvroege, middellate en late aardappelrassen. De keuze van het ras hangt af van je voorkeur en de omstandigheden in je tuin. Vroege en halfvroege rassen hebben de voorkeur omdat ze minder risico lopen op de aardappelziekte (Phytophthora infestans), vooral in vochtige klimaten. Bovendien kun je na de vroege oogst het vrijgekomen vak nog gebruiken voor andere gewassen zoals late stamsperzieboontjes, winterkolen, venkel, rucola, en meer.

Enkele populaire aardappelrassen zijn:

  • Annabel en Roseval: Geschikt voor bakken en salades.
  • Escort en Frieslander: Kruimiger, lekker voor stamppot en gekookte aardappelen.
  • Bleue d’Artois: Kruimig en paars, leuk voor kleurrijke aardappelsalade en puree.

Vroege aardappelen kunnen vanaf half maart worden gepoot, maar wees voorzichtig met vorst. Het gebruik van vliesdoek of poten onder glas kan de teelt vervroegen. Late aardappelen poot je tussen half april en half mei. Poot bij voorkeur zo vroeg mogelijk binnen deze periode om de kans op Phytophthora te verkleinen.

Voorkiemen van Pootaardappelen

Door de pootaardappelen uit te spreiden in bakjes en ze een paar weken op een koele en lichte plaats te zetten, kunnen de aardappelen al wat uitlopen op de ogen. Zelf leggen we (voor vroege en middelvroege aardappelen) zo rond half tot eind februari de aardappelen in de doosjes waarin je eieren koopt; zo ligt elke pootaardappel goed gescheiden van de rest, kan er voldoende licht bij en is er weinig kans op zweten of schimmel door vocht.

De ideale temperatuur daarbij is 10°C. Als je lange witte scheuten op je aardappelen krijgt, dan hebben de bakjes met pootaardappelen te warm en/of te donker gestaan. Het nadeel van die lange waterige scheuten is dat ze de pootaardappel veel energie kosten en ze breken heel gemakkelijk bij het poten.

Als je geen goede plaats hebt om de aardappelen te laten spruiten (dus volop licht zonder zon bij 10 graden) kun je overwegen om het voorkiemen over te slaan: een goed voorgekiemde pootaardappel heeft 2 weken voorsprong op het bovenkomen van de plant en de uiteindelijke oogst maar het heeft geen invloed op de uiteindelijke grootte van de oogst. Liever geen scheuten dan te lange, dunne en waterige scheuten.

De Juiste Grond en Bemesting

Aardappelen groeien het best op een neutrale tot licht zure grond (pH 6 voor kleigrond en pH 5 voor zandgrond). Vroege rassen doen het goed op zandgrond omdat die sneller opwarmt in het voorjaar. Middelvroege en latere rassen gedijen beter op kleigrond, omdat deze voedzaam is en langer vochtig blijft.

Aardappelen hebben een relatief hoge behoefte aan kalium voor de ontwikkeling van de knollen. In de winter kun je de grond bedekken met paardenmest met stro. In het voorjaar schuif je dit opzij en voeg je compost toe. Geef een kleine hoeveelheid samengestelde organische meststof bij het poten. Als de aardappelen bovengronds komen, leg je de paardenmest met stro weer terug tussen de planten als mulchlaag.

Teveel stikstof kan leiden tot veel loof en weinig/kleine aardappelen, en verhoogt de kans op Phytophthora en aantasting door de coloradokever. Een matige basisbemesting met een kleine hoeveelheid stikstof en een grotere kalibemesting halverwege de teelt geeft het beste resultaat.

Aardappelen Pooten

Vroege aardappels: tussen half maart en half april. Half maart planten is echter niet mogelijk op zware gronden gezien die vaak nog veel te nat zijn. Samengevat: eigenlijk kunnen alle soorten pootaardappels in april geplant worden. Het beste is echter om zo vroeg mogelijk binnen de periode van de aardappelsoort te planten omwille van het gevaar van de aardappelziekte.

Vroege aardappelsoorten vormen minder loof en kunnen daardoor dichter bij elkaar geplant worden. Vroege aardappelen zet je op 35 cm van elkaar en op een rijafstand van 60 cm. Het planten zelf doe ik met een spade. Op één lijn maak ik de gaten naast elkaar op een diepte van 15 cm. Als je ondieper plant, vallen de planten gemakkelijk om als ze groot zijn en komen de aardappels snel boven de grond te liggen tijdens de groei. Bij de volgende rij vul je de gaten met de grond die je uitschept om nieuwe gaten in de tweede rij te maken.

Tip: Plant de pootaardappelen met de kiemen omhoog, zo zullen ze mooi uitgroeien naar het licht.

Aanaarden

Zodra het eerste loof boven de grond uitkomt, is het verstandig om de grond aan te aarden. Je vermijdt dat aardappels bovengronds komen te liggen en groen worden. Aanaarden doe je door tussen de rijen aardappelplanten met een hak de grond vlak bij de planten te brengen.

Aanaarden doe je best in twee keer: de eerste keer als de planten 10 cm zijn en nog een keer als ze 20 cm zijn. Wordt er nog nachtvorst voorspeld, kan je met aanaarden zelfs het loof terug onder de grond stoppen. Of je kan de aardappelen beschermen met klimaatdoek.

Aardappelen Kweken in een Zak

Een lege zak van potgrond maar ook een grote containerpot kan dienstdoen om aardappels te kweken. Er zijn ook speciale aardappel-groeizakken (aardappel-kweekzak) op de markt, deze zijn gemaakt van een geweven kunststof. Aardappel kweken in een zak is eenvoudig en gelijkaardig als in volle grond.

Je begint met voorkiemen van de aardappels zoals hierboven beschreven. Je poot per zak één tot maximum 3 pootaardappels, afhankelijk van de diameter van de kweekzak. Naarmate de plant groeit, kan je potgrond toevoegen. Water geven doe je best met mate, afhankelijk van de seizoen en de plaats waar de zak staat. Als je voldoende wormenmest gebruikt hebt, hoef je niets meer bij te mesten tijdens het groeiseizoen.

De Oogst

De periode van het oogsten van aardappelen verschilt een beetje per periode dat je ze hebt gepoot. Want er zijn zoveel verschillende rassen. Vroege, middelvroeg en late rassen. Dit staat dus voor wanneer ze te poten zijn in de volle grond of in een pot maar ook te oogsten. Check dus bij aanschaf het ras zodat je hier meer informatie over op kan zoeken.

De algemene periode van het rooien van aardappelen is: vroege/ middelvroeg oogst je in juli of begin augustus. Later rassen rooi je in september tot oktober.

Het juiste moment van oogsten is cruciaal. Vroege rassen kunnen al 50-60 dagen na het planten worden geoogst, zodra de plant begint te bloeien en de knollen groot genoeg zijn. Middenvroege rassen hebben ongeveer 90-100 dagen nodig, en late rassen 120-150 dagen. Wacht bij late rassen tot het loof volledig is afgestorven.

Tekenen dat je aardappelen klaar zijn om te oogsten:

  • De plant begint te bloeien.
  • Het loof vergeelt en verwelkt.
  • De bovengrondse plant is afgestorven.

Kies een droge, zonnige dag voor de oogst. Gebruik een spitvork en werk van buiten naar binnen om de knollen niet te beschadigen. Laat de aardappelen na het oogsten op een droge, luchtige plek drogen.

Bewaren van Aardappelen

Aardappelen kun je gemakkelijk nog een lange tijd bewaren nadat je ze hebt geoogst. Nadat je de aardappelen hebt geoogst is het goed om ze eerst goed te laten drogen op een droge en koele plek. Draai ze af en toe of leg ze op een rooster. Zodra ze droog zijn kun je in een bak of zak afgedekt maar wel luchtig en donker bewaren.

Bewaar aardappelen donker, koel (rond 4-8 °C) en droog, bijvoorbeeld in een houten kist of juten zak. Een goede ventilatie is belangrijk om rotting te voorkomen. Controleer regelmatig op aangetaste knollen en verwijder deze. Voorkom dat de aardappelen aan licht worden blootgesteld, omdat ze dan groen worden en giftig solanine produceren.

Ziekten en Plagen

Enkele veelvoorkomende problemen bij aardappelen zijn:

  • Phytophthora (aardappelziekte): Veroorzaakt bruine plekken op bladeren en stengels, en kan de knollen aantasten. Verwijder aangetaste planten direct en plant resistente rassen.
  • Schurft: Verkurkte, ruwe plekken op de knollen. Vermijd bekalking en zorg voor een goede vochtvoorziening.
  • Coloradokever: Zowel de kevers als larven eten de bladeren van de aardappelplant.
  • Ritnaalden: Larven van de kniptor die gangen in de knollen vreten.

Een vruchtwisseling van minimaal 1 op 4 jaar is belangrijk om ziekten en plagen te voorkomen.

Tabel: Aardappelrassen en Eigenschappen

Aardappelras Type Geschiktheid Resistentie tegen Phytophthora (Loof/Knol)
Annabel Vroeg Bakken, Salades -
Roseval Vroeg Bakken, Salades 3/4
Frieslander Middelvroeg Stamppot, Koken -
Escort Middelvroeg Stamppot, Koken -
Bleue d'Artois Middelvroeg Aardappelsalade, Puree -
Vitabella Nieuw ras Algemeen Hoog
Camillo Nieuw ras Algemeen Hoog
Carolus Nieuw ras Algemeen Hoog

labels: #Aardappel

Zie ook: