Agaatslakken, ook bekend als Afrikaanse reuzenslakken, zijn interessante weekdieren die een flink formaat kunnen bereiken. Ze zijn vooral in de schemer en nacht actief, zijn boeiend om naar te kijken en vrij eenvoudig te verzorgen. Agaatslakken (familie Achatinidae) zijn landslakken die van oorsprong uit Afrika komen. Ze zijn als huisdier ook bekend onder de naam ‘Afrikaanse reuzenslak’.
Agaatslakken als huisdier
Steeds meer mensen kiezen ervoor om Afrikaanse reuzenslakken als huisdier te houden. Agaatslakken zijn leuke huisdieren ook voor kinderen. De slakken zijn makkelijk te houden en hebben niet veel ruimte nodig. Door de verzorging van de slakken ontwikkelen kinderen net als met andere huisdieren hun verantwoordelijkheidsgevoel.
Agaatslakken kunnen alleen of met meer slakken tegelijk gehuisvest worden. Wilt u meerdere slakken in een verblijf zetten, kies dan wel slakken van dezelfde soort en van ongeveer gelijk formaat.
Huisvesting
Geef de dieren een ruim terrarium. Deze grote slakken hebben een terrarium nodig van plusminus 50 x 30 x 30cm voor 3 slakken. Op de bodem komt een laag van 5 tot 10cm niet bemeste aarde, zaai- en stekgrond. Bark is een goed alternatief omdat dit goed vocht vasthoud zodat je wat minder hoeft te sproeien. Zet er een ruime waterbak in. Ze vinden het fijn om een ‘’bad” te nemen en drinken er ook uit.
Als verblijf zijn er verschillende mogelijkheden. Slakken kunnen gehouden worden in een terrarium, een aquarium of een plastic bak. Een plastic (opberg-)bak is goedkoop en gemakkelijk schoon te maken, en ook goed af te sluiten. Er moeten gaten in het deksel en eventueel in de zijkant gemaakt worden voor frisse lucht of een deel moet vervangen worden door metaalgaas. Het deksel moet goed vast zitten, want grote slakken kunnen het anders wegduwen. Een nadeel van plastic is dat men er niet goed doorheen kan kijken.
Een aquariumbak kan ook gebruikt worden. Daarbij is het belangrijk dat er een goed passend deksel op de bovenkant wordt gemaakt zodat de slakken niet kunnen ontsnappen en de luchtvochtigheid hoog genoeg blijft. Een deksel kan bijvoorbeeld gemaakt worden van glasplaten met een deel gaas of een plaat plexiglas waar gaten in geboord zijn. Hout is minder geschikt omdat het kan gaan rotten door de hoge vochtigheid. Een terrarium is goed geschikt als slakkenverblijf. Er zitten doorgaans al ventilatiestroken in en het is verder goed afgesloten zodat het vocht in het terrarium blijft.
Het formaat van het verblijf hangt uiteraard af van de hoeveelheid slakken die u wilt huisvesten en hoe groot de soort van uw keuze wordt. Als het verblijf te vol is, zullen de slakken minder goed groeien en wordt het snel vies. Voor 2 tot 4 slakken is een formaat van 60x30x30 (lxbxh) een goede maat. Voor volwassen slakken van grote soorten als Achatina achatina is 80 x 40 voor 2 of 3 dieren beter geschikt.
Op de bodem van het verblijf moet een laag bodemmateriaal worden aangebracht die goed vocht vasthoudt, niet te veel klontert en waarin de slakken kunnen graven. Te zuur materiaal is niet geschikt want dit is ongezond voor de slakken. Bovendien tast zuur de beschermlaag over de schelp aan. Kies daarom een bodembedekking met een pH (zuurgraad) van minimaal 7. Het materiaal mag niet bewerkt zijn met bestrijdingsmiddelen of kunstmest die de slakken kan schaden. Geschikte materialen zijn kokosvezel, terrariumaarde, andere aarde of potgrond zonder meststoffen, leemzand of kleine, deels vergane pijnboomschorssnippers. Verse schors laat zuren vrijkomen en is daarom niet geschikt. Om de zuurgraad te verhogen kan de bodembedekking gemengd worden met wat voederkalk.
Zorg voor wat schuilplekken in het verblijf, zoals stukken boomschors, stronken, sphagnum mos of plastic bloempotten die op hun zij liggen. Wortelstokken of wijnranken kunnen dienst doen als decoratie en om op te klimmen. Zet ze stevig vast. Pas op met het gebruik van stenen. Een kalksteen kan handig zijn omdat de dieren daar ook van kunnen eten, maar zet die zo neer dat een slak die tegen het deksel klimt en valt, er niet bovenop terecht kan komen en zich kan beschadigen. Planten worden vaak opgegeten. Kunstplanten kunnen wel gebruikt worden om de bak mooier te maken en eventueel als schuilplek te dienen. Ook deze moeten stevig staan, voor het geval de slakken er inklimmen.
Het verblijf moet verwarmd worden. Dat kan het beste worden gedaan met een warmtematje met thermostaat, aangebracht langs de zijkant of achterkant van het verblijf. Warmtekabels zijn eventueel ook geschikt. Verwarm de bak niet van onderaf, want slakken kruipen juist in de bodem als ze het te warm vinden. Bovendien droogt het bodemmateriaal dan sneller uit. Let op of het materiaal van het verblijf wel tegen de warmte kan en of het de warmte goed doorlaat; dik plastic isoleert soms goed en dan is de verwarming niet effectief. In dat geval kan men gaten in de zijwand maken die de warmte beter doorlaten. Een warmtelamp kan eventueel ook gebruikt worden bij grote terraria, maar scherm deze dan goed af zodat de slakken nooit bij de lamp kunnen komen en zich kunnen branden.
Temperatuur en luchtvochtigheid
Zorg ervoor dat de temperatuur niet onder de 20 graden komt, het lekkerste vinden ze het rond de 26 graden. Dan krijg je regelmatig eitjes en jonge slakjes. Als het terrarium op een warme plaats in huis staat (tussen 20 en 25¤C) is extra verwarming niet nodig. Als het terrarium op een koelere plaats staat is een warmte mat onder een deel van het terrarium verstandig(maximaal ¾ van het terrarium, houdt er dan rekening mee dat op de plaats waar de warmte mat onder het terrarium ligt de bodembedekking niet meer dan een paar cm mag bedragen om te voorkomen dat het glas van de bodem van het terrarium barst). Omdat de dieren op de bodem van het oerwoud leven is verlichting in de bak niet nodig en zelfs gevaarlijk. De dieren kunnen er zich aan branden.
Slakken hebben een vochtige omgeving nodig. Om de luchtvochtigheid op peil te houden moet dagelijks gesproeid worden met lauw water. Te veel vocht is ook niet goed, een aantal soorten kan minder goed tegen een erg natte bodem, zoals A. fulica. Zorg daarom dat er geen plassen komen te staan.
Voor Achatina fulica is een temperatuur van 22-26 graden Celsius geschikt voor overdag. ’s Nachts mag de temperatuur wat dalen, maar niet lager dan 20 graden. Voor de meeste andere Oostafrikaanse slakken van het geslacht Achatina, zoals A. reticulata, A. albopicta en A. immaculata, is een iets hogere dagtemperatuur van rond 25 graden aan te raden met een nachttemperatuur van tenminste 22 graden. Achatina zanzibarica wil het nog iets warmer: 25 tot 28 graden overdag, in de nacht liefst niet kouder dan 22 graden. Houd voor de Westafrikaanse Achatina achatina een temperatuur van 25 tot 28 graden aan en laat de temperatuur ’s nachts niet te veel zakken. Archachatina soorten houden meestal ook van wat hogere temperaturen: Archachatina marginata en ook veel andere Archachatina soorten doen het goed bij temperaturen tussen 26 en 28 graden.
Verzorging
Het is verstandig om elke dag de groente en het water te verversen, het terrarium te sproeien en de poep weg te halen. Mocht je een dag weinig tijd hebben dan is het niet erg om de poep te laten liggen. 1of 2 keer per week de ruitjes met een nat stuk keukenrol schoonmaken.
Voeding
De beste voeding voor de reuzenslakken bestaat uit groenten en fruit. Daarnaast is het ook noodzakelijk af en toe wat proteïnerijk dierlijk voedsel te geven, de hoeveelheid hangt af van de soort en behoefte van de reuzenslak. Wij geven voornamelijk gedroogde vlokreeftjes (gammarus), een uitstekende aanvulling.
Groenten
Niet alle soorten groenten zijn even geschikt als voer voor de Reuzenslakken / Agaatslakken. Hieronder vind je een overzicht van wat wij bij de Slakkenshop aan onze dieren geven. Ook enkele tips over wat je de slakken zeker niet mag geven en hoe je de reuzenslakken extra kan verwennen.
- Courgette
- Pompoen
- Paprika
- Aubergine
- Mais
- Wortel
- Komkommer
- Tomaat en sla, andijvie, kool, kiemgroenten, witlof en niet te vergeten zoete aardappel
- Paddenstoelen en natuurlijk de vers geplukte bladeren van de paardenbloemen
- Erwten, sperziebonen en snijbonen
Wij gaan altijd voor biologisch. Veel van de groenten en het fruit kweken wij zelf. Zorg dat groenten en fruit uit de supermarkt goed wordt gewassen en geschild om problemen met restanten van bestrijdingsmiddelen te voorkomen.
Fruit
- Appel
- Banaan
- Peer
- Pruimen
- Mango
- Meloen
- Aardbeien (uitsluitend uit eigen tuin)
En verder, gewoon proberen wat ze lekker vinden.
Sepia
Zorg dat er altijd sepia in het terrarium ligt zodat de slakken dit naar behoefte kunnen nemen. Sepia is van belang voor de algehele gezondheid en groei en voor de opbouw van het slakkenhuis.
Extra's
In onze slakkenshop zijn enkele aanvullende voedselproducten te vinden. Slakken hebben ook behoefte aan dierlijke proteïne zoals bijvoorbeeld gammarus. Deze dienen als extra naast het gewone groente en fruit menu.
Wat geven wij onze slakken niet!
Ongewassen groente en fruit uit de supermarkt of van de groenteman.
De voeding van Agaatslakken bestaat hoofdzakelijk uit groenten zoals andijvie, verschillende sla soorten, witlof, komkommer, tomaat en courgette. In de zomer kan ook paardebloem, klaver enz. worden gegeven. Het is vaak proberen wat ze lekker vinden(laat het groenvoer niet langer dan een dag in het verblijf liggen, je hebt namelijk zo fruitvliegjes in je terrarium). Je kunt kippenlegkorrels geven. Ze groeien hierdoor goed. De dieren hebben een constant aanbod van calcium nodig voor het opbouwen van hun huisje. Je kunt b.v. 1 keer per week een schaaltje met geweekte hondenbrokken van goede kwaliteit of legkorrels voor kippen geven. Ze schijnen hierdoor sneller te groeien.
Voortplanting
De voortplanting bij Agaatslakken gaat heel eenvoudig als je de dieren goed verzorgd. Agaatslakken zijn tweeslachtige, dat wil zeggen dat ze zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. Ze kunnen zichzelf niet bevruchten, om jongen te krijgen zijn minimaal twee slakken nodig. Tijdens de paring waarbij de slakken aan elkaar gekleefd lijken, wordt er een pakketje met zaadcellen in de nek van de partner ‘’geschoten’’. Je kunt dit zien als een wit slijmerig ‘’pijltje’’ de zogenaamde love dart.
Als de Agaatslak eieren gaat leggen graaft ze zich in en blijft daar ongeveer 24 uur totdat alle eieren zijn gelegd. Ze kunnen tussen de 10 en 200 eieren per keer leggen. Hoe groter ze zijn hoe meer eieren ze leggen. De eieren zijn doorzichtig en 4mm groot en komen meestal na twee of drie weken uit. Onder echt vochtige en warme temperaturen komen de eieren al na 8 dagen uit. Als de jongen worden geboren blijven ze nog ongeveer een week onder de grond, ze eten dan hun eierschaal op wat hun huisje versterkt.
Problemen en ziekten
Hierover is weinig tot niets bekend. Soms gebeurd het dat een slak zich terug trekt in zijn huisje en dat er een vlies over de onderkant van het huisje zit. Dit komt doordat de temperatuur te laag en/of het terrarium te droog is. Je kunt dit oplossen door de omstandigheden te verbeteren. Om de slak weer wakker te krijgen moet je hem in een schoteltje lauw water leggen, na een uurtje is de slak hopelijk weer wakker. Sproei het terrarium dan vaker en zorg voor een hogere temperatuur. Een goede hygiëne is de beste remedie om de dieren gezond te houden. Wees voorzichtig bij het oppakken van de slakken die nog groeien. Aan de rechtervoorkant is het slakkenhuis zacht dit is het groeipunt. Als dat beschadigt vergroeid het slakkenhuis. Mocht een slak vallen en er zit een barst of gat in het slakkenhuis, dan groeit dit meestal snel weer dicht.
Verschillende soorten Afrikaanse reuzenslakken
Een aantal soorten, vooral Achatina fulica, zijn via introductie door de mens over meerdere werelddelen verspreid. Ze werden ingevoerd om te kweken voor het vlees, maar na ontsnapping of loslaten van de dieren hebben ze zich in een aantal tropische en subtropische gebieden tot plaag ontwikkeld. Deze soort kan tot ongeveer 30 centimeter lang worden, met een schelplengte tot soms wel 20 centimeter, en kan flinke schade aan gewassen toebrengen. In Nederland worden vooral soorten van de geslachten Achatina en Archachatina gehouden.
Achatina fulica
Achatina fulica is de meest bekende en meest wijdverspreide agaatslak. Van oorsprong komt hij uit Oost-Afrika (Kenya, Tanzania) maar inmiddels komt hij ook voor in andere delen van Afrika, Zuid- en Midden-Amerika, Azië en Australië. A. fulica heeft een vrij lange, puntige schelp. Deze is lichtgeel tot bruin met daarop donkere strepen of tekeningen. Bij volwassen dieren ligt de gemiddelde schelplengte tussen 10 en 18 centimeter (cm). Het lijf van de slak varieert van grijs tot bruin, met een donkere aalstreep midden over de rug. Er bestaan drie varianten, waarbij A. fulica var. hamillei waarschijnlijk de variant is waarvan de dieren in gevangenschap afstammen. Hiervan komt in de natuur ook een deel-albino vorm voor: A. fulica var. hamillei f. rodatzi. Er komen in gevangenschap ook andere albino-varianten voor.
Achatina reticulata
Achatina reticulata komt uit Oost-Afrika. Zijn schelp is slank en gemiddeld 15 tot 17 centimeter lang maar hij kan soms wel 20 centimeter lang worden. De schelp is bij volwassen dieren ruw geribbeld, beige gekleurd met donkerbruine of roodbruine vlekken en strepen. Het lijf is bruingrijs tot beige met een donkerdere kop, of in albinovorm geelwit gekleurd. Deze soort groeit snel.
Achatina immaculata
Van Achatina immaculata komen verschillende typen voor. De meest voorkomende zijn A. immaculata immaculata en A. immaculata panthera, ook wel A. panthera genoemd. A. immaculata immaculata heeft een schelp van zo’n 10-16 cm lang, variabel uiterlijk meestal lichte ondergrond met brede donkerbruine strepen die op de laatste winding zo breed zijn dat ze bijna aan elkaar aansluiten. A. immaculata panthera is even lang maar is slanker en smaller. De schelp heeft meestal een beige tot lichtbruine ondergrond met bruine, onregelmatige en soms vlamachtige strepen maar er bestaan ook geheel bruine varianten of juist duidelijk gestreepte vormen. Ook bestaat er een A. immaculata ‘two-tones’, waarvan de schelp twee kleur-delen heeft: van de laatste winding is de eerste helft rood-bruin, de helft die het dichtst bij de opening zit is wit-geel gekleurd. Bij alle vormen van A. immaculata is de binnenste rand van de schelp-opening (de columella) rood of rose-rood.
Achatina achatina
De grootste landslak ter wereld is Achatina achatina. Hij komt uit regenwouden en vochtige bosgronden in West-Afrika. Zijn schelp is gemiddeld 18 tot 22 cm lang maar kan tot wel 27 cm lang worden. De schelp is puntig en heeft een erg grote laatste winding. De grondkleur is geel tot oranjegeel met een aftekening van kastanjebruine tot donkerbruine, bijna zwarte zigzag strepen. Het lijf varieert van licht grijsbruin tot zwart. Bij lichtgekleurde dieren is een aalstreep zichtbaar op de rug. Op de staart heeft hij als enige Achatina soort een V-vormige, donkergekleurde verhoging. Aan de zijkant van de voet (de zoom) heeft de slak een netvormige, donkergekleurde aftekening van dunne lijnen. Achatina achatina wordt ook wel ‘tijgerslak’ genoemd.
Archachatina marginata
De meest gehouden soort van het geslacht Archachatina is Archachatina marginata. Deze komt uit West-Afrika. Er bestaan diverse varianten die verschillen in formaat of kleurdetails. A. marginata var. marginata heeft een grote, brede schelp tot ongeveer 18 centimeter lang. De top is stomp, de opening breed. De grondkleur is creme-geel tot lichtbruin met daarop donkerbruine strepen en vlekken. De top is geel of rose. De columella is blauwachtig wit. A. marginata var. Van beide bestaan ook verschillende albino vormen: met een albino huisje (beige tot goudkleurig) en een normaal gekleurd lijf, of met een wit of cremewit lijf en een normaal gekleurd huisje. Daarnaast bestaan nog de wat kleinere en slankere vorm A. marginata var. suturalis, die tot ongeveer 13 centimeter lang wordt, en een dwergvorm A. marginata var.
Afrikaanse Reuzenslak als Voedsel
Tegelijkertijd worden de agaatslakken gezien als een voortreffelijke aanvulling op het lokale menu. Maar ook in Europa zal menig slakkenliefhebber wel eens een stukje van een Afrikaans reuzenslak hebben gegeten. Het blijkt dat deze slak, en dan met name de Achatina fulica wordt verwerkt in allerlei gerechten met slakken als ingredient. Kijk maar eens goed op de verpakking en speur naar het woord Achatina.
Soorten slakken in gerechten
De Keuringsdienst heeft verschillende slakken in blik en ovenverpakking bekeken met slakkenbioloog Menno Schilthuizen. Hieronder lees je welke soorten Menno ontdekte.
- Wijngaardslak (Helix Pomatia): In één blikje vond Menno de wijngaardslak. Het is de bekendste en meest exclusieve slakkensoort. De wijngaardslak is ook wel bekend onder zijn Franse naam, de Escargot de Bourgogne.
- Segrijnslak (Cornu Aspersum): Ook trof bioloog Menno Schilthuizen een segrijnslak aan. Dat is de slak die we normaal gesproken tegenkomen in de achtertuin. Deze slak komt in heel Europa voor en wordt ook veel gegeten. Als consumptieslak is hij vooral bekend onder z’n Franse naam: de Petit Gris.
- Turkse slak (Helix Locorum): De Turkse slak is naast de wijngaardslak ook een veel gegeten slak. Zoals z’n naam doet vermoeden, komt deze slak oorspronkelijk uit Turkije en het gebied rond de zwarte zee.
- Afrikaanse reuzenslak (Achatina Fulica): Alhoewel de reuzenslak op geen enkele verpakking stond afgebeeld, vond Menno hem wel in de meeste blikjes en ovenmaaltijden. Meestal stond hij wel als “achatina fulica” gedeclareerd in de ingrediëntenlijst.
De reuzenslak kan wel 20 centimeter groot worden en heeft een hoornvormig huisje. Oorspronkelijk komt de slak uit Afrika, maar hij wordt inmiddels ook gekweekt in Indonesie en Oost-Europa. Niet alleen voor zijn vlees, maar ook voor zijn slijm, dat in cosmetica wordt gebruikt.
Voorbereiding en recepten
Slakken kan je niet rapen en gelijk eten. Het vergt enige voorbereiding om de slakken geschikt te maken voor consumptie. Speciale voeding en behandeling in de dagen voor consumptie. De manier waarop de slakken worden bereid bepaald voor een groot gedeelte de smaak.
Escargots: Voedsel van de toekomst?
Escargots, caloriearm, bomvol eiwit, calcium, ijzer en mineralen. Als er duurzaam, biologisch en dus ambachtelijk gewerkt wordt is er ook in het kweekproces nauwelijks tot geen belasting voor het milieu. Gezond voedsel met een minimale milieubelasting, escargots zijn dus een ware superfood.
De Slakkenfluisteraar
Soms kan je behoefte hebben aan een deskundig advies over slakken in je tuin. Het kan ook zijn dat je een Afrikaanse reuzenslak als huisdier hebt maar niet goed weet hoe deze te verzorgen. Dan kan je je altijd nog richten tot de slakkenfluisteraar voor een serieus gesprek en advies.
labels:
Zie ook:
- Zuid Afrikaanse BBQ: Authentieke Recepten & Tips
- Makkelijke Afrikaanse Recepten: Snel & Authentiek!
- Noord Afrikaanse Stoofpot: Authentieke Recepten & Tips
- Zuid-Afrikaanse Recepten: Ontdek de Smaken van Zuid-Afrika!
- Kun Je Courgette Rauw Eten? Ontdek De Feiten En Gezondheidsvoordelen!
- Ontdek Gezonde Vetten Recepten: Heerlijk, Voedzaam & Makkelijk te Maken!




