Brabant, mijn geliefde Noord-Brabant, waar ik thuis ben maar waar ondertussen nog zoveel te ontdekken valt. Nu we allemaal dichter bij huis blijven vinden we bijzondere plekken die anders onopgemerkt zouden blijven. Voor deze reis bleef ik dan ook écht dicht bij huis, en werd alsnog compleet verrast.

1. Tilburg: Een stedelijke start

De eerste stop van onze roadtrip is Tilburg. Het is een prachtige zomerdag, een van de eerste écht mooie zomerdagen die we dit jaar hebben. En wat doe je als het warm is in Nederland? Precies, dan zoek je het water op. We besluiten te gaan lunchen in de Tilburgse Piushaven, een plek die een aantal jaar geleden een complete metamorfose kreeg. Er zitten tegenwoordig zoveel leuke restaurants aan het water dat het nog lastig kiezen is. We gaan voor het terras van RAK, met een kleurrijk terras en bankjes aan het water. Er peddelen mensen voorbij op sup’s en bootjes komen en gaan. Een stukje verderop wordt in het gras langs het water gepicknickt. Het barst er letterlijk van de gezelligheid. De Piushaven is zeker geen geheimtip in Tilburg, maar ligt wel net buiten het (winkel)centrum. We wandelen door het centrum via de mooiste straatjes die Tilburg rijk is: de Tuinstraat, Willem II Straat en chillen even in de Helga Deentuin. In niets lijkt Tilburg nog op de studentenstad die het 15 jaar geleden was. De hippe koffiententjescultuur is ook hier springlevend.

Tip: Een heel bijzonder ijsje haal je bij Friandries Chocolaterie in de Willem II Straat. Geen standaard smaken, eerder smaaksensaties en verrassende combinaties. Daarnaast kun je hier bonbons kopen die eruit zien als kleine kunstwerkjes.

2. De Spoorzone: Historie en moderniteit

Tilburg heeft een verre geschiedenis als het gaat om treinen. Van 1868 tot 2011 werd op een terrein rondom het station van Tilburg namelijk aan treinen gesleuteld. Nadat deze zogenaamd ‘Spoorzone’ werd overgenomen door de gemeente heeft het een complete transformatie doorgemaakt. Hét hoogtepunt van de Spoorzone is de LocHal - dat je uitspreekt als lok-hal. Het is de absolute smaakmaker van dit terrein. De LocHal is een voormalige fabriekshal (uit 1932) die vroeger dienst deed als locomotiefhal. Hier werden reparaties aan locomotieven uitgevoerd. Tegenwoordig is het een bibliotheek, expositieruimte en café. Voor iedereen die houdt van architectuur, design of fotografie is het een plek die je niet mag missen. De LocHal is heel tof om doorheen te wandelen - het gebouw is vrij toegankelijk. De ruimte is gigantisch hoog en wordt met een indrukwekkende stalen constructie overeind gehouden. Hoe oud ook vanbuiten, vanbinnen is de LocHal vooral modern. Er zijn flexwerkplekken te vinden, de koffiebar wordt gebruikt voor meetings en er worden exposities gehouden. Neem zeker ruim de tijd voor de Spoorzone.

Tip: tegenover de LocHal vind je Eetbar de Wagon, twee oude treinwagons waar je kunt ontbijten, lunchen, borrelen en dineren. Het is een van de meest originele restaurants van Tilburg.

3. Spoorpark: Groen en vermaak

Aan de meest westelijke zijde van de Spoorzone ligt sinds de zomer van 2019 nóg een unieke plek: het Spoorpark. Het voormalig Van Gend en Loosterrein werd aangekocht door de gemeente met als doel om er “een combinatie van groen en leisure” van te maken. Uiteindelijk werden burgers ingeschakeld om met ideeën te komen en is het Spoorpark het resultaat van de waanzinnig goede plannen die zij hadden. Het Tilburgse Spoorpark is een plek die je zelf een keer moet gaan ervaren, bij voorkeur als de zon schijnt. Het is niet alleen een plek om met vrienden bij elkaar te komen en te genieten van een picknick, maar nog zoveel meer. Het letterlijke hoogtepunt is de Kempentoren, waarvan de naam verwijst naar de Kempen, grofweg de natuur tussen Tilburg en Eindhoven in. Vanaf de top van de toren, op ruim 30 meter hoogte, kun je écht ver kijken. Zeker op een heldere dag. Een kenner naast me wijst me op het stadhuis van Den Bosch en de scheve spits van de toren van Hilvarenbeek. Iets dichterbij ontdek ik zelf de Tilburgse Watertoren waar ik ooit vlakbij woonde. Wil je de toren overigens op, dan betaal je 1,50 euro per persoon. Aan de rand van het Spoorpark ligt de Stadscamping Tilburg en dat is een unieke plek om te overnachten. Je kunt zelf je tentje meenemen of een tipi boeken (en er wordt overigens ook gewerkt aan nieuwe accommodaties in oude wagons). Er is plaats voor 20 gasten. Het bijzondere aan deze camping is dat je midden in de stad zit, en ook nog eens midden in levendig park waar van alles te doen is. Na het beklimmen van de Kempentoren en een wandeling door het park ploffen we neer bij het T-Huis, qua architectuur en inrichting echt een parel om te zien. We nemen een huisgemaakte limonade en zien vooral veel mensen genieten van eigenlijk alles dat het park te bieden heeft. Er is een fontein voor de kids, een soort blotenvoetenpad, een skate-baan en heel veel leuke plekjes om te zitten en chillen.

4. Camping Petit013: Rust in de natuur

Op een mooie zomerdag als deze wil je maar één ding: zo lang mogelijk buiten blijven. Begin juli zijn de dagen lekker lang en met een ondergaande zon is dat echt genieten. We rijden naar Camping Petit013, een mini-camping waarvan de naam verwijst naar het netnummer van Tilburg. We worden gastvrij ontvangen op z’n Brabants: eigenaresse Marion trakteert ons meteen op een Schrobbelèrtje. Ze laat ons onze staanplaats zien én we krijgen de sleutel van het privé sanitair. Haar man Arjo bouwde namelijk voor bijna iedere staanplaats een eigen badkamer met douche, toilet en wastafel die je kunt afsluiten. In een periode waarin vakanties deels worden gedomineerd door een virus is privé sanitair echt een uitkomst. Petit013 heeft 14 staanplaatsen en zelfs als die allemaal bezet zijn zoals nu, is het er nog steeds heerlijk rustig. We brengen onze auto naar ons plekje, zetten binnen een paar minuten onze daktent op en klappen de stoelen uit. Dat is toch wel het mooiste aan kamperen. Zodra je tent staat - en dat gaat met een daktent echt heel snel - begint je vakantie. We kijken uit over de Brabantse weilanden, pakken een boekje erbij en komen meteen tot rust. Op de camping voel ik me altijd meteen thuis, en helemaal op zo’n gezellige plek als deze.

5. Oisterwijk: Bossen en vennen

We worden wakker op de mini-camping in Tilburg met grote grijze, dreigende wolken boven ons. Zomer maakt plaats voor herfst. We pakken de daktent snel in en reizen weer door. Voor het ontbijt stoppen we nog één keer in Tilburg. We hebben zoveel leuke ontbijt- en koffietentjes gespot gisteren dat het nog lastig kiezen is. Het wordt Mr. We rijden door naar Oisterwijk, een van de leukste dorpen van Brabant. Een dorp met stedelijke allures, met de Lind als centrale place-to-be. Zodra het droog is kunnen we eindelijk de Oisterwijkse bossen & vennen in. Het is niet alleen een van de mooiste natuurgebieden die Brabant rijk is, maar het is ook mijn persoonlijk favoriet. De bossen rondom Oisterwijk hebben iets magisch, met schilderachtige vennen (meer dan 80!), verstopte heideveldjes en dichtbegroeide paden. De meeste grote vennen rondom Oisterwijk hebben namen gekregen zoals Voorste Goorven, Heiven en Staalbergven. Tussen die vennen door lopen mooie wandelpaden. Je kunt doen zoals wij - zelf je route bepalen - maar Natuurmonumenten heeft ook een aantal kant-en-klare routes voor je uitgestippeld. Wandelroute Goorven (van 4,25 kilometer) is een aanrader. Half augustus komt de heide in bloei en dat is echt de allerbeste tijd om deze wandeling te doen.

Tip: voor koffie of thee met een taartje, bonbons of macarons moet je in Oisterwijk bij Saranne op de Lind zijn. Als ik Vincent van Gogh was geweest had ik de zonnebloemen gelaten voor wat het was, en hier onderweg m’n schildersezel weggezet. Of ga voor de langere wandeling: de 14 vennenroute van 9,4 kilometer. Je kunt gewoon de blauwe pijltjes volgen. Zorg dat je je wandeling zo plant dat je eindigt bij Boshuis Venkraai, de leukste bosbrasserie die je ooit gaat zien. Met een huisje dat niet zou misstaan in de Efteling.

6. Kampina Staete: Overnachten in de natuur

Oisterwijk is zo’n plek waar je wil blijven. En dan doen we dan ook, want we brengen de nacht door in Kampina Staete. Een splinternieuwe park dat midden in de Oisterwijkse bossen ligt, met een van de vennen recht voor de deur. Wij overnachten in een van de super knusse en mega romantische cottages. Houten huisjes met een bedstee en een héél goed bed. De huisjes zijn in principe geschikt voor twee personen maar voor kids tot een jaar of 12 kun je de bedbank uitklappen. Je hebt een eigen douche en toilet én een keukentje. Echt alles wat je nodig hebt dus. Maar voor het belangrijkste moeten toch echt de deuren open: de rust en het uitzicht voor de deur maken dat je al je zorgen vrij snel bent vergeten. Kampina Staete is een plek waar je eigenlijk meteen je telefoon weg moet doen. Kippen scharrelen rond en een hangmat bungelt tussen de hoge bomen, wachtend op de volgende die de tijd gaat nemen om hier te chillen. ’s Morgens worden we wakker met het geluid van fluitende vogels. De zon is terug en schijnt fel door de bomen. Hier voel je geen stress, geen haast en kom je écht tot rust.

7. Boxtel: Kanoën op de Dommel

Na een heerlijk ontbijt op het terras van onze cottage van Kampina Staete rijden we door naar Boxtel, dat precies in het midden van de driehoek Tilburg, Eindhoven en ’s-Hertogenbosch ligt. Boxtel ligt aan de Dommel, een beek van maar liefst 120 kilometer lang, deels in Nederland, deels in België. Voor een (mid)dagje kanoën kun je mij altijd wakker maken. Het rustgevende geluid van een peddel in het water, het bijzondere perspectief dat je vanaf het water hebt en de ontspanning van het drijven van een bootje. Heerlijk! Bij kanovereniging de Pagaai halen we de kano op. Na een korte uitleg van de route gaan we op pad voor een ‘rondje Boxtel‘. Het is een fameuze kanotocht van ongeveer 9 kilometer. Er wordt ons verteld dat je daar ongeveer 2,5 tot 3 uur over doet, afhankelijk van hoe lang je stopt onderweg. We beginnen aan de route met een lang recht stuk langs de snelweg. Misschien niet het mooiste stuk van de route maar we zitten er meteen wel lekker in. Na een klein stukje klunen en een brug peddelen we rechtsaf en begint de Dommel echt te slingeren. Het wordt steeds mooier en mooier. Een uniek stukje Brabant waar je je ook zomaar in Frankrijk kunt wanen. Of in Duitsland. Of Kroatië. Bomen hangen ver over het water, ganzen en meerkoeten dobberen voorbij. We peddelen langs een kasteel, ontdekken terrasjes aan het water en zijn compleet verrast door hóé mooi het hier is. Die 2,5 uur blijken er 2 te zijn en vliegen voorbij.

West-Brabant ontdekken: Een roadtrip langs bijzondere plekken

Als er één regio is die ik goed ken, dan is het West-Brabant. Om jou te laten zien hoe ontzettend leuk en mooi West-Brabant is, heb ik de ultieme roadtrip uitgestippeld die je meeneemt langs bijzondere plekken in deze regio. Gezellige dorpen, de mooiste wegen om te rijden, mijn lievelingsplekken in de natuur en nog meer leuke stops om onderweg te maken.

Brabant is een grote provincie, net iets kleiner qua oppervlakte dan de provincie Gelderland en daarmee de nummer twee van Nederland. In West-Brabant liggen grotere plaatsen zoals Bergen op Zoom, Breda en Roosendaal. Het is een route van ongeveer 130 kilometer. De globale route vind je hier in Google Maps en kun je natuurlijk zelf ook aanpassen of uitbreiden. Via mooie natuur op de Rucphense en de Kalmthoutse Heide ontdek je leuke dorpen zoals Willemstad en Oudenbosch. Er zijn veel leuke tussenstops langs de route te maken.

1. Willemstad en Klundert: Vestingsteden en renaissance

De beste plek om deze roadtrip langs de mooiste plekken in West-Brabant te beginnen is Willemstad. Dat is absoluut een van de parels van de regio, precies op de grens van Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland, het uiterste Brabantse puntje dus. Willemstad ligt op een mooie plek aan het Hollands Diep en het Volkerak. Het is een vestingstadje, vernoemd naar Willem van Oranje, gebouwd in de vorm van een ster. De korenmolen (d’Orangemolen) uit 1734 en de gezellige jachthaven mag je zeker niet missen, net als het oude Raadhuis en het rijksmonumentale Bezoekerscentrum het Mauritshuis.

Willemstad is vooral beroemd vanwege de Stelling van Willemstad. Deze verdedigingswerken zijn aangelegd om de dorpen Willemstad en Klundert te beschermen, door delen land bij gevaar onder water te kunnen zetten. Deze Zuiderwaterlinie is een absoluut uniek stukje Nederlands erfgoed. En het mooie is, het ligt er nog nagenoeg ongeschonden bij. Ook Fort De Hel en Fort Sabina maken hier deel van uit en kun je gratis bezoeken voor een duik in de geschiedenis. Fort De Hel is het kleinste fort van Nederland. Fort Sabina is de groenste, en ligt op een uitzonderlijk mooie plek. Je kunt ze allebei vrij bezoeken.

Tip: Doe in Willemstad de Inundatie-wandelroute. Een wandeling van 3,5 kilometer over de vestingwerken waarbij je meer te weten komt hoe dit inventieve systeem van inundatie (onder water zetten) vroeger werkte als verdedigingsmechanisme.

Het zou zonde zijn om Klundert over te slaan, een van de mooiste dorpen van Brabant, in bezit van stadsrechten maar te klein om het ook daadwerkelijk zo te noemen. In de strijd tegen de Spanjaarden speelde Klundert tijdens de 80-jarige oorlog (als onderdeel dus van de Stelling van Willemstad) een grote rol. Dé must-sees zijn het stadhuis uit 1621, gebouwd tijdens de renaissance en de Botte Kreek die door het dorp stroomt.

2. Benedensas en Fort de Roovere: Verborgen plekken

Niet veel verderop - zo’n 25 minuten rijden - ligt Benedensas. Een oud sluizencomplex uit 1824 dat bedoeld was om land te beschermen tegen hoog water. Een verborgen, afgelegen plekje waar je niet toevallig voorbij rijdt, je moet er echt naartoe navigeren. Vanuit de sluizen van Benedensas kun je een wandeling maken door de Dintelse Gorzen, waar je over de bodem van een oud getijdengebied wandelt. Er is namelijk geen sprake meer van eb en vloed door de komst van de Philipsdam (onderdeel van de Deltawerken). Er lopen Schotse Hooglanders rond, het barst er van de watervogels en misschien spot je er wel de das.

Een kwartiertje verderop ligt een van mijn persoonlijke lievelingsplekjes in West-Brabant: Fort de Roovere. Het ligt dicht bij elkaar en dus kun je deze drie plekken goed combineren. Hier ga je naartoe voor een indrukwekkend staaltje Nederlandse architectuur midden in de natuur. Naast Fort de Roovere (onderdeel van de West-Brabantse waterlinie) ligt de Pompejustoren, een spectaculaire uitkijktoren die je via een houten trapconstructie (met 129 treden) kunt beklimmen. Geniet van het uitzicht bovenop en wandel daarna over de Mozesbrug, de meest onopvallende brug ooit die dwars door het water loopt. Terwijl je tot je middel in het water staat, blijf je toch droog.

3. Bergen op Zoom en Landgoed Mattemburgh

De Brabantse Wal is een letterlijke bult in het landschap, een zandplateau in West-Brabant waar onder andere Bergen op Zoom ligt. Een stad die bourgondiërs aan zal spreken, maar ook als je interesse hebt in architectuur of historie wil je hier een keer naartoe. Het centrum is niet groot, ga te voet op pad. Rondom de Grote Markt liggen sfeervolle straatjes om in te verdwalen. Bezoek ook Stadspaleis het Markiezenhof, het is een rijksmonument. Tot begin september zijn daar meesterwerken van onder andere Jan Steen en Gerard Dou uit het Rijksmuseum te zien, tijdens de expositie Hete Vuren. Proef zeker ook de lokale specialiteit ‘platte tieten’ van bakker Groffen, de beste koekenbakker van Bergen op Zoom.

In deze regio kun je ook op hele bijzondere plekken overnachten. Bijvoorbeeld in de Heen op een kampeervlot verscholen in het riet, die je alleen kunt bereiken met een kano. Ook leuk om te stoppen is bij de villa op Landgoed Mattemburgh, waar je door mooie tuinen en een fraai bosgebied kunt wandelen. Onderweg naar de Kalmthoutse Heide kom je er langs. Er zijn verschillende tuinen te vinden: een kruidentuin, wintertuin, Engelse tuin en Franse tuin.

4. Grenspark Kalmthoutse Heide: Uitgestrekte natuur

Op de grens met België ligt een prachtig uitgestrekt heidegebied: Grenspark Kalmthoutse Heide. Een bijzonder natuurgebied met heide, vennen, zandverstuivingen en dennenbos. Noem dit maar gerust een magisch mooie plek in Brabant! Je kunt op verschillende plaatsen dit natuurgebied in. Bijvoorbeeld bij de natuurpoort van de Volksabdij in Ossendrecht. De diversiteit van het landschap is uniek en wisselt ieder seizoen. Heel bijzonder is de late zomer, wanneer de heide in bloei staat en paars kleurt.

5. Roosendaal: Verborgen plekjes aan het water

Als geboren Roosendaler is het altijd leuk om weer terug te gaan. Misschien kom je er weleens, bij Designer Outlet Roosendaal bijvoorbeeld, die altijd veel bezoekers trekt. Daar naast zit MazzelTov, een van de leukste lunchplekken van Roosendaal van dit moment, met street-food uit het Midden-Oosten.

De meeste mensen die het centrum ingaan hebben het altijd over de Passage, een overdekte doorgang van de Nieuwe Markt naar de Markt die zich eigenlijk niet laat omschrijven. Een plek die zelfs de meeste Roosendalers niet weten te vinden is de Paterstuin, een verborgen stadstuin waar je even tot rust komt. Als je ‘m kunt vinden tenminste.

Ook heel tof om te doen als je een roadtrip door West-Brabant maakt, is de auto uitstappen om het water op te gaan. Vanuit de wijk Stadsoevers kun je een sloep huren om over de Vliet te varen. Dan kun je onderweg stoppen bij Gastel Sfeer, ook al zo’n leuk plekje aan het water met een prachtig terras, en doorvaren tot Steenbergen of Dinteloord. Na afloop zou ik dan een drankje drinken bij containerbar SPOT naast het Urban Sports Park, een skatepark waar je ook kunt freerunnen.

Tip: Overnachten op een unieke plek doe je op natuurcamping Landgoed Ottermeer, waar je kunt slapen in een yurt, beachloft of pipowagen.

6. Rozenven: Idyllisch meer in de bossen

Veruit mijn favoriete plekje in Roosendaal is het Rozenven, een idyllisch meertje in de bossen richting Nispen dat je moet weten te liggen, anders zou je er zo voorbij rijden. Als het gevroren heeft is dit dé plek waar je Roosendalers kunt vinden, je kunt er dan fantastisch schaatsen. De rest van het jaar is het een mooie plek om te wandelen. Vanaf Lodge Visdonk (sowieso een hele goede tip om te lunchen!) kun je er een stukje door de bossen en langs Brabantse weides naartoe wandelen.

7. Rucphense Bossen en Heide: Natuurlijke rust

Dé reden om naar Rucphen te rijden is toch wel om de Rucphense bossen en heide te ontdekken, een bijzonder mooi natuurgebied. De grens met België is hier vlakbij en er zijn geen grote steden in de buurt. Het is er dus super rustig. Het gebied is vrij groot en dus wandel je in een paar uurtjes door naaldbossen, over zandvlaktes en door heide en grasland. De afwisseling maakt het extra leuk. Wandelroutes zijn met kleuren aangegeven en mijn favoriet is de groene route, die langs de mooiste plekjes in de natuur loopt.

Tip: Als je hier langer wil blijven, dan is het goed om te weten dat je ook super mooie paardrijtochten kunt maken.

8. Rucphense Heemtuin en Molens

Rucphen ken je misschien wel van de indoorskibaan SnowWorld (die heette vroeger Skidôme). Net iets buiten het dorp, tegenover de ingang naar ‘Mount Rucphen’ ligt de Rucphense Heemtuin en daar zou ik zeker even stoppen. De Heemtuin is een bijzonder vredig plekje: het is een van de mooiste bloementuinen van heel Nederland met honderden plantensoorten, bloemen, vlinders en libellen. Tegen betaling van drie euro mag je naar binnen.

De Heemtuin in Rucphen is vooral heel mooi in april, als de narcissen de hele tuin geel laten kleuren. En als je toch hier in de buurt bent, rij dan even langs Molen de Hoop in Sprundel, het is een rijksmonument. Zeker zo mooi is de Heimolen, inmiddels benoemd tot een Baroniepoort (dat zijn locaties die waardevolle natuurgebieden en/of bijzondere cultuurhistorische plekken ontsluiten).

Tip: Wil je overnachten in de omgeving van Rucphen, dan zou ik je Heerlijkheid Vorenseinde aanraden. Daar kun je van april tot oktober overnachten in super toffe safaritenten met eigen sanitair of gebruik maken van de camper parkeerplaats (ruimte voor maximaal negen campers). Een fijn en rustig plekje, vlakbij de bossen en heide!

9. Oudenbosch: Italiaanse invloeden

In Brabant is Rome dichterbij dan je denkt. Voor een dosis Italië moet je in het dorp Oudenbosch zijn. Hét icoon van het dorp is de basiliek, die gelijkenissen vertoont met de Sint Pieter in Vaticaanstad. Het ontwerp is namelijk enigszins gebaseerd op de beroemde kerk in Rome. Binnenkijken kan altijd en is leuk om te doen.

Wandel zeker ook even naar de overkant van de straat. Daar ligt het mooiste plein van Oudenbosch verscholen, bij de kapel van Saint Louis (een voormalige jongensinternaat). Naast Saint Louis ligt nóg een geheim van Oudenbosch: het Arboretum. Deze voormalige kloostertuin was lange tijd alleen toegankelijk voor broeders, maar werd in 1996 opengesteld voor publiek. Het is een schitterende botanische tuin met unieke planten en bloemen. De tuin van ca. 4 ha is een oase van rust.

Wil je nog een stukje wandelen, loop dan door naar de jachthaven van Oudenbosch.

Tip: Ben je in het weekend in Oudenbosch, ga dan zeker ook even kijken bij Breda International Airport. Om kleine vliegtuigen te spotten, het luchtvaartmuseum te bekijken of misschien wel om zelf een parachutesprong te maken? Overnachten in Oudenbosch? Dan is B&B Sjiek Basiliek een toffe plek, met gegarandeerd volledige privacy. Het is een exclusieve B&B met sauna, jacuzzi en zelfs een verwarmd zwembad. En dat midden in het centrum.

10. Stampersgat: Waterpicknicktafels

Stampersgat is wat we in Brabant met recht ‘een gat’ noemen, oftewel een klein gehucht. Stampersgat ligt aan de rivier de Dintel en er gebeurt normaal gesproken niet zo heel veel: een prima plek om te wonen dus. Dé reden om wel naar dit leuke ‘gat’ te rijden zijn de unieke waterpicknicktafels die je vindt in de kleine haven van Stampersgat. Deze picknicktafels staan ín het water. Het is afhankelijk van hoe hoog het water staat, in hoeverre je hier natte voeten zult krijgen.

Het is op deze route - als je in Willemstad bent begonnen - een goed eindpunt van deze roadtrip.

labels:

Zie ook: