Werk je voor een internationale organisatie en communiceer je vaak in het Engels? Twijfel je over je woordkeuze of je zaken wel goed verwoordt? Of sta je soms met een mond vol tanden? Zorg er dan voor dat je een aantal standaardzinnen voor het zakelijk Engels paraat hebt.
Het Begin van een Gesprek
Als je aan het begin van een zakelijk gesprek een goede indruk maakt, leg je de basis voor een langdurige zakenrelatie. Beginnen met ‘small talk’ zorgt voor een fijne sfeer en breekt vaak het ijs.
Voorbeeld:
I don’t think we’ve met yet. (Ik denk niet dat wij elkaar eerder hebben ontmoet.)
De manier waarop je een gesprek begint, is belangrijk voor het verloop ervan. Bereid dit dus goed voor.
Interactie en Begrip
In een gesprek is interactie belangrijk. Probeer goed naar een ander te luisteren. Dit kan veel nieuwe en bruikbare inzichten geven. Zorg dat je open vragen formuleert, hier leer je het meeste van.
Twijfel je of je je gesprekspartner wel goed snapt? Vraag het gerust.
Oneens Zijn en Onderhandelen
Het is niet erg om het met iets of iemand oneens te zijn. Probeer wel duidelijk te zijn in je verwoording waarom je het er niet mee eens bent.
Het doel van een onderhandeling? Een goede deal scoren! In het beste geval kom je tot een compromis, een win-win situatie dus.
Voordat je een onderhandeling beëindigt, is het nuttig de belangrijkste punten van het gesprek kort samen te vatten en de actiepunten door te nemen.
Afronding van een Gesprek
Ongeacht of het gesprek succesvol is geweest of niet, sluit altijd positief af. Het gesprek kan het beste goed worden afgesloten.
Voorbeelden:
- Let’s leave it this way for now. (Laten we het voorlopig zo laten.)
- Let’s take some time to think about our ideas. (Laten we even nadenken over de besproken ideeën.)
Probeer na het gesprek nog een praatje te houden met je gesprekspartner.
Veelgemaakte Fouten in het Zakelijk Engels
Hoewel het niveau van Engels in Nederland ontzettend hoog is, kent ook de Engelse taal veel eigenaardigheden. Hier zijn enkele veelgemaakte fouten:
1. To + Werkwoord vs. -ing Vorm
‘I suggest to read this sentence’ of ‘I promise reading this sentence’ zijn voorbeelden van vaak gemaakte missers. Een vuistregel is dat de -ing-vorm vooral wordt gebruikt voor specifieke acties en dat to+ww voor toekomstige acties wordt gebruikt. Daarom is ‘I suggest to read’ niet de beste keuze, want het is een hele specifieke actie, dus je kunt dan beter voor de -ing vorm kiezen.
2. 'Worden' vs. 'Zijn'
Wanneer je ‘become somethinged’ leest in plaats van ‘be somethinged’, dan weet je dat een Nederlander het heeft geschreven. In het Engels wordt meestal een vorm van ‘zijn’ + een voltooid deelwoord gebruikt, in plaats van een vorm van ‘worden’ + een voltooid deelwoord. In het Engels zeggen we bijvoorbeeld ‘the buildings are being renovated’ in plaats van ‘the buildings become renovated’, terwijl we in het Nederlands wel ‘worden’ gebruiken: ‘de gebouwen worden gerenoveerd’.
3. Nederlandse Uitdrukkingen
Veel Nederlandse uitdrukkingen betekenen niets of iets totaal anders in het Engels. Een Engelse lezer weet misschien wel wat je zou kunnen bedoelen met ‘monkey coming out of a sleeve’, maar je wil niet beginnen over de betekenis van ‘hair on your teeth’.
4. Zinsopbouw
Engelse schrijvers hebben nogal andere ideeën over zinsstructuur dan Nederlandse. Zo verwachten Engelse natives over het algemeen dat belangrijke informatie wordt geclusterd rondom het hoofdwerkwoord. Nederlanders schrijven daarentegen vaak belangrijke woorden aan het begin van een zin of juist aan het einde.
5. 'Which' en 'That'
‘Which’ en ‘that’ zijn niet inwisselbaar. ‘That’ gebruik je voor bijzinnen die je niet kunt veranderen zonder de betekenis van de zin te veranderen. En ‘which’ gebruik je voor aanvullende informatie die geen deel uitmaakt van de betekenis van de hoofdzin.
Voorbeeld:
- Correct: The Oscars, which happen annually, take place in LA.
6. 'Much', 'Less', 'Fewer'
Het Engels heeft twee woorden voor ‘veel’ en ‘minder’ en deze liggen klaar om verkeerd gebruikt te worden. ‘Much’ en ‘less’ worden gebruikt voor dingen die je niet kunt tellen, zoals ideeën en abstractie termen of fysieke dingen die vormloos zijn, zoals zand en water. ‘Fewer’ gebruik je voor dingen die je wel kunt tellen.
Voorbeeld:
- If there was less tourism, we’d get fewer tourists.
7. 'Leren' en 'Lenen'
In het Nederlands kun je iemand iets leren én van iemand iets leren. In het Engels gebruiken ze hiervoor echter twee verschillende woorden: als je iemand iets leert dan gebruik je ‘teach’ en als je zelf iets van iemand leert dan gebruik je ‘learn’.
Dan hebben we nog het werkwoord ‘lenen’. In het Nederlands kun je best zeggen ‘Je kunt morgen mijn fiets lenen’, helaas betekent dit dat je een Nederlander kunt horen zeggen: ‘You can lend my bike tomorrow’.
Conclusie
Deze standaardzinnen kunnen je op weg helpen, maar gesprekken lopen pas echt soepel met een goede voorbereiding en oefening. Door aandacht te besteden aan deze veelgemaakte fouten, kun je professioneler overkomen bij je Engelstalige collega’s en klanten. Je kunt tenslotte nog zo intelligent zijn, als je je niet goed kunt verwoorden is de kans klein dat je serieus genomen wordt.
labels: #Ei




