Werkwoordspelling is erg belangrijk omdat je in formele teksten moet kunnen laten zien dat je de Nederlandse spelling beheerst. Als je op je werk of stage fouten maakt in je werkwoordspelling, kom je niet representatief over. Als je goed de stapjes volgt, is werkwoordspelling helemaal niet moeilijk! Het is eigenlijk elke keer hetzelfde, dus je hoeft geen fouten te maken.
T, D, of DT?
Dt-fouten worden vaak gemaakt wanneer je in de gesproken taal niet hoort op welke letter een werkwoord eindigt. De stam van het werkwoord eindigt op een -d, waardoor je niet hoort wanneer een -t moet worden toegevoegd bij de ik-, hij-, zij-, het- en jij-vorm in de tegenwoordige tijd. Twijfel je nog of je een -t moet toevoegen of niet? Vervang dan het werkwoord dat in de ik-vorm op een -d eindigt door een vorm van “lopen”.
In de tegenwoordige tijd wordt bij de tweede persoon enkelvoud (je, jij) en bij de derde persoon enkelvoud (hij, zij, het) altijd een -t toegevoegd aan de ik-vorm. Vervang het werkwoord dat in de ik-vorm op een -d eindigt door een vorm van “lopen”. Hierbij geldt dat de regel (geen -t) intact blijft wanneer “je” kan worden vervangen door “jij”. Wanneer “je” kan worden vervangen door “jou” of “jouw”, dan is “je” daarentegen niet het onderwerp (maar het lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp of een bezittelijk voornaamwoord) en dan komt er geen -t achter het werkwoord.
Voorbeelden:
- Werkt je moeder?
- Wordt je opa 80?
- Loopt ze naar je toe?
- Wordt je een cadeau gegeven?
Voltooid Deelwoord
Achter een voltooid deelwoord volgt nooit de combinatie -dt. Voltooid deelwoorden van regelmatige werkwoorden eindigen met een -t of een -d afhankelijk van de laatste letter van de stam van het werkwoord. Je gebruikt een -t wanneer die laatste letter in het woord een medeklinker is die in "'t ex-kofschip" terugkomt.
De ezelsbrug die je kunt gebruiken is: "'t ex-kofschip". Als de laatste letter van de stam van het werkwoord een van de letters van "'t ex-kofschip" is, dan gebruik je een -t. Zo niet?
Je gebruikt hiervoor de stam van het werkwoord. De stam van het werkwoord is het hele werkwoord, zoals bijvoorbeeld werken, min de -en, dus werk. Wanneer een werkwoord al eindigt op een -d of een -t, dan hoeft niet nog een -d of een -t aan het voltooid deelwoord toegevoegd te worden. Het is dus fout om gedoodt of beëindigdt te schrijven in plaats van gedood en beëindigd.
In veel gevallen is de ik-vorm gelijk aan de stam, maar niet altijd. Let op: De ik-vorm is niet altijd hetzelfde als de stam.
Werkwoorden en Hoofdpersoon
Gebruik de regels van deze pagina pas, als je hebt vastgesteld dat het werkwoord niet meeverandert als je de hoofdpersoon in meervoud verandert. De spelling van het voltooid deelwoord verandert niet als de hoofdpersoon wisselt tussen enkelvoud en meervoud. De meeste werkwoorden horen bij de groep zwakke werkwoorden.
Speciale Gevallen
Een speciaal geval is geniest en geniesd. Om aan te geven dat de twee klinkers niet als een tweeklank ee of ei moeten worden uitgesproken, zet je puntjes op de tweede klinker. Zo'n trema geeft aan dat hier een nieuwe klank begint. Bij klinkerbotsing na 'ge' gebruik je een trema (geëchood, geïmiteerd), tenzij het werkwoord is afgeleid van een afkorting.
De werkwoordsvorm die niet afhangt van meervoud en enkelvoud van de hoofdpersoon.
Voorbeelden van Vervoegingen
Hieronder enkele voorbeelden van vervoegingen van de werkwoorden 'bereiden', 'toebereiden' en 'voorbereiden'.
Bereiden
- Voltooid deelwoord: bereid
- Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott):
- ik bereid
- jij bereidt
- hij bereidt
- wij bereiden
- jullie bereiden
- zij bereiden
- Voltooid tegenwoordige tijd (vtt):
- ik heb bereid
- jij hebt bereid
- hij heeft bereid
- wij hebben bereid
- jullie hebben bereid
- zij hebben bereid
Toebereiden
- Voltooid deelwoord: toebereid
- Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott):
- ik bereid toe
- jij bereidt toe
- hij bereidt toe
- wij bereiden toe
- jullie bereiden toe
- zij bereiden toe
- Voltooid tegenwoordige tijd (vtt):
- ik heb toebereid
- jij hebt toebereid
- hij heeft toebereid
- wij hebben toebereid
- jullie hebben toebereid
- zij hebben toebereid
Voorbereiden
- Voltooid deelwoord: voorbereid
- Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott):
- ik bereid voor
- jij bereidt voor
- hij bereidt voor
- wij bereiden voor
- jullie bereiden voor
- zij bereiden voor
- Voltooid tegenwoordige tijd (vtt):
- ik heb voorbereid
- jij hebt voorbereid
- hij heeft voorbereid
- wij hebben voorbereid
- jullie hebben voorbereid
- zij hebben voorbereid
Werkwoordspelling Oefenen
Vind je dit lastig? Dan is onze online training werkwoordspelling iets voor jou. In de training krijg je niet alleen meer uitleg over d, t en dt in de tegenwoordige tijd, maar over állerlei soorten werkwoorden.
labels: #Ei




