Maartje Wortel, geboren in 1982, studeerde beeld en taal aan de Rietveld Academie.
In "Camping" toont Maartje Wortel de maatschappij en de mens in al hun facetten.
Na een onverwachte gebeurtenis besluit Victorien een camping over te nemen van twee zussen, die met de koop akkoord gaan op voorwaarde dat zij in het huis op het terrein mogen blijven wonen.
De Setting: Een Camping als Microkosmos
Alles begint voor haar met de plek. Location, location, location.
Niña Weijers merkte op dat die locaties in de loop van Maartjes oeuvre ook alleen maar vager worden.
Eerst was het een huis (Dit is jouw huis) vervolgens een hotelkamer (IJstijd), toen een park (De groef) en nu een camping.
Een hotelkamer biedt nog enige privacy, maar op een camping hoort de rest van de bezoekers wat je zegt, door het nylon heen, ze ruiken wat je op je gasstel bereidt en hoe dat de volgende dag weer je darmen verlaat.
Op Maartjes camping leren we de gasten niet kennen aan de hand van hun kleren of emoties, maar door de problemen die hen bezighouden.
Ieder heeft z’n eigen sores: een huilbaby, een seksschandaal, een handeltje, een oorlog - crises die ze proberen te ontvluchten (of juist oplossen) op dat kleine vierkante stukje gras - er zitten zelfs mensen die, net als ikzelf overigens, helemaal niet zoveel hebben met kamperen: ‘grappig dat veel mensen hun vakantietijd gebruikten om het slechter te hebben dan thuis.’
De gasten op de camping hebben niets met elkaar van doen en zijn tegelijkertijd tot elkaar veroordeeld.
Wat voor de één een vakantie is, is voor de ander bittere noodzaak.
De camping is niet in de laatste plaats een plek waar, in principe, iedereen ook weer verdwijnt.
De Personages: Een Parade van Vluchtelingen
Wat volgt is een parade van campinggasten: een jongen met een uitlaatservice, een klimaatvluchteling, een crimineel die zijn organisatie runt vanuit een caravan, een beroemdheid die vlucht voor de roddelpers, een militair met PTSS, een jonge vader met relatieproblemen.
En dan zijn er natuurlijk de zussen.
Van de portretten van de campingbewoners en de oude eigenaren Dorus en Dagmar spat het vertelplezier af.
Veruit het interessantste personage is Victorien, die in haar vriendenkring bekend staat om haar ‘radicale’ beslissingen - ‘opeens’ verliefd worden op een vrouw, opeens een camping van 8 hectare met een 25 meter-bad kopen.
Op de camping is ze niet meer zichzelf, stelt ze vast.
Gelukkig is ze er ook niet.
Victorien is een vrijheidsparadox.
Ze gunt zichzelf de vrijheid een nieuw leven te beginnen in de droom van een ander, maar voelt zich geen moment bevrijd.
In de loop van het verhaal wordt Victorien steeds stiller.
Thematiek: Verlies, Onthechting en de Affectieve Crisis
Victoriens reactie op de kanker van Ode wordt niet ingegeven door een te drukke agenda of een gebrek aan empathie, maar door angst voor verlies en het onvermogen te uiten wat ze voelt.
Taal is niet alleen inhoudsloos, het is zelfs corrupt geworden.
Om niet betrapt te worden spreekt drugsdealer en campingbewoner Martha, die tennisballen met cocaïne verhandelt, in ‘metaforen, beeldspraak en (…) geheimtaal’ met haar handlangers waardoor een simpel verhaal over een vogel een dubbele bodem krijgt.
Niet alleen de taal is ontoereikend, menselijke relaties zijn dat ook.
De affectieve crisis is compleet in Camping.
Geen van de personages is in staat een wezenlijke verbinding aan te gaan met zichzelf of andere mensen.
Ze verblijven op dezelfde plek, maar hun levens raken elkaar niet, behalve op het eind als iedereen geraakt wordt.
De relaties die er zijn, lijken toevallig en zijn veelal utilitair.
Victorien is in staat het huilen van baby Wanda te stoppen.
Ze lijkt rapport met het kind te hebben, maar stort zich vervolgens op de vader.
Bilal benadert Bennie op de camping alleen omdat zij wandelt en hij iemand nodig heeft die de mobiele telefoons van zijn klanten ‘uitlaat’ zodat zij een premie van hun ziektekostenverzekeraar krijgen wegens hun gezonde gedrag, waarvan Bilal een percentage opstrijkt.
labels:




