De geschiedenis van Scouting gaat meer dan honderd jaar terug. Scouting is in 1907 opgericht door Lord Baden-Powell. Al snel na de oprichting van Scouting ontstonden er ook Scoutingorganisaties in Nederland. Scouting Nederland is ontstaan uit een fusie van de diverse padvindersverenigingen die ons land vroeger kende. Het begon allemaal aan het begin van deze eeuw met 1 man: Lord Baden-Powell.

Het Begin van Scouting

Op 22 februari 1857 wordt Robert Baden-Powell geboren. Hij is geen erg goede student want hij besteed zijn tijd liever aan andere dingen. Na de middelbare school kiest hij voor het leger en dat blijkt een goede keuze te zijn. Hij maakt snel carriere en wordt uitgezonden naar India. Na vele omzwervingen komt hij uiteindelijk in Zuid-Afrika terecht. Ondertussen heeft hij een boek geschreven: “Aids to Scouting” bestemd voor verkenners in het leger.

Hij is nog in Zuid-Afrika als in 1899 de Boerenoorlog uitbreekt. Baden-Powell wordt belast met de verdediging van het grensplaatsje Mafeking. Als Mafeking eindelijk bevrijd wordt hebben de troepen van Baden-Powell een beleg van 7 maanden doorstaan. Baden-Powell keert terug naar Engeland als een held: “de held van Mafeking”.

Tot zijn grote verbazing zijn jongens zijn boek, gescheven voor soldaten, gaan lezen en zij spelen een spel….. als B.P.-Scouts. Dit vindt Baden-Powell eigenlijk helemaal niet prettig. Hij vindt dat jongens jongensboeken moeten lezen. Daarom besluit hij “Aids to Scouting” te herschrijven. Maar eerst wil hij zijn ideeen testen. In augustus 1907 organiseert hij een proefkamp op Brownsea Island met 21 Londense jongens. Het kamp wordt een groot succes.

Vlak daarna (1908) verschijnt zijn boek “Scouting for boys” en het wordt een bestseller in Engeland. Scout-troepen rijzen als paddestoelen uit de grond. Kopieen van zijn boeken worden door jongens over de hele wereld gelezen. In 1910 installeerde Baden-Powell in Den-Haag de eerste Nederlandse verkenners.

De Irmingroep in Ermelo

In de speciale jubileumuitgave van de Irminplus in 1995 (de groep bestond toen 50 jaar) stonden we natuurlijk stil bij de geschiedenis van de groep. Een hele klus, omdat er vooral uit de beginperiode weinig bekend is. In 1975 heeft Martijn Stöfsel de geschiedenis van de welpen uitgezocht en in 1980 heeft Theo de Vries indertijd de geschiedenis van de verkenners uitgezocht. Met behulp van hun stukjes uit de Irminplus en nieuwe informatie die de weken daarna door oud-leden zijn aangedragen zal de geschiedenis van onze groep verteld gaan worden.

De informatie van de periode 1975 - 1995 jaar komt uit het Ir-plus archief en de herinneringen van Martijn Stöfsel. Het verhaal is aangevuld met leuke herinneringen die door verschillende leden en oud-leden zijn ingestuurd. Irmin was een heidense Germaanse god die in de bossen op de Veluwe huisde. Hij had volgens de overleveringen een heiligdom op een heuvel in het bos bij Drie. Men vermoedt de Driesche berg. De bossen bij Drie werden dan ook de bossen van Irmin genoemd oftewel zoals men dat toen noemde, het Loo van Irmin, kortweg Irminloo.

Toch heeft onze groep een aantal jaren de Reynoud van Gelre-groep geheten, maar toen men erachter kwam dat dit helemaal niet zo’n aardige man geweest was, is de naam veranderd in Irmin.

Oprichting en Vroege Jaren

Op 6 juli 1945 werd onze groep opgericht en wel door de dames Lassche, Braamburg en Luiting en de heer Suttorp. De dames Lassche en Braamburg gingen zich bezig houden met de welpen, mevr. Lassche werd Akela, en de troep kreeg als leiding Hopman Suttorp. Van de welpen is vanaf 1946 vrijwel constant een logboek bijgehouden. Hierdoor kunnen we een heleboel over de horde te weten komen.

De groep beschikte in het begin nog niet over een eigen onderkomen. Men kwam op zaterdag bij de Hopman en de Akela thuis bij elkaar. Er waren toen, vlak na de oorlog, nog weinig fietsen dus trokken de horde en de troep lopend de bossen in. Bij slecht weer werd er gewoon geen opkomst gehouden omdat er geen ruimte was. In die tijd kende men ook al de gewoonte om ieder jaar op zomerkamp te gaan. Zo, lezen wij, gingen de welpen in 1947 met een vrachtwagen van bakker v.d. Vegt naar Nunspeet toe waar een zomerkamp gehouden werd. In 1949 wordt Akela Lassche ADC-W, (assistent districts commissaresse - welpen), en neemt Akela Toeter de Horde over.

De Jaren 50

Dit jaar gaat de Horde op zomerkamp naar Putten waar zij op een weiland bivakkeren. Akela Toeter die de horde vanaf 1948 leidde, houdt er in 1951 mee op. Akela Lassche komt nu weer terug. Er verschijnt nu ook een man bij de leiding, de Hr. van Eikenhorst die de naam Hathi krijgt. Helaas moest deze in 1952 ook met de padvinderij stoppen omdat hij in dienst moest. Verder is er nog Bagheera Keur, die haar intrede doet om jarenlang actief mee te werken aan de horde.

De horde bestond in die tijd uit drie volledige nesten, het witte, zwarte en rode nest. Vroeger moest men elke middag contributie meenemen die voor de opkomst aan de Akela betaald werd. Op Groot-Emaus bestond toen ook een padvindersgroep, de van Arkelgroep die in 1975 werd opgeheven. Dit was een grote groep met twee hordes en 1 troep.

Eind 1951 klinkt er heuglijk nieuws in de Ermelose padvinderswereld. De Irmingroep krijgt een hordehol en het is eindelijk afgelopen met het eeuwige gezwerf van zomerhuisje naar zomerhuisje. Dit hordehol annex troephuis was een stenen schuur die zich op het terrein van J. In 1952 wordt het zomerkamp van de welpen in Loenen gehouden. Er heeft zich inmiddels weer een verandering bij de hordeleiding voorgedaan; in de plaats van Hathi van Eikenhorst, die in dienst moest, komt nu de dochter van Akela Lassche, die de rimboenaam Chil krijgt.

Grote ontsteltenis is er op een middag, als blijkt, dat het hordehol bezet is. Het zit vol met kuikens, wat ook de oorspronkelijke bestemming van de schuur is, en de padvinderij kan naar zijn onderkomen fluiten. Gelukkig wordt er al snel een nieuw hordehol aangeboden: een kippenschuur op de Volenbekerweg.

De troep bestond in die tijd uit drie patrouilles: wolven, vossen en leeuwen. Er waren twee vaandrigs, Houwing en Rekker en de hopman. Vaandrig Houwing werd in 1953 hopman. Toen kwam er ook een vaandrig Eikenhorst bij. De troep had in die tijd al een troephuis. Het was een oude schuur of een zomerhuisje. Men kwam daar iedere zaterdagmiddag bij elkaar om half 4.

Meestal werd er pas om 4 uur geopend omdat er geen leiding was, die moest dus gehaald worden. De patrouilles draaiden toen heel erg zelfstandig, ze maakten hun eigen programma’s. Vele zaterdagmiddagen werden er toen ook zonder leiding gehouden. Na de opening en de inspectie trokken de verkenners de bossen in, want het troephuis was veel te klein om de programma’s daar te houden. Ze maakten lange tochten of er werden vuurtjes gemaakt om stokbrood, banaan met chocolade (dat kenden ze toen ook al) te bakken of aardappels te poffen.

In 1953 was er een installatie zonder hopman, omdat die ziek was en zonder ouders, omdat er voor hen geen plaats was in het troephuis. Bij de welpen vertrekken dit jaar Akela en Chil Lassche uit Ermelo. Bagheera Keur wordt nu Akela en een gezinslid wordt Wontholla Keur. Verder komen er een Bagheera Vogel en een Raksha Haaksma bij de Horde. Eindelijk krijgt dan de Irmingroep in 1954 een eigen vast onderkomen aan de Kalkoenweg. Ze waren het heen en weer gezwerf van zomerhuisje naar zomerhuisje beu.

Het geld hiervoor (f.4000,=) kwam bijeen doormiddel van een renteloze obligatie lening. In 1956 laten zich weer nieuwe gezichten in de horde zien, n.l. mevr. Luiting en mevr. Baayen. Helemaal nieuw zijn deze gezichten niet want mevr. Luiting heeft ook al bij de oprichting meegeholpen. Mevr. Luiting werd Akela en Mevr. Baayen werd Hathi. Verder was er mevr. H. Garderenbroek, die de functie van Raksha op zich nam. De hordemiddag was een woensdagmiddag.

De middag begon met het ophalen van de contributie. Hierna was de horderoep: Akela stond midden in het hordehol of op het veldje bij de Raatsrots. Alle welpen moesten zich in de buurt verstoppen; Akela wachtte net zolang totdat iedereen goed verstopt was. Zij riep dan: Yalehiehieee! Alle welpen antwoorden haar dan met Hieeee! terwijl ze uit hun schuilplaatsen tevoorschijn kwamen en op Akela afstormden. Daarna stelden ze zich in nestformatie rond Akela op en de horde-opening begon, gevolgd door de vachtenschouw.

Hier werd gecontroleerd of je o.a. een potlood, papier, pleister en een touwtje bij je had en je je handen wel had gewassen e.d. Het nest dat aan de vachtenschouw voldeed kreeg een lintje of een leertje, en in de loop der tijd kreeg het nest met de meeste lintjes of leertjes een prijs. Er waren in deze tijd vier nesten: Zwart, Grijs, Wit en Rood. Een opmerkelijk feit is dat op 10 oktober 1956 de eigen groepsvlag werd aangeboden.

Zomerkampen en Verbouwingen

Tot 1956 weten we niets over de zomerkampen van de verkenners. In dit jaar ging de troep op zomerkamp naar Rijssen (Ov.) Het vervoer ging met de vrachtwagen. De verkenners moesten per persoon f.15,= betalen, de ouders vonden dat erg hoog. De verkenners konden dit geld samenbrengen door oud papier te verzamelen. Van de opbrengst mochten de leden 15% voor zichzelf houden, de rest was bestemd voor het troephuis. Dus van iedere gulden kon hij 15 cent in zijn spaarpot stoppen.

In 1957 werd het troephuis weer verbouwd, er werd een waslokaal achter aan het troephuis gebouwd. Het zomerkamp van 1957 werd gehouden op het eiland Texel (Den Koog) waar men naar hartenlust kon kamperen zonder enige last te hebben van vakantiegangers, die er in die dagen maar in geringe aantallen waren.

De hopman was de heer Laros en de Oubaas was de heer Paalberends. Er gingen in totaal 24 verkenners mee. Er was eigenlijk geen thema, alleen een aantal spelen die verband met elkaar hadden. De verkenners moesten in opdracht van de Amsterdamse Recherche een opiumsmokkelaarsbende, die op Texel zat, ontmaskeren.

De welpen gingen dit jaar op zomer kamp naar de padvindersboerderij “De Laarhoeve” te Ommen. Dit zomerkamp wordt in een Chinese sfeer gehouden: alle welpen waren verkleed als Chinezen. Dit is het begin van de jaarlijkse terugkerende traditie va de welpen-zomerkampen, verkleed in de klederdracht van een bepaald land. Aan het einde van het jaar werden er fruitbakjes gemaakt voor “zieken en eenzamen”, die door de welpen worden weggebracht.

De Jaren 60

We zijn in 1958 aanbeland. In het Ermelo’s Nieuwsblad wordt “een oproep aan alle energieke jongelui in Ermelo” geplaatst, waarin men nieuwe leiding vraagt. In januari wordt er een grote oud-papier-actie door de welpen en de verkenners gehouden. Op 1 middag halen zij 2200 kilo op, waar zij toen 1100,- gulden voor ontvingen. Sint. Jorisdag werd toen ook gevierd.

Men was om 7 uur in de morgen op het troephuis waar geopend werd. Men ging dan in uniform naar school en kwam dan op de avond weer terug naar het troephuis waar dan een kampvuur was. In mei wordt er een districtsrally gehouden, waarbij alle welpen in optocht door het dorp gaan, voorafgegaan door de padvindersdrumband uit Amersfoort. De Irmingroep was in deze jaren heer erg actief op districtsniveau. Dominee Graafstal was oubaas van de Irmingroep en was districtscommissaris. Samen met hopman Laros brachten zij geregeld een districtsblaadje uit.

In juli gaan de welpen weer naar de padvinderboerderij in Ommen met als hoogtepunt de Olympia (sportdag), waar alle welpen verkleed aan deelnamen. De verkenners gingen in 1958 op zomerkamp naar de Poppe, gemeente Lutte (bij Oldenzaal). De leiders die meegingen waren hopman Laros en R. Sybrandy en nog twee voortrekkers. De verkenners gingen op de fiets naar de Lutte. In de logboeken komen we alle rekeningen, foeragelijsten, brieven en menu’s tegen. Zo lezen we dat ze elke dag havermout en karnemelk aten. Het brood koste in die tijd maar liefst 44 cent.

Dit jaar wordt ook het troephuis weer verbouwd. Er werd een welpenlokaal naast het oude gebouw neergezet. In 1959 gaan de welpen op zomerkamp naar Noordwijk aan Zee, waar zij een prachtig kamp hadden, dat als thema zeerovers had. Alle welpen waren verkleed als zeerovers. Alles werd op zijn zeerovers gedaan. Zo had men een monsterrol, matrozenkoor en waren er geen nesten maar maatschappijen zoals bijv. “De Stoomvaart Mij. Irmin” en de “Irmin- Amerikalijn”. Nogmaals een verbouwing dit jaar.

In 1960 waren er bij de verkenners 4 patrouilles; Houtduiven, Valken, Spechten en Spreeuwen. In maart neemt hopman Laros afscheidt van de Irmingroep omdat hij naar Canada verhuist. Zijn taak word tijdelijk overgenomen door Vaandrig Rekker. De patrouille Houtduiven, geleid door Marty Luiting, veroverden een eerste plaats op de Districts Patrouillewedstrijden in Putten, zodat ze werden uitgezonden naar de Landelijke Patrouillewedstrijden in Ommen. Van de 48 patrouilles wisten zij beslag te leggen op een eervolle vierde plaats. In mei organiseerde de van Arkelgroep een districtsrally, de jubileumbeker werd gewonnen door de Irminners. Het verkenners zomerkamp ging naar het Noord-Hollandse Laren.

De welpen gingen dit jaar weer op zomerkamp naar Noorwijk aan Zee. Het was een Perzisch kamp. Alle welpen hadden van hun moeders een pakketje meegekregen waarin Perzische kleren zaten die de moeders stiekem gemaakt hadden. In 1961 won de patrouille Houtduiven voor de tweede maal de Districts Patrouillewedstrijden, maar in Ommen kwamen zij niet verder dan de 24ste plaats. Het thema van het welpen zomerkamp was dit jaar de riddertijd. Iedereen was getooid in volledige wapenuitrusting met zwaard, helm en schild. De horde is inmiddels uitgegroeid tot 6 nesten.

In het begin van de jaren 60 ging het niet zo goed met de verkennerstroep. Begin 1962 werd Marty Luiting geïnstalleerd tot vaandrig. Dit jaar werd er geen zomerkamp gehouden. De welpen hadden wel een zomerkamp in Ommen met een Schots thema. In april 1963 vonden de patrouillewedstrijden plaats in Harderwijk. Het zomerkamp van 1963 van de verkenners ging naar Ada’s Hoeve in Ommen. Men liep toen al een hike van een paar dagen en bereidde de laatste dag van het kamp het eten op houtvuurtjes. Het vervoer ging met een vrachtwagen. Als afsluiting van het jaar hield men een bazaar in het troephuis.

In 1964 wordt dhr. Visser hopman, hij kwam als eerste met de verkenners in aanraking toen hij op een zaterdagmiddag enige jiu-jutsi-technieken demonstreerde. In juni was er een programma met de zeeverkenners. Er werden diverse vlotten gebouwd. Het zomerkamp ging wederom naar Ommen.

In 1965 ging de troep op pinksterkamp naar Lunteren. Voor het zomerkamp wordt de vierde patrouille weer in ere hersteld; nml. de Zwaluwen. In 1965 bivakkeerden de verkenners ook op Ada’s Hoeve in Ommen. Er werden onder andere roeiwedstrijden gehouden op de Vecht. Ook de welpen gingen dit jaar weer naar Ommen. In de padvindersboerderij hadden zij een indianenkamp. Dit moet een machtig kamp geweest zijn. Iedereen liep in indianenkledij rond. Zelfs de wigwams en de squaws waren aanwezig....

Hondvriendelijke Restaurants op de Veluwe

Na een lange wandeling op de Veluwe is het heerlijk om neer te strijken bij een restaurant waar je hond ook welkom is. Hieronder een overzicht van enkele leuke opties:

  • Bospaviljoen ’t Leesten (Hoog Soeren): Groot terras met uitzicht op de natuur, drinkbakken en hondenkoekjes.
  • De Ossenstal (Epe): Honden zijn welkom op het terras en binnen, met een hondenbar en hondenkoekjes. Bekend om zijn pannenkoeken.
  • Bij Maarten in ’t Koetshuis (Vaassen): Gelegen bij Kasteel de Cannenburgh, met een speciaal hondenmenu.
  • Op de Brink (Elspeet): Honden zijn welkom binnen en buiten op het terras.
  • Eet & Drink Lokaal Aardhuis (Hoog Soeren): Terras met drinkbakken en hondensnoepjes, gelegen bij het Aardhuispark.
  • De Boskantine (Hoenderloo): Familierestaurant met speeltuin voor kinderen, honden zijn welkom.
  • Boshuis Drie (Speuld): Honden welkom, lunchen en dineren mogelijk, bekend om de appeltaart en pannenkoeken.
  • Planken Wambuis (Ede): Waterbakken en hondenkoekjes, hondenkennel aanwezig.
  • De Waldhoorn (Otterlo): Seizoensgebonden keuken, lekkers voor de hond op de kaart (snuffelbier en blafpatat).
  • Restaurant de Vossenberg (Vierhouten): Gezellig terras, honden welkom.
  • Brasserie Schovenhorst (Putten): Grote omheinde tuin, honden welkom binnen en buiten.
  • ’t Pannekoekhuis Ugchelen (Ugchelen): Trouwe viervoeters zijn welkom.
  • Woodz (Velp): Gelegen bij Buitenplaats Beekhuizen, honden welkom binnen en buiten.
  • Brasserie Délicat (Hoenderloo): Terras met waterbak, plek 27 in de terras top 100 van 2022.
  • Restaurant Bloem (Ede): Pannenkoekenrestaurant met ruim terras, honden welkom.
  • Restaurant N°15 (Hoog Soeren): Van ontbijt tot diner, honden welkom.
  • De Roskam (Nunspeet): Dorpsherberg met terras en interieur, honden welkom binnen.
  • De Postkamer (Heerde): Hondenbar met water en koekjes, terras met verwarming.
  • Brunch Hoenderloo (Hoenderloo): Bakkerij, ijssalon en lunchroom, honden welkom.
  • Bistro van De Wever Lodge (Ermelo): Honden welkom op het terras.
  • Buitenplaats ’t Loo (Ermelo): Honden welkom op het terras en binnen bij de haard.
  • Brasserie Floor (Epe): Honden welkom op het terras en binnen.
  • Brasserie Staverden (Ermelo): Gelegen in de kasteeltuinen, honden welkom op het terras.
  • Jobse & Jobse (Heerde): Bak water voor de hond, leuk terras.
  • Paviljoen De Posbank (Rheden): Honden welkom binnen en buiten.
  • Buitenplaats ’t Soerel (Nunspeet): Honden welkom op het terras en binnen.
  • ’t Genot van Garderen (Garderen): Honden welkom op het terras en binnen.

Wandelen in het waanzinnig mooie Speulderbos (met de dansende bomen) met de hond en erna aanschuiven bij Boshuis Drie? Een bakje water staat al klaar. Je kunt er lunchen en dineren of genieten van koffie met gebak van woensdag tot en met zondag. Een begrip op de Veluwe: het restaurant Planken Wambuis in Ede. Gelegen middenin de natuur en met een kaart waar voor ieder wat wils op staat, zelfs een high tea. Waterbakken staan klaar en je hond wordt getrakteerd op een koekje. Ook heel bijzonder: er is een hondenkennel aanwezig.

Wandelroutes op de Veluwe

Wandelen op de Veluwe is een van de favoriete outdooractiviteiten. De natuur is er ontzettend mooi en er zijn zoveel plekken waar je rustig kunt wandelen! Een ideale uitvalsbasis om de Veluwe te ontdekken is Apeldoorn. Aan de rand van de stad, of in de dorpen er omheen, vind je tal van leuke accommodaties. Apeldoorn ligt heel centraal ten opzichte van de Veluwe en je kunt vanuit hier allemaal mooie gebieden makkelijk bereiken.

Enkele aanbevolen wandelroutes zijn:

  • Paleispark Het Loo (Apeldoorn): Diverse wandelroutes door het park, met 'koninklijke' bezienswaardigheden.
  • Leesten en Bakenberg (Apeldoorn): Kortere wandelingen door heidegebied, met mogelijkheid tot eten/drinken bij Bospaviljoen ’t Leesten.
  • Heideroute Radio Kootwijk (Radio Kootwijk): 12 km lange route over de paarse heide, langs het zendstation en de schaapskooi.
  • Speulderbos en Solse Gat (Speuld): Wandelen langs de 'dansende bomen' naar het Solse Gat, mogelijkheid tot Klompenpad Speuldepad.
  • Posbank (Rheden): Diverse wandelroutes met uitzicht over de omgeving, vooral mooi tijdens de heidebloei.
  • Bronstroute Veluwezoom (Rheden): 8,5 km lange wandeling om de Rhederheide, kans op het spotten van herten en Schotse Hooglanders.
  • Deelerwoud (Deelen): Verschillende wandelroutes door het rustige natuurgebied, kans op het zien van Schotse Hooglanders en herten.
  • Planken Wambuis (Arnhem/Ede): 8 km lange wandelroute, kans op het spotten van wild zoals edelherten, reeën, wilde zwijnen en vossen.
  • Loenermark (Loenen): 6 km lange route over heide en door het bos, met bezoek aan de schaapskooi.
  • Verscholen Dorp (Vierhouten): 13 km lange wandelroute langs een voormalig onderduikerskamp uit de Tweede Wereldoorlog.
  • Boswachterspad Kootwijk (Kootwijk): Prachtige wandelroute door een afwisselend landschap.
  • Kootwijkerzand (Kootwijk): 8 km lange wandelroute over de grootste aaneengesloten zandverstuiving van West-Europa.

Boshuis Drie: Historie en Pannenkoeken

Op voorjaarsdagen dat de zon een beetje wil, zit het beschutte terras van Boshuis Drie mudjevol en is baas Kees van Hamersveld in zijn element. Ook binnen zit je goed in de oude koestal of opkamer van de boerderij die het Boshuis lang was. De geschiedenis gaat terug tot het jaar 800, toen Ierse missionarissen midden in de bossen een kapelletje stichtten. De witte voorgevel van het Boshuis is een overblijfsel van dit bedehuisje.

Een andere belangrijke erfenis uit een wat recenter verleden is de appeltaart naar recept van Kees’ oma Aartje, die het Boshuis vijftig jaar geleden samen met opa Gart runde. En dan zijn er nog de mooie verhalen over vroegere generaties van de koninklijke familie die hier kwamen jagen. Historie verzekerd op dit plekje.

Het duurt nog even voor de knoppen aan de bomen in blaadjes veranderen, maar het Speulder- en Sprielderbos is in alle seizoenen groen. De mossen die tot aan de kruinen van de eiken en beuken zijn opgeklommen lijken soms bijna licht te geven. Ook de vele tonderzwammen die zich aan de oude beuken vastklemmen vallen op. Een tonderzwam groeit met de boom mee, wordt steeds houtachtiger en krijgt net als een boom jaarringen. Ze kunnen met gemak twintig jaar worden.

Maar het opvallendst in dit bos zijn de dansende bomen. Ze dansen van ouderdom, want dit bos heeft bomen tot 250 jaar. De rechte stammen werden altijd gekapt, de kromme waren niet bruikbaar. Door de eeuwen heen ontstond zo een bos van grillige en in elkaar gegroeide stammen waartussen wilde zwijnen, raven, bosuilen en edelherten leven.

Beroemd is de legende van het Solse Gat, die vertelt hoe de monniken van het klooster van Drie zich zo losbandig gedroegen dat de aarde het gebouw verzwolg. Een wat nuchterdere verklaring voor het ontstaan van het Solse Gat (2 km lopen vanaf het Boshuis) is dat een grote klomp ijs na de laatste ijstijd smolt en deze leemkuil achterliet. Op de drassige bodem groeien waterdrieblad en slanke sleutelbloem. En bosanemoon, die straks als eerste weer bloeit.

De menukaart van Boshuis Drie combineert het goede van vroeger met het goede van nu. Van stoofschotels die twee dagen staan te pruttelen tot ouderwetse pannenkoeken die in een gietijzeren pan gebakken worden. Leuke hebbedingen voor binnen en buiten zijn te koop in het cadeauwinkeltje naast het terras.

labels: #Pannenkoeken #Pannenkoek

Zie ook: