Met de sluiting van Brada in Leeuwarden in 2005 ging een slachtersgeschiedenis van bijna 170 jaar verloren. Vrijdag gingen de hekken definitief op slot.

De kansen voor een doorstart van Brada’s Vleeschbedrijf in Leeuwarden leken definitief verkeken. Volgens CNV-woordvoerder Henk Hospes hadden de crediteuren hun bezittingen bij het bedrijf opgehaald en werden de laatste administratieve zaken afgerond.

Vrijdagochtend kwamen de oud-medewerkers van het bedrijf nog even bij elkaar om voor het laatst door de slachterij te lopen en nog eens herinneringen op te halen.

Het vee dat voorheen bij Brada werd geslacht, wordt nu verwerkt in slachterijen bij Enschede, Tilburg en Amsterdam.

Ontwikkelingen in de kalversector

Om het verhaal van Brada in context te plaatsen, is het belangrijk om de ontwikkelingen in de kalversector te belichten.

Navobi (Na Volle Biest) van de molenaarsfamilie Gardebroek was één van de allereerste kalvermelkproducenten. Een van de dochters trouwde met Peter Boeve en deze kwam in de zaak. Maar toen er onenigheid ontstond, besloot Boeve om voor zichzelf te beginnen. Dat werd Alpuro (Als Pure Room).

Navobi kocht de Apeldoornse slachterij Ekro van Eddie de Kroes, ook Boeve wilde gaan slachten en liet dat aanvankelijk doen in het slachthuis van Arnhem. Toen zijn volume sterk groeide, werd dat in de vleeswereld niet gewaardeerd, men ging hem boycotten. Vandaar dat hij een slachterij in Den Haag overnam die hij naar Apeldoorn verplaatste, op nauwelijks een kilometer afstand van zijn grote concurrent. Dat werd ESA (Eerste Slachterij Apeldoorn).

Ekro en ESA boden op de markt van Barneveld altijd tegen elkaar op. Dat vonden de handelaren niet erg want het verhoogde hun prijzen. Maar er waren uiteraard veel meer tegenstellingen. Zo was Alpuro ook de grote tegenpool van Jan van Drie. Deze laatste was een voorstander van groepshuisvesting, Alpuro niet. Toen groepshuisvesting onafwendbaar bleek, richtte Boeve een alternatief systeem op onder de naam Peter's Farm.

Welke slachterijen waren er nog meer op de markt? Louis Philips had in Den Bosch de zelfstandige slachterij Vitelco die hij verkocht aan DMV. Deze coöperatie verkocht de slachterij door aan een clubje veehandelaren waarvan uiteindelijk alleen Paridaans (de tegenwoordige Pali Groep) mee verder ging. In het Zuid-Hollandse Nieuwerkerk aan de IJssel was de T. Boer gevestigd, op dat moment de grootste slachterij.

Zeer beperkt was de kalverslachtactiviteit in Amsterdam, maar het was en blijft een vaste waarde. In het oosten van Nederland was slachterij KSA van de heren Kropveld en Schipstal niet onbelangrijk.

De slachterijen kregen in de loop der tijd tal van tegenslagen te verwerken, zoals de BSE- en de MKZ-crisis. De twee grootste kalverslachthuizen ter wereld, T.Boer & Zn en Ekro, kwamen daardoor in ernstige problemen. Ze werden eigendom van de VanDrie Group, zo ook ESA en KSA. De activiteiten van deze twee laatste bedrijven, het slachten van rosé kalveren, zijn nu gebundeld in ESA. Daarmee werd KSA gesloten.

De VanDrie Group is 's werelds grootste integratie geworden, met eigen kalverhandel, voederfabrieken voor zowel kalvermelk voor de blanke kalveren als muesli voor de rosé kalveren, transport, meer dan 1200 kalverhouderijen, slachterijen, vleesverwerkende bedrijven en huidenverwerking. Dan hebben we nog niet gesproken over de vestigingen in diverse Europese landen, zoals de intergatie met hightech slachterij Sobeval in Périgueux en een slachterij in het Belgische Hasselt. De nieuwste ontwikkeling is een kalvermelkproductie in Italië, waarvoor de wei bij een groot aantal ambachtelijke kaasboertjes wordt opgehaald. In totaal gaat het om een jaarlijkse productie van 1,4 miljoen kalveren ofwel 20% van de Europese behoefte.

Hoe kon Jan van Drie, ooit begonnen met één kalfje, dit bereiken? Henny Swinkels geeft het antwoord. "Het meespelen in de kalversector is altijd een kwestie van overleven in onmogelijke situaties geweest. Om dan sterk te zijn, heb je een licence to produce nodig, een bestaansrecht dat door marktacceptatie tot stand komt. Je moet continu inspelen op de wensen van de markt, totaan het pijnigen toe. Jan van Drie deed dat als geen ander. Hij ontwierp een systeem dat helemaal rond de B van beheersing draait: beheersing van de kwaliteit, beheersing van de kwantiteit, beheersing van de aanlevering en beheersing van de kostprijs. Tel die factoren bij elkaar op en je hebt het antwoord."

Kalfsvlees is een uiterst klein nicheproduct. Hoe kan je ermee in alle supermarktketens van Europa aanwezig zijn en er zelfs acties mee doen? Dat kan alleen als de organisatie voldoende groot is. Henny: "Varken en kip ligt overal in de schappen. Waarom? Omdat er te veel van is. Als aanbieder hoef je je product of kwaliteit niet eens te profileren, het gaat enkel om de prijs. Kalfsvlees staat daar lijnrecht tegenover."

Er werd echter wat hem aangaat altijd een kapitale fout gemaakt als het om eigen land ging. "Wat betekent exportkwaliteit? In Frankrijk is dat de kwaliteit die de Fransen zelf niet hoeven. In Nederland is het altijd andersom geweest, daar is exportkwaliteit het allerbeste. Dat is niet alleen voor vlees zo maar voor àlle producten: Nederlanders exporteren het beste en houden wat overblijft voor zichzelf. Dat zit in de volksaard, het is een typische kwaal van een exportland. Voor de export en je reputatie is dat een goede zaak. Maar dat wil wel zeggen dat je een ontevreden thuispubliek creëert. Dat is denk ik de voornaamste reden waarom in eigen land zo weinig kalfsvlees wordt gegeten. Bij de VanDrie Group hebben we dat veranderd.

Slager Ard

In de wandelgangen was het al enige tijd bekend dat Ard en Angeline Warnders met Slager Ard gaan stoppen. Hoewel sommigen nog dachten dat het een april grap betrof, legt de Ruinerwoldse slager zijn slagersmes binnenkort aan de kant. Het besluit werd vorig jaar zomer al genomen.

‘Het is niet meer te combineren met mijn werk als bedrijfsleider bij Vion in Leeuwarden. Ik had er voor kunnen kiezen om me volledig toe te leggen op Slager Ard, maar ik heb van hun een aanbod gekregen wat ik gewoonweg niet kon weigeren. Het uitstekende aanbod van Vion is niet de enige reden geeft Warnders aan. ‘In de veertien jaar dat we dit gedaan hebben, was het altijd stevig aanpoten, en dat is helemaal niet erg natuurlijk want ik deed het met plezier. Maar straks werk ik vijf dagen en ben ik in de weekenden vrij. En daar kan ik me ook wel op verheugen. Met Slager Ard waren we dan altijd druk bezig, verzorgen van catering, barbecue, feestjes en partijen. En zondagmorgen de spullen weer ophalen, schoonmaken en weer wegbrengen. Privé zaken schoten er nog wel eens bij in. Op vakantie gaan in de zomer was er bijvoorbeeld niet bij, dan was het topdrukte met de barbecue en feestjes. De kinderen wisten niet beter. Voor de kerst was het eveneens stevig aanpoten met al die vleesschotels, rollades en salades. Gelukkig hebben we veel familie en vrienden die altijd mee hielpen. Soms was er enige stress door de drukte. Dan dacht je, hoe gaan we dit doen? En uiteindelijk had je het toch weer geflikt met elkaar.

Ard rolde overigens op een enigszins opmerkelijke wijze in het slagersvak. Tijdens zijn opleiding consumptieve technieken, vond hij een vakantiebaantje in de bakkerij. Omdat er niet genoeg werk was ging hij ’s middags werken bij Koetsier Vleeswaren. Eerst vooral schoonmaken, maar geleidelijk aan mocht hij het slagersmes hanteren. Dit beviel nog beter, waarna de slagersvakopleiding werd gevolgd. Hij vond vervolgens werk bij varkensslachterij Murris in Meppel, en werkte daarna als bedrijfsleider bij Vleesfabriek Brada in Leeuwarden.

In de periode dat deze fabriek dichtging was Ard al voorzichtig begonnen voor zich zelf met het befaamde ‘ varken aan het spit’ op markten en braderieën. ‘Al snel vroegen mensen of we dit ook bij feestjes konden verzorgen, en of we ook andere catering deden. Zo is het balletje gaan rollen. Veel reclame hoefden we niet te maken. Het ging al snel van mond tot mond. Van het huis aan de Gruttostraat werd er uitgeweken naar de Bleekhof, waar achter de woning een kleine slagerij met koelruimte en opslag werd gebouwd. ‘We hebben ook nog wel gekeken of dit op bedrijventerrein de Hoge Akkers mogelijk was. Daar alles opnieuw bouwen betekend ook een flinke investering. Dat is er uiteindelijk niet van gekomen. En ik moet zeggen, aan huis was eigenlijk ook wel handig. Een klein nadeel is dat je minder privacy hebt omdat je altijd aanloop hebt, of vrachtwagens die je komen bevoorraden omdat je in een woonwijk zit. Ook voor de buren niet altijd leuk denk ik, als ik op zondagmorgen de barbecue stond schoon te spuiten met de hogedrukspuit maar ze hebben nooit geklaagd vanwege overlast’.

Ard en Angeline kijken terug op fantastische tijd, die in 2005 begon. ‘Slager is een pracht vak, lekker bezig zijn om van vlees een mooi product te maken’. Angeline: ‘Je komt altijd op feestjes en partijen en hebt daardoor met vrolijke mensen te maken. Mensen zwaaien ook altijd naar je als je met de bestelbus onderweg bent. Wie er ook aan het stuur zit’.

De laatste zaken worden op dit moment afgerond, nieuwe bestellingen worden niet meer aangenomen.

labels: #Vlees

Zie ook: