In de Zuid-Friesland van 20 september werd een foto van de Schans "doedetiids" uit de collectie van Jouke Wagemakers getoond. Geïnteresseerd in alles wat oud Lemmer betreft, waren hierop veel bekende zaken te zien. Deze foto gaf aanleiding om een aantal zaken op papier te zetten.

Historische Bewoners en Winkels aan de Schans

In het eerste hoekhuis van links woonde Jan Pen en zijn vrouw Janke de Rook. Zij verkochten van alles, met name voor de visserij. Dat waren de grootouders van de econoom, Prof. dr. Jan Pen.

Als we de steeg naast het tweede huis ingingen, kwamen we voorbij het werkplaatsje, waar mijn vader lood zat te smelten. Hij maakte hiervan loodjes voor de botnetten en sleepnetten. In het andere huis erbij woonde Geert Pen en zijn vrouw Janke. Later heeft Harm Duim er met zijn gezin gewoond.

Dan het huis waar visser Jan de Blauw woonde. Dan volgt de winkel van Bondiëtti, waar ook van alles te koop was. Dan krijgen we de boekwinkel van Terpstra, wiens zoon Pieter romans en toneelstukken schreef. Daarnaast woonde Gaasbeek. Dan volgde de wed, Scheffer. Deze had een fruitzaak en een visrokerij. Toen de tijden wat beter werden kregen we zondags een stukje Urker brok. Scheffer had het monopoly van de verkoop hier van. Hier werd de tweede literator geboren, de roman schrijver Age Scheffer.

Naast de steeg was een café. En daar woonde Hulscher de scheerbaas, ik was toen thuis de jongste van de jongens en ging er vaak met vader heen. 's Zaterdagsavonds zat het er geregeld vol en werden de nieuwtjes besproken. Het scheren kosten toen 5 cent. Deze verkocht klompen voor 35 cent en ook wel wrakke klompen met een kwast er in, voor 20 cent, bij de ingang lag altijd een grote jutte zak. Er werd dan een fakkel van gemaakt, waar de jeugd dan zingend achteraan liep.

Dan woonde Andries de Blauw er en had Uilke Kooistra zijn café. Even terug naar de andere kant daar woonde bakker Auke Douma.

Bakker Fortuin en de Familie Pen

In de beneden Schans woonde ook bakker Fortuin. Hier was mijn moeder Metje Pen, geboren in Oosterzee in betrekking. Op de foto staat toevallig een kar voor de deur met meel er op. Zo kreeg hij ook kennis aan mijn moeder, en op 13 mei 1892 trouwden zij. Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren. Hiervan zijn mijn zuster Griet (Beverwijk), mijn broer Koert (Lemmer), en ik nog in leven. Moeder overleed 23 maart 1913, en vader 21 november 1944.

Winterse Taferelen en Schaatsen in Lemmer

Het was in het laatst van november 1911, mogelijk ook wel 1912. Storm, regen, hagel en mist doen het water in Friesland tot aan de lippen stijgen. Boerderijen staan al in het water. In Lemmer staat het water op Weverswal en Spinhuispolle zo'n 25 cm hoog op straat. In het Achterom staat het tegen de voormuur van het armenhuis. Laarzen konden de meeste mensen niet aanschaffen en om op klompen droog over te komen moest men over deze stelling lopen.

De wind waaide uit het Zuidwesten en wakkerde tegen de avond nog wat aan. Het begon te sneeuwen. Terwijl de sneeuw geruisloos viel nam de wind af. Onder het afnemen werd de wind oost en nam weer toe tot hard. Nu begon het echter te vriezen. Op zee en overal op het binnenwater was alles gauw een ijsvloer. De eerste schaatsers waagden zich al naar andere plaatsen om daar als eerste hun naam bij een kastelein te kunnen laten inschrijven.

Toen wij 's morgens naar school gingen hingen er raambiljetten. Hardrijderij voor mannen "zonder onderscheid". Het ging om geldprijzen en men kon zich tot elf uur opgeven in de Wildeman, inleg 50 cent. Na elfen ging de omroeper door Lemmer "Voor de rijderij van mannen hebben zich 36 man gemeld, waaronder de toprijders uit Friesland". In school werd dit ook gehoord en we vroegen aan meester of we ijsvrij kregen. Dit ging door en met een gejuich werd weldra de school verlaten.

Mijn buurman Jan Bergsma en ik gingen er samen heen. Jan kon door het gebrek aan zijn voet niet schaatsen en ik bezat geen schaatsen. Eerst naar de Schulpen. Daar stelde de muziek zich op en onder de tonen van de muziek ging het in optocht naar de baan. Daar was alles wat kon schaatsen, aanwezig. De rijderij begon... Met vele anderen die ook geen kaartje kunnen kopen staan we op de Polderdijk.

Als de eerste rijders van start gaan, gaan de toeschouwers rond de baan staan en draven we gauw het ijs op. Als de rit is afgelopen, gaat het weer terug naar de Polderdijk. Als het einde in zicht komt hebben we van de vertrekkende bezoekers een kaartje gekregen en staan vooraan bij elke rit. Om prijs en premie gaat het tenslotte tussen Holst en Arend Poepjes. Na twee kampritten is de derde rit voor Arend.

Na afloop van de rijderij gaat alles weer in optocht terug naar de Schulpen. Rijders en toeschouwers gaan naar de Wildeman, waar de warme snert al klaar staat, voor de prijsuitreiking. Ze hadden die middag weer allemaal meegedaan, de rijders van naam, zoals de Bootsma's, Visser's, Poepje's, Steenstra's en Dijkstra's. Als jongens hadden we ondanks de kou een prachtige middag gehad.

De Tweede Wereldoorlog en Herinneringen

Links is Arend Poepjes en Ph. Het is net of het dorp verlaten is. Alles ligt nog in het duister. De kerstboom op het B.K. plein brandt, in die bij de brug zijn de lichten gedoofd. De straatverlichting brand nog. Deze stilte doet mij denken aan de Tweede Wereldoorlog. Na achten mochten we dan niet meer op straat.

Op een avond dat ik daar weer stond kwamen er wel veertig Duitse soldaten over de brug marcheren, recht op ons af. Ik dook vlug achter de toonbank weg, maar te laat, ze hadden me al gezien, een van de soldaten liep op de deur af en begon met zijn ring op de deur te trommelen. Ik ging naar de deur en deed open. In het Duits vroeg hij de weg naar het Nutsgebouw. Ik wees aan waar het was maar ik moest mee om hun erheen te brengen. Toen ik zei, dat ik de straat niet op mocht omdat het 'spertijd' was, kreeg ik ten antwoord: ,,Wir bringen dich zurück". Dus moest het wel doorgaan.

Piet de Blauw die altijd wel wat risico wou nemen, stond in de deur van zijn winkel. ,,Hwat nou, Evert?" ,,Hja moatte by Jan Martens wêze".

Zure Haring en de Firma Eizema

Zo had ik ook de herinnering aan Willem van der Veen, ik had gezellig bij Willem en zijn vrouw koffiegedronken. Voordat ik wegging vroeg Willem mij, waarom de zure haring tegenwoordig zo zuur is. Nu, dat komt door het verschil in behandeling. In de tijd dat ik nog in de hang werkte maakten we gemarineerde haring en dat ging als volgt: de haringen lagen een of twee dagen, al naar gelang hoe zout of ze waren in het water. Ze werden uitgewassen, schoongemaakt, van binnen uitgeboend, weer gewassen en dan kwamen ze in water, bijgevuld met wijnazijn.

De volgende dag werden ze op deksel van manden uitgespreid en 's middags ingepakt in flessen van vier, acht of twintig stuks. Bij het inpakken kwamen onder in de fles vier haringen. In het rondje dat er over bleef kwam een schep uien, vier haringen er boven op met aan de zijkant Laurierblaadjes, nog vier haringen er boven op met aan de zijkant vier ronde stukjes ui, ieder met een rode pit. De laatste acht kwamen er dan boven op met aan de zijkant blaadjes.

Waarom is de haring in de flessen nu zo erg zuur? Voorheen werkte men zoals gezegd met wijnazijn. Iedere week kwam Hof, die Lemmer-Leeuwarden en Urk voer met zijn motorschip een vracht vaten vol wijnazijn van de firma Eizema afleveren. Nu gebruikt men extract, die wordt aangemaakt met water, wat de oorzaak is dat de haring zo zuur is.

Spiering Roken en de Lemster Haven

Af en toe komen je weer bepaalde zaken uit het verleden in de gedachten, soms met de bijbehorende beelden er scherp bij. Zo is het al vele jaren geleden dat ik van twaalf tot één moest invallen voor Jan Atsma, bij het spiering roken. Om één uur naar huis om te eten en om half twee liep ik alweer door het Achterom, over de brug en de sluis en zo weer naar de haven. Aan de roodachtige zeilen was het te zien dat het Vollendammers waren.

Om drie uur waren de eersten in de haven. De vis werd afgeslagen, en ik moest naar de haven om spiering. De haven lag nu vol, de Lemster sjouwerlui waren al druk mee aan het helpen. In de rokerijen kwam de spiering op een lange tafel, de dikste werden er uitgezocht en die gingen zo vers in doosjes naar Engeland. De kleinere kwamen tien minuten in de pekel en werden dan aan het spit geregen; twee en dertig naast elkaar. Als de jongens en meisjes tien speten vol hadden werden ze weggehaald en kwam er een streepje achter hun naam en dat was dan goed voor drie cent.

Allemaal dingen die jammerlijk genoeg voorbij zijn, de foto is een opname van de entree van Lemmer vanaf de Straatwegkant van een honderd jaar geleden, uit het stempel staat 1907 te lezen. De kaart is verstuurd door Tette R.v.d. Lende verzonden naar mej. Aaltje Fledderus die toen in het Binnengasthuis in Amsterdam werd verpleegd.

Veranderingen in Lemmer's Structuur

De historisch gegroeide structuur van Lemmer is in belangrijke mate bepaald door de ligging aan de Zuiderzee. Lemmer was niet alleen een havenplaats maar bood tevens doorvaartmogelijkheden, van Sloten en het Tjeukemeer en daardoor naar heel Friesland. Vandaar dat de belangrijkste bebouwing niet alleen aan de binnenhaven en de Nieuwburen wordt aangetroffen, maar ook langs de Oudesluis en de Zijlroede. Langs de Vissersburen is de historisch bebouwing van ondergeschikte betekenis gebleven.

De veranderingen in de scheepvaart, zoals die zich na 1850 deden gelden, zijn terug te vinden in de structuur van het centrumgebied. In de route Sloten, Zijlroede, Zuiderzee, werd de sluis te klein. Een verbreding of verlenging ter plaatse was niet mogelijk, zodat een verlegging in Zuidelijke richting werd overwogen. Ter plaatse van de Nieuwburen en de Kortestreek moesten twee bruggen worden geplaatst. Tesamen met de vernauwing van de Gracht ter plaatse van het gemeentehuis gaf dit problemen. De schepen konden namelijk moeilijk de bocht naar de sluis maken.

Hiervoor werd de Markt doorgraven en moest een 10 tal panden worden gesloopt. Tegelijkertijd werd de Gracht gedempt. Toch waren nog niet alle waterstaatkundige problemen op gelost. Het afwateringsprobleem bleef nog over. Via de oude sluiskolk werd overtollig regenwater gespuid. Daarom werd aan het einde van de Schans een spuisluis gebouwd.

Toen in de vijftiger-jaren het tracé voor R.W 50 definitieve vorm kreeg, betekende dit dat de Lemster Rien als scheepvaartroute verviel. De Visserburen werd gedempt en de doorgraving van de Markt werd ongedaan gemaakt. Door deze verandering werd de doorgaande route via de Schans richting Oosterzee verlegd naar de Visserburen. Gelukkig is het gemotoriseerde verkeer op veel plaatsen binnen het aanwezige profiel opgevangen, zodat de beslotenheid van de historisch gegroeide structuur op veel plaatsen aanwezig is.

De Historische Schaatstocht van 1929

Het betreft de historische schaatstocht in de strenge winter van 1929. Die tocht was in de hele historie van de Zuiderzee nog nooit gemaakt. U moet weten dat de afsluitdijk er toen niet was, die was er pas in 1932. Dus zo'n tocht kan nooit meer plaats vinden in dezelfde omstandigheden, want eb en vloed is er niet meer.

De afstand van de Lemmersluis en de Oranjesluizen door het val van Urk was 73 km, er was geen gladde ijsvloer, maar veel ijsbergen en schotsen. De 3e maart ging men bij de Oranjesluizen om 7 uur weer op de schaats om 's middags om 3 uur weer in Lemmer te arriveren. De 4e Maart begon het te dooien.

Deelnemers aan de Schaatstocht

De man links met de witte trui is Eele Visser later notaris ik meen in Hoogeveen. Hij had een zus Hinke die in Apeldoorn woont. Hun ouders waren Gerrit Visser en moeder was meen ik ook een Hinke. Zij hadden een kruideniers winkel in de schans naast bakker Douma. Later kwam Albert Reijenga in de winkel, die ook werkte op de werf van de Gebr de Boer.

De tweede is mijn zwager Johannes Wijnand. In zijn jonge jaren een goed sportman. In de Lemmer was zijn bijnaam Joffre.

labels: #Pannenkoeken #Pannenkoek

Zie ook: