Iedereen die een roman schrijft, loopt wel eens vast bij het schrijven van een scène. Maar praat jezelf geen writersblock aan. De oplossing is dichterbij dan je denkt.
De verhaallijn visueel maken
Een verhaallijn is moeilijk om te overzien. Als je midden in de scène zit kun je nog wel bepalen of het spannend is of niet. Maar hoe die spanning zich verhoudt tot wat er voorafging en wat er daarna komt, wordt alweer moeilijker. Een schilder die met een detail bezig is, neemt vaak een paar passen afstand om te kijken of de verhoudingen nog kloppen. Voor een schrijver ligt dat lastiger.
Probeer de loop van de verhaallijn eens visueel te maken. Je trekt een lijn van links (eerste hoofdstuk) naar rechts (slot). Het is logisch dat deze grafieklijn zal schommelen. De boog kan immers niet de hele tijd gespannen staan.
Een andere statistische afbeelding die je kunt maken gaat over wanneer je welke thema’s of verhaallijnen aan bod laat komen. Zo kan het je opvallen dat je vier hoofdstukken achtereen helemaal niets meer zegt over een conflict dat in eerste instantie heel belangrijk leek.
Stel jezelf de vraag: wat is er nu werkelijk veranderd? Heeft de hoofdpersoon een ontwikkeling doorgemaakt? Is er een beslissing genomen die invloed zal hebben op de levensloop van meerdere personages? Zo niet, dan heb je nu de aanleiding om drastische keuzes te maken. De boel scherper neerzetten.
Het belang van integraal lezen
Toen ik werkte aan mijn roman Hexum, die uiteindelijk 360 pagina’s zou beslaan, waren er momenten dat ik het echt niet meer zag. Ik had het gevoel dat ik geen grip had op het boek. Er zat niets anders op dan het hele ding integraal gaan lezen. Dat kostte me moeite. Niet alleen omdat ik op mijn handen moest zitten om mezelf te weerhouden van herschrijven. Ook omdat ik verder wilde met het verhaal.
Een schrijfsessie was voor mij alleen maar geslaagd als ik minimaal 500 woorden aan de tekst had toegevoegd. Tijdverspilleng, dacht ik. Maar dat was het niet. Toen ik de hele tekst gelezen had, was ik weer helemaal on top of it.
De omgeving tot leven brengen
Plaats is letterlijk de bodem van je verhaal. Door de plek goed te beschrijven, geef je personages een grond om op te staan en lucht om in te ademen. Neem dus de tijd om de plaats goed te beschrijven.
Een plek komt alleen tot leven als je je zintuigen gebruikt. Wij ervaren de wereld niet via letters, maar via de zintuigen. Volg als schrijver je neus, ogen, oren. Stel ze open voor details. Beschrijf knoppen die bijna uitkomen, de geur van fluitenkruid, gezoem van hommels.
Je hoeft niet alles te beschrijven. Denk goed na wat je wilt laten zien van een plek. Dat het huisje ouderwets is? Dat een stad stinkt? Zoom in op de overvolle goot. Zeg eik, geen boom. Schrijf Volvo, geen auto. Geen water, maar gracht, rivier, stroompje of plas.
Je kan een omgeving kort en in grote lijnen schetsen; chaotisch, druk plein. Oude kerktoren. Je kan ook inzoomen. Een handelaar die met een rood hoofd zijn net zo rode tomaten probeert te verkopen. Een dikke rat die wegglipt in de goot.
Plaatsbeschrijvingen kunnen snel statisch en daardoor saai worden. Dan is het alsof je naar een foto kijkt. Probeer beweging in je beschrijvingen aan te brengen. Vraag je af hoe riet beweegt. En water. En een spin.
Verzamel werkwoorden. Buigen, dansen, suizen, hangen, wuiven, vliegen, donderen. Een plek komt beter tot zijn recht als je hem met een andere plek of tijd vergelijkt.
Beschrijf hoe jouw dorp de laatste tien jaar is veranderd. Laat zien hoe India verschilt van Nederland - vergelijk curry met boerenkool. Maak scherpe grenzen. Beschrijf een plek als een mens. Beschrijf de bomen alsof ze reuzen zijn. De rivier alsof ze een hypnotiseur is. De Schotse kust als een opstandige puber. Of geef menselijke eigenschappen aan voorwerpen en verschijnselen - de geduldige ochtend, de meedogenloze hitte, de opdringerige stad.
Het helpt om tijdens het schrijven naar buiten te gaan. Om eens achter de schrijftafel vandaan te komen. Ga tegen je lievelingsboom aanzitten. Neem plaats in een cafeetje. Schrijven is kijken, horen, luisteren, voelen, proeven.
Inspiratie opdoen
Sinds kort gebruik ik namelijk een nieuwe methode om inspiratie op te doen. Daarbij werd ik aangemoedigd door iets wat mijn broer zei over deze gebeurtenis: “Luuk zegt zo veel grappige dingen. En ik vergeet alles weer. Inspiratie opdoen? Je denkt: ik zou dit moeten opschrijven, maar je doet het niet.
Niet alleen mensen met kinderen hebben die gedachte vaak. Iedereen maakt in het dagelijks leven korte momenten van hilariteit, spanning en geluk mee. Dat kan een bijzondere ontmoeting op straat zijn, een ruzie met een familielid waar je achteraf om kunt lachen, of een gesprek dat je opvangt terwijl je in het park op een bankje zit.
Die kleine verhalen kleuren je dagelijks leven. Toch doe je waarschijnlijk geen moeite om ze te onthouden. Bij mij ging dat net zo. Totdat ik laatst het boek Storyworthy van Matthew Dicks las, een man die zijn inmiddels brood verdient met verhalen vertellen.
Geïnspireerd door zijn boek Storyworthy, heb ik mezelf ook ‘huiswerk’ gegeven. Sinds een paar weken schrijf ik aan het het einde van elke dag het meest ‘verhaalwaardige’ moment van mijn dag op. Dat heeft me tot nu toe verrassend veel schrijfmateriaal opgeleverd.
Laatst liep ik laatst een Russische soldaat tegen het lijf in de sneeuw, vlak voor mijn huis. En zelfs voor niet-schrijvers is de methode aan te raden. Matthew Dick’s Huiswerk voor het leven heeft namelijk een bijwerking. Ik herinner me de afgelopen weken veel helderder dan andere periodes in mijn leven. Door elke dag de meest opvallende gebeurtenissen te noteren ben je je meer bewust van kleine momenten die je leven kleur geven. Dat helpt me niet alleen inspiratie opdoen. Het wakkert ook mijn geluksgevoel vaker aan.
Zo weet ik nog goed hoe ik zes dagen geleden een jongetje in een tunnel passeerde die hard gilde om zijn eigen echo te horen. Hij vroeg: “Doe je mee?” Normaal gesproken zou ik dat al lang vergeten zijn. Dicks schrijft hierover: “Ik heb inmiddels ontdekt dat er schoonheid in mijn leven zit die ik me helemaal niet kon voorstellen voordat ik begon om mijn huiswerk te doen.
Vat aan het einde van de dag je meest verhaalwaardige gebeurtenis samen in één zin, waarmee je jezelf later aan het voorval kunt herinneren. Werk het verhaal verder niet uit.
De eerste zin
Je wil dat je lezer zijn wenkbrauwen fronst. Schrap je inleiding. De eerste scène van House of Cards is krachtig omdat hij vragen oproept én sterke emoties. De emoties zorgen dat je bij het verhaal betrokken raakt. De vragen zorgen dat je verder kijkt, omdat je een antwoord wil.
Méér dan een paar zinnen of minuten duren de credits niet, die je als schrijver krijgt. Daarna moet je opnieuw verrassen. En vragen oproepen. Een goede schrijver zet een golfbeweging van vragen, halve antwoorden en nieuwe vragen in gang.
- Wees concreet. Beschrijf iets dat je lezer zelf zou kunnen zien, of horen. Of voelen. In gewone, dagelijkse taal. We willen geen geliteratureluur en geen mooischrijverij: je lezer wil gewoon iets vóór zich zien.
- Hou de emoties klein. Een beginnersfout is: je personages meteen uit hun vel laten springen, of iemand tegen de grond laten slaan, terwijl je lezer nog niets eens begrijpt waar het verhaal over gáát.
- Suggereer méér dan je zegt. Zorg dat je lezer denkt: O? Bedoelt ze soms dat hij - dat zal toch niet?
- Vertel niet het héle verhaal in je eerste zin. Want als je alles vertelt, is je verhaal uit. Vertel een klein deel van je verhaal in je eerste zin. Kies een veelzeggend detail. Een detail dat je lezer aan het denken zet. En dat je lezer laat vragen: en toen? Of: waarom? Hoe dan?
- Zorg dat je lezer zich met je personages kan identificeren.
Schrijven is schrappen
“Schrijven is schrappen” is een veelgehoord mantra in de schrijverswereld. Het houdt in dat de eerste versie van je verhaal vrijwel nooit de beste is. Je moet herschrijven en delen schrappen. Maar schrappen moet je goed doen, anders blijft er niets van je verhaal over.
- Een van de makkelijkste manieren om een bladzijde te vullen is door te omschrijven. Veelvoudig of in detail, in beide gevallen kan het zomaar meerdere regels aan tekst opvullen.
- Als je personages gaat ontwikkelen, leer je ze kennen als je beste vrienden. Daardoor kom je bijvoorbeeld te weten wat kun lievelingskostje is. In je enthousiasme wil je dat ook graag met je lezer delen. Maar soms zijn dit soort leuke feitjes eerder onnodige opvulling van papier. Het vertraagt je verhaal onnodig. Als je twijfelt of iets nuttig of interessant is, vraag je dan af: “Kan de lezer het verhaal nog volgen als hij dit niet weet?” Is het antwoord ja, kijk dan of je (een gedeelte) van de gegeven informatie kan schrappen.
- Personages praten niet zoals echte mensen dat doen. Let er voor de grap eens op hoe vaak iemand in een gesprek stopwoordjes en tussenwerpsels als ‘uhm’, ‘uhh’ of ‘nou’ in een zin zegt, ook als diegene niet aarzelt of verlegen is. In een boek geven deze woordjes al zo’n soort betekenis aan. Houd dit in gedachten en neem je dialogen nog eens goed onder de loep.
labels: #Brood




