In de Bijbel komen maaltijden vaak voor en spelen ze een belangrijke rol. De ware maaltijd weerspiegelt Gods boodschap van heil voor alle mensen van goede wil. Maaltijden kenmerken zich daarom primair als een gemeenschapsgebeuren. Je eet niet in je eentje, maar samen, met allen die aanwezig zijn. Deze visie kom je bij alle profeten tegen.
Het Wonder van het Brood
Veel mensen gingen Jezus achterna. Want ze hadden gezien dat hij met zijn wonderen zieke mensen beter maakte. Een grote groep mensen ging Jezus achterna. Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea, dat ook wel het Meer van Tiberias genoemd wordt. Toen ging Jezus een berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen. Het was vlak voor het Joodse Paasfeest.
Jezus keek om zich heen. Toen hij zag dat er een grote groep mensen aan kwam, vroeg hij aan Filippus: ‘Waar kunnen we eten kopen voor al deze mensen?’ Jezus vroeg dat omdat hij wilde zien hoe Filippus zou reageren. Hij wist zelf al wat hij zou gaan doen. Filippus zei tegen Jezus: ‘Dat kan echt niet! We hebben veel te weinig geld om voor al deze mensen eten te kopen!’ Er kwam een andere leerling bij. Het was Andreas, de broer van Simon Petrus. Andreas zei: ‘Er is hier een jongen met vijf broden en twee vissen. Maar daar hebben we niets aan voor zo veel mensen.’
Jezus Geeft Iedereen Te Eten
Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Laat alle mensen gaan zitten.’ Er was veel gras op die plaats. Iedereen ging zitten, het waren meer dan vijfduizend mensen. Jezus pakte het brood dat de jongen bij zich had, en dankte God voor het voedsel. Daarna begon hij het brood uit te delen. Met de vis deed hij hetzelfde. En de mensen konden zo veel eten als ze wilden.
Toen iedereen genoeg gegeten had, zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Haal het eten op dat over is. Er mag niets achterblijven.’ De leerlingen haalden alles op wat over was van de vijf broden. Het waren twaalf manden vol met brood. De mensen zagen dat Jezus een wonder gedaan had, en ze zeiden: ‘Ja, hij is de profeet die naar de wereld zou komen!’ Ze wilden hem meenemen om hem koning te maken. Jezus wist dat, en daarom liep hij weg. Hij ging de berg weer op, alleen.
Jezus Loopt Over Het Water
Toen het avond werd, was Jezus nog niet terug. De leerlingen gingen naar het meer. Daar stapten ze in een boot om over te steken naar Kafarnaüm. Het was al donker geworden. Het begon hard te waaien, er kwamen hoge golven op het meer. Toen ze ongeveer 5 kilometer geroeid hadden, zagen ze opeens Jezus over het water lopen. Hij was vlak bij de boot. De leerlingen werden bang, maar Jezus zei tegen hen: ‘Ik ben het, wees niet bang!’
De leerlingen wilden hem aan boord halen. Maar ze waren al aan land, precies op de plaats waar ze naartoe wilden. De volgende dag waren de mensen nog aan de andere kant van het meer. Dat was op de plaats waar ze gegeten hadden, nadat Jezus God gedankt had voor het voedsel. Ze dachten dat Jezus daar nog steeds was. Want ze hadden gezien dat er maar één boot was, en dat Jezus niet in die boot gegaan was. De leerlingen waren zonder hem vertrokken. Toen de mensen merkten dat Jezus daar toch niet meer was, gingen ze weg. Ze stapten in boten die net uit Tiberias aangekomen waren. En ze staken het meer over om Jezus te gaan zoeken in Kafarnaüm.
Brood Dat Eeuwig Leven Geeft
Toen de mensen aan de overkant van het meer gekomen waren, vonden ze Jezus. Ze vroegen: ‘Meester, wanneer bent u hier gekomen?’ Jezus antwoordde: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Jullie zoeken mij alleen omdat jullie zo veel te eten gekregen hebben, niet omdat jullie begrijpen wat ik doe. Luister! Gewoon brood verdwijnt als je het opeet. Maar het hemelse brood geeft eeuwig leven. Doe je uiterste best om dat brood te krijgen. De Mensenzoon kan het je geven. Want God, de Vader, heeft hem die macht gegeven.’
Jezus Is Het Hemelse Brood
De mensen vroegen: ‘Wat moeten we doen? Wat vraagt God van ons?’ Jezus zei tegen hen: ‘God vraagt maar één ding, namelijk dat jullie in mij geloven. Want God heeft mij gestuurd.’ De mensen zeiden: ‘Kunt u dat met een teken bewijzen? Dan zullen we in u geloven. Mozes gaf ook een teken, hij gaf onze voorouders in de woestijn manna te eten. In de heilige boeken staat: «Hij gaf het volk brood uit de hemel te eten.»’
Maar Jezus zei tegen hen: ‘Het was niet Mozes, maar mijn Vader die dat brood gaf. Luister heel goed naar mijn woorden: Mijn Vader geeft jullie het ware hemelse brood. Het brood dat God geeft, komt uit de hemel en geeft eeuwig leven aan de mensen.’ De mensen zeiden: ‘Heer, geef ons elke dag dat brood!’ Jezus zei: ‘Ik ben het brood dat eeuwig leven geeft. Als je bij mij komt, zul je nooit meer honger hebben. Als je in mij gelooft, zul je nooit meer dorst hebben. Maar ik heb al eerder gezegd: Jullie zien wel wat ik doe, maar toch geloven jullie niet in mij.’
Jezus Vertelt Over Zijn Opdracht
Jezus zei verder: ‘De Vader brengt de mensen die bij mij horen, naar mij toe. Ze komen bij mij, en ik zal hen niet wegsturen. Ik ben uit de hemel gekomen, God heeft mij gestuurd. Ik ben dus niet gekomen om te doen wat ik zelf wil, maar om te doen wat God wil. God wil dat alle mensen die bij mij horen, gered worden. Als het einde van de wereld komt, zullen ze opstaan uit de dood. Dat is wat mijn Vader wil. Alle mensen die de Zoon zien en in hem geloven, krijgen het eeuwige leven. En als het einde van de wereld komt, laat ik hen opstaan uit de dood.’
Jezus Komt Bij De Vader Vandaan
De Joden begonnen te protesteren, omdat Jezus over zichzelf zei: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel gekomen is.’ Ze zeiden tegen elkaar: ‘Hij is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten precies wie zijn vader en moeder zijn. Hoe kan hij dan beweren dat hij uit de hemel gekomen is?’ Jezus zei tegen hen: ‘Houd op met protesteren! De Vader heeft mij gestuurd. Alleen de mensen die hij naar mij toe brengt, kunnen bij mij komen. Als het einde van de wereld komt, zal ik hen laten opstaan uit de dood.
Dit staat in de heilige boeken: «God zal hun allemaal leren hoe ze moeten leven.» Iedereen die dat van de Vader wil leren, komt bij mij. Want niemand heeft ooit de Vader gezien, behalve de Zoon. Hij komt bij God vandaan.’ Jezus zei verder: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Wie in mij gelooft, krijgt het eeuwige leven. Ik ben het brood dat eeuwig leven geeft. Jullie voorouders aten in de woestijn manna, brood dat uit de hemel kwam. Toch zijn ze allemaal gestorven.
Maar het ware hemelse brood is anders: wie daarvan eet, zal niet sterven. Ik ben het hemelse brood dat leven geeft. Iedereen die van dat brood eet, zal eeuwig leven! Het brood dat ik zal uitdelen, is mijn eigen lichaam. Ik zal sterven om de mensen het leven te geven.’
De Dood van Jezus Brengt Redding
De Joden begonnen een felle discussie met elkaar. Ze riepen: ‘Hoe kan hij nu zijn lichaam aan ons te eten geven!’ Toen zei Jezus tegen hen: ‘Luister heel goed naar mijn woorden: Jullie moeten mijn lichaam eten en mijn bloed drinken. Anders kunnen jullie het eeuwige leven niet krijgen. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, die krijgt het eeuwige leven. Als het einde van de wereld komt, zal ik hem laten opstaan uit de dood.
Mijn lichaam en mijn bloed geven het eeuwige leven. Mijn dood brengt redding. Als je dat gelooft, dan is het alsof je mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt. Dan ben ik in je, en dan hoor je voor altijd bij mij. Ik leef dankzij de Vader, de levende God, die mij gestuurd heeft. En iedereen die bij mij hoort, leeft dankzij mij. Ik ben het ware hemelse brood. Jullie voorouders aten manna, brood uit de hemel, maar zij zijn toch gestorven. Maar wie het ware hemelse brood eet, zal eeuwig leven.’ Jezus zei al die dingen in de synagoge in Kafarnaüm. Daar gaf hij de mensen uitleg over God.
Veel Mensen Geloven Niet in Jezus
Veel volgelingen van Jezus die dat hoorden, zeiden: ‘Dit gaat te ver! Hier kunnen we niet naar luisteren!’ Jezus wist dat ze protesteerden, en hij zei tegen hen: ‘Jullie ergeren je aan mijn woorden. Maar stel dat jullie de Mensenzoon omhoog zien gaan naar de plaats waar hij vandaan gekomen is. Zullen jullie mij dan geloven?
Het aardse bestaan kan jullie niet redden. Alleen de heilige Geest geeft het eeuwige leven. Als je mijn woorden gelooft, zul je de heilige Geest krijgen, en zul je leven. Maar sommigen van jullie geloven mijn woorden niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet in hem zouden geloven. En hij wist ook wie hem zou uitleveren aan zijn vijanden. Toen zei Jezus: ‘Ik heb jullie al gezegd: De Vader brengt de mensen die bij mij horen, naar mij toe. Alleen zij kunnen bij mij komen.’
De Twaalf Leerlingen Gaan Niet Weg
Toen liepen veel volgelingen van Jezus weg. Ze gingen niet langer met hem mee. En Jezus vroeg aan de twaalf leerlingen: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’ Simon Petrus antwoordde: ‘Heer, naar wie zouden wij toe moeten gaan? U spreekt woorden die eeuwig leven geven! Wij geloven in u. Wij weten dat u door God zelf gestuurd bent.’ Jezus zei tegen de twaalf leerlingen: ‘Ik heb jullie alle twaalf zelf uitgekozen. Maar toch is één van jullie een duivel.’ Hij zei dat over Judas, de zoon van Simon Iskariot, één van de twaalf leerlingen.
De Symbolische Betekenis van Brood en Vis
Maaltijd raakt de hele mens. De woorden van Jezus’ prediking en de dankgezegde spijs van brood en vis worden in de inleiding van dit evangelieverhaal nog meer verbreed: Jezus, vol ontferming getroffen door de menigte, geneest de zieken. Eerst wanneer de genezing heeft plaatsgevonden en de leerprediking zijn beslag heeft genomen, kan de spijsmaaltijd gevierd worden. Diaconie en liturgie volgen in elkaars voetstappen.
In bijna ieder Bijbelverhaal zit ook een symbolische betekenis. Kijk maar naar ons verhaal. Het brood wijst natuurlijk naar Jezus die zelf het brood van het leven is. Het verhaal van de wonderbare spijziging verwijst naar het manna in de woestijn of naar Elia die door de raven werd gevoed. Er zit symboliek in de getallen: vijf broden en twee vissen, 5000 mensen die worden gevoed en twaalf manden met overschot. Het delen van het brood door Jezus is ook een verwijzing naar het avondmaal.
De Wonderbare Spijziging in Alle Evangeliën
Het verhaal over de vijf broden en de twee vissen komt in alle vier evangeliën voor. Maar Marcus heeft nog een tweede verhaal over het teken van de broden. Dat is opmerkelijk. Het tweede verhaal in Marcus 8 is ogenschijnlijk een herhaling. Ook daarin is er een grote menigte bijeen. De mensen hebben honger en er is niet voldoende te eten. Er zijn slechts zeven broden en een paar visjes. Jezus doet hetzelfde als in het eerste verhaal, hij deelt en op wonderlijke manier is er genoeg voor iedereen.
Na het tweede verhaal van het brood, stapt Jezus weer met zijn leerlingen in de boot en vaart naar de overkant. De leerlingen waren vergeten genoeg brood mee te nemen; ze hadden maar één brood bij zich in de boot. Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden. Toen hij dit merkte, zei hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers?
Niet zomaar. Let op de getallen. In het eerste verhaal zijn er vijf broden en twee vissen, waarmee een menigte van 5000 mensen wordt gevoed, terwijl er twaalf maanden overblijven. Hier zijn er zeven broden en wat visjes, 4000 mensen, en zeven manden over. De getallen vijf en twaalf verwijzen naar het volk Israël. De getallen zeven en vier hebben een wijdere betekenis. Zeven is het getal van de volheid en vier het getal van de aarde, de vier windstreken. Jezus deelt het brood voor de mensen van zijn eigen Joodse volk, maar evengoed voor alle mensen. Jezus is het levensbrood. Het ene brood dat de leerlingen bij zich hebben (vers 14). Hij deelt zichzelf. Hij deelt het dagelijks brood, het geeft het van God gegeven leven, voor alle mensen. En als Hij het deelt, dan is er genoeg voor iedereen, ja dan is er zelf over. Genoeg om verder te delen, dat is het ethische. In dat delen en in de overvloed ontdekken we het geheim van het brood van het leven, Jezus zelf.
De Vis in de Bijbel
Vissen spelen een belangrijke rol in de Bijbel. Ze vormen vaak onderdeel van een groot wonder en ze hebben vaak een heel bijzondere betekenis en symboliek. ‘Zij doorkruisen de paden van de zeeën.’ Dat wordt in Psalm 8 gezegd over de vissen (vertaling 1951). Zij leven in hun eigen wereld, die voor ons slechts beperkt toegankelijk is.
Wie kent niet het verhaal van Jona en de grote vis? De Bijbel spreekt niet over een walvis, maar over een ‘grote vis’ die God gebruikt om zijn koppige profeet Jona te redden uit zee. Normaal zou een mens met huid en haar worden verslonden in het binnenste van een groot zeedier, maar hier erkent Jona: ‘Het is de Heer die redt!’ (Jona 2:10) Dit onmogelijk klinkende verhaal staat ver van ons af, maar is tóch herkenbaar. Soms word je in het diepe gegooid en je weet niet waar je uitkomt. Een ‘grote vis’ van God redt je: een liefdevol en behulpzaam mens, precies op het juiste moment.
Jezus vergelijkt zijn opstanding uit het graf met het verhaal van Jona: ‘Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in de schoot van de aarde zijn’ (Matteüs 12:40, Willibrordvertaling). Zo kunnen wij soms vanuit een dieptepunt toch weer verdergaan.
Vissers van Mensen
Jezus die langs het water liep, en Simon en Andreas riep. De werkervaring van Simon en Andreas krijgt bij Jezus een diepere dimensie: zij worden vissers van mensen. In hun oude beroep bevaren zij het Meer van Galilea op zoek naar vis, hun dagelijks brood. Hun nieuwe taak wordt zoeken naar mensen, en die ontmoetingen zullen leiden tot relaties waarin geloofsvertrouwen opbloeit.
De Ichthus Vis
De getekende vis - ichthus - staat voor een oudchristelijke belijdenis. Elke letter van dit Griekse woord verwijst naar een woord: Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. In een tijd waarin woorden gevaarlijk konden zijn, is een getekend visje geloof in een notendop. Soms hebben we niet veel woorden nodig en is een enkel symbool genoeg als een stille hint, een vingerwijzing van en naar God. Geraakt door het teken van de vis, geraakt door de Gekruisigde die in ons leeft en geloof in ons wekt.
Publieke Maaltijden in de Oudheid
Hellenistische koningen en Romeinse keizers organiseerden enorme publieke maaltijden waarbij volgens sommige bronnen tienduizend tot tweehonderdduizend mensen te eten kregen. De praktijk vond navolging bij rijke weldoeners die in de steden met enige regelmaat publieke maaltijden organiseerden, die eveneens voor enkele duizenden mensen bestemd konden zijn. Het voedsel dat bij dergelijke publieke maaltijden werd uitgedeeld was doorgaans vrij eenvoudig, zeker voor het gewone volk. De verdeling in groepen kan daarom evengoed verklaard worden vanuit het ideaal van de maaltijd die gekenmerkt wordt door ordelijkheid en gemeenschappelijkheid.
Het menu van de wonderbare spijziging bestaande uit brood en vis sluit eveneens aan bij het ideaal van een eenvoudige maaltijd. Een opmerkelijk detail wanneer wordt aangenomen dat de wonderbare spijziging zou verwijzen naar de instelling van het avondmaal. Gerstebrood en (gedroogde of gezouten) vis behoorden waarschijnlijk tot het dagelijkse menu van de bevolking van Galilea, maar in sommige Grieks-Romeinse bronnen vormen zij tevens het toonbeeld van een eenvoudige maaltijd in tegenstelling tot maaltijden met vlees en wijn. Zowel de beschrijving van het menu en de omgeving van de wonderbare spijziging laat zich dus vanuit antieke maaltijden en idealen verklaren.
Een interessant detail is de vermelding van bloemen, die regelmatig maaltijden sierden in de oudheid, maar door Marcus op degenen die aanliggen zelf wordt toegepast, wanneer hij schrijft dat zij als bloembedden gegroepeerd waren in het groene gras (Marcus 6,40). De wonderbare spijziging van Jezus is niet de enige maaltijd in de oudheid waarbij enkele duizenden mensen te eten krijgen.
Heel nadrukkelijk wordt deze kritiek verwoord in Ezechiël 34 (zie vers 5) waar de leiders van Israël verantwoordelijk worden gehouden voor de ballingschap. Hier wordt bovendien een belofte aan verbonden dat God zelf een herder zal zijn voor zijn volk (Ezechiël 34,11-16) en een Davidische koning als herder zal aanstellen (34,23-31). De belofte dat God zelf een herder voor zijn volk zal zijn, is weerspiegeld in Psalm 23 waar JHWH als herder wordt beschreven, die de dichter op ‘een groene plaats’ laat verblijven (Psalm 23,2 in de Griekse tekst) en van een rijke maaltijd voorziet (Psalm 23,5). In Marcus worden deze typeringen betrokken op Jezus die daardoor als ware herder van Israël wordt gekenschetst. Het sluit aan bij de kritiek die de religieuze leiders te verduren krijgen en bij het nadrukkelijke contrast met de maaltijd van Herodes in hetzelfde hoofdstuk (Marcus 6,14-29).
De Eerste Communie
We hebben het met de kinderen gehad over de betekenis van je naam en hoe belangrijk het is dat ook anderen een naam hebben, zodat je elkaar kunt aanspreken. En dat je straat en je stad een naam hebben zodat je precies de weg weet waar je moet zijn. Daarna hebben we het gehad over het doopsel. Wat dat betekent en waarom we gedoopt zijn. En natuurlijk hebben we gesproken over het samen delen met elkaar.
Opmerkelijke naam, dacht ik. Maar wat wil dit brood en vissenverhaal uit de Bijbel, ons eigenlijk vertellen? Wat willen de evangelisten eigenlijk aan ons kwijt? In dit Bijbelverhaal komen een heleboel mensen voor. Wel 5000 mannen, en daar zijn de vrouwen en kinderen nog niet eens meegerekend. De twaalf leerlingen van Jezus zijn er ook. En natuurlijk is Jezus daar ook aanwezig. En weet u wat ik nu zo mooi vind? Dat tussen al die mensen er ook een kind loopt, een jongetje, een schoolkind.
Wat is jouw reactie? “En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Vissen spelen een belangrijke rol in de Bijbel. Ze vormen vaak onderdeel van een groot wonder en ze hebben vaak een heel bijzondere betekenis en symboliek.
Jezus en Het Brood
Geven jullie ze maar te eten!’ Het is alsof Hij het heeft tegen ons: honger in Afrika? Begin maar te delen! Hoe kom je aan zoveel brood? Andere vraag: hoe gaan wij om met onze welvaart? Op een zuinige, natellende manier? Houden we zoveel mogelijk in reserve? Een appeltje voor de dorst? Als je zo denkt, dan kun je het wonder wel vergeten. Dan lukt dat delen nooit! Maar je kunt ook als Jezus doen: ‘begin maar te breken en te delen!
Gods Gerechtigheid
De teksten die benadrukken dat het om een wonder ging. David Friedrich Strauss argumenteerde daarom in zijn Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet (1835-1836) tegen dergelijke verklaringen dat het hier moet gaan om een legendarisch verhaal naar het voorbeeld van oudtestamentische teksten, in het bijzonder over Elisa die mensen van voedsel voorziet. Veel hedendaagse exegeten volgen een vergelijkbare lijn van uitleg. Een eventuele historische gebeurtenis is volgens hen niet te reconstrueren.
Brood, Vis en Barmhartigheid
Niet tot genoegen van iedereen: velen zullen aan het eind van dit hoofdstuk afhaken. Ook toen al keerden mensen zich teleurgesteld af van het geloof. Ze zochten het vergankelijke voedsel: bevrediging voor hun behoeftes. Als Jezus dat niet te bieden heeft, dan maar niet? Maar Jezus volgt deze behoefte-markt niet; hij blijft trouw aan zijn boodschap. En keer op keer zal Johannes benadrukken dat die boodschap een onvergankelijke betekenis heeft. Christus is het brood des levens, wie dat brood eet zal in eeuwigheid leven.
Overzicht van voedselvoorzieningen in de evangeliën
| Evangelie | Plaats | Aantal mensen | Hoeveelheid brood | Hoeveelheid vis | Overgebleven |
|---|---|---|---|---|---|
| Marcus 6 | Woeste plaats | 5000 | 5 broden | 2 vissen | 12 manden |
| Marcus 8 | Niet gespecificeerd | 4000 | 7 broden | Enkele visjes | 7 manden |
| Matteüs 14 | Niet gespecificeerd | 5000 | 5 broden | 2 vissen | 12 manden |
| Matteüs 15 | Niet gespecificeerd | 4000 | 7 broden | Enkele visjes | 7 manden |
| Lucas 9 | Woeste plaats | 5000 | 5 broden | 2 vissen | 12 manden |
| Johannes 6 | Berg | 5000 | 5 broden | 2 vissen | Niet gespecificeerd |
labels: #Brood




